Totaal aantal pageviews

donderdag 23 september 2021

Hoe een locomotieffabriek een fonkelende diamant werd

 Frank Gehry had weer eens een gekke bui en frommelde in opdracht van de gemeente Arles een prop zilverpapier in elkaar: ziedaar het ontwerp voor een nieuw gebouw van deze reuze fantast, de aandachtstrekker van het LUMA , geopend in de juni jl.We kennen inmiddels allemaal wel zijn creatie in Bilbao; deze hier in Arles is wat minder spectaculair maar hoort nog steeds tot de categorie "crazy buildings".


Van het gebouw in Bilbao herinner ik me dat het er van binnen minstens zo spectaculair uitzag als van buiten en alles tot in de puntjes verzorgd. Dat is ook hier weer het geval. Pas bij binnenkomst merk je op dat het geheel eigenlijk is opgebouwd uit gestapelde aluminium dozen. Daartussen in onberispelijk pleisterwerk cirkelt een smetteloos witte trap omhoog. Wie wil kan vervolgens vanaf bovenaf met de glijbaan in klaterend aluminium weer naar beneden. Slechts echte durfals, zoals ik natuurlijk, doen dat ook. Omdat de glijbaan uit talloze stukken aluminium is samengesteld ga je bibberend naar beneden, voorwaar een eersteklas kermisattractie. Maar of dat nou kunst is, mwah.

Het gebouw is zozeer zelf kunst dat er verder geen enkele kunstwerk in past, op enkele grote zwart wit foto's van planten na dan. Buiten staat er ergens op een dak één blauw tafelachtig ding, dat is het dan. Verder fungeert het gebouw als trekker voor de expositieruimten beneden die in voormalige loodsen van een enorme locomotieffabriek zijn ondergebracht, hetgeen sterk doet denken aan de lay out van het Arsenale in Venetië. Die loodsen zijn fantastisch opgeknapt en ogen, hoewel ze anderhalve eeuw oud zijn, bijna als nieuw. Er is heel veel fotografie en nogal wat video/filmkunst. Schilderkunst hoort blijkbaar helemaal tot het verleden. Veel 'Black Lives Matter', het nieuwe politieke correct en aandacht voor werk van kunstenaars uit China en Afrika. Arme witte kunstenaars uit Europa, die komen voorlopig niet meer aan de bak, lijkt het. Ik zet ergens een 3d-bril op en waan me een tijd lang in een griezelig landschap van vlak boven mijn hoofd hangende planeten om vervolgens ondergedompeld te worden in een landschap vol zoutkristallen onder een hemel van stalactieten. Best griezelig allemaal. H. zit er ondertussen een beetje beduusd bij, kan weinig met de kunst van een afrikaan die het aandurft om een hele gigantische zaal vol te zetten met droogboeketten; symbool van de teloorgang van de kolonies en de daarna opkomende democratieën (ik verzin het niet, de curatoren hadden het zo in teksten bij gezet).Ik ben te dom om al die kunst hier te snappen, zegt ze. Dat is niet nodig, denk ik dan. Ik snap het ook niet, maar dat doe ik inmiddels al jaren niet meer.

Om dat alles te compenseren, zo lijkt, is er een grote fototentoonstelling over Mannelijkheid. Alles wat je je daarbij kunt voorstellen passeert, heel begrijpelijk en dus ook heel voorspelbaar, de revue, van stoere cowboys en vechtersbazen tot soldaten, rockers en nichten als paarden.   

We lopen daarna het centrum van Arles nog even in en staan plots oog in oog met de Romeinse arena, die na Frank Gehry er ineens als een tamelijk normaal bouwwerk bij ligt. Geheel ten onrechte natuurlijk. Over honderd jaar is er van de schepping van Gehry niets meer terug te vinden, terwijl die Romeinse arena er dan nog steeds onaangeroerd staat.

woensdag 22 september 2021

poepen naast de afwas


dinsdag 21 en woensdag 22 september

Dinsdag is rustdag voor H. die zich langs het zwembad van de verder tamelijk aftandse camping in Chateauneuf de Cadagne neervlijt. Alles ziet er uit of het decennia geleden is aangelegd en sindsdien nimmer vernieuwd. Om de camping binnen te komen moet je met je auto door een geul waarbij je met het chassis telkens op de bodem klapt. De slagboom is helemaal doorgeroest en bij de toiletten moet je je drol draaien pal naast de plek waar iemand anders de afwas staat te doen. De campingeigenaar is zelden of nooit op zijn kantoortje te vinden, dus je moet alles maar zelf uitzoeken. Na 2 dagen ontdekken we pas een hok waar je ook kunt poepen zonder afwassers te hinderen. 

Ik begeef me op mijn elektriek richting het Luberongebied, alwaar ik enkele stevige hellinkjes moet bedwingen. Mijn GPS houder begeeft het waardoor ik op de hobbelige wegen er niet op kan kijken. Het aanhouden van de verkeersluwe weggetjes is daardoor niet meer mogelijk. Het laatste stuk van de 80 km van vandaag moet ik over overvolle wegen terug naar de camping, geen onverdeeld genoegen.

Woensdag

Toen Filips de Schone, koning van Frankrijk, in 1300 genoeg had van al die kerkstaatjes en kloosters die alsmaar weigerden belasting te betalen, en de eerstvolgende paus voor het eerst geen Italiaan, maar een Franse bisschop bleek, vond hij het tijd om die nieuwe paus, Clemens V, te bewegen Rome de rug toe te keren en een zetel te gaan neerzetten in Avignon. Aldus geschiedde, 10 pausen achter elkaar, vrijwel allemaal Fransen, bleven in Avignon ergens tussen 1302 en 1375.In die 75 jaar werd er door achtereenvolgende pausen een geweldig paleis neergezet, even vol pracht en praal als het om die reden verguisde Rome. Kloosters werden onteigend en de gouden kelken omgesmolten tot gouden munten met de afbeelding van de Franse koning er op. Hier is het Paleis der Papen. 

De halve dag dwalen wij aan de hand van wat werkelijk zeer geavanceerd mag worden genoemd, met een tablet door de vertrekken. Op de tablet wordt bij binnenkomst in elke zaal een 3 d presentatie gegeven die een beeld geeft van de inrichting van de de zalen destijds. Opvallend dat op elke presentatie de tafels hoog opgetast zijn met overvolle schalen en kelken. Alleen de dames van plezier en jonge jongens die de kardinalen prettig bezig hielden worden ons onthouden. We dwalen door de pauselijke tuinen die nog maar zeer onlangs in ere zijn hersteld en vol staan met de geurige kruiden van de Provence. Ik ruik tijm, rozemarijn, venkel, salie en oregano.

's middags doen we wat alle Fransen elke dag lijken te doen, uitgebreid tafelen met wijn en zo. Daarna zijn we een paar uur niet  vooruit te branden en rusten in elke parkje uit onder de bomen. Die parkjes zijn er talrijk, dus dat komt goed uit. Een enorme klim naar een hoog gelegen paleistuin leidt tot prachtige panorama;s over de Rhone, de beroemde Pont d'Avignon en jawel, prominent in de verte, de Mont Ventoux met zijn witte kap. Helaas net te ver om er op de fiets naar toe en vervolgens tegenaan te gaan. Dat is er dus afgelopen dagen niet van gekomen.

maandag 20 september 2021

Je bent ook nooit eens ergens alleen

 

Maandag 20 september

Een kilometer of 30 van ons vandaan, nabij Rousillon, ligt het okergebied. Ongeveer 15 procent van de grond daar bestaat uit knalgele klei: oker. Oker blijkt een van de, zo niet hét oudste pigment van de mensheid te zijn. In de Griekse en Romeinse tijd werd het al gebruikt om huizen, aardewerk enzovoorts een kleur te geven, variërend van knalrood tot citroengeel en alles ertussen. Dat oker werd en wordt dus gewonnen in het gebied dat Luberon heet, in de schaduw van de Mont Ventoux. We gaan naar een okerfabriekje alwaar het verbluffend simpele proces om tot het pigment oker te komen uiteen wordt gezet. Los okeraarde op in water, voer het via een gotensysteem naar een vijver, waarin het sediment een seizoen lang kan bezinken. Laat vervolgens het water weer weglopen en snij de oker in blokken. Laat die vervolgens in de zon uitdrogen en ergens in het najaar wordt de vijver leeg gebikt. Die brokken gaan in een verpulvermachine en zie, daar heb je grondstof oker, basis voor vele kleurschakeringen. H. sloeg weer aan het fotograferen, hetgeen de volgende kleurige plaatjes oplevert.




Voordat we richting Rousillon gingen hadden we Gordes, volgens de folder van alle bijzonder mooie Franse dorpjes de allermooiste. Ziehier.


Op een maandagmiddag ver in september is het er nog steeds zo druk dat we ons op een julidag in Valkenburg wanen, snel weer weg hier. Ilja Pf. heeft gelijk: je denkt een authentieke ervaring op te doen maar miljoenen zijn je al voor geweest. En op de dag zelf blijken honderden anderen precies hetzelfde idee gehad te hebben. Gelukkig waren we in de okerfabriek maar men een man of tien.

 

zondag 19 september 2021

Fris in de Provence

 

Vrijdag 17, zaterdag 18 en zondag 19 september

De vijfde week van onze eindeloze trektocht door zuidelijk Europa is begonnen. Eerder waren we al uit Duitsland weggevlucht voor het weer naar midden Frankrijk. Nu we op weg willen naar de Italiaanse meren gooit het weer daar wederom alles in duigen. Er pakken zich steeds meer regenbuien samen tegen de zuidelijke Alpen. Wij als noord Europeanen zien de Alpen vaak als de barrière waar het koude weer niet overheen komen. Maar andersom zijn de Alpen ook barrieres waar depressies die vertrekken vanaf het Iberisch schiereiland blijven hangen. Dat is nu het geval, slechts de zuidelijke rand rond de mediterranée blijft depressievrij. Daar blijven we om die reden nog wat langer hangen. Op vrijdag maak ik een wat langere klim door de bergen naar het binnenland. Vrijwel onbewoond zijn de beboste hellingen, met slechts 2 dorpjes tijdens een klim van bijna 20 kilometer. Op de elektriek in stand eco een pittige maar zeker geen loodzware tocht.

Pas des zaterdags aanvaarden we een weg terug naar Frankrijk, want in het Rhonedal  blijven de weersvooruitzichten goed. Eigenlijk doen we dezelfde route die we eerder volgden, maar dan andersom. Een mooie manier om te bezien of de auto, die nu vol zit met koelvloeistof, dezelfde route zonder mankeren doorstaat. Jawel hoor, wat anderhalve liter vloeistof in een motor al niet scheelt.

We hebben een camping op een steenworp afstand van Avignon.  Zondags laten we die stad nog even onberoerd want we gaan eerst naar een brocanterie in L’Isle de Sorgues, ook al weer een Venetië, nu van de Vaucluse. De Durance, die we op deze manier telkens weer tegenkomen, wordt hier via kleine kanaaltjes door het stadje geleid. We missen net een Afrikaans koor  in een kerk die zijn weerga niet heeft: hij is mooi van alle lelijkheid die er in is samengepropt; geen vierkante centimeter of er bengelt ergens wel een engel, een apostel of een rosetje.


De terrassen zitten overvol en als er dan eindelijk een tafeltje vrij is neemt niemand de moeite om ons te bedienen. Gelukkig heb ik ergens een stuk kaas op de kop getikt, die maken we dan maar pastoor zonder drank.



Mijn telefoon stroomt ondertussen over van berichten overde zoveelste bestuurs-rel bij Humanitas Zeeland. Leve het vrijwilligerswerk!

Tegen het eind van de zondagmiddag daalt de temperatuur naar Nederlandse herfstwaarden. Omdat we nagelaten hebben om zondagochtend naar een supermarkt te gaan, hebben we niks te drinken. Hoe dorstig kan een zondagmiddag, zelfs in de Provence, zijn!

donderdag 16 september 2021

Hoe een lelijk ogend gebied heel anders uitpakt

 

Dinsdag 14, woensdag 15 en donderdag 16 september

Heel anders dan de rommelige omgeving van Albenga ontplooit zich achter een uitstekende rotspunt in zee een alleraardigste stad, Alassio, waar ooit de moeder van H., volgens de overlevering een schoonheid a la Marilyn Monroe, zich aan de zijde van haar gade lichtvoetig onder de palmen en pijnbomen over de boulevard bewoog, nagestaard door de Italianen die er een stijve nek aan over hielden. Welnu, die boulevard ligt er nog. Op het strand blijkt elke vierkante centimeter benut om er in slagorde strandstoelen neer te zetten. Daartussen zijn gigolo’s voortdurend in de weer het zeezand volmaakt vlak te scheren met speciaal daarvoor ontworpen rollers. Opvallen is dat er vrijwel niemand op een strandstoel ligt. Als we informeren naar de prijs, is die onveranderlijk: 35 euro voor een tweetal.  Als we langs de branding kuieren ontdekken we achter een kerkje een strook van ongeveer 10 meter breed waar vanwege de heilige grond geen handel bedreven schijnt te mogen worden. Daar leggen we, tezamen met 20 anderen, ons handdoekje dan maar neer om het werkelijk heerlijke zeewater in te duiken. In de avonduren lopen we naar een bekoorlijk vissersdorpje waar we inde avondlucht bij wijze van middaghapje een enorme croque monsieur naar binnen werken. We hebben gelijk geen honger meer.

’s Woensdags beklim ik op mijn ros  de ongelooflijk steile weggetjes in de omgeving waar telkens weer nieuwe buitenhuizen opduiken. Erg fraai is die opgestapelde heuvelbouw niet, het weer chagrijnig grijs, dus ik ga weer snel terug en voeg me bij H. langs de  rand van het zwembad. ’s Avonds tracteert H. op de lekkerste Cesar Salad ooit, met spekjes en kip en zo, gewoon met een lichtje in het donker  voor onze eigen tent. Met bier en wijn erbij kan daar geen restaurant tegen op!

Onze laatdunkende uitlating over de “spuuglelijke” stad Albenga moet echt van tafel. In de rommelige schil bevindt zich een historisch pit met nauwe straatjes en kerkjes van een grote schoonheid. Zo (her)kennen we Italië weer.  Hier wat impressies.



dinsdag 14 september 2021

Met kokende motor op de autostrada

 Zondag 12 en maandag 13 september

‘Zondags zwier ik door de Gorge op mijn elektriek. Dat is toch andere koek dan in een automobiel; aan het landschap wordt een dimensie toegevoegd.  De massieven, met de zon er op, ogen allemaal net iets grootser, maar bovenal hoor je nu, als je op het niveau van de rivier rijdt, het ruisen van het water weerkaatsen tegen de rotswanden. Fantastisch, waar zou ik zijn zonder mijn fietsje? Waarmee ik geen afbreuk doe aan mijn tochtjes met H. naast me in de auto; die zijn net zo leuk, maar dan weer anders. Denk aan zakken toffees en muziek op de door H. meegenomen geluidsbox. Daarop muziek van de Spotify speellijst van broertje Frans. Daarop staat inmiddels 166 uur van de meest goddelijke popmuziek. Die jongen maakt van die telkens aangevulde lijst, er staan inmiddels 1300 nummers op, zijn levenswerk. (zie aldaar, de naam van de lijst is: ‘Frans’). Op de weg terug zie ik bij een politiewagen een hoop staal op de grond liggen. Er liggen ook twee lichamen tegen de railing aan, een leeft in ieder geval. Ik voel geen aandrang te blijven kijken maar kan een onderdrukt o, o niet nalaten. Als later diezelfde politiewagen met een horde motoren me passeert heb ik de indruk dat een van hen met uitgestoken been me probeert van de weg te rijden. Had ik onvoldoende eerbied voor de wegduivels getoond?

Maandag is het paniek in de auto, op de drukke tolweg tussen Nice en onze bestemming: Alassio. Links het imposante berglandschap, de Alpen vallen hier ter hoogte van Monaco gewoon in de Middellandse Zee in, Corsica en Sardinie zijn gewoon de voortzetting van de hoogste toppen verder in zee, is mijn theorie, en rechts dus de zee. Maar paniek dus: we gaan tegen de grens met Italië alsmaar de hoogte in. De auto met karretje er achter heeft het zwaar en de wijzer van de motortemperatuur stijgt onrustbarend. Vlak voordat we Italië binnenrijden begint het woordje: STOP! op te flikkeren. Naar de kant, naar de kant, schreeuwt H. Maar er is hier helemaal geen kant op de drukke verkeersweg,! Alleen een enorme goot waarin de wagen helemaal scheef zou komen te staan. Ik pruttel dus maar door, de wijzer dik in het rood. Stop, stop roept de machine, in koor met H. Eindelijk zie ik een onduidelijk afslag voor werkverkeer en parkeer de auto pal langs de voorbij schietende vrachtkolossen. Zet je motor af, beveelt H. Nee, laten draaien, zeg ik kordaat, dan blijft de koelvin draaien. Zo staan we daar een kwartiertje. De wijzer begint langzaam te zakken. We rijden weer en hebben gelukkig de top gehaald, bij het dalen zakt ook de wijzer weer. Bij het eerste beste benzinestation weet H. me te vertellen hoe je het niveau van de koelvloeistof kunt meten. Geen moment heb ik aan het niveau van de koelvloeistof gedacht en geen benul heb ik waar dat ergens onder de motorkap schuil gaat. Dat ik de motorkop open krijg, vind ik op zich al een prestatie. H. wijst me op een plastic bus. Voorzichtig draai ik, na een half uurtje wachten, zo veel benul heb ik dan nog wel, de dop los. We schudden en rammelen wat, de bus blijkt helemaal leeg. Geen druppel koelvloeistof te zien, ja helemaal onderin zit nog wat, stelt mecanicien van dienst H. vast. Dan maar koelvloestof bijladen. Helaas blijkt die bij de benzinepomp niet voorradig. Blijkbaar komt iedereen hier met een kokende motor te staan en komt de koelvloeistofleverancier hier maar 1 keer per maand langs. Dan gieten we er maar een halve liter water in, ijs en weder dienende. Opgewerkt rijden we verder. Het metertje blijft nu verder keurig op 0 staan. Morgen horen jullie of de bak blijft rijden.

We komen Alassio binnen via Albenga, een werkelijk spuuglelijke stad aan de monding van de hier samenkomende Centa en Neva. Langs de kust rijden we terug naar het beoogde kampement bij Alassio. Terwijl ik mijn auto met aanhanger stil zet onder een hoek van 45 graden , zegt de portier van het complex doodleuk dat de camping wegens einde seizoen gesloten is. Ga dan met je kar met aanhanger op een smalle bergweg maar eens omdraaien! Enfin, met veel gezucht en gekreun krijgen we het toch voor elkaar en zetten koers naar Cereale, waar een camping nog wel open is. Nog wel open? Die blijkt hartstikke vol. We vinden nog net een plekje op de – naar goed Italiaans gebruik – in slagorde opgestelde campers. Kamperen met een tent lijkt bij pensionado’s een nauwelijks meer beoefende buitensport, viel ons al eerder op.

’s Avonds strijken we neer op een alleraardigst terrasje in een oud straatje onder de palmbomen. Voor het eerst deze vakantie is het ’s avonds in de buitenlucht nog heerlijk toeven. Viva Italia!


zondag 12 september 2021

In de Gorge

 vrijdag 10 en zaterdag 11 september


De Gorge du Verdon is maar 25 km lang, maar de tocht er langs neemt ruim 2 uur in beslag. Vanwege de vele kronkels, de gevaarlijk langs je schietende motoren die nopen tot voorzichtig rijden en natuurlijk ook de geringe rijvaardigheden van de chauffeur; ik ben niet zo'n coureur die met piepende banden de bochten in gaat en optrekt alsof ik op het circuit van Zandvoort zit. Nee, er schuilt op geen enkele manier een Max Verstappen in mij. Motorrijders vindt ik gevaarlijke wezens, regelmatig komen ze op mijn baan op me af gestormd, waarbij ik dan maar word geacht het gaspedaal los te laten. Ook voorbij sjezend zwaaien ze vlak voor mijn motorkap weer onze kant op, soms hoofschuddend over mijn suffe rijstijl. Regelmatig vormt zich achter mij een kleine file, dus helemaal ongelijk zullen ze ook niet hebben.

Het landschap is adembenemend.


Diepe kloven gevormd door gigantische stenen kolossen die elkaar net niet raken, knalgroene kleuren afgewisseld met het eerste roodbruin van de naderende herfst. Steenlagen plooien dik over elkaar, toonbeeld van botsingen van aardlagen die miljoenen jaren geleden plaats vonden. Aan het eind mondt de Verdon uit in een gigantisch, staalblauw meer, bezaaid met peddelende, waterfietsende en suppende lieden. Sommigen varen een eind stroomopwaarts de kloof in. Van bovenaf kun je zo zeker honderden meters de rivier op peddelen. Eerder zagen we stroomversnellingen waar volgens mij alleen zeer ervaren kajakkers hun weg kunnen vinden. Opvallend veel fietsers, zowel naturel als met een elektriek doen de route. Morgen voeg ik mij bij hen.