Totaal aantal pageviews

vrijdag 10 februari 2017

Hoe ik onverwacht meehelp Rome te ondermijnen

“Daar gaat een dominee voorbij”  laat een van de bewoners niet na telkens op te merken als er tijdens de ochtendkofie een stilte valt. En vandaag was de dominee er dan echt. Ik kwam later binnen en heb me keurig aan hem voorgesteld. Wel met de opmerking: “Ik ben zeer ongelovig”.  “O, kan dat dan hier ook al?” riposteerde de dienaar Gods voor zijn doen opvallend ongelovig. Hij ging er klaarblijkelijk van uit dat iedereen die huurt van de “Maatschappij voor Welstand onder protestantse landlieden in zuidelijk Nederland” dan ook wel  lidmaat van zijn kerk is. Niet dus.
Hoe zit dat dan met die Maatschappij met die lange naam? Twee weken geleden was de penningmeester van onze verhuurder op bezoek en van hem hoorde ik het verhaal. In 1822 raakte de protestants kerk haar positie als staatskerk kwijt. Tot die tijd waren ambtenaren in de generaliteitslanden protestants christelijk. Dat hield toen ineens op. Veel protestanten in Brabant en Limburg kwamen zonder werk en woning te zitten. Een stichting werd opgericht om hen te ondersteunen door het aankopen van vooral landbouwgronden. Daardoor werden die mensen aan nieuwe inkomsten geholpen, al zal menige voormalige douanier met veel tegenzin de schop in de zandgrond hebben grestoken.

Tsja, daar zit ik nou als voormalig katholiek te huren van een instelling die met behulp van de rendementen van haar bezit (waartoe Hof Popkensburg) het paapse bastion in Brabant en Limburg van binnen uitholt .Nou ja,  vanuit de constatering dat de katholieke kerk zelf minstens even hard bezig geweest is om haar instituut uit te hollen, kan ik wel leven met deze aanwending van mijn huurpenningen.

maandag 6 februari 2017

Weer even in de grote stad, meteen alles kwiijt

Als dorpeling kijk je in een grote stad voortdurend om je heen. Voor dat je het weet gaat er een of ander onguur type met je geld of spullen vandoor. Zo voelde ik mij ongeveer na een bezoek aan het International Film Festival Rotterdam midden in de biotoop waar ik 7 jaar lang heb gewoond. Nooit is in al die jaren van mij iets ontvreemd, al dat gezeur van provincialen over de gevaren van de grote stad leekTrumpiaans gezwets. Maar toch kon ik aan het eind van de filmdag (5 films van zeer wisselende kwaliteit) de volgende balans opmaken: verdwenen: 1 leesbril van 900 euro, 1 rugzak van 50 euro, 1 zonnebril van 25 euro, een kadootje voor Jurriaan van 19 euro plus nog wat kleingoed. Allemaal gejat daar? Nee, allemaal door deze Boterletter ergens laten liggen. Een halve dag ben ik langs kassa's, portiers en knooppunten voor verloren voorwerpen gesjokt om mijn spullen die ik overal had laten liggen, was vergeten of had laten vallen, terug te krijgen. Noppes. Allemaal spoorloos verdwenen na momenten van onachtzaamheid. Dus toch waar, al die verhalen over die grote stad? Neen, driewerf neen. Helemaal aan het eind van de avond ging ik nog eens langs de nachtportier van De Doelen. En ja hoor, daar stond mijn rugzakje met alles er nog in, inclusief het kadootje voor Jurriaan. En toen ik in de trein wilde stappen ging de telefoon. Een heel vriendelijke medewerker van het Oude Luxor vertelde me dat mijn bril was terugbezorgd door een bezoeker.
Dus, pronvincialen aller landen: Rotterdam zit vol met behulpzame eerlijke mensen die er moeite voor doen om verloren geaande spullen bij de rechtmatige eigenaar terug te bezorgen. En; provincialen: : ....let voortaan zelf een beetje beter op je spullen!

vrijdag 3 februari 2017

het lijkt wel lente, dus Sint Laurens kleedt zich luchtig

Een beetje genietend van het flauwe lentezonnetje slenter ik naar de bushalte van Sint Laurens. Vandaag ga ik mijn nieuwe tweedehandsje ophalen in Goes. De fiets blijft dus thuis, vandaag wordt het dus helemaal dorps, met de bus van Sint Laurens naar het station in Middelburg en dan met de boemel naar Goes.

Terwijl ik naar het busstation loop verbaas ik me over het enorme affiche voor ondergoed dat het bushok in Sint Laurens siert. Had ik hier niet verwacht. Maar “ziek’da noe hoe?” . Het vrouwspersoon met zeer weinig aan beweegt! In de toch nog frisse wind staat daar een bijna ontklede dame met openwaaiende regenjas tegen het bushokj e geleund. Een oost Europese dame die in Sint Laurens klanten probeert te werven langs de oude Rijksweg? Maar nee, ik kom terecht in een heuse fotoshoot. Een fotograaf drentelt heen en weer rond de dame in kwestie die nu toch echt staat te blauwbekken. Ik knik haar bemoedigend toe. Auto’s door de dorpstraat rijden nu zelfs nog langzamer dan de voorgeschreven 30 km. Ik pak snel mijn foon om iedereen te laten zien dat er in Sint Laurens toch echt wel wat valt te beleven zo nu en dan. Over vrouwenonderdrukking en zo hebben we het nou even niet, hè.

donderdag 2 februari 2017

Eén met de grond

“Wat ooit wankle, wat bezwijke
 Gij houdt immer trouw de wacht
Ja, gij blijft, als in ’t verleden
Ons ’t symbool van moed en kracht”
Deze  tekst hoort bij een bordje met een oranje leeuw dat altijd bij mijn ouders boven de deur hing. Gemaakt bij gelegenheid van 5 mei 1945. Dat bordje heb ik enkele dagen geleden boven de kamerdeur gehangen. Die gebeitelde zinnen typeren de sfeer die hier rust, met de nadruk op rust. Vandaag ben ik dan eindelijk begonnen mijn  landje te bewerken, het  uitgraven van oude stenen die paadjes vormden in een voormalig kruidentuintje van een ander. Tesamen met drie andere bewoners planten en zaaien we daar dit voorjaat spinazie, boontjes, bietjes en al het andere dat slakken en konijnen voor ons over laten. Dat wordt dus komende week eerst spitten, compost erover en dan een omheining er om heen. De konijnen zijn we dan de baas, op een milieuvriendelijke manier om slakken te blokkeren wordt nagedacht door degenen die daar verstand van hebben (ik niet). Ik ving ooit in mijn tuintje aan de Veersesingel slakken in schaaltjes met bier. Die beesten vonden dat zo lekker dat er steeds meer op af kwamen. Zo had ik een hele tuin vol lallende slakken. Dat moet dus op een efficiëntere manier kunnen.
Terwijl ik aan het werk was in de lauwe voorjaarslucht, het was vandaag ineens een graad of 10, hoorde ik  boven me in de blauwgrijze lucht vluchten met ganzen voorbij komen. Het was precies zoals ik het me hier had voorgesteld.
En die rugpijn na afloop nemen we op de koop toe. De zelfgemaakte appelmoes smaakte er nog lekkerder door.
Nu hoef ik alleen nog maar Godvrezend te worden. Om het uur doet het kerkklokje van Sint Laurens haar best me daaraan te herinneren.



donderdag 19 januari 2017

Een bekentenis

Het onderscheid tussen denkers en doeners manifesteert zich in de dagelijkse praktijk als het onderscheid tussen klussers en prutsers (maar dan in de omgekeerde volgorde).  Hoewel ik zeker geen groot denker ben, ben ik – zo heb ik afgelopen weken kunnen ervaren – wel een grote prutser.

Het is niet te geloven hoe ik van elk karweitje een reuze veel tijd, energie en zweet vergende kwestie kan maken, met telkens een pover resultaat. Drempels moeten twee keer worden gekocht,  schroeven blijken niet te passen, boutjes blijken te lang of juist te kort, lampen zitten nooit echt mooi strak tegen het plafond en wie presteert het om met een vlak naast een electriciteitsdoosje geplaatste schroef twee dagen lang de hele bovenverdieping lam te leggen. Als ik de stroom aanzette klapte de aardlekschakelaar er telkens onmiddellijk weer uit. Ik had alles nagelopen, alle apparaten en lichten afgekoppeld, stroomdraden aan koppelsteentjes gezet en toch bleef de aardlekschakelaar onwillig. Buurman Cor er bij gehaald. Die zag onmiddellijk dat ik een plaatje in het plafond had geschroefd zonder gebruik te maken van de daarvoor bestemde gaatjes in het afdichtplaatje. “Schroef die  er maar weer uit, dan zul je zien dat de storing is opgeheven”. Ongelovig  schroefde ik de desbetreffende schroef uit het plafond en warempel, alles werkte weer. De manier waarop buurman Cor vervolgens met mij als domme kracht een loodzwaar kastje vliegensvlug met draadloze electrische schroevendraaier waterpas en muurvast aan de muur zette, bevestigde mij nog eens in datgene wat ik al mijn hele leven weet, maar nooit wil toegeven: ik ben een man met twee linkerhanden. “Maar jij kunt weer een boek schrijven” sprak H. ’s avonds de troostende woorden. Maar dan te bedenken dat zelfs die verzachtende omstandigheid twee jaar gelden nog niet kon worden opgevoerd.

vrijdag 13 januari 2017

We hadden er flink de smor in (met een streepje door de o)

Vandaag met moeder  de vrouw een dagje woonbelevenissen opgedaan bij IKEA Breda met als onbetwist hoogtepunt de Zweedse gehaktballetjes , voorzien van prikkers met Zweedse vlag. Wat kan het leven toch intens geluk bevatten als men met een boodschappenwagentje langs woon- slaap en studeerkamers, keukens en badkamers scheert. Angstvallig beperkte ik me tot mijn reeds thuis gemaakt lijstje, dat zich allengs vulde met behulp van minuscuul potloodje neergeschreven namen die enigszins  Zweeds klonken. Al kan ik me bij aanduidingen als Plundera en Klockie nauwelijks voorstellen dat dat Zweeds is. Ook woso (telkens streepjes door de o) voor een wasmand lijkt me erg sterk. Maar ja, mijn Zweeds staat op een zo’n laag peil dat ze me werkelijk alles wijs kunnen maken. Gaktbollen (weer met streepje door de o) voor gehaktballetjes geloof ik ook niet. Maar smor voor jus geloof ik weer wel.
Volgens mij verdient IKEA nog het meest aan de lampenafdeling. Ook al heb je je daarvoor nog zo sober gedragen, eenmaal op de lichtafdeling gekomen gaan alle remmen los. “Wat led je?”is de leus waarmee IKEA de laatste euro’s uit je zak trekt.  Ook de badafdeling biedt een keur aan glimmende zeepbakjes, handdoekenstangen en wastafelplankjes waar ik niet tegen ben opgewassen. Alsmaar hoger werd de hoeveelheid troep in ons boodschappenkarretje.

“Tafelkleden zijn blijkbaar uit” hoorde ik een zichtbaar teleurgestelde vrouw tegen haar vriendin zeggen. Maar ik ging tevreden huiswaarts met een batterij ledverlichting waar de atoomcentrale bij Borssele de komende dagen overuren voor moet draaien.

donderdag 12 januari 2017

In Zeeland gaat veel onder de toonbank

Klussen gaat altijd in tweeën. De eerste keer doe je het fout, de tweede keer goed. Zo geschiedde met de kleur op de muur, zie een van de vorige episodes. Zo geschiedde met de drempel. Een mens kijkt nooit naar de manier waarop een drempel is ingebed in deurpost. Ik ging dus maar een beetje aan het improviseren en past de dorpel precies tussen de deurstijlen. Mis. Een drempel hoort precies onder een deur te vallen en dat is nu juist NIET tussen de deurposten. Opnieuw naar de doe-het-zelver om een vers nieuw drempelbalkje. Er kwam nog een hoop gefiguurzaag aan te pas voordat ik alle hoekjes die in deurpost zitten goed had. En dan vooral ook opletten aan de juiste kant beginnen te zagen en niet de hoekjes die er aan moeten blijven afzagen!
Zo ging het ook met het ophangenv an de lampen. Altijd weer een klotekarwei om die kapjes precies strak tegen bhet plafond te krijgen. De tweede keer lukte het beter.
Een rolgordijntje bleek precies niet te passen omdat het ijzeren buisje waaromheen het rolgrodijntje zat net iets uitstak. Dus nooit het rolgordijne als vertrekpunt nemen. Gelukkig had ik een ijzerzaagje, al moest ik toch nog twee keer naar de doe hetzelfzaak om de juiste ophangnokjes te vinden. Die bleken alleen te zitten in een grote bak die na enige zoeken onder de toonbank stond. In Serooskerke worden rolgordijnen onder de toonbank verkocht.