Totaal aantal pageviews

dinsdag 22 augustus 2017

Ordinair eten en ordinaire praat

Toiletpapier bestaat pas sinds 1877. Tot die tijd had men de keus uit: a) een spons gedoopt in azijn, b) een hand vol stro, c) een maiskolf of d) een halve schil van een kokosnoot om de reet te vegen. Deze wijsheden deden wij op in het papiermuseum van Fabriano. F. was nl. in de middeleeuwen de plek waar d chinese vinding, het maken van papier, tot in de finesses werd beheersd. Fabriano leverde aan heel Europa papier, tot dat die verrekte Hollanders de concurrentie aan gingen. Farbiano was ook de plaats waar het filigrijnwerk werd uitgevonden: het maken van watermerken. Eerder op de dag had de eigenaar van ons B&B plekje ons al lekker gemaakt voor het museum met watermerkafbeeldingen van Maria met het Kindeke Jezus en Paus Paulus VI. Ja, dan wil je natuurlijk niet anders meer dan hals over kop naar het museum. Aldus.
Daarna heerlijk duif gegeten op het Giribaldiplein in Fabriano. Nooit geweten dat zo'n ordinaire vogel zo lekker kan smaken. Eigenlijk eet je immers ' vliegende rat",  H. at gewoon varken aan het spies. Minstens zo ordinair.

maandag 21 augustus 2017

Hoe kom je weer uit een rampgebied?

Vandaag staat de Piano Grande op het programma. De Grote Hoogvlakte midden in het nationaal Park Mont Sibilline. De naam verwijst naar de Sybillen, de heksen die ooit dit gebied in hun greep hadden en er onheil stichtten. Dat gaat door tot de dag van vandaag, want zowel in 20124 als in 2016 schudde hier de aarde met een kracht van 6 op de schaal van Richter, in een gebied met een oppervlakte van 50 vierkante kilometer dood en verderf zaaiend. Als we de weg naar de hoogvlakte opdraaien en het eerste vernielde dorp al achter de rug hebben, worden we tegengehouden bij een wegversperring door een militair. Nadat we zeggen een bezoek te willen brengen aan de Grote Piano laat hij ons verassenderwijs door. En zo reizen we over een inderdaad enorme verlaten vlakte tussen de bergen, in alle okerkleuren, maar verder volledig kaal naar het op een terp gelegen dorpje Castellucio. Ook daar is de helft van de woningen ingestort en zijn alle toegangswegen tot het dorp gebarricadeerd. Alleen de doorgangsweg is open. Op een ge"improviseerd terras wordt vanuit een caravan koffie verkocht. We zijn in het half uur dat we er verblijven de enige bezoekers. NIet vreemd, de Italianen mijden dit treurige gebied blijkbaar. Wij rijden door over de indrukwekkende vlakte weer de hoogte in. Aan de andere kant stuiten we weer op een barriere, maar we kunnen er met de auto net langs. Langs de weg liggen hier hopen gruis aan weerszijden, er is net genoeg ruimte voor onze Opel Corsa. Op de weg naar beneden komen we in Visso, waarvan ook hier het oude binnenstadje is gebarricadeerd. De kerk is half ingestort. De kerktoren wordt met spanbanden bij elkaar gehouden. In een tent drinken we koffie en een croissant, tesamen met een aantal nonnen. Die gunnen zichzelf zo'n wereldse uitspatting natuurlijk alleen omdat de helft van de opbrengst bestemd is voor de wederopbouw van Visso. We maken ondanks alles een mooie wandeling naar boven. De moderne woningen aan de buitenkant van het dorp zijn wonderwel gespaard. Zou men hier vanaf de jaren zeventig aardbevingbestendig zijn gaan bouwen op rubber stempels?  Net zoals we in Nieuw Zeeland hebben gezien? Het lijkt er op. Boven  het dorp zitten we  pal naast een oude vierkant kasteeltoren die alle eeuwen heeft overleefd heerlijk in het vandaag veel minder hete zonnetje met een prachtig uitzicht op de bergen rondom. Maar dan moeten we er weer weg zien te komen. we rijden dezelfde weg terug, maar daar waar we eerst nog langs de barriere konden is de weg nu volledig versperd. Een andere weg terug blijkt na een paar minuten ook afgesloten. Een derde weg omhoog, via een vernield dorp is eveneens dicht . Wat nu? Slechts een weg naar het noorden (terwijl we naar het zuiden terug moeten) blijkt open. We komen langs ge"improviseerde dorpen met containerwoningen die ons sterk doen denken aan de manier waarop de Indianen in de VS permanent gehuisvest zijn. Maar de kritiek van de bevolking vorig jaar op de regering, die geen flikker deed, heeft inmiddels gewerkt. Overal zien we werklieden bezig op vrijgemaakte plekken om rioleringen en leidingen aan te leggen. Er verrijzen langzaam nieuwe dorpen. Met een omweg van honderd kilometer komen we weer op onze bestemde plek terug. In de verte liggen de bergen van de Mont Sibilli te grijnzen.


zaterdag 19 augustus 2017

Ramptoerisme

We komen langs Norcia, volgens de Michelin een mooi plaatsje. Als we door de hoofdstraat lopen valt ons iets op. Het lijkt er zo leeg, zo kaal. Het valt ons bv. niet meteen op dat zeker de helft van de winkels en panden gesloten is. Ook zien we de hekken in de straten rondom (nog) niet. Totdat we op het centrale plein zien dat de kerk helemaal in de steigers staat. Tenminste de voorgevel. Ja zeg ik, nauwgezet restaureren van gebouwen kun je aan Italianen wel overlaten. Maar als we de hoek omdraaien zien we de het hele middenschip is verdwenen. Dat is wel een erg rigoureuze restauratie denk ik nog. Pas bij het zien van scheuren in de muren in het gebouw daar achter valt het kwartje. Hier is een aardbeving geweest. Verderop zien we pas echt welke verwoestingen zijn aangericht. Maar ook hoe een man aan de dood ontsnapte door tijdig in een nis te gaan schuilen.


Ik google wat en lees over de aardbevingen die dit gebied al vele malen achereen troffen. De laatste twee in 2014 en 2016. Dan lees ik de naam van Arrmatrice, het stadje dat vrijwel volledig in een puinhoop is veranderd. Als we vervolgens verkeerd rijden en bijna langs Armatrice rijden kunnen we onze nieuwsgierigheid niet bedwingen en besluiten we een kijkje te gaan nemen. Steeds dichterbij zien we overal ravage. Voor een volledige ingestort boerderij staat een groot brod met: " No selfie!!". Beschaamd besluiten de twee ramptoeristen rechtsomkeer te maken.

Een rolstoelvriendelijke vakantie??

Wat mopperig merk ik op dat onze vakantie toch wel een erg hoog 'rolstoelgehalte' heeft als we aankomen bij de overvolle parkeerplaats behorend bij de Cascata di Marmora, een waterval. Op de eerste meters lijken mijn vermoedens te worden bewaarheid. Tussen honderden toeristen begeven we ons op weg naar een inderdaad onstuimig omlaag stortende watervloed, gadegeslagen vanuit een speciaal aangelegd voetpad met bijbehorende uitkijktoren " Dat is het dan", denkt H. en loopt daarna meteen weer naar de uitgang door de klapdeurtjes. Ik ben ze even uit het oog verloren en ontdek een weggetje naar beneden langs een terras. H. zegt later dat ze dat weggetje ook wel zag maar dacht dat het alleen maar naar het terras voerde. Niet de moeite waard dus. W'el dus!Want het pad voert via een lange afdaling naar een prachtig schouwspel beneden van vele watervallen en snel stromende rivieren door een dicht bos. Regelatig kun je in een stuifregenvan water laten afkoelen. Met mijn zwarte hoed op,druipend i de stuifregen op een wankel bruggetje, over een kolkend riviertje, waan ik me af en toe een echte Indiana Jones. Beneden zijn er zo veel weggetjes en bruggetjes dat ik soms helemaal alleen tussen de watervallen en wilde stromende kreken loop. Helemaal beneden is er een werkelijk fabuleus uitzicht op de waterval van honderden meters hoog, die zich opsplitst in tientallen kleine valletjes. En ondertussen zit H. bovenop op een bankje. Ze telefoneert waar ik blijf en ontdekt dan pas wat ze allemaal, mede beinvloed door mijn 'rolstoelopmerking'  wat ze allemaal gemist heeft. Moraal van dit verhaal: " laat je nooit leiden door een opmerking van een ander" .
Blijft de vraag hoe in een periode van lange droogte zo'n onstuimige waterval kan ontstaan. Als ik een uur later terugklim blijkt de waterval inmiddels een miezerig valletje te zijn geworden. Later lees ik ergens dat het water in de ochtenden en of zon en feestdagen naar boven wordt gepompt om zo tot enkele uren tot een fraaie waterval te leiden. Was het dus toch allemaal nep!





vrijdag 18 augustus 2017

Vanavond bidden voor het slapen

We hadden Siena nog niet de rug toegekeerd, of daar voltrok zich, na afloop van de Palio, een drama. In de eeuwenoude toren van het Palazzo de Publico op het beroemde plein, brak, om ons onbekende oorzaak, brand uit. In het nachtelijk duister was de slanke toren getooid met een vlammentoorts gevolgd door een rookpluim. De bovenste etage van deze kroon van Siena stond in de fik! Dat zagen we de volgende dag, toen we in ons hotel in Montepulciano aankwamen op de tv in onze riante, enigzins streng ogende kamer. Heel anders dan het gemoedelijke hostel in S. met 's avonds in de tuin o.a Chet Baker op de boxen.
In Montepulciano beklommen we een steile weg, bezaaid met zeer luxe winkeltjes (H. ontwaarde een casmere jas waar ze helemaal wild van werd (niet gekocht hoor!) en flessen vino nobile die niet duurder waren dan die welke ik van te voren al had ingeslagen bij de plaatselijke Aldi, recht tegenover ons hotel. Boven op het Piazza Grande vergaapten we ons aan de fraaie blokkendozen uit de 13e en 14e eeuw, waarbij in het bijzonder de kale, stenige gevel van de kathedraal opviel. Van binnen prachtig uitgevoerd met duur marmer, maar aan de buitengevel werd na voltooiing verder geen stuiver meer besteed. Een fenomeen dat je bij meer kerken hier zit. Het gaat niet om de buitenkant maar om de fraaie binnenkant zal de Italiaan van die tijd gedacht hebben. Hoe diametraal anders denkt de Italiaan tegenwoordig!
Vandaag rijden we, door de hitte, draaglijk in een gekoelde huurwagen, door een fraai landschap; eerst open en wijd Toscaans, later bebosd en wat ruiger Umbrisch, naar het schilderachtige  hoog op een heuvel gelegen Todi, waar ons hotel alleen te voet toegankelijk is door een middeleeuwse stadspoort. Daarachter in een steegje een heus klooster, dat is verbouwd tot hotel. Zo veel mogelijk is alles in tact gehouden, zoals bijvoorbeeld de refter waar we zullen ontbijten

. Het valt me nog mee dat we bij binnenkomst geen kameelharen pij aangemeten krijgen en een zweeptje met spijkertjes aan het uiteinde. Overal kruisbeelden en op onze slaapkamer boven de stalen bedden een beeld van Maria. Nee, dat wordt een kuise nacht hierl God ziet alles! 
De straatjes van Todi zijn nog steiler dan die in M. maar het plein bovenop is het prachtigste wat we tot nu toe gezien hebben. Hier een impressie: 
k

woensdag 16 augustus 2017

Fellini in Siena

We vallen met onze neus in de Sienese boter: uitgerekend op 16 augustus vindt de jaarlijkse paardenrace op het Piazza del Campo, het imposante, schelpvormige plein van Siena, plaats. Dat plein is het plein der pleinen, h’et voorbeeld voor alle stadsarchitecten van hoe een plein moet worden aangelegd; een door radialen doorsneden steenvlakte, geleidelijk aflopend naar het midden, omzoomd door gebouwen die er allemaal even prachtig en evenwichtig uitzien, de gevels in een vloeiende lijn rond de schelpvorm; in het centrum de gotische gevel van het Palazzo Publico, aan een zijde geflankeerd door een superslanke, 88 meter hoge toren. Zo, dat is dan maar gezegd over dit mooiste plein ter wereld. Daar vinden daar dus de paardenraces plaats uitgevoerd door ruiters uit de 17 wijken uit Siena, allen gsymboliseerd door een dier (een adelaar, een slak, een schildpad, een gans, een giraf) of een ander symbool (een golf, een woud, een toren), allemaal voorzien van prachtige vlaggen. Elke wijkbewoner hult zich op deze dag in de vlag van zijn of haar wijk; kinderen uit de wijk trekken in gekleurde pakjes, zingend door de straten. Vaandelzwaaiers voeren met hun vlaggen onder luid tromgeroffel allerlei onmogelijke toeren uit. Voor een liefhebber van folklore, die heimelijk in mij schuil gaat, is dat dus smullen geblazen.  De avond tevoren hebben wij ook door de nachtelijke stad gezworven, na eerst op een sjiek terras van een ongelooflijk lekkere (en dure) Chiantiwijn te hebben gelebberd, waarbij wij gestuit zijn op afgezette straten vol lange tafels waar Sienezen elkaar luidkeels aan het toezingen en toeschreeuwen waren. Elke wijk zijn eigen drankgelag. In de wijk van de adelaar, pal onder de majestueuze gestreepte kathedraal, schreeuwden koren van mannen en vrouwen elkaar toe, over de hoofden van de in het midden gezeten magistraten. Hoe Italiaanser, hoe meer Fellini, wil je het hebben!
Spelbreker overdag is wel de intense hitte. aPas vanmiddag laat vindt de echte Palio (paardenrace) plaats. Maar het vooruitzicht om uren in de loeiende hitte op het Piazza del Campo te moeten staan doet ons besluiten om toch maar richting Montepulciano te gaan; het centrum van de robijnrode ‘ Vino Nobile’, aldus de Michelingids. Dat wordt dus weer nippen aan het glas hedenavond.



siena

donderdag 6 juli 2017

De natuur rukt onrustbarend op

En zo leef ik alweer meer dan een half jaar op de boerderieë, zoals wij hier zeggen in het Zeeuwse land. En het bevalt uitstekend. Al dringt de natuur steeds meer mijn huisje binnen; ik moet zeggen : de natuur dringt zich op! Het is begonnen half mei en het gaat door tot de dag van vandaag. De overvloedige zaadval van de populieren. Ik zag vroeger wel eens een film van Fellini waarbij de hoofdpersonen verbleven in een lentelandschap waarbij de lucht vergeven was van licht zwevende sneeuwvlokjes. Ik dacht altijd dat achter de camera iemand op een overdreven manier kussens stond uit te kloppen voor het filmische effect. Maar nu weet ik dat het echt bestaat, niet alleen in Italië of Frankrijk, maar gewoon hier in Holland. Gedurende de afgelopen maanden kon je, onder de juiste lichtinval van de avondzon duizenden goudkleurige vlekjes waarnemen. Het leek afgelopen weken met die geringe regenval (Zeeland kreeg code rood van het KNMI) alsof het gesneeuwd had. Alles was bedekt met een witte donslaag die na een regenbuitje veranderde in pluizigge smurrie. Dat was nog daar aan toe. Maar onder de toch maar zeer beperkt openstaande klapramen van mijn zolder dansten de witte vlokken mijn slaapkamer in om zich  te echten aan boeken, computer en beddegoed. Dat was dus een minder prettige kant van de zaadval.

En daar bleef het afgelopen dagen niet toe beperkt. Nu blijken de vliegende mieren zich op mijn huisje gestort te hebben. Op zoek naar een koningin worden alle mieren tijdelijk voorzien van vleugeltjes, waarmee ze wat onbeholpen door mijn woonkamer gaan raggen. Ze kiezen telkens hetzelfde raam uit ,waar ze met tientallen tegenaan gaan zitten koekeloeren naar een mogelijke koningin ergens buiten. Elke keer rukt deze ridder uit met de stofzuiger om ze medogenloos naar binnen te zuigen. De volgende dag herhaalt zich dit wrede tafereel, en dat zo al meer dan een week achter elkaar. Ik heb ooit gehoord dat mieren een kernaanval kunnen overleven. IK mijn droom zag ik onlangs een onafzienbare rij mieren uit mijn stofzuiger klimmen om zich op de eigenaar te storten.

Buiten ben ik ook al een keer belaagd door een wolk, werkelijk waar; een dikke wolk van bijen, die ineens luid zoemend boven mijn hoofd verscheen. Mijn buurvrouw Marianne, die werkelijk alles van de natuur weet stond toevallig in de buurt en riep: dekking! Ik schoot weg en kwam er zonder één steek van af. Als zij er niet was geweest was die wolk wellicht op mij neergedaald en was ik nu vol bijenangels afgevoerd als serieus slachtoffer van het alsmaar verder oprukkende natuurgeweld.

Ik hou hier dapper stand maar u begrijpt dat het hier met de dag nijpender wordt.