De Volkskrant stelt in zijn kerstbijlage vast dat een van de topic trends van het afgelopen jaar de opkomst van de musea in de provincie is. Terecht, zoals ik afgelopen week weer kon vaststellen, nu in Dordrecht, daaar waar ik eerder die conclusie ook al trok in het Noord Brabants Museum in Den Bosch en het Museum voor Moderne Kunst Arnhem. Allemaal springlevende musea met prachtige tentoonstellingen die niet onderdoen voor wat de grote broers te berde brengen. Kijk nu eens naar het Dordrechts Museum met een leuke expositie over de kunst in de jaren tachtig. Bekende namen duiken op: Rob Birza, Peter Klashorst, Rob Scholte, René Daniels en een ontluikende Marlène Dumas. Niet dat ik van al dat werk onder de indruk ben. Van het fletse schilderwerk van René Daniels heb ik nooit wat begrepen, ik beschouw hem maar als een "artist's artist" want kunstenaars en bobo's zijn er altijd zeer van onder de indruk. Peter Klashorst ken ik eigenlijk meer van de schandalen die hij met zij vrije levenswandel in en buiten Afrika veroorzaakte, zijn werk vind ik nonchalant en zeer gedateerd. Birza en Scholte echter, om van Dumas maar te zwijgen komen nog steeds even krachtig over als ze toen zullen hebben gedaan. Ik zeg "zullen hebben", want met kunst hield ik me in die jaren helemaal niet bezig. Ik was bezig de samenleving te verbeteren in de vakbond; weer een hele andere manier van verbouwing dan die de krakers nastreefden. Soms wordt ik een beetje moe van al die krakers-aandacht op dit soort nostalgische exposities; alsof er in dit tijd geen andere vormen van protest waren; maar akkoord ze waren beeldbepalend in die dagen,en daardoor makkelijker te reproduceren, dat wel.
Een gemist kans toch weer is de onbedwingbare behoefte van ook de kleinere musea om zich als "white cube" te presenteren. Juist een tentoonstelling die zo uitvoerig refereert aan kraak- en punkbeweging zou het hebben gesierd die in geluid en entourage meer te tonen. Alleen de laatste zaal, met wanden die voorzien zijn van in die tijd veel gebruikt graffity sjablonen en bijbehorende documentaire (alleen te beluisteren op koptelefoon) komen in de richting. Het had uitbundiger gekund. Maar blijkbaar moet een museum toch een eerbiedwaardige plek blijven; niet raar dat je jongeren er nauwelijks ziet (behalve als ze er klassikaal doorheen worden gejaagd).
Totaal aantal pageviews
dinsdag 24 december 2013
donderdag 19 december 2013
Is een wolk niet toevallig een rotsblok?
In het Museum Bozart in Brussel geweest. ‘Bozart’, een mooie
oplossing in de eeuwigdurende taalstrijd, de Franse naam mag, maar dan wel
fonetisch geschreven. OK, dus in het Bozart geweest. Ik wilde eigenlijk naar
het nieuwe museum Fin de siècle (dat dan weer wel in het Frans, maar Fin de
siècle is een internationale soortnaam geworden dus dan mag het weer) maar mijn
lief wilde naar het René Magritte museum, en daar was ik ook nog nooit geweest,
dus hebben we dat gedaan.
René Magritte, “ceci n’est pas un pipe”, Belgischer kan
niet. België is niet alleen hét land van de surrealistische schilders, het ís
ook surrealistisch. Dat merkten we de avond ervoor toen we dachten een
pittoreske avondwandeling te kunnen maken over de met leuke kerstlichtjes
versierde Groote Markt. Mis. Men had het nodig gevonden in deze donkere dagen
een “stemmig” klank- en lichtspel op te voeren. Wat je kreeg was een donderend spektakel van de
meest afschuwelijke computermuziek met aan en uit flitsende lichten in alle
kleuren van de regenboog op de eeuwenoude gevels. En dat op een markt die zo
vol stond dat er niemand mee bij kon. Gevolg: volkomen vast zittende
zijstraten. We hebben er een uur over gedaan om van de ene naar de andere kant
te komen en hebben dus de hele wanvertoning moeten ondergaan.
Magritte dus. Een tentoonstelling die om mysterieuze redenen
geheel in het duister is opgezet. Ik begrijp dat daglicht zich moeilijk
verdraagt met de kleurige affiches en tekeningen maar waarom dat nu ook de zaal
met het schilderwerk van Magritte in dit duistere licht is gehuld ontgaat me.
De Nachtwacht hoef je toch ook niet bij een peertje van 25 watt te aanschouwen?
Het leuke van de tentoonstelling is dat niet alles precies
in chronologische volgorde is neergezet en opgehangen. Pas na een tijdje ga je de constanten in het werk van
Magritte zien: de bolhoed, de kattenbelletjes, de uitgehakte deuren, de met
doeken bedekte gezichten, de uit de grond groeiende vogels enz. Ook zie je
telkens weer dezelfde namen van kunstenaars opduiken met wie hij samenwerkte.
Magritte was een echte coöperatief werkende bedenker van gekke invallen. En
toch ook weer een heel burgerlijk levende man tesamen met zijn Georgette. Een man van merkwaardige tegenstellingen dus.
Beginnend als kunstenaar die alle zekerheden ter discussie stelde: “is een wolk
wel een wolk en toevallig geen rotsblok?” en later alsmaar dezelfde prachtige
nachtgezichten onder een heldere zomerhemel schilderde omdat die zo goed
verkochten.
In een schitterende documentaire aan het eind vallen alle
puzzelstukjes op hun plek. Je hebt bij het naar buitengaan het idee dat je
Magritte begrepen hebt. Ook al is dat misschien niet echt zo, de illusie alleen
al geeft een goed gevoel.
vrijdag 22 november 2013
De eerste "darlings" vakkundig gekilled
De eerste darling die werd gekilled was Alain de Botton,
populaire filosoof over van alles en nog wat, seks, architectuur, religie en nu
ook kunst: “Art as therapy”. Geen der
forumleden van deze nieuwe loot aan de Rotterdamse literatuurboom had een goed woord over voor de nieuwst denkvrucht van De Botton. Het vaste forum komt telkens met wisselende samenstelling: in deze premiere waren het beeldend
kunstenaar-dichter Peggy Verzett, schrijver Marcel Möring en cultuurpaus Hugo
Bongers, Möring noemt De Botton's kunstopvatting belegen , Bonger constateert een eendimensionale kunstopvatting en Verzett stelt vast: " niks
nieuws gelezen".
De tweede “ darling”; de tentoonstelling “ Échte Rotterdammers” van Museum Rotterdam in
Las Palmas kwam er in ieder geval bij Bongers wat beter van af. Hij vond het
heerlijk om al die spulletjes die zo lang inde depots hadden gestaan nu
eindelijk eens bij elkaar te zien. Maar Marcel Möring vond het een rommelig
zootje en Peggy Verzett een oeverloos thema zonder gerichtheid. De vraag van
forumleider Hans Sibarani, waarom het toch altijd weer Rotterdam is die zich
deze vragen stelt, en nooit eens Amsterdam of bijvoorbeeld Groningen werd door
Möring afdoende beantwoord: zo’n eindeloze behoefte aan zelfreflectie heb je
alleen maar als je last hebt van een minderwaardigheidscomplex, Rotterdam is nu
eenmaal altijd “maar” de tweede stad.
Uitgesproken positief waren Verzett en Möring over de
Chaneltentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Verzett: niemand maakte
zulke prachtig afgewerkte pakjes. En Möring onthulde dat hij altijd
Chanelparfum “draagt” en hij wist waarom de pakjes van Chanel altijd zo
charmant stonden: zij maakte de mouwen altijd net iets korter dan eigenlijk
moest; dat kleedt slank af. Bongers vond de tentoonstelling er een in een
grotere reeks uitstekende mode-tentoonstelling in het GEM; klein maar smaakvol.
De film “Parkland” over het hotel waarin Kennedy vlak na
zijn dood werd neergelegd, en waar twee dagen later ook het lijk van Lee Harvey
Oswald voorbijkwam (pas vanaf januari in Nederland te zien) maakte evenmin veel
enthousiasme los. Bongers vond het een typische Hollywoodfilm waarin alle
clichë’s werden uitgemolken, zoals een de tegelijkertijd afgedraaide begrafenis
van Kennedy en Oswald, alle verschillen lekker uitvergroot.
Aan het eind ontstond toch nog echt verschil van mening naar
aanleiding van een filmpje over een optreden van de Toppers met een Shaffy potpourri. Dat kon
toch écht niet voor Ons Soort Mensen, aldus forumvoorzitter Sibarani. Waarom
niet, reposteerde tot zijn niet geringe verbazing alle forumleden; als het maar
goed gebeurt. En ja, zelfs Liesbeth List zat in het publiek
zichtbaar te huilen. Dus akkoord wat die Toppersinterpretatie van Shaffy betreft.
Aan het slot een fantastisch optreden van La Pad, de
Nederlandse Zarah Leander, met een aantal Rilke vertolkingen, we waren tenslotte
te gast bij het Goethe instituut.
Een reeks die veel belooft voor de toekomst!
donderdag 21 november 2013
Niet het vierkant, maar de cirkel is de essentie van Malevich
Malevich schokte de wereld met zijn volkomen zwarte doek. En maakt het daarna nog bonter door een wit op wit doek te schilderen. Waarmee het eind van de schilderkunst bereikt was. kwasten en doeken konden worden opgeborgen. Het moment suprème was daar. Het suprematisme had zichzelf opgeheven. Het mooie van de tentoonstelling in het Stedelijk is dat je de werdegang van Malevich stap voor stap kunt volgen aan de hand van heldere teksten; de ideale tentoonstelling in het kader van lessen cultuureducatie voor gevorderden.
Hoogtepunt is de reconstructie van een opstelling die in die roerige jaren 20 in Rusland al een keer was gemaakt: een wand vol sterk geometrische doeken, die een prachtig Gesammtkunstwerk vormden met het befaamde "Zwarte Vierkant" als een soort gedoofd computerscherm bovenin de hoek. Wieteke van Zeil, de onvolprezen klassieke kunstbeschouwer van de Volkskrant, ging zelfs al zover naar aanleiding hiervan te zeggen dat we af moeten van het idee dat kunstwerken allemaal naast elkaar tentoongesteld moeten worden; je zou ze meer verspreid over de witte wanden moeten hangen. Dát ben ik nou weer niet met haar eens maar hier werkt het wel; al was het maar omdat Malevich zelf het zo gewild had.
Daarna gaat Malevich met zijn ideeën als professor de boer op en presenteert zijn kleur en vormtheorieën in de vorm van gigantische tableaus die op zich ook weer als kunstwerk op te vatten zijn. Maar zijn strenge ideeën blijken in de westerse wereld weinig aan te slaan al zijn de gedachten van De Stijl vrijwel tegelijkertijd toch op dezelfde strenge leer gebaseerd (jammer genoeg zegt de tentoonstelling daar niets over). In eigen huis raakt hij ten tijde van Stalin in diskrediet en moet zich noodgedwongen weer meer op de realistische kunst gaan storten; hetgeen vlak voor zijn dood nog enkele prachtige portretten van familieleden en hemzelf oplevert; zoals hij ook begonnen was. Niet het magisch vierkant maar de volmaakte cirkel blijkt het kenmerk van Malevich. Een schitterende tentoonstelling, al moet ik er wel bij zeggen dat ik een soortgelijke tentoonstelling enkele jaren geleden in het Van Abbemuseum in Eindhoven ook al had gezien. Maar deze was qua opzet helderder.
Hoogtepunt is de reconstructie van een opstelling die in die roerige jaren 20 in Rusland al een keer was gemaakt: een wand vol sterk geometrische doeken, die een prachtig Gesammtkunstwerk vormden met het befaamde "Zwarte Vierkant" als een soort gedoofd computerscherm bovenin de hoek. Wieteke van Zeil, de onvolprezen klassieke kunstbeschouwer van de Volkskrant, ging zelfs al zover naar aanleiding hiervan te zeggen dat we af moeten van het idee dat kunstwerken allemaal naast elkaar tentoongesteld moeten worden; je zou ze meer verspreid over de witte wanden moeten hangen. Dát ben ik nou weer niet met haar eens maar hier werkt het wel; al was het maar omdat Malevich zelf het zo gewild had.
Daarna gaat Malevich met zijn ideeën als professor de boer op en presenteert zijn kleur en vormtheorieën in de vorm van gigantische tableaus die op zich ook weer als kunstwerk op te vatten zijn. Maar zijn strenge ideeën blijken in de westerse wereld weinig aan te slaan al zijn de gedachten van De Stijl vrijwel tegelijkertijd toch op dezelfde strenge leer gebaseerd (jammer genoeg zegt de tentoonstelling daar niets over). In eigen huis raakt hij ten tijde van Stalin in diskrediet en moet zich noodgedwongen weer meer op de realistische kunst gaan storten; hetgeen vlak voor zijn dood nog enkele prachtige portretten van familieleden en hemzelf oplevert; zoals hij ook begonnen was. Niet het magisch vierkant maar de volmaakte cirkel blijkt het kenmerk van Malevich. Een schitterende tentoonstelling, al moet ik er wel bij zeggen dat ik een soortgelijke tentoonstelling enkele jaren geleden in het Van Abbemuseum in Eindhoven ook al had gezien. Maar deze was qua opzet helderder.
Theu Boermans als John Lanting, dat was lachen!
Wat moet je als spraakmakende regisseur als je van de werkgever telkens van die oubollige blijspelen moeten opvoeren omdat die de kassa zo lekker laten rinkelen. Dat lijkt mij het dilemma waarin Theu Boermans bij het Haagse sjieke Nationaal Toneel terecht is gekomen. Het stuk "De Ideale Man" van nb. Oscar Wilde (die moest blijkbaar ook de schoorsteen laten roken) is er zo een. Veel drinkende en dansende, elkaar bedriegende echtgenoten met veel slaande deuren en een happy end voor iedereen. "Dan laat ik gewoon gaandeweg het decor in elkaar storten", zal Theu gedacht hebben."Als het echt stuitend wordt met al die voorspelbare onzin gaat de hele boel tegen de vlakte". Dat is dus wat er gebeurt. En verdomd, daardoor werd het toch weer enigszins draaglijk, alle voorspelbare intriges en plotten ten spijt. Het begon met een schilderij dat plotseling los liet. Ik dacht nog dat het een technische onvolkomenheid was. Daarna liet een vloerplaat los. Maar toen iemand in plaats van door de deur iemand dwars door de (papieren) muur van een slaapkamer heen liep begon mij een lichtje op te gaan. Daarna was er geen houwen meer aan. Er viel een deel van de schoorsteen omver (een van de hoofdrolspelers, die had eerder om moeten vallen, u had naar Amsterdam moeten komen, daar ging het goed), iemand bleef met zijn voet achter het nepgras haken, iemand zakte door de trap etc. etc. Daarmee werd het stuk alsnog gered. Het Theater van de Lach, nu door Theu Boermans voor het betere publiek!
woensdag 20 november 2013
Museum Rotterdam verzuipt in het thema
Museum Rotterdam is footloose nu het Schielandhuis gesloten is. Niet voor de eerste keer (ik herinner mij een tentoonstelling over het Interbellum) strijkt het neer in Las Palmas. Met zo'n fraaie zaal ter beschikking hoef je eigenlijk helemaal geen eigen museum meer te hebben. Museum Rotterdam moet maar eens serieus nadenken over haar zigeunerbestaan; misschien is dat wel heel Rotterdams, voortdurend opduiken in onverwachte Rotterdamse gebouwen en wijken, Zoals enkele jaren achtereen ook al gebeurde in "Het Gemaal op Zuid"aan het Afrikaanderplein.
De tentoonstelling zelf: "Echte Rotterdammers" is een teleurstelling. Bij binnenkomst heb ik al meteen het gevoel in het depot van het museum terecht te zijn gekomen. Op lelijke stellingen staan de spulletjes van het museum schijnbaar lukraak opgestapeld. Als snel blijkt dat keurig per thema gebeurd te zijn, maar dat doet aan de rommelige totaalindruk niks af. Iemand heeft bedacht dat je op aanraakschermpjes teksten beter tot je neemt dan met een kaartje bij het voorwerp. Ik weet het niet hoor, het zal wel.
Het thema is zo wijdlopig dat Museum Rotterdam haar totale collectie had kunnen uitstallen, alles heeft wel iets met Rotterdam te maken, nietwaar.
Dat de sportafdeling (waar overigens verwijzingen naar Sparta en Feijenoord ontbreken! een muur heeft opgebouwd uit kratjes Heineken mag een pijnlijke misser genoemd worden. Feijenoorders drinken uit principe geen bier uit 020, toch?
Weinig tot niks over actuele kwesties. Het overlijden van Pim, dat door Rotterdam op wel een heel indringende wijze werd beleefd, ja zelfs de opkomst van een nieuwe politieke stroming een extra zet gaf, wordt niet gememoreerd. Te politiek misschien, daar is Museum Rotterdam toch niet bang voor? O toch wel? Wel veel plichtmatig multiculturalisme. De afdeling jeugd toont een paar fraaie foto's van gabbers, maar verder was de eerdere expositie van hetzelfde Museum over Roffa 5314 in Het Gemaal tien keer beter.
Laten we maar vaststellen dat Museum Rotterdam zich verkeken heeft op de breedte van het onderwerp. Er had veel gerichter toegewerkt moeten worden naar een deelthema dat met de stad verbonden is. Ondanks al die honderden fotootjes van Rotterdammers met flauwe tekstjes of die honderd modepoppen met alle kledingstukken die in het magazijn voorradig waren.
De tentoonstelling zelf: "Echte Rotterdammers" is een teleurstelling. Bij binnenkomst heb ik al meteen het gevoel in het depot van het museum terecht te zijn gekomen. Op lelijke stellingen staan de spulletjes van het museum schijnbaar lukraak opgestapeld. Als snel blijkt dat keurig per thema gebeurd te zijn, maar dat doet aan de rommelige totaalindruk niks af. Iemand heeft bedacht dat je op aanraakschermpjes teksten beter tot je neemt dan met een kaartje bij het voorwerp. Ik weet het niet hoor, het zal wel.
Het thema is zo wijdlopig dat Museum Rotterdam haar totale collectie had kunnen uitstallen, alles heeft wel iets met Rotterdam te maken, nietwaar.
Dat de sportafdeling (waar overigens verwijzingen naar Sparta en Feijenoord ontbreken! een muur heeft opgebouwd uit kratjes Heineken mag een pijnlijke misser genoemd worden. Feijenoorders drinken uit principe geen bier uit 020, toch?
Weinig tot niks over actuele kwesties. Het overlijden van Pim, dat door Rotterdam op wel een heel indringende wijze werd beleefd, ja zelfs de opkomst van een nieuwe politieke stroming een extra zet gaf, wordt niet gememoreerd. Te politiek misschien, daar is Museum Rotterdam toch niet bang voor? O toch wel? Wel veel plichtmatig multiculturalisme. De afdeling jeugd toont een paar fraaie foto's van gabbers, maar verder was de eerdere expositie van hetzelfde Museum over Roffa 5314 in Het Gemaal tien keer beter.
Laten we maar vaststellen dat Museum Rotterdam zich verkeken heeft op de breedte van het onderwerp. Er had veel gerichter toegewerkt moeten worden naar een deelthema dat met de stad verbonden is. Ondanks al die honderden fotootjes van Rotterdammers met flauwe tekstjes of die honderd modepoppen met alle kledingstukken die in het magazijn voorradig waren.
donderdag 31 oktober 2013
Belgen pushen de kunst in Beijing
Donderdag 31 oktober,
De laatste volledige dag in China breekt al
weer aan. Het is omgevlogen! Om het geheel een feestelijk tintje te geven is
vandaag de smog weer neergedaald over de hoofdstad van China. In de ochtend
valt het nog wel mee, maar ‘s middags wordt de zon dunner en de lucht dikker.
Het aantal mondkapjes op straat neemt rap toe.
In de nog zonnige ochtenduren kiest Jur voor
lang uitslapen en ga ik de Hutongs in, de (volgens de Lonely Planet) voor het
centrum van Beijing kenmerkende kleine straatjes, waar de mensen nog down to
earth wonen in plaats van in gestapelde hoogbouw. In de Hutongs woonden vroeger
juist de hooggeplaatsten, zodat er heel wat oude ommuurde complexen te vinden
zijn die echter helemaal zijn volgebouwd met rommelige schuurtjes en
vertrekken; als je niet beter wist zou je dit de bidonvilles van Beijing
noemen. Maar niemand loopt te bedelen of zielig te doen en men lijkt gelukkig
met zijn bestaan hier. Ze zijn behoorlijk in opkomst bij de toeristen, die
straatjes, dus overal zie je verbouwingsactiviteiten. Tussen de armoedige
woninkjes duiken steeds meer sjieke restaurantjes en kekke zaakjes op. Over
enkele jaren zijn deze buurten, vrees ik, voor een groot deel onherkenbaar
veranderd. Maar nu kan ik nog uren dwalen en bijvoorbeeld stuiten op een
theatercafé dat zo uit Nederland lijkt te zijn weggewandeld. Niet dat dát nou
zo ontzettend authentiek is, maar de sfeer is goed.
Aan het eind van de wandeling beklim ik de
steile trap van de Drum Tower, waar elk uur inderdaad door een paar man vrolijk
op enorme trommels wordt geramd, weer eens wat anders dan klokgelui. Vanaf de
toren krijg ik een goed beeld van de smog die op Beijing is neergedaald. Verder
dan een kilometer kun je nauwelijks kijken.
In de middag gaan we ondanks dat toch maar
eens kriskras met de fiets door de stad. Nu zien we pas hoe ontzettend groot
Beijing is. We willen naar een kunstenaarscentrum in het noodoosten en doen
daar vanuit het centrum ongeveer een uur over. Ook valt de enorme drukte op die tegen het eind van de werkdag alsmaar groter wordt. Tegen de tijd dat
we terug gaan staat overal het verkeer vast. Dat verschilt niet zozeer met
Nederland op hetzelfde tijdstip, maar
hier toetert iedereen er lustig op los, dus het geeft een gezellige kakafonie,
zo’n rij auto’s.
Het kunstenaarsgebied is veel uitgebreider dan
in Sjanghai en ook veel drukker. In de gids was ons al voorspeld dat het
kunstklimaat in Beijing veel levendiger is dan in Sj. Niet zo gek in een stad
met 80 universiteiten! Galleries worden afgewisseld met trendy restaurants en
allerhande designachtige winkels. Wel is opvallend dat commerciële rotzooi
en echte kunst hier makkelijk samen gaan. Buiten het Ullens Centre of Contemporary Art staan de verkopers met allerlei prullaria pal voor de deur. Dat UCCA
trouwens blijkt opgezet door het Belgische paar Ullens, dat blijkbaar én veel
geld én veel liefde voor de Beijingse kunstscene heeft. Wel wat zuur voor een ijdeltuit als ik is dat
de dame achter de kassa mij onmiddellijk boven de 60 inschat. U mag gratis naar binnen,
meneer. Mmmm. Jur geeft zich voor student uit dus die mag ook voor niks. We
maken onder andere een live performance mee waarbij het publiek in het stikkedonker
a cappella muziek mag staan maken. Ik kom daarachter door een flitsfoto te
nemen, wat mij meteen op een reprimande van het personeel komt te staan. Jur,
als rasechte theaterman voelt zich gegrepen en staat in het stikkedonker
ritmisch mee te bloepen en te sissen.
Op de terugweg banen we ons met onze fiets
soms met moeite een weg door plots afslaande auto’s, steeds grotere stromen
voetgangers en alsmaar aandikkende files en dito lucht. Maar Jur blijkt net
zo’n feilloze oriëntatie te hebben als zijn vader. We komen, zelfs met het nemen
van enkele andere straten, zonder mankeren weer precies bij ons achteraf in een
steegje gelegen hotel aan. Je kunt ons rustig overal ter wereld neerzetten, we
vinden de weg altijd terug. Zoveel is zeker.
We stellen ons beeld van Beijing nóg een keer
bij. Zelfs op een donderdagavond lijken in sommige straten alle restaurants
zonder uitzondering helemaal vol te zitten. Zelfs met een temperatuur van niet
meer dan een graad of tien eten veel mensen buiten onder de rode lampions, die
in een van de straten over zeker twee kilometer lengte hangen.
Als we later op de avond naar een jazzclub
gaan lopen we overal Haloween vierende jongeren tegemoet. Dat Amerikaanse feest
heeft, inclusief de pompoenen met een lampje er in, ook hier behoorlijk wortel
geschoten. Als we aankomen bij de jazzclub dat aan een meertje ligt,
schalt overal muziek over het water. Bij nader inzien is Beijing toch best een
gemoedelijke stad.
De jazz is aardig maar het publiek blijft
gewoon doorkletsen, dat viel ons in Sjanghai ook al op. Tegen het eind van het
concert is het zaaltje vrijwel leeg. Dus wij gaan ook maar, per slot is morgen
vroeg dag als we op tijd in het vliegtuig willen zitten. Vaarwel China.
Abonneren op:
Posts (Atom)

