Totaal aantal pageviews

vrijdag 22 november 2013

De eerste "darlings" vakkundig gekilled

De eerste darling die werd gekilled was Alain de Botton, populaire filosoof over van alles en nog wat, seks, architectuur, religie en nu ook kunst: “Art as therapy”.  Geen der forumleden van deze nieuwe loot aan de Rotterdamse literatuurboom had een goed woord over voor de nieuwst  denkvrucht van De Botton. Het vaste forum komt telkens met wisselende samenstelling:  in deze premiere waren het beeldend kunstenaar-dichter Peggy Verzett, schrijver Marcel Möring en cultuurpaus Hugo Bongers, Möring noemt De Botton's kunstopvatting belegen , Bonger constateert een eendimensionale kunstopvatting en Verzett stelt vast: " niks nieuws gelezen".
De tweede “ darling”; de tentoonstelling  “ Échte Rotterdammers” van Museum Rotterdam in Las Palmas kwam er in ieder geval bij Bongers wat beter van af. Hij vond het heerlijk om al die spulletjes die zo lang inde depots hadden gestaan nu eindelijk eens bij elkaar te zien. Maar Marcel Möring vond het een rommelig zootje en Peggy Verzett een oeverloos thema zonder gerichtheid. De vraag van forumleider Hans Sibarani, waarom het toch altijd weer Rotterdam is die zich deze vragen stelt, en nooit eens Amsterdam of bijvoorbeeld Groningen werd door Möring afdoende beantwoord: zo’n eindeloze behoefte aan zelfreflectie heb je alleen maar als je last hebt van een minderwaardigheidscomplex, Rotterdam is nu eenmaal altijd “maar” de tweede stad.
Uitgesproken positief waren Verzett en Möring over de Chaneltentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Verzett: niemand maakte zulke prachtig afgewerkte pakjes. En Möring onthulde dat hij altijd Chanelparfum “draagt” en hij wist waarom de pakjes van Chanel altijd zo charmant stonden: zij maakte de mouwen altijd net iets korter dan eigenlijk moest; dat kleedt slank af. Bongers vond de tentoonstelling er een in een grotere reeks uitstekende mode-tentoonstelling in het GEM; klein maar smaakvol.
De film “Parkland” over het hotel waarin Kennedy vlak na zijn dood werd neergelegd, en waar twee dagen later ook het lijk van Lee Harvey Oswald voorbijkwam (pas vanaf januari in Nederland te zien) maakte evenmin veel enthousiasme los. Bongers vond het een typische Hollywoodfilm waarin alle clichë’s werden uitgemolken, zoals een de tegelijkertijd afgedraaide begrafenis van Kennedy en Oswald, alle verschillen lekker uitvergroot.
Aan het eind ontstond toch nog echt verschil van mening naar aanleiding van een filmpje over een optreden van de Toppers met een Shaffy potpourri. Dat kon toch écht niet voor Ons Soort Mensen, aldus forumvoorzitter Sibarani. Waarom niet, reposteerde tot zijn niet geringe verbazing alle forumleden; als het maar goed  gebeurt.  En ja, zelfs Liesbeth List zat in het publiek zichtbaar te huilen. Dus akkoord wat die Toppersinterpretatie van Shaffy betreft.
Aan het slot een fantastisch optreden van La Pad, de Nederlandse Zarah Leander, met een aantal Rilke vertolkingen, we waren tenslotte te gast bij het Goethe instituut.
Een reeks die veel belooft voor de toekomst!

donderdag 21 november 2013

Niet het vierkant, maar de cirkel is de essentie van Malevich

Malevich schokte de wereld met zijn volkomen zwarte doek. En maakt het daarna nog bonter door een wit op wit doek te schilderen. Waarmee het eind van de schilderkunst bereikt was. kwasten en doeken konden worden opgeborgen. Het moment suprème was daar. Het suprematisme had zichzelf opgeheven. Het mooie van de tentoonstelling in het Stedelijk is dat je de werdegang van Malevich stap voor stap kunt volgen aan de hand van heldere teksten; de ideale tentoonstelling in het kader van lessen cultuureducatie voor gevorderden.

Hoogtepunt is de  reconstructie van een opstelling die in die roerige jaren 20 in Rusland al een keer was gemaakt: een wand vol sterk geometrische doeken, die een prachtig Gesammtkunstwerk vormden met het befaamde "Zwarte Vierkant" als een soort gedoofd computerscherm bovenin de hoek. Wieteke van Zeil, de onvolprezen klassieke kunstbeschouwer van de Volkskrant, ging zelfs al zover naar aanleiding hiervan te zeggen dat we af moeten van het idee dat kunstwerken allemaal naast elkaar tentoongesteld moeten worden; je zou ze meer verspreid over de witte wanden moeten hangen. Dát ben ik nou weer niet met haar eens maar hier werkt het wel; al was het maar omdat Malevich zelf het zo gewild had.

Daarna gaat Malevich met zijn ideeën als professor de boer op en presenteert zijn kleur en vormtheorieën  in de vorm van gigantische tableaus die op zich ook weer als kunstwerk op te vatten zijn. Maar zijn strenge ideeën blijken in de westerse wereld weinig aan te slaan al zijn de gedachten van De Stijl vrijwel tegelijkertijd toch op dezelfde strenge leer gebaseerd (jammer genoeg zegt de tentoonstelling daar niets over). In eigen huis raakt hij ten tijde van Stalin in diskrediet en moet zich noodgedwongen weer meer op de realistische kunst gaan storten; hetgeen vlak voor zijn dood nog enkele prachtige portretten van familieleden en hemzelf oplevert; zoals hij ook begonnen was. Niet het magisch vierkant maar de volmaakte cirkel blijkt het kenmerk van Malevich. Een schitterende tentoonstelling, al moet ik er wel bij zeggen dat ik een soortgelijke tentoonstelling enkele jaren geleden in het Van Abbemuseum in Eindhoven ook al had gezien. Maar deze was qua opzet helderder.

Theu Boermans als John Lanting, dat was lachen!

Wat moet je als spraakmakende regisseur als je van de werkgever telkens van die oubollige blijspelen moeten opvoeren omdat die de kassa zo lekker laten rinkelen. Dat lijkt mij het dilemma waarin Theu Boermans bij het Haagse sjieke Nationaal Toneel terecht is gekomen. Het stuk "De Ideale Man" van nb. Oscar Wilde (die moest blijkbaar ook de schoorsteen laten roken) is er zo een. Veel drinkende en dansende, elkaar bedriegende echtgenoten met veel slaande deuren en een happy end voor iedereen. "Dan laat ik gewoon gaandeweg het decor in elkaar storten", zal Theu gedacht hebben."Als het echt stuitend wordt met al die voorspelbare onzin gaat de hele boel tegen de vlakte". Dat is dus wat er gebeurt. En verdomd, daardoor werd het toch weer enigszins draaglijk, alle voorspelbare intriges en plotten ten spijt. Het begon met een schilderij dat plotseling los liet. Ik dacht nog dat het een technische  onvolkomenheid was. Daarna liet een vloerplaat los. Maar toen iemand in plaats van door de deur iemand dwars door de (papieren) muur van een slaapkamer heen liep begon mij een lichtje op te gaan. Daarna was er geen houwen meer aan. Er viel een deel van de schoorsteen omver (een van de hoofdrolspelers, die had eerder om moeten vallen, u had naar Amsterdam moeten komen, daar ging het goed), iemand bleef met zijn voet achter het nepgras haken, iemand zakte door de trap etc. etc. Daarmee werd het stuk alsnog gered. Het Theater van de Lach, nu door Theu Boermans voor het betere publiek!

woensdag 20 november 2013

Museum Rotterdam verzuipt in het thema

Museum Rotterdam is footloose nu het Schielandhuis gesloten is. Niet voor de eerste keer (ik herinner mij een tentoonstelling over het Interbellum) strijkt het neer in Las Palmas. Met zo'n fraaie zaal ter beschikking hoef je eigenlijk helemaal geen eigen museum meer te hebben. Museum Rotterdam moet maar eens serieus  nadenken over haar zigeunerbestaan; misschien is dat wel heel Rotterdams, voortdurend opduiken in onverwachte Rotterdamse gebouwen en wijken, Zoals enkele jaren achtereen ook al gebeurde in "Het Gemaal op Zuid"aan het Afrikaanderplein.
De tentoonstelling zelf: "Echte Rotterdammers" is een teleurstelling. Bij binnenkomst heb ik al meteen het gevoel in het depot van het museum terecht te zijn gekomen. Op lelijke stellingen staan de spulletjes van het museum schijnbaar lukraak opgestapeld. Als snel blijkt dat keurig per thema gebeurd te zijn, maar dat doet aan de rommelige totaalindruk niks af. Iemand heeft bedacht dat je op aanraakschermpjes teksten beter tot je neemt dan met een kaartje bij het voorwerp. Ik weet het niet hoor, het zal wel.
Het thema is zo wijdlopig dat Museum Rotterdam haar totale collectie had kunnen uitstallen, alles heeft wel iets met Rotterdam te maken, nietwaar.
Dat de sportafdeling (waar overigens verwijzingen naar Sparta en Feijenoord ontbreken! een muur heeft opgebouwd uit kratjes Heineken mag een pijnlijke misser genoemd worden. Feijenoorders drinken uit principe geen bier uit 020, toch?
Weinig tot niks over actuele kwesties. Het overlijden van Pim, dat door Rotterdam op wel een heel indringende wijze werd beleefd, ja zelfs de opkomst van een nieuwe politieke stroming een extra zet gaf, wordt niet gememoreerd. Te politiek misschien, daar is Museum Rotterdam toch niet bang voor? O  toch wel? Wel veel plichtmatig multiculturalisme. De afdeling jeugd toont een paar fraaie foto's van gabbers, maar verder was de eerdere expositie van hetzelfde Museum over Roffa 5314 in Het Gemaal tien keer beter.
Laten we maar vaststellen dat Museum Rotterdam zich verkeken heeft op de breedte van het onderwerp. Er had veel gerichter toegewerkt moeten worden naar een deelthema dat met de stad verbonden is. Ondanks al die honderden fotootjes van Rotterdammers met flauwe tekstjes of die honderd modepoppen met alle kledingstukken die in het magazijn voorradig waren.

donderdag 31 oktober 2013

Belgen pushen de kunst in Beijing



Donderdag 31 oktober,

De laatste volledige dag in China breekt al weer aan. Het is omgevlogen! Om het geheel een feestelijk tintje te geven is vandaag de smog weer neergedaald over de hoofdstad van China. In de ochtend valt het nog wel mee, maar ‘s middags wordt de zon dunner en de lucht dikker. Het aantal mondkapjes op straat neemt rap toe.
In de nog zonnige ochtenduren kiest Jur voor lang uitslapen en ga ik de Hutongs in, de (volgens de Lonely Planet) voor het centrum van Beijing kenmerkende kleine straatjes, waar de mensen nog down to earth wonen in plaats van in gestapelde hoogbouw. In de Hutongs woonden vroeger juist de hooggeplaatsten, zodat er heel wat oude ommuurde complexen te vinden zijn die echter helemaal zijn volgebouwd met rommelige schuurtjes en vertrekken; als je niet beter wist zou je dit de bidonvilles van Beijing noemen. Maar niemand loopt te bedelen of zielig te doen en men lijkt gelukkig met zijn bestaan hier. Ze zijn behoorlijk in opkomst bij de toeristen, die straatjes, dus overal zie je verbouwingsactiviteiten. Tussen de armoedige woninkjes duiken steeds meer sjieke restaurantjes en kekke zaakjes op. Over enkele jaren zijn deze buurten, vrees ik, voor een groot deel onherkenbaar veranderd. Maar nu kan ik nog uren dwalen en bijvoorbeeld stuiten op een theatercafé dat zo uit Nederland lijkt te zijn weggewandeld. Niet dat dát nou zo ontzettend authentiek is, maar de sfeer is goed.
Aan het eind van de wandeling beklim ik de steile trap van de Drum Tower, waar elk uur inderdaad door een paar man vrolijk op enorme trommels wordt geramd, weer eens wat anders dan klokgelui. Vanaf de toren krijg ik een goed beeld van de smog die op Beijing is neergedaald. Verder dan een kilometer kun je nauwelijks kijken.
In de middag gaan we ondanks dat toch maar eens kriskras met de fiets door de stad. Nu zien we pas hoe ontzettend groot Beijing is. We willen naar een kunstenaarscentrum in het noodoosten en doen daar vanuit het centrum ongeveer een uur over. Ook valt de enorme drukte op die tegen het eind van de werkdag alsmaar groter wordt. Tegen de tijd dat we terug gaan staat overal het verkeer vast. Dat verschilt niet zozeer met Nederland op hetzelfde  tijdstip, maar hier toetert iedereen er lustig op los, dus het geeft een gezellige kakafonie, zo’n rij auto’s.
Het kunstenaarsgebied is veel uitgebreider dan in Sjanghai en ook veel drukker. In de gids was ons al voorspeld dat het kunstklimaat in Beijing veel levendiger is dan in Sj. Niet zo gek in een stad met 80 universiteiten! Galleries worden afgewisseld met trendy restaurants en allerhande designachtige winkels. Wel is opvallend dat commerciële rotzooi en echte kunst hier makkelijk samen gaan. Buiten het Ullens Centre of Contemporary Art staan de verkopers met allerlei prullaria pal voor de deur. Dat UCCA trouwens blijkt opgezet door het Belgische paar Ullens, dat blijkbaar én veel geld én veel liefde voor de Beijingse kunstscene heeft.  Wel wat zuur voor een ijdeltuit als ik is dat de dame achter de kassa mij onmiddellijk  boven de 60 inschat. U mag gratis naar binnen, meneer. Mmmm. Jur geeft zich voor student uit dus die mag ook voor niks. We maken onder andere een live performance mee waarbij het publiek in het stikkedonker a cappella muziek mag staan maken. Ik kom daarachter door een flitsfoto te nemen, wat mij meteen op een reprimande van het personeel komt te staan. Jur, als rasechte theaterman voelt zich gegrepen en staat in het stikkedonker ritmisch mee te bloepen en te sissen.
Op de terugweg banen we ons met onze fiets soms met moeite een weg door plots afslaande auto’s, steeds grotere stromen voetgangers en alsmaar aandikkende files en dito lucht. Maar Jur blijkt net zo’n feilloze oriëntatie te hebben als zijn vader. We komen, zelfs met het nemen van enkele andere straten, zonder mankeren weer precies bij ons achteraf in een steegje gelegen hotel aan. Je kunt ons rustig overal ter wereld neerzetten, we vinden de weg altijd terug. Zoveel is zeker.
We stellen ons beeld van Beijing nóg een keer bij. Zelfs op een donderdagavond lijken in sommige straten alle restaurants zonder uitzondering helemaal vol te zitten. Zelfs met een temperatuur van niet meer dan een graad of tien eten veel mensen buiten onder de rode lampions, die in een van de straten over zeker twee kilometer lengte hangen.
Als we later op de avond naar een jazzclub gaan lopen we overal Haloween vierende jongeren tegemoet. Dat Amerikaanse feest heeft, inclusief de pompoenen met een lampje er in, ook hier behoorlijk wortel geschoten. Als we aankomen bij de jazzclub dat aan een meertje ligt, schalt overal muziek over het water. Bij nader inzien is Beijing toch best een gemoedelijke stad.
De jazz is aardig maar het publiek blijft gewoon doorkletsen, dat viel ons in Sjanghai ook al op. Tegen het eind van het concert is het zaaltje vrijwel leeg. Dus wij gaan ook maar, per slot is morgen vroeg dag als we op tijd in het vliegtuig willen zitten. Vaarwel China.


woensdag 30 oktober 2013

“Brake Cabbage Hare” toch niet zo moedig!


Woensdag 30 oktober
We gaan opnieuw naar het Tienanmin plein. Dit keer mogen we er wel op. Het is weer een zonnige dag, wederom weinig te merken van de smog. Misschien was die eerste dag bij nader inzien toch gewoon een mistige dag, zoals wij die ook wel eens hebben.

Het plein is zo groot als uit alle afbeeldingen blijkt. Er lopen veel mensen rond met een bruinverbrand gezicht, een teken dat het veelal toeristen zijn uit het onmetelijke platteland van China. Die ogen toch anders dan de modieuze types uit de grote stad. Ik had gehoopt op een bezoek aan de Grote Zaal van het Volk waar 10.000 afgevaardigden in kunnen, maar helaas, er staan allemaal hekken voor. Net zoals voor het mausoleum van de Grote Roerganger. Waarschijnlijk zijn  dat de naweeën van de Oeigoerse aanslag van enkele dagen geleden. We komen in ieder geval nergens binnen. Wel aan de overkant, met de stroom mensen mee, onder het portret van Mao door, naar de Verboden Stad.

Voordat je bij de eigenlijke Verboden stadspoort bent ben je al twee muren gepasseerd en zeker een kilometer verder. Daarna ontrolt zich een schouwspel dat we allemaal al kennen uit de film van Bertolucci, “The last emperor”. Tempelhal na tempelhal, hoe fraai versierd ook; op het eerste gezicht telkens hetzelfde, alleen de omvang neemt toe naar mate we meer achter in het enorme complex komen. In elke hal staat in het midden een afzichtelijke troon. Wat moet die keizer zich vroeger ellendig en alleen hebben gevoeld. Eentje heeft ooit de inscriptie achter zijn troon laten aanbrengen: “Doing nothing”. De keizers leidden in deze ommuurde omgeving eigenlijk een ontzettend geïsoleerd bestaan. De tuin aan het eind is gelet op de rest van het complex lullig klein en zal de behoefte aan een verblijf in de vrije natuur niet hebben gestild. In de laatste gebouwen zaten de ministers, de eigenlijke machthebbers die de keizer vanzelfsprekend precies influisterden wat hij wilde horen. Wie de toorn van de keizer opriep werd onthoofd, het was dus een kwestie van behoedzaam opereren voor de diplomaten.
In 1912 kreeg, zoals de film van Bertolucci ons leert, de laatste keizer van Sun Yat Sen de wacht aangezegd. Na de tweede wereldoorlog wist de slimme Zhou En Lai, nadat het complex als een wonder aan het geweld van de Japans Chinese oorlog tussen 1934 en 1940 was ontsnapt,  de Rode  Gardisten ervan te weerhouden om het hele complex plat te branden; heel in de verte hoorde hij al het getinkel van de Yankee Dollar.
En het moet gezegd, als je al die toeristen wegdenkt blijft een prachtig, harmonisch vormgegeven complex van gebouwen en pleinen over. De mens staat niet centraal, elke afbeelding van een mens ontbreekt. De fictieve draak zie je overal, evenals andere fantasiefiguren, maar een afbeelding, zelfs van de keizer, ontbreekt waar dan ook. In die zin zijn er overeenkomsten met de formele vormgeving van de Islam. Maar een verwijzing naar welke godsdienst dan ook ontbreekt ook. Het complex kent, voor zover ik kan nagaan, geen gebouwen met een religieuze betekenis. Die vind je wel in andere complexen, waar de keizer bad om een goede oogst en goed weer.
Om het gehele complex goed te bekijken heb je eigenlijk een volle dag nodig, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik na drie uur sloffen bek af ben. Jur heeft het eigenlijk van meet af aan al gehad, hij heeft het in het geheel niet op dergelijke massaal bezochte attracties. En natuurlijk denkt hij ook weer het zijne van mijn eindeloze gefotografeer; ik heb weer een stevig pak ansichtkaarten in mijn Kodakje opgeslagen.
Omdat het pas half vier is hebben we nog tijd genoeg om naar het gebouw van Rem Koolhaas te gaan, dat hij heeft ontworpen voor de Chinese radio en tv. Helaas blijkt er een metrostation opgeheven of gewoonweg niet te zijn en moeten we stevig doorlopen naar het volgende. Ik begin nu toch echt heel moe te worden. Maar we zetten door.
De schepping van Koolhaas blijkt in werkelijkheid nog veel spectaculairder dan we op de foto’s reeds vermoedden. Het wordt me nu duidelijk waarom het gebouw van de Beijingers de naam “de onderbroek” heeft gekregen. Vanuit een bepaald perspectief is het inderdaad de wat rafelige onderkant van een zittende figuur met de benen wijd. Hulde aan de autoriteiten van Beijing dat ze dit project hebben aangedurfd. Het slaat alle andere architecturale scheppingen die we zagen (en dat waren er heel veel) met straatlengten. Dit is nu echt een gebouw met een hoge “Wow-factor”. Het valt ook op hoeveel Chinezen het gebouw  vastleggen. Bijzonder gedurfd is de bijna achteloze wijze waarop Koolhaas op het gebouw een bepaald niet regelmatige verlopend ruitjespatroon heeft aangebracht. Het lijkt of een vlotte schets uit de losse pols is vastgelegd in duizenden tonnen staal, beton en glas. Dat noem ik nou eens lef hebben, zowel van de kant van de schepper als van de opdrachtgever.
Helaas is ook dit gebouw weer omgeven met een hoog, puntig hek en talloze camera’s. Revolutionaire groeperingen hebben het altijd eerst voorzien op de tv studio's niet waar? Nou, die komen er hier in de schepping van Rem echt niet in. Maar had hij als aanhanger van westerse vrijheden niet moeten bepleiten dat het gebouw op een of andere manier publiek toegankelijk zou zijn? De grote Rem Koolhaas (door Jur consequent Brake Cabbage Hare genoemd) is even dienstbaar geweest aan zijn opdrachtgever als elke doodnormale architect. Laat dat even worden vastgesteld.

Liever geen groepsreizen meer


Dinsdag 29 oktober

 
We stellen ons sombere beeld van Beijing vandaag wat bij. De smog blijkt geheel verdwenen, de gehele dag is de lucht staalblauw, wel voor het eerst hier in China. De stad oogt ineens een stuk kleuriger, maar het blijft in vergelijking met Sjanghai toch een wat sjofele stad.

Vandaag gaat het in een klein busje met nog een andere reisgenoot, miss Bel uit Israel; een Ethiopische Jodin van geboorte, en een reisgids naar de attractie waarvan Grote Roerganger Mao eens zei: “Je bent geen man als je niet eens de Grote Muur beklommen hebt”. En wel, mannen zijn we. Dus gingen we vandaag richting “het enige bouwwerk dat vanaf de maan zichtbaar is” (Neil Armstrong). Dat het ding inderdaad van de maan af zichtbaar is geloof ik voor geen meter, want toen we eenmaal bovenop stonden en we de muur inderdaad tot in de verte konden zien kronkelen over de bergen waren het nog maar dunnen lijntjes. Hoe moet dat dan vanuit de ruimte te zien zijn? Enfin, de tocht er naar toe, inclusief alle toeristische rimram als een bezoek aan een jadebewerkerscentrum, een zijdespinnerij en een theeschenkerij, was toch  de moeite waard. Hoe hoger je komt, hoe minder toeristen je ziet. Na een uur klimmen ben je alleen met, ja… met jonge meisjes, want die kunnen met hun dunnen lichaampjes blijkbaar het makkelijkste boven komen.

Onderweg loop je alle nationaliteiten tegen het lijf. De Grote Klim verbroedert alleszins. Ineens sta ik arm in arm met een Chinees op de foto, of met twee Russische vrouwen (“you’re such a handsome man, waarvan akte!!), of met een jongen uit Zuid Korea die onmiddellijk wist wie Guus Hiddink was.

Het uitzicht is majestueus, elk cliché rondom de Muur wordt op deze strek bewaarheid: plooiende bergen, robuuste wachttorens en vooral, steile, soms manshoge trappen. Ik kom er tegenop maar hoe dat die kleine Chinezen lukt is me een raadsel, die moeten telkens een kwart van hun lichaamslengte overtillen.  Zoals altijd houden Jur en ik onze eeuwige competitie tot bovenaan vol.  De 26 jarige zoon weet zijn 63 jarige vader enkele tientallen meters voor te blijven, maar het gaat ook bij hem niet van Jetje stel ik tot mijn genoegen vast . Onze mede passagiere in het busje, Bel uit Israël,  die nog zo gezegd heeft dat we haar niet alleen mogen laten, is natuurlijk in geen velden of wegen meer te bekennen. Op de terugweg raak ik op mijn beurt verdwaald tussen de vele parkeerplaatsen en kom ik zodoende een half uur te laat terug bij het busje; de gids kijkt “not amused” en brengt ons niet naar de wel in de aankondiging beloofde Mingtombe. Nee, groepsreizen, ook al zijn ze nog zo klein (deze bestaat uit 3 personen), is niks voor mij. Net zo min als voor Jur, daarin zijn we precies hetzelfde. Blij dat het tot deze ene dag beperkt blijft.

De thee schenkende dame tijdens het verplichte bezoek aan een theewinkel kijkt bijvoorbeeld heel chagrijnig als ons groepje van 3 niet onmiddellijk staat te popelen om  na haar ellenlange uiteenzetting over 12 jaar oude Chinese thee, goed voor de spijsvertering en de bloedsomloop, die voor 20 euro per pakje aan te schaffen. Bel laat  zich door haar boze blikken alsnog omkletsen, maar wij stugge ollandels uit Luttelda (Rotterdam) houden ferm de portemonnee gesloten. Ergens anders doe ik overigens wel een aankoop maar dat ga ik hier voor het thuisfront niet verklappen.

Na vanavond stellen we het beeld aan Beijing nog meer bij. Het blijkt op sommige plaatsen wel degelijk een frivole stad, althans in die ene wijk die als uitgaanswijk geldt en waar wij vanavond Pekingeend aten in een door de Lonely Planet aanbevolen maar toch vrij stil restaurant. In de buurt zijn veel mooie winkels te vinden met westerse merken en tevens een straat die Jur deed denken aan het Leidseplein, vol  lawaaierige bars. Een straat verder werden we vrij hinderlijk door allerlei lieden uitgenodigd om in hun titty bar naar óf slechte live bands óf paaldansende meisjes te komen kijken.  We doen het niet omdat we geen zin hebben in biertjes van 10 euro per stuk. Het ziet er van buiten af trouwens erg leeg uit op zo’n dinsdagavond.  De metro is om 11.00 alweer dicht; toch wel een probleem , dat vroege naar bed gaan van die Chinezen. Maar een taxi is snel gevonden.