Op zaterdag 29 december aangeschoven in de rij voor het Stedelijk. Ruim de tijd gehad om het verblijven onder de majestueuze overhellende rand van de badkuip van Benthem en Crouwel te beleven. De condensstrepen in de op eens blauwe lucht versterkten die beleving nog eens. Ondanks alle gemopper over die nieuwe uitbouw vind ik hem gedurfd en geslaagd. Misschien niet eens zozeer als beeld voor veraf (dan staat er inderdaad van alles in de weg) maar vooral van dichtbij is de nieuwe entree van het Stedelijk glorieus. Ook binnen is de aansluiting van de kunststoffen gladde wand op de oude muren van het voormalige stedelijk heel geslaagd; eenzelfde effect als bereikt werd bij de koppeling van de oudbouw en nieuwbouw van de Tweede Kamer door Pi de Bruijn. De aansluiting is met al die open trappen (en gesloten buis voor de roltrap voor een naadloze overgang van bovenste verdieping naar de kelder) nog eens extra functioneel geaccentueerd.
De expositie uit de vaste collectie biedt louter momenten van herkenning voor diegenen die ook vroeger vaker naar het Stedelijk gingen; voor nieuwe bezoekers biedt het een heel aardige caleidoscoop van wat "moderne kunst" volgens het Stedelijk betekent; geredeneerd vanaf het midden van de 19e eeuw. Vooral de zaal met kleine maar o zo gedetailleerde tekeningen van Malevitch vond ik de moeite. En bovenal het oude, in tact gebleven koffiebuffet, dat door Karel Appel is beschilderd.
Met de eerste tijdelijke expositie, het werk van de Amerikaan Mike Kelley, heb ik niks. Een parodie, zo men wil "genadeloze kritiek" op de Amerikaanse samenleving aan de hand van op alle mogelijke manier bijeen gebrachte ready mades. Met name zijn grafische werk in de vorm van affiche-achtig beeldmateriaal is onhelder als men de context waarin het werk gemaakt is niet kent (ken ik dus niet). Tijd om dat allemaal door te vorsen is er niet en een compacte toelichting ontbreekt. Ik had geen behoefte aan de catalogus van 400 pagina's. Kortom, volgens mij gaat de portee van deze tentoonstelling aan het grote publiek (waaronder ik) volkomen voorbij.
Totaal aantal pageviews
zondag 30 december 2012
zondag 23 december 2012
Rotterdam Jazz Orchestra met Anton Goudsmit
Een stel dolle, jonge honden; zo kan het optreden van het Rotterdam Jazz Orchestra met 'special guest' gitarist Anton Goudsmit voor een volle Flipsezaal in de Doelen het best betiteld worden. Dat lag overigens niet aan "stuiterbal"Anton, die wist met zijn dominante, knetterende gitaar de meute nog behoorlijk in de juiste richting te dirigeren. Maar zelfs hij moest daar in het begin alle zeilen voor bijzetten; er werd zo hard en vaak ook slordig gespeeld dat de eerste solisten (een mij onbekende 'kleine meid' met de bijna even grote baritonsax en tenorist/fluitist Bart Wirtz) er nauwelijks bovenuit kwamen. Maar ja, dat krijg je er van nu het RJO de laatste tijd een forse verjonging heeft ondergaan en de wat belegen bigbandstijl heeft verlaten voor een meer eigentijds funky aanpak. Later kwam het geheel in een wat beheerster vaarwater en werd het concert beter en beter; de laatste twee, drie nummers klonken perfect. Het voorlaatste nummer liet de twee gitaarvirtuozen( naast Anton heeft Reinier Baas een vast plaats in de bezetting), uitgebreid aan het woord en kon terecht nog om enkele toegiften worden gevraagd. De New Cool Collective kan er op termijn een geduchte concurrent bij krijgen!
Hierna: alle recensies van de afgelopen drie jaar
Voor diegenen die er in geïnteresseerd zijn: Hierna treft men alle recensies die in de laatste jaren (vanaf medio 2012) heb geschreven over culturele gebeurtenissen waarvan ik getuige was. De recensies zijn alfabetisch per instelling gerangschikt (zie ook het overzicht hiernaast).
AIR
3-7-2012
gezien: Startsup,
presentatie jonge architectenbureau's door AIR
Al weer langer dan
anderhalf jaar verzorgt AIR de presentatie van jonge architectenbureau’s.
“Onze” Astrid Aarsen is de moderator en de omgeving telkens een andere, dit
keer de Dependance in het Schieblock, zelf ook verzamelplaats van vele jonge
kunstorganisaties. Dit keer het bureau Lilith Ronner van Hooijdonk waarachter
drie jonge dames schuil gaan (die allemaal een deel van de mystiek, quasie
chique naam leveren) en het bureau MAKS van Marieke Kums (MAKS is gevormd uit
een aantal letters uit haar naam, zo simpel is soms het leven).
Wie denkt hier met wat
schuchter opererende, verlegen architecten en ontwerpers te doen te hebben,
vergist zich deerlijk; hier waren zelfbewuste, zeer consistent denkende, op
verwezenlijking van eigen ideeën gerichte types aan het woord. Het bureau met
de lange naam probeert via deelname aan prijsvragen snel een portfolio bij
elkaar te slepen; MAKS doet dat ook. De onafhankelijkheid komt tot uitdrukking
in projecten waarvan de uitkomst soms meer op sculptures lijkt dan aan
architectuur doet denken; wat te denken bijvoorbeeld van een leestafel met de
lengte van 25 meter met de ogenschijnlijke vorm van een door een grote ruimte
slingerende serpentine op verschillende hoogtes. Soms kun je op die tafel
liggen, op ander gedeelten moet je er als een tent onder bivakkeren. MAKS deed
ervaring op in Japan (“we spraken de taal niet en denk niet dat je als
westerling in Japan ooit opdrachten verwerft”) en heeft nu een bureau met
mensen met 5 verschillende nationaliteiten; de metropole wereld in een
notendop. Het bureau met de lange naam ontwierp gebouwen uit stenen die ze
eerste zelf moesten maken uit klei en water en metselen werd geleerd van
bouwvakkers die ze toevallig kenden. Enige onbevangenheid is startende
ontwerpers/architecten niet vreemd bleek wel.
Het bureau met de lange
naam wordt gesteund door Studio voor Unsolicited Architecture van het NAi; het
initiatief van Ole Bouman voor nog niet geformuleerde problemen. Wie denkt dat
er geen werk schuilt in het bedenken van oplossingen voor vragen die nog niet
zijn gesteld heeft het mis. What crisis? No crisis!
Tjeu
AIR/De Unie
12-5-2011
gezien: architectuurcase
over leegstand door AIR in de Unie
Dat in Rotterdam heel
veel gebouwen leeg staan liet architect en inleider Tjerk van de Wetering heel
duidelijk zien aan de hand van foto’s die hij maakt van de weg die hij
dagelijks vanuit Rotterdam Zuid naar zijn werk in Rotterdam Noord fietst.
Rotterdam wijkt overigens niet af van andere steden in Nederland. Als je
bijvoorbeeld alle uitgegeven grond die nog geen bestemming heeft aan mekaar
plakt krijg je een gebied zo groot als de Flevopolder. Of alle lege panden bij
elkaar een stad zo groot als Middelburg. Op een pakkende manier wist Van de
Wetering het probleem te schetsen. Maar hoe daar wat aan te doen. “Door in
ieder geval voor een levendige plint te zorgen”, was Tjerks antwoord. Want
leegstand op de etages daarboven is uiteindelijk vervelend voor de huiseigenaar
maar voor de beleving van de stad minder van belang. Met behulp van
kaartopsteken bleek de zaal het daar met hem mee eens. Aan de hand van allerlei
voorbeelden in de Rotterdamse praktijk liet Tjerk zien hoe leegstand zich
manifesteert en hoe je daar oplossingen voor kunst bedenken. Hergebruik van
bestaande panden, niet de bouw van alsmaar nieuwe was een van zijn meer
fundamentele benaderingen. Een beetje navrant was wel dat het huidige icoon van
hergebruik, het Schieblock, nou juist een plint heeft die voor het overgrote
deel nog steeds leeg staat. Maar daar was beheerder Marcus Fernhout van Codum
als de kippen bij: dat is nou juist weer het gevolg van regelgeving. “Als we
een horeca exploitant één dag langer dan twee jaar ruimte verhuren is er sprake
van een langlopend contract dat tien jaar mag duren. De eigenaar krijgt zo’n
exploitant als hij nieuwe plannen heeft met zijn pand er niet meer uit”.
Vandaar het pleidooi van Tjerk van de Wetering om een onderscheid te gaan maken
tussen “tijdelijke” tijdelijkheid en “permanente” tijdelijkheid. Die
laatste vorm zou wel eens hét middel kunnen worden om in Rotterdam nieuwe
ontwikkelingen mogelijk te maken. Helaas was voor het doordenken van dat
laatste onvoldoende tijd meer. Toch een boeiende avond voor een mudvolle en
wederom zeer warme zaal; wanneer wordt die gigantische
luchtbehandelingsapparatuur nu eens adequaat bediend?
Tjeu
Architectuur
wo
10-6-2009 10:34
gezien:
Agenda Rotterdam van 15 architectenbureaus
Alweer
2,5 jaar geleden bracht de RRKC het boekje: Puntig II uit met de roep om “meer
cultuur in de architectuur”,. Het is dus verheugend dat nu 15
architectenbureaus de handen ineengeslagen hebben als “generatie 3.0
architecten uit Rotterdam” en met het manifest zijn gekomen: “architectuur als
ontwikkelkracht voor Rotterdam”. Gisteren boden de 15 bureaus hun manifest aan
aan wethouder Grashoff, die zijn in China verblijvende collega Karakus verving.
Hij deed dat met verve, zoals we van deze nieuwe, daadkrachtige wethouder
inmiddels gewend zijn. Het College omarmt de gedachte van architectuur met
allure maar moet tegelijkertijd vaststellen dat zijzelf weinig bouwopdrachten
verstrekt.
De
15 vinden dat we het niet meer moeten zoeken in telkens nieuwe “iconen” maar
meer in het op niveau brengen en houden van het “fond van alledaagse gebouwen,
de massa waaruit het merendeel van de architectuur bestaat”. Verrassend was het
pleidooi voor een “stedelijke gezinnenstad”, verrassend omdat ik het idee had
dat in Rotterdam de jonge, urban, solitair levende metropolist steeds meer
vertrekpunt van beleid is. Niet dus. Rotterdam moet ruimte bieden aan
woonblokken met collectieve delen, stadstuin, diepe woningen met veel overmaat.
Als voor voorbeeld werden genoemd: De Hofdame naast de Laurenskerk en het
Wallisblok en Le Medi, beiden in Spangen. Het generale sloopverbod dat door de
opstellers van het manifest werd bepleit werd door Grashoff rigoureus
afgewezen. Zou verdere ontwikkeling van de stad alleen maar belemmeren. Verder
werd het RRKC devies herhaald dat er meer robuust, duurzaam gebouwd moet worden
en dat, samengevat, Rotterdam weer een échte architectuurstad moet worden
waarbij opvallend was de roep om stadsdeelbouwmeesters. Eerder riep de RRKC als
om eens stadsbouwmeester maar daar werd toen door de sector nog heel zuinigjes
op gereageerd. Dat ligt dus inmiddels anders.
Op
het laatste na niet veel echt nieuws onder de zon dus, maar wel opvallend dat
nu de architectensector zelf is die met dit manifest komt. Overigens kwamen de
bekende tegenstellingen tussen architecten en stedenbouwkundingen (devies hier:
ophouden met naar elkaar te wijzigen als schuldigen) en tussen architecten en
projectonwikkelaars naar boven. De ook aanwezige dS+V directeur Astrid Samson
vond het verzoek om deelraadbouwmeesters niet nodig gelet op de koepelnota van
de welstandscommissie (waar ook de RRKC al waarderend woorden over uitsprak)
die als richtinggevend kader gebruikt kan worden.
Er
werd nog wat nagemopperd over de aanbestedingsregels rondom het nieuwe stadhuis
aan het Rode Zand waarbij slechts grote architectenbureaus in beeld konden
komen.
Al
met al een interessante, levendige discussie binnen een beroepsgroep die echt
aan de bak wil met aansprekende Rotterdamse architectuur.
Tjeu
Arminius
wo 14-11-2012 10:28
gezien: debat: van Culturele Hoofdstad
tot kaalslag? in Arminius
Wat op deze
historische avond (de gemeenteraad haalde fundamenteel de hark door de
Rotterdamse cultuur) een zeer passend thema leek: “Rotterdam cultuurstad, Van
Culturele Hoofdstad tot kaalslag” werd in Arminius een ronduit teleurstellende
avond.
Teleurstellend
omdat het publiek louter bestond uit grijsaards die eerder uit een plichtmatige
belangstelling voor de serie “Checkpoint geschiedenis” bleken te zijn
gekomen dan om deel te nemen aan een debat; teleurstellend om inleidster
Patricia van Ulzen na haar mooie boek: Dromen van een metropool” de aansluiting
bij Rotterdam volledig kwijt lijkt; ze wist niets te vertellen over Rotterdam
Culturele hoofdstad, niets over enkele culturele highlights van de afgelopen jaren
en eigenlijk helemaal niets over de laatste 10 jaar (“dat was indertijd
geen onderwerp van mijn studie”). Tsja, waarom was zij dan gevraagd; ze
had zich toch een beetje kunnen voorbereiden? Teleurstellend omdat de
moderator, Jacques Börger geen enkele interessante vraag had voorbereid en
teleurstellend omdat ook Festivalgoeroe Johan Moerman eigenlijk niks te
melden had over de afgelopen tien jaar festivals. Gevraagd naar het succes van
Motel Mozaique wist hij niets te berde te brengen. De enige die er zijn best
voor deed was fotograaf Ari Versluys al kwam die bij zijn herinnering aan de
afgelopen 10 jaar eigenlijk ook niet verder dan een Gayparty van 2 weken
geleden met heel veel leernichten.
En het had zo mooi
kunnen worden: de opkomst en ondergang van de multiculturele gedachte, de shock
van Fortuyn na Culturele Hoofdstad, de greep van het populisme na IX/XI op het
gemeentelijk cultuurbeleid, de opbloei van de architectuurkaste en de klap in
deze sector na de crisis, de neerslag van de economische crisis
op de cultuur, de publieksverbreding bij de schouwburg. En ga zo maar door. Je
moet zo’n debat natuurlijk wel goed voorbereiden, een inleider op het goede
spoor zetten, gespreksdeelnemers goed coachen. Nee, als dit maatgevend wordt
voor wat Arminius in het nieuwe cultuurplan aan spannende debatten gaat
neerzetten hou ik mijn hart vast.
vr
2-11-2012 13:41
Art Fair Rotterdam
ma 8-2-2010
17:25
gezien: Art
Fair Rotterdam
Kijken
naar het publiek is daar eigenlijk nog leuker dan kijken naar al die opgestapelde
kunst. Ik ben weer helemaal op de hoogte van alle designbrillen en gerende
rokken die nu gedragen moeten werden. Zelf, zo stelde ik vast, liep ik er weer
zeer onmodieus bij met mijn spijkerbroek. Dus heb ik het proberen te redden met
interessant kijken.
Verbaasd
over de onnutte kunst van Lotte Geeven met haar verminkte tafels en stoelen
(die overigens ook mooie foto’s maakt
van bloemstukken) . De meest opvallende stand vond ik de Russian
Tearoom met grote foto’s van Sergej Maximisjin. En daarvan vond ik zijn foto
van Poetin als sluw kijkende linkmichel weer de allermooiste. De stand van Ron
Mandos mocht er ook zijn met hele grote, onbetaalbare, felle schilderijen.
Verder de hele grote portretfoto’s van Henrik Kersten en de winterlandschappen
van Olaf Otto Becker. Heel bijzonder vind ik ook de foto’s van Bas Princen van
rare bouwwerken in het midden Oosten. Intrigerend vond ik – om nog iets anders
dan fotografie te noemen - het knip en plakwerk van Isabel Ferrand, die
ingewikkelde geometrische figuren opbouwt uit alsmaar dezelfde uitgeknipte
plaatjes van soldaatjes; het ouderwetse monnikkenwerk. Grof schilderwerk tref
je maar weinig aan; alles trekt naar zeer esthetische, mooi afgewerkte kunst
met fotografie nog steeds (steeds meer?) op de eerste plaats. Videokunst, waarmee
de kunstmusea volstaan, is hier volledig afwezig (nou ja, ik zag er één).
Maatschappelijke betrokkenheid? Daar hebben de galeristen die zich richten op
het kunstminnende publiek niet van gehoord. De vermogende mens (entree
22,5 euro) heeft dagelijks al genoeg ellende aan zijn hoofd.
Tjeu
Abonneren op:
Posts (Atom)