Het gebouw EYE, het filmmuseum in Amsterdam, loert je als een samengeknepen oog aan als je aan de overkant staat. Omdat ik de verkeerde pont neem moet ik nog een omweg van een kwartiertje rondom het haventje maken om uiteindelijk bij EYE aan te komen. Een spectaculair gebouw met een mooie cellulaire wand (zie foto).
Binnen ziet het restaurant, half tegen een trap aangekwakt, er eveneens spectaculair uit.
Hoe erg valt dan de tentoonstellingsruimte tegen, een restruimte tussen de verschillende filmzalen. De expositie met films van Johan van der Keuken kan me nauwelijks boeien. De bekende schokkerige, snel achter elkaar gemonteerde beelden met de inmiddels zeer gedateerde muziek van Willem Breuker als aanjager (en dat zeg ik, die decennia lang een fan van de muziek van Breuker was; ik heb alle affiniteit ermee verloren). Na een uurtje heb ik de filmflarden over het leven van de arbeiders in Peru, de ijsmakers in Groningen en niet echt interessante beelden van Ben Webster wel gezien. Snel met de tram door naar het Rijks. Aldaar rijden de fietsers alweer voor de tweede dag vrolijk door "hun" tunnel zonder dat iemand er last van heeft; sterker nog; ik vind het toch wel een bij Holland horend statement: fietsers die dwars door een museum rijden.
Dat beeld krijg je pas echt mooi mee als je in de grote ontvangstruimte gaat zitten en de velocipedes heen en weer ziet schieten door de ramen van de tunnel die min of meer in die ruimt is opgehangen; een werkelijk prachtige vondst van architecten, de Antonio's Cruz en Ortiz. Wim Pijbes heeft het met zijn gemopper over die fietstunnel het toch aan het verkeerde eind gehad moet ik nu vast stellen; dit beeld maakt het nieuwe Rijks, zeker voor al die buitenlandse toeristen, tot wat het is: een statig museum dat toch midden in het alledaagse leven staat; uniek in de hele wereld. Snel even door de 17e eeuw gestruind. De Nachtwacht door honderden toeristen omzoomd, maar niemand kijkt naar de prachtige schuttersdoeken van Bartholomeus van der Helst en Frans Hals aan weerszijden. Vooral die van Frans Hals is minstens zo mooi als de Nachtwacht en misschien nog wel gedurfder geschilderd.
Totaal aantal pageviews
woensdag 15 mei 2013
dinsdag 14 mei 2013
Een dagje Antwerpen levert een week 'napret' op
Zonder al te veel moeite vonden we de Vlaamse Kaai, het langgerekte evenemententerrein ten zuiden van het centrum van Antwerpen, parallel aan de Schelde. En alweer stond er een kermis net als de vorige keer toen we hier waren. Overigens heel stil, het was niet helemaal duidelijk of die kermis nou werd opgebouwd of afgebroken. Enfin. Eindelijk eens het FoMu, het fotomuseum in. De vorige keer, zo herinnerde ik me plots, was het gesloten toen we hier ook waren. Een leuke tentoonstelling over etnische fotografie, zich in de loop van anderhalve eeuw evoluerend van de wetenschappelijke, registrerende benadering, (veel botten door neuzen) via de exotische benadering naar de meer humanistische aanpak. Vooral de foto's van rond de eeuwwisseling tussen de negentiende en twintigste eeuw, waarop Europeanen zich uitdossen in orientaalse kledij maakten voor mij de studie van Edward Said naar het Oriëntalisme over de manier waarop wij, West Europeanen lang naar het Midden Oosten hebben gekeken, in één keer erg aanschouwelijk; de "Eftelingbenadering" zou je kunnen zeggen. Wie weet is er eigenlijk in de beeldvorming niet eens zo veel veranderd.
Een op zich interessante tentoonstelling rondom de Arabische lente, met speciaal aandacht voor de loopbaan van Khadaffi, was er een van de gemiste kansen. Juist in fotografisch op zich is de figuur van Khadaffi met zijn kolderieke operette uniformen en lijfwacht van ravissant mooie vrouwen erg dankbaar. Maar juist die beelden ontbraken volledig in het overzicht dat zich vrijwel alleen concentreerde op zijn beginperiode waarbij hij nog volledig in de ban was van zijn grote voorbeeld: Nasser. Wat er daarna allemaal mis ging wordt nauwelijks in beeld gebracht. Zijn gruwelijke einde, hoe je het ook went of keert in fotografisch opzicht een gebeurtenis van de eerste orde, wordt ook niet getoond. Wel een heel qua beeldkwaliteit beroerde video over een publieke terechtstelling. Kortom, een nogal rommelig en onvolledige expositie. De beelden van de opwindende dagen op het Tahrirplein daartentegen vond ik weer wel indringend, pas nu drong zich de analogie met de sfeer van mei 1968 in Parijs op; de jeugd had echt even een aantal dagen de macht in Cairo. Een aantal dagen maar, meer niet.
En dan 's avonds door naar Mark Knopfler in het Antwerpse sportpaleis, tot de nok gevuld met allemaal leeftijdsgenoten; in ieder geval nog nooit zoveel kale en grijze koppen gezien bij een popconcert. Mark zelf sloeg zich er routineus doorheen en speelde eigenlijk heel weinig van zijn laatste cd Privateering, waar we toch eigenlijk voor waren gekomen, immers onze lijfliederen tijdens onze tocht door Nieuw Zeeland. Het waren toch weer de oude krakers als Sultan of Swing, Telegraph Road en Romeo en Juliet. Leuk hoor maar daar waren we niet voor gekomen. In de drukte aan het eind wordt H's portemonnee gerold, zo blijkt later. Wat weer een week werk oplevert met het blokkeren en aanvragen van passen.....
Een op zich interessante tentoonstelling rondom de Arabische lente, met speciaal aandacht voor de loopbaan van Khadaffi, was er een van de gemiste kansen. Juist in fotografisch op zich is de figuur van Khadaffi met zijn kolderieke operette uniformen en lijfwacht van ravissant mooie vrouwen erg dankbaar. Maar juist die beelden ontbraken volledig in het overzicht dat zich vrijwel alleen concentreerde op zijn beginperiode waarbij hij nog volledig in de ban was van zijn grote voorbeeld: Nasser. Wat er daarna allemaal mis ging wordt nauwelijks in beeld gebracht. Zijn gruwelijke einde, hoe je het ook went of keert in fotografisch opzicht een gebeurtenis van de eerste orde, wordt ook niet getoond. Wel een heel qua beeldkwaliteit beroerde video over een publieke terechtstelling. Kortom, een nogal rommelig en onvolledige expositie. De beelden van de opwindende dagen op het Tahrirplein daartentegen vond ik weer wel indringend, pas nu drong zich de analogie met de sfeer van mei 1968 in Parijs op; de jeugd had echt even een aantal dagen de macht in Cairo. Een aantal dagen maar, meer niet.
En dan 's avonds door naar Mark Knopfler in het Antwerpse sportpaleis, tot de nok gevuld met allemaal leeftijdsgenoten; in ieder geval nog nooit zoveel kale en grijze koppen gezien bij een popconcert. Mark zelf sloeg zich er routineus doorheen en speelde eigenlijk heel weinig van zijn laatste cd Privateering, waar we toch eigenlijk voor waren gekomen, immers onze lijfliederen tijdens onze tocht door Nieuw Zeeland. Het waren toch weer de oude krakers als Sultan of Swing, Telegraph Road en Romeo en Juliet. Leuk hoor maar daar waren we niet voor gekomen. In de drukte aan het eind wordt H's portemonnee gerold, zo blijkt later. Wat weer een week werk oplevert met het blokkeren en aanvragen van passen.....
zaterdag 11 mei 2013
gehalsbande vrouwen in de kerk
Het blijft een enorm risico om in de immense ruimte van de Grote kerk in Veere met zijn afbrokkelende muren en gigantische zuilen breekbare,fragiele kunst te presenteren. Dat blijkt in de tentoonstelling "De Schilder, Het Werk, Het Atelier", opgezet en gepresenteerd door galerie Ceasuur. Sommige kunst houdt zich kranig staande, andere verdwijnt helemaal. Dat laatste is het geval met het werk van Ralph de Jong, die een soort kleitabletten met ruitjeshanddoeken presenteert op latjes. Omdat ik eerder zijn werk zag bij Ceasuur zelf begrijp ik zijn "laag bij de grondse" werk enigszins, maar de argeloze bezoeker in Veere loopt er achteloos aan voorbij vrees ik. Werk waarbij op de knieën moet hoort dan wel in een kerk, maar moet dan toch op zijn minst op een altaar worden aangeboden; niet op latjes.
De fel gekleurde panelen van Fabian Westphal springen er letterlijk wel uit; de hardheid van de kleuren gecombineerd met de directe vormen contrasteren mooi met de grilligheid van de muren waartegen ze geplaatst zijn en vertellen een verhaal dat elke nuance uitbant; iets is rood of geel, rond of vierkant; zwart of wit; andere dimensies zijn er niet.
Evelien de Jong blijft me intrigeren, wat brengt iemand ertoe om zichzelf (ik denk dat het autobiografisch is) voortdurend af te beelden als een geketende of gehalsbande vrouw. Soms wellustig met de tong uit de mond lijkt ze haar lot met sado masochistisch genoegen te ondergaan. De vrouw is dan wel onderworpen maar blijkt zichzelf helemaal centraal te stellen, de omgeving raakt haar niet, hoe dominant die zich ook gedraagt. Helemaal schrijnend wordt het als de halsband niet in de hand van een dominante heerser maar een kind blijkt te rusten. Wat moet geketende vrouw of moeder naast haar kind dat haar totaal niet interesseert? Raadsels, raadsels, maar daarom mij in ieder geval pakkend.
Maar het meest overtuigend vind ik Aimee Terburg. prachtig strakke, zeer verzorgde tableaus, half monochroom half gesluierde, gerasterde beelden, met als hoogtepunt een zwart doek met vlagen bruin en grijs. Zijn het schaduwen, gedachten, bewegingen? Zonder de betekenis te doorgronden is het de esthetiek die de kijker raakt. Hier is weer eens een kunstenaar bezig die echt heel mooi werk wil maken. Van mij mag ze!
De "verfblikken" van Jan Wattjes missen de quintessense vind ik. Verfblikken zijn aan de binnenkant diep vet verzadigd van één kleur. Nu tref ik blikken met een gespikkelde binnenkant; dat had harder, dieper gemoeten. Ik herinner me een werk dat ik ooit zag in De Pont waar ik in een diep blauwe ruimte keek waar geen eind aan kwam. Dat had de binnenkant van deze blikken ook moeten bieden. Iets wat aan de buitenkant zijn omgrenzing heeft maar aan de binnenkant oneindig is. Het hád gekund.
Maar goed, nu heb ik de schilder en zijn/haar werk gezien. Maar het atelier, dat heb ik in de Grote Kerk niet aangetroffen.
De fel gekleurde panelen van Fabian Westphal springen er letterlijk wel uit; de hardheid van de kleuren gecombineerd met de directe vormen contrasteren mooi met de grilligheid van de muren waartegen ze geplaatst zijn en vertellen een verhaal dat elke nuance uitbant; iets is rood of geel, rond of vierkant; zwart of wit; andere dimensies zijn er niet.
Evelien de Jong blijft me intrigeren, wat brengt iemand ertoe om zichzelf (ik denk dat het autobiografisch is) voortdurend af te beelden als een geketende of gehalsbande vrouw. Soms wellustig met de tong uit de mond lijkt ze haar lot met sado masochistisch genoegen te ondergaan. De vrouw is dan wel onderworpen maar blijkt zichzelf helemaal centraal te stellen, de omgeving raakt haar niet, hoe dominant die zich ook gedraagt. Helemaal schrijnend wordt het als de halsband niet in de hand van een dominante heerser maar een kind blijkt te rusten. Wat moet geketende vrouw of moeder naast haar kind dat haar totaal niet interesseert? Raadsels, raadsels, maar daarom mij in ieder geval pakkend.
Maar het meest overtuigend vind ik Aimee Terburg. prachtig strakke, zeer verzorgde tableaus, half monochroom half gesluierde, gerasterde beelden, met als hoogtepunt een zwart doek met vlagen bruin en grijs. Zijn het schaduwen, gedachten, bewegingen? Zonder de betekenis te doorgronden is het de esthetiek die de kijker raakt. Hier is weer eens een kunstenaar bezig die echt heel mooi werk wil maken. Van mij mag ze!
De "verfblikken" van Jan Wattjes missen de quintessense vind ik. Verfblikken zijn aan de binnenkant diep vet verzadigd van één kleur. Nu tref ik blikken met een gespikkelde binnenkant; dat had harder, dieper gemoeten. Ik herinner me een werk dat ik ooit zag in De Pont waar ik in een diep blauwe ruimte keek waar geen eind aan kwam. Dat had de binnenkant van deze blikken ook moeten bieden. Iets wat aan de buitenkant zijn omgrenzing heeft maar aan de binnenkant oneindig is. Het hád gekund.
Maar goed, nu heb ik de schilder en zijn/haar werk gezien. Maar het atelier, dat heb ik in de Grote Kerk niet aangetroffen.
vrijdag 26 april 2013
De familie Huygens; die kon je om een boodschap sturen
In de familie Huygens moesten de kinderen tussen 8 en 12 jaar al musiceren, wiskunde-onderwijs volgen, gedichten schrijven en allerhande apparaten in elkaar frutselen. Soms deed zoon Chistiaan dat zo goed, dat vader Constatijn Huygens verzuchtte, maar jongen, je wilt toch geen werkman worden? We hebben het hier dus over de mannen achter de groten van de Gouden Eeuw, Constatijn en zijn zoons Chirstiaan en Constatijn junior. Constatijn was een onvervalste homo universalis. Hij was dichter, musicus, architect en dan wel geen schilder, maar wel de ontdekker van ene Rembrandt. Ook goed! Maar bovenal was Constatijn een diplomaat die zich via een geplande carriere in de hoogste kringen rondom stadhouder en stedenbedwinger Frederik Hendrik wist te voegen en daar de post van secretaris van het hof wist te veroveren. Vanuit die functie was hij de rechterhand van FH en topdiplomaat. Op de tentoonstelling over Constatijn en Christiaan Huygens in de Grote Kerk in Den Haag wordt dit allemaal klip en klaar uit de doeken gedaan en getoond. De landgoederen en kastelen die Frederik Hendrik liet bouwen op de golven van de welvaart die door de Republiek der Zeven Nederlanden spoelden, kwamen niet tot stand dan nadat Constatijn er zich intensief tegenaan had bemoeid. En toen hij dan in 1647 kwam te overlijden en zijn vrouw Amalia van Solms ter ere van haar overleden echtgenoot de grote balzaal van Huizen Ten Bosch helemaal liet volschilderen met alegorieën op het leven van F.H. was Constatijn degene die dit proces coördineerde. In de Groote Kerk in Den Haag is die balzaal helemaal nagebouwd inclusief alle schilderwerken. En nooit heeft een normaal iemand die fantastsiche Nederlandse versie van de Sixtijnse kapel ooit gezien, behalve de leden van het Koninklijk Huis!! Het moest verboden worden.
Van Chistiaan zien we allerlei natuurkundige proeven uitgebeeld en uitgelegd in zeer heldere filmpjes; zo helder dat ik als alfa dacht de eerste ooit opgeschreven natuurkundige formule (over de middelpuntvliedende kracht) te snappen. Spoedig daarna werd hij overvleugeld door Newton maar hij sprake vaak met hem en ze ware aan elkaar gewaagd. Christiaan kon zo makkelijk met Newton in Londen in contact komen omdat Engeland inmiddels de Nederlandse Koning Willem III tot haar eigen koning had gekozen; hij was getrouwd met koningin Mary Stuart en die was weer en dochter van de Engelse koning James II. En laat nu Constatijn Huygens junior net zoals zijn vader secretaris aan het hof zijn geworden; zo vader zo zoon! Het Engelse parlement wilde van die katholieke koning James af en vond in Willem III een geschikte, want protestantse opvolger. Constatijn jr had een belangrijke vinger in de geweldloze wisseling van de kroon (the glorious revolution) 'King Billy': werd koning van Engeland en Ierland. Vandaar dat de Noord Ierse protestanten nog altijd orangist zijn en oranje versiersels dragen. Wat je allemaal niet (opnieuw) leert van zo'n bezoek aan de Grote Kerk in Den haag. Aanbevolen! Maar neem wel een klapstoeltje meer; sommige bordjes zijn op knie hoogte aangebracht kunnen alleen worden gelezen als je knielt of op je hurken gaat zitten. Een klapstoeltje is dan handiger. Maar wat een beginnersfout voor zo'n grote, dure tentoonstelling!
Van Chistiaan zien we allerlei natuurkundige proeven uitgebeeld en uitgelegd in zeer heldere filmpjes; zo helder dat ik als alfa dacht de eerste ooit opgeschreven natuurkundige formule (over de middelpuntvliedende kracht) te snappen. Spoedig daarna werd hij overvleugeld door Newton maar hij sprake vaak met hem en ze ware aan elkaar gewaagd. Christiaan kon zo makkelijk met Newton in Londen in contact komen omdat Engeland inmiddels de Nederlandse Koning Willem III tot haar eigen koning had gekozen; hij was getrouwd met koningin Mary Stuart en die was weer en dochter van de Engelse koning James II. En laat nu Constatijn Huygens junior net zoals zijn vader secretaris aan het hof zijn geworden; zo vader zo zoon! Het Engelse parlement wilde van die katholieke koning James af en vond in Willem III een geschikte, want protestantse opvolger. Constatijn jr had een belangrijke vinger in de geweldloze wisseling van de kroon (the glorious revolution) 'King Billy': werd koning van Engeland en Ierland. Vandaar dat de Noord Ierse protestanten nog altijd orangist zijn en oranje versiersels dragen. Wat je allemaal niet (opnieuw) leert van zo'n bezoek aan de Grote Kerk in Den haag. Aanbevolen! Maar neem wel een klapstoeltje meer; sommige bordjes zijn op knie hoogte aangebracht kunnen alleen worden gelezen als je knielt of op je hurken gaat zitten. Een klapstoeltje is dan handiger. Maar wat een beginnersfout voor zo'n grote, dure tentoonstelling!
Wat nou Literaire As? Letterenhuis zul je bedoelen!
Het duurt niet lang meer of de rode loper van chinees natuursteen kan worden uitgerold vanaf het nieuwe station Rotterdam Centraal de stad in. Omzoomd door bomen die door een geforceerde groeimethode net zoals de staanders binnenin het station de vorm van een een Y krijgen. De Y als metafoor voor de bezoekersstroom die zich uittakkend door de stad vespreid. Meteen maakt de culturele sector zich meester van deze Y-as. Waarom ook niet, aan weerszijden van de Y-as (de Westersingel en de Mauritsweg) liggen talloze culturele instellingen, denk aan het Goethe instituut, de Alliance Francaise, het Conservatorium, de Doelen, (net om de hoek)Rotterdamse Schouwburg en Pathé, Uitgeverij 010, De Unie, Poetry International, Boekhandel Van Gennep, Passionate, debatcentrum Arminius, Boijmans van Beuningen, (ingang van) Witte de Withstraat en het kunstblad voor kinderen Boekie-Boekie. Daartussendoor staat pal op de as de beeldenroute die binnenkort begint met de heropgerichte "Speculaasjes" en via de beeldengalerij op de Westersingel doorloopt tot en met het grote lichtblauwe constructie van Himmelb(l)au op de Westzeedijk.
Maar om dat nou een "literaire as" te noemen, zoals de organisatoren van de discussie hierover in Club Ram Horna op woensdag 24 april jl. wilden? Dat gaat net te ver. Er liggen inderdaad opvallend veel instellingen die iets met letteren doen, maar omdat dat allemaal incidentele activiteiten zijn zal niemand - behalve de bedenkers - die associatie hebben. Wat de herkenbaarheid van de letteren in Rotterdam betreft zou het goed zijn als de verhuizing van Poetry naar De Unie aangegrepen zou worden om alle letterenacitiviteiten zoveel mogelijk hier te concentreren. Wat dat betreft ben ik eens met de opvatting van hoogleraar Letteren en Samenleving Frans Willem Korsten in het debat in Ram Horna die stelde dat het tijd wordt dat Rotterdam zijn zielige imago van miskende letterenstad eens afschudt. Er gebeurt gewoon al heel veel, alleen nog te versplinterd. De makers van het literaire praatcafé van Ram Horna kunnen het goede voorbeeld geven door snel uit Engels te verhuizen naar deze nieuwe locatie. Als De Unie er in slaagt om wekelijks een fatsoenlijke programmering te maken is het Letterenhuis Rotterdam eindelijk gerealiseerd!.
Maar dan zal Poetry onder leiding van directeur Bas Kwakman af moeten van het standpunt dat de "Me Reet"poëzie niet langer meedoet; wát een miskenning van dat wat nu echt Rotterdamse poëzie mag worden genoemd. Ook moet Bas ook de "spoken word" stroming aan zijn hart gaan drukken (terecht liet Ram Horna iemand uit de nieuwe stal van het Hiphophuis optreden); terecht verweest Hugo Bongers naar de Speijksessies. Dat alles moet naar De Unie. net zoals Ernest van de Kwast met zijn late night show weer terug moet naar De Unie, moet je eens kijken wat je daar een levendig letterentheater gaat krijgen, Literaire as of niet.
Maar om dat nou een "literaire as" te noemen, zoals de organisatoren van de discussie hierover in Club Ram Horna op woensdag 24 april jl. wilden? Dat gaat net te ver. Er liggen inderdaad opvallend veel instellingen die iets met letteren doen, maar omdat dat allemaal incidentele activiteiten zijn zal niemand - behalve de bedenkers - die associatie hebben. Wat de herkenbaarheid van de letteren in Rotterdam betreft zou het goed zijn als de verhuizing van Poetry naar De Unie aangegrepen zou worden om alle letterenacitiviteiten zoveel mogelijk hier te concentreren. Wat dat betreft ben ik eens met de opvatting van hoogleraar Letteren en Samenleving Frans Willem Korsten in het debat in Ram Horna die stelde dat het tijd wordt dat Rotterdam zijn zielige imago van miskende letterenstad eens afschudt. Er gebeurt gewoon al heel veel, alleen nog te versplinterd. De makers van het literaire praatcafé van Ram Horna kunnen het goede voorbeeld geven door snel uit Engels te verhuizen naar deze nieuwe locatie. Als De Unie er in slaagt om wekelijks een fatsoenlijke programmering te maken is het Letterenhuis Rotterdam eindelijk gerealiseerd!.
Maar dan zal Poetry onder leiding van directeur Bas Kwakman af moeten van het standpunt dat de "Me Reet"poëzie niet langer meedoet; wát een miskenning van dat wat nu echt Rotterdamse poëzie mag worden genoemd. Ook moet Bas ook de "spoken word" stroming aan zijn hart gaan drukken (terecht liet Ram Horna iemand uit de nieuwe stal van het Hiphophuis optreden); terecht verweest Hugo Bongers naar de Speijksessies. Dat alles moet naar De Unie. net zoals Ernest van de Kwast met zijn late night show weer terug moet naar De Unie, moet je eens kijken wat je daar een levendig letterentheater gaat krijgen, Literaire as of niet.
donderdag 18 april 2013
Hoe krijg je het bij elkaar verzonnen?
Na de roti kip, klaargemaakt door de buurtbewoners in de
onlangs geopende ‘guerilla bibliotheek’ “Leeszaal West” in het Oude Westen (een
guerilla bibliotheek is een bieb die gesticht en gerund wordt door bewoners als
protest tegen en vervanging van het teloor gaan van de officiële
wijkbibliotheek) stak deelraadgemeentebestuurder Theo Coskun van de SP een
betoog af over….. aardscheerders (grote rotsblokken die vlak voorbij de
aardkloot passeren). Ik vond dat zo’n merkwaardig thema dat ik alleen al uit
nieuwsgierigheid richting het Oude Westen gegaan was . Ondanks dat Theo door de
erbarmelijk akoustiek in de Leeszaal nauwelijks te verstaan was heb ik toch
geboeid geluisterd naar een betoog
(ondersteund o.a. met de filmtracks van Lars von Triers’ Melancholia (eindigend met het
intrigerende beeld van de gigantische planeet die zich in de aarde boort) en
Armageddon, over deze ruimtelijke bedreigingen van moeder aarde. Honderd jaar na mei 1968, zo zei
socialistische Theo, zal in 2068 weer een enorme brok steen met een diameter
van enkele kilometers richting aarde snellen. Alsdan zal alsnog de
internationale solidariteit worden gerealiseerd is de boodschap van Theo,
immers alleen samenwerking zal ons van al het dan naderende onheil nog kunnen
bevrijden (en de ontwikkeling van voldoende kernkoppen waarschijnlijk).
Daarna onmiddellijk door naar de Schouwburg want daar hield
theatergroep Wunderbaum haar project “The New Forest” ten doop. De komende vier jaar
gaat Wunderbaum aan een nieuwe utopie werken: in Rotterdam wordt in
samenwerking met de gehele stad niet alleen de stad maar ook de mensch
verbouwd. In een prachtig stuk werd
eerst ruimschoots afscheid genomen van het huidige systeem. Daarna moest er
pijn geleden worden alvorens de eerste
stappen richting het walhalla konden worden gezet. De pijn werd beleden op de manier die we van Wunderbaum langzamerhand gewend
zijn; met veel gekrijs, gevecht, bloed, zweet en tranen. Aan het eind zat
iedereen inderdaad onder het zweet, het bloed, tranen en speeksel en verder alle andere uitwasemingen van het
menselijk lichaam. Heerlijk.
En toen werd een maquette van Rotterdam binnengerold waarop
het nieuwe, toekomstige speelveld van Wunderbaum werd getoond: bovenop de
Hofbogen vlakbij het Hofplein. Daar worden de komende jaren met medewerking van
letterlijk de hele stad allerhande stukken op- en projecten uitgevoerd. Niemand weet waar
het toe leidt, maar iedereen wordt er
beter van, zo verzekerden ons de Wunderbaumers. Misschien ga ik me toch nog opgeven
als medespeler. De eerste repetities starten maandag a.s. (zie http: http://www.wunderbaum.nl/) Als je ergens kunt gaan kijken (ze toeren
door het hele land: doen! Bereid je wel voor op het ergste)
En daarna was het “fantasyland” in de schouwburg, werden
salmiaksnoepjes, mierzoete cakjes en kaneelstokken uitgedeeld door griezelig
wezens terwijl het radioprogramma Virus voor jonge klassieke muzikanten werd
opgenomen. Temidden van allerlei griezels speelden daar een harpiste samen met
iemand op draailier, een pianotrio met een Hongaarse zanger, een toverfee met
operamelodieën en een drietal dames op
vierkante blofluiten. Echt zo’n totaalprogramma
krijg je alleen bij elkaar verzonnen in ….Rotjeknor.
woensdag 17 april 2013
Armando werkt tegenwoordig links
Vandaag naar het Cobramuseum in Amstelveen. Aldaar staat een expositie van de inmiddels 84-jarige Armando, die, hoewel hij aan zijn rechterhand verlamd is, vrolijk doorwerkt. "Het moet, stel je het lot voor van mannen in een windjack met een sigaret bij elkaar op de kade; ik moet er niet aan denken". Dit tekende Cherry Duyns op uit zijn mond. Ook laat hij zien hoe een werk tot stand komt. Dat er een man of acht achter hem staat mee te kijken in zijn atelier deert hem niet. "Vroeger ja, vond ik dat niet prettig, maar is het eigenlijk wel gezellig, heeft er nog iemand een speculaasje?" Zijn werk is onverminderd grof en pasteus. Het zijn werken waarin je kunt verdrinken, vol van kleur en beweging. De oude schilder is nog lang niet uitgeblust. Hier enkele impressies.
Het schuldige landschap
Het Oog
Zeegezicht
Landschap
Op de eerste verdieping is een grote expositie van de in Rotterdam geboren Michael Tedja: "SNAKE". Die naam wordt duidelijk als je zijn enorme hoeveelheid werk ziet: vluchtig geproduceerd met als centrale thema's ethniciteit (Michael steekt niet onder stoelen of banken dat hij zwart is, het woord "zwart" duikt in talloze werken op, zo nu en dan met een verwijzing naar het koloniale verleden van zijn geboorteland), seksualiteit (soms pornografische afbeeldingen, soms geslachtsdelen) en zijn eigen conterfeitsel ( in allerlei varianten in zijn werk verwerkt; vaak als slang met zijn hoofd als kop er op). Naast talloze, in een strak ritme opgehangen tekeningen, bestaat de tentoonstelling uit enorme collages van werkelijk alle mogelijk troep, met als vast waarden: fietsband en ronde haakwerkjes. Overal treft men teksten aan die naar van alles en nog wat verwijzen. De draad raak ik helemaal kwijt. Ik zie de expositie SNAKE meer als een onderdompeling in wereld van collages; in dat laatste opzicht past hij wel in een stijl die bij meer kunstenaars met Afrikaanse roots terug te vinden is: de uitwerpselen van de kapitalistische consumptiemaatschappij komen gegroepeerd als kritisch kunstwerk terug. Aan de ene kant had van mij wel een zekere beperking gemogen, aan de andere kant werkt de massaliteit van zijn productie ook wel weer. Kortom, ik weet het niet. Hier een impressie van SNAKE:
Het schuldige landschap
Het Oog
Zeegezicht
Landschap
Op de eerste verdieping is een grote expositie van de in Rotterdam geboren Michael Tedja: "SNAKE". Die naam wordt duidelijk als je zijn enorme hoeveelheid werk ziet: vluchtig geproduceerd met als centrale thema's ethniciteit (Michael steekt niet onder stoelen of banken dat hij zwart is, het woord "zwart" duikt in talloze werken op, zo nu en dan met een verwijzing naar het koloniale verleden van zijn geboorteland), seksualiteit (soms pornografische afbeeldingen, soms geslachtsdelen) en zijn eigen conterfeitsel ( in allerlei varianten in zijn werk verwerkt; vaak als slang met zijn hoofd als kop er op). Naast talloze, in een strak ritme opgehangen tekeningen, bestaat de tentoonstelling uit enorme collages van werkelijk alle mogelijk troep, met als vast waarden: fietsband en ronde haakwerkjes. Overal treft men teksten aan die naar van alles en nog wat verwijzen. De draad raak ik helemaal kwijt. Ik zie de expositie SNAKE meer als een onderdompeling in wereld van collages; in dat laatste opzicht past hij wel in een stijl die bij meer kunstenaars met Afrikaanse roots terug te vinden is: de uitwerpselen van de kapitalistische consumptiemaatschappij komen gegroepeerd als kritisch kunstwerk terug. Aan de ene kant had van mij wel een zekere beperking gemogen, aan de andere kant werkt de massaliteit van zijn productie ook wel weer. Kortom, ik weet het niet. Hier een impressie van SNAKE:
Abonneren op:
Posts (Atom)