Het was H"s idee om naar Griekenland te gaan. Ik heb niets voorbereid en heb me door H. laten inwijden in het Griekse leven. Welnu, als het haar snode plan was om mij voor eens en voor altijd verliefd te laten worden, zodat wij hier nog vele jaren terug zouden keren, dan is zij in haar opzet volledig geslaagd. Ik ben voor dit land als een blok gevallen. Alles is verrukkelijk. Akkoord, je moet een vuilniszakje meer of minder aan de openbare weg geen punt vinden; een gat meer of minder in het wegdek gewoon voorbij rijden, een chagrijnige beambte achter een loket voor lief nemen, een claxon min of meer niet horen. Maar dan blijft er zoveel te genieten over; de avonden, de maaltijden, de stranden, de monumenten, de grote stille autowegen, de vriendelijkheid alom, de melancholieke muziek, de wijn, de Metaxa, de feta, de olijven, de tomaten, ja, vooral de tomaten!!
Vandaag gingen we nog eenmaal langs een klooster; nu kon ik eindelijk een kloosterkerk wel van binnen fotograferen.
Ik trof slechts een monnik, wat treurig weggedoken achter de toonbank van een winkeltje vol ikonen. Op Athos liep de handel daarin gesmeerd, hier leek het wat minder. Nog een keer kiekten we de opaalgele rotsen en het turquoise water.
Nog eenmaal hieven we de retsina boven een goddelijk geroosterde dorade. Nog eenmaal dronk ik een Metaxa, o nee. Toch niet vanavond! Dat moest ik nou volgens H. maar een keertje laten. Morgen weer vroeg op om het vliegtuig naar het regenachtige Holland te halen.
Ik wil hier helemaal niet weg, H ook niet.
Totaal aantal pageviews
vrijdag 21 september 2018
donderdag 20 september 2018
Aan het Canal d'Amour
Op de autoradio luisteren we veel en graag naar de griekse muziek, al ontstijgt die het niveau van de gemiddelde Nederlandstalige zenders niet, alleen is aĺles in het Grieks natuurlijk. Daarom gooien we er via Blue Tooth af en toe ook wat muziek via Spotify er door heen. Zo kwamen we bij Paul McCartney. Dat werd mijn goede vriend, Jacques, zelf met zijn vrouw op dit moment ook op reis in Griekenland, in Athene, te bar. HIj schreef me dat het tijd werd dat we nu eens kennismaakte met echte mooie Griekse klanken. Hij noemde namn van Tsitsanis, Bithikotsis en Dalaras.Jacques is een echte Griekofiel, dus zijn advies nemen we serieus. Vanaf vandaag klinkt bij ons uit de radio muziek van een van de drie. Toch weer heel andere koek dan wat we tot nu toe hoorde. Van de Italiaanse Fellini achtige muziek van Nina Rota tot bijna Oosterse klanken uit Beiroet; daartussen beweegt zich het Griekse muzikale idioom. En altijd met die typische mandoline erbij (of iets wat daar op lijkt). Veel snikken in de stem; er wordt wat afgeleden in Griekenand,ook buiten de economie om. En ook veel meeklappers;bij de live opnamen klapt het publiek bijna altijd mee; net als het Nederlandse altijd een fractie uit de maat.
Overdag rijden we naar boven en genieten van het enorme uitzicht over de 5 in de hitte zinderende baaien van Palaokastritsa.Vervolgens naar het Canal d' Amour;een groepje merkwaardig uit de zandrotsen uitgesleten kanaaltjes, waarin het prima zwemmen is. Aan een van die kanalen beloven we elkaar, als we op 19 juni 2020 nog steeds, en dan dus 15 jaar verloofd zijn, om dan....om dan... een enorm feest te geven. Save alvast the date dus.
Overdag rijden we naar boven en genieten van het enorme uitzicht over de 5 in de hitte zinderende baaien van Palaokastritsa.Vervolgens naar het Canal d' Amour;een groepje merkwaardig uit de zandrotsen uitgesleten kanaaltjes, waarin het prima zwemmen is. Aan een van die kanalen beloven we elkaar, als we op 19 juni 2020 nog steeds, en dan dus 15 jaar verloofd zijn, om dan....om dan... een enorm feest te geven. Save alvast the date dus.
Achteruit zonder om te kijken
In het 'Hans en Grietje' huisje hebben we een geweldig ontbijt met eigen gemaakte jam. H. is helemaal verliefd op deze plek en belooft de gastvrouw hier ooit terug te komen. Waarvan akte! We rijden nog wat door het bijzondere gebied in het Pindosgebergte dat de status van natuurpark heeft. Terecht; we klauteren door een bergdorpje waar de tijd honderden jaren heeft stilgestaan. Via een weg die langs een ' stone forest' met pannekoekfomaties leidt komen we aan een uitzicht op de Vicoskloof met Grand Canyon achtig allure; oordeel zelf:
Daarna aanvaarden we de weg terug naar Corfu over de imposante weg waar wederom niemand over rijdt; de Grieken vertikken het op de door de Europese banken met heel veel geld gebouwde tolwegen te rijden! Laten we dus ophouden met het aanleggen van dit soort waanzinnige, door niemand gewenste infra-structuren! "Geen geld meer naar de Grieken" krijgt hierdoor een heel andere lading.
De veerboot op gaat nu ineens heel makkelijk nu ik me heb voorgenomen naar de bootsman te blijven kijken. Het blijft tegennatuurlijk om je, zonder een keer achterom te kijken, achteruit te laten loodsen; maar het werkt dus wel. Terug op Corfu rijden we nu eens langs de oostkust naar boven. Heel lelijk volgebouwd en overvol; echt niet aan te raden om daar je vakantie door te brengen, de westkust daarentegen is veel bergachtiger en schilderachtig. Daar gaan we weer naar toe, nu naar de dubbele baai van Palaokastritsa (een wat onheilspellend naam vind ik). H. weet niet goed hoe om te gaan met Google maps, nu haar mobiel weer eens bijna leeg is; zodat we meer dan een half uur moeten zoeken naar ons appartement, een naald in een hooiberg. Uiteindelijk vinden we het toch; een in nogal hoerige kleuren uitgevoerd appartement (aquamarijnblauwe vlasgordijnen en kussens met een knalpaarse sprei op een spierwitte stenen vloer). Voor de afstandsbediening van de airconditioning moet je hier afzonderlijk betalen; voor niets gaat hier alleen de Griekse zon op.
Daarna aanvaarden we de weg terug naar Corfu over de imposante weg waar wederom niemand over rijdt; de Grieken vertikken het op de door de Europese banken met heel veel geld gebouwde tolwegen te rijden! Laten we dus ophouden met het aanleggen van dit soort waanzinnige, door niemand gewenste infra-structuren! "Geen geld meer naar de Grieken" krijgt hierdoor een heel andere lading.
De veerboot op gaat nu ineens heel makkelijk nu ik me heb voorgenomen naar de bootsman te blijven kijken. Het blijft tegennatuurlijk om je, zonder een keer achterom te kijken, achteruit te laten loodsen; maar het werkt dus wel. Terug op Corfu rijden we nu eens langs de oostkust naar boven. Heel lelijk volgebouwd en overvol; echt niet aan te raden om daar je vakantie door te brengen, de westkust daarentegen is veel bergachtiger en schilderachtig. Daar gaan we weer naar toe, nu naar de dubbele baai van Palaokastritsa (een wat onheilspellend naam vind ik). H. weet niet goed hoe om te gaan met Google maps, nu haar mobiel weer eens bijna leeg is; zodat we meer dan een half uur moeten zoeken naar ons appartement, een naald in een hooiberg. Uiteindelijk vinden we het toch; een in nogal hoerige kleuren uitgevoerd appartement (aquamarijnblauwe vlasgordijnen en kussens met een knalpaarse sprei op een spierwitte stenen vloer). Voor de afstandsbediening van de airconditioning moet je hier afzonderlijk betalen; voor niets gaat hier alleen de Griekse zon op.
woensdag 19 september 2018
Met Paul McCartney de berg op
Vandaag roetsjen we van Chalkidiki via de grote autoweg tussen Thessaloniki en Ioanina weer helemaal terug van het oosten naar het westen van Griekenland, het land waar we inmiddels stevig van zijn gaan houden. Wat een eten, want een leuke mensen en wat een prachtige landschappen. Gids van deze reis H. heeft vandaag een nieuwe verrassing petto, een bezoekje aan een bijzondere plek in het Pindosgebergte boven Ioanina. Onder de welluidende klanken van Paul McCartneys nieuwste CD "Egypt Station" (een absolute aanrader, die man heeft niets meer te verliezen en schrijft de ene pakkende melodie na de andere, waarbij de 70 plusser er nog stevig op los kan rocken) beklimmen we de berg die ons voert naar een prachtig huisje met een kamer die zo weggeplukt lijkt uit een Hans en Grietje verhaal; alleen de boze wolf ligt niet op ons te wachten. wel een zeer vriendelijke gastvrouw. Met haar gaan we weer in gesprek over de situatie in Griekenland. Ze is blij dat Varoufakis en Sipras bakzeil hebben gehaald met hun ideeen om desnoods uit de euro te stappen. De economische ramp zou niet te overzien zijn geweest. Zij heeft minder problemen met de noord Europese voogdij.Grieken zijn een prachtig en trots volk maar het zijn net kinderen, ze zijn soms doldriest en hebben af ten toe een straffe hand nodig. Het land krabbelt nu op, aldus onze zegsvrouw. Ook raken we in gesprek met een jonge Israelisch echtpaar met drie kinderen. Binnen de kostste keren hebben we het ook met hen over de politieke situatie in Israel. Moeilijk, moeilijk. Met mijn Nederlands veroordeling van de bezettingspolitiek van de Israeliers kom ik er bij hen duidelijk niet door. Het verhaal kent vele kanten, aldus de twee. Daar laten we het nu maar bij. Het moet wel gezellig blijven.
Laat in de middag gaat we op zoek naar de Vicoskloof, volgens het Guinnes Book of Records de diepste kloof ter wereld. We staan na een stevige wandeling voor een enorme spelonk, waarvan we de diepte moeilijk kunnen pijlen. Guinnes zal ongetwijfeld gelijk hebben.De zon kleurt de bovenste rand van de Griekse Canyon oranje rood; een overgetelijk schouwspel.
Laat in de middag gaat we op zoek naar de Vicoskloof, volgens het Guinnes Book of Records de diepste kloof ter wereld. We staan na een stevige wandeling voor een enorme spelonk, waarvan we de diepte moeilijk kunnen pijlen. Guinnes zal ongetwijfeld gelijk hebben.De zon kleurt de bovenste rand van de Griekse Canyon oranje rood; een overgetelijk schouwspel.
maandag 17 september 2018
Athos door de ogen van een ongelovige
1.
Vandaag dus naar de Griekse versie van Monnikendam; het onafhankelijke mannenstaatje op de
berg Athos. Er mag geen vrouw naar binnen, ook vrouwelijke dieren niet. Alleen kippen zijn toegestaan vanwege de eieren die nodig zijn bij het maken van verf voor de iconen. De weg naar Athos blijkt bezaaid met hindernissen, formaliteiten en misverstanden. Bij de boot in Ierissos sta ik niet genoteerd, dus krijg ik daar vanuit de auto die aan de haven staat geparkeerd, geen permit uitgereikt. Dus maar door naar het een kwartier verder gelegen Ouranoupolis. Daar wemelt het van de pelgrims, dus ik lijk goed te zitten . Op het permitbureau sta ik wel ingeschreven maar pas voor volgende week zondag. Het loket klap dicht. Goede raad is duur; ik probeer het nog eens na telefonisch overleg met H.. De ambtenaar, die duidelijk geen woord Engels spreekt verwijst me door naar de collega naast hem. Na enig aandringen begrijpt deze de situatie en geeft de andere ambtenaar het teken dat het alsnog akkoord is. Zijn collega sloft naar het kopieerapparaat en presenteert alsnog het fel begeerde document. Als ik beleefd vraag of er nog een boot gaat (die boot die ik moest hebben is al lang vertrokken) wordt er geërgerd " JAHAA" geschreeuwd .Ik ren naar een boot die klaar ligt, maar daar blijkt dat ik een kaartje moet kopen op het bureau waar ik net vandaan kom. Dus weer terug.. Met veel armgezwaai maakt men daar duidelijk dat ik verderop moet zijn voor en ticket. Maar de man daar haalt zijn schouders op en zegt dat ik toch echt op de boot moet zijn. Zuchtend en vloekend ren ik weer naar de boot.,die precies voor mijn neus wegvaart. Ik ben nu in alle staten en bereid alle kloosters in Griekenland plat te branden! Terug naar het bureau waar ik met mezelf afspreek heel rustig en beleefd te blijven. Dat blijkt te werken. De enige Engels sprekende beambte legt me nu pas ui9t dat je op de ene boot het kaartje moet kopen bij een ticket office en op de andere boot op de boot zelf. Wie het nog snapt mag het zeggen. Enfin, uiteindelijk verkrijg ik toch een permit en een kaartje en kan ik anderhalf uur later dan gepland alsnog naar het Griekse Monnikendam.
Op de boot valt mij op dat een monnik als maar selfies staat te maken.
Wat zou God er van vinden dat een van zijn discipelen zijn eigen beeltenis misschien wel even belangrijk vindt als die van Hem. Maar er daalt geen bliksemschicht uit de staalblauwe hemel en het schip wordt niet door een huizehoge golf verzwolgen. Laten we dus aannemen dat de barmhartige God het allemaal wel best vindt.
Ik ga met een minibusje vanaf een haventje naar het verdeelcentrum midden op het eiland waar busjes de pelgrims naar de verschillende kloosters rijden. Ik zie veel jonge paters en menigeen heeft een mobiel. Men gaat hier toch enigszins met zijn tijd mee. Alle busjes zijn van het merk Mercedes; ook niet slecht! Sommige paters verplaatsen zich in een Range Rover of een Jeep; kan minder. De wegen zijn echter erbarmelijk; we moeten, met zijn twaalven opgepropt in een busje, soms stapvoets rijden om een beetje om de kuilen en keien heen te zeilen. Na een uur sta ik voor het oudste en grootste klooster op het eiland, Mengiris Lavras. Ik loop door een middeleeuwse poort waarna ik aanbeland lijk in een boerendorp uit de 18e eeuw. We worden ontvangen met een klont turks fruit en - inderdaad - een glaasje brandewijn. Dat vind ik nou echt aardig. Na wat toespraakjes in het Grieks wordt ik met de enige andere buitenlander, een Rus, op een aparte laapzaal gelegd waar op een bed na, alle overige leeg zijn. Weinig buitenlanders vandaag dus.
Voorlopig kan ik aan het fotograferen slaan en dit verhaaltje schrijven., voortdurend lastig gevallen door heel veel vliegen.
2.
Voor de avondmaaltijd ga ik al meteen in de fout. Ik heb uit de Griekse inleiding die bij aankomst van de groep is afgestoken, niet begrepen dat er a) een avondmaaltijd was en b) dat die vooraf wordt gegaan door een dienst. Ik hoor vanuit de kerk gezang en weet dus dat ik te laat ben Ik zet mij voor de kerk neder naast de duizendjarige cipres
en krijg gezelschap van een oude monnik. Hij vraagt waar ik vandaan kom. Holland? Ah, Rotterdam en Terneuzen, zegt 'ie. Het moet niet veel gekker worden. Dat zijn precies de plaatsen waar zich mijn beide boeken afspelen! Hij blijkt een zeeman te zijn geweest die in genoemde plaatsen heeft vertoefd. Ik vergeet van pure verbazing te vragen of hij ooit in Porgy en Bess is geweest. Maar goed ook, want hij zegt na zijn pensioneirng de zondige wereld de rug te hebben toegkeerd en monnik zijn gewordenl De mens kan kiezen voor God of Satan, maar het lijkt er op dat men steeds weer voor het laatste kiest, aldus mijn buurman. Hier proberen wij proberen wat daaraan te doen door dichter tot God te komen. Plotseling tikt hij op mijn knie. Of ik mijn beide voeten op de grond wil zetten. Blijkbaar zijn over elkaar geslagen benen niet passend als op een afstandje de voorganger uit de kerk voorbij komt.
Dan de eetzaal in.
Een langwerpige zaal, van onder tot boven vol met freso's. Gedurende de maaltijd staat een oude monnik voortdurend uit een dik boek voor te lezen. Met elkaar praten aan tafel lijkt niet de bedoeling. De monniken zijn allen getooid met een fez met een zwarte sluier en wisselen geen woord met elkaar. Eens gezellig met elkaar het nieuws doornemen is het hier niet bij. De maaltijd zelf is sober maar best lekker, rijst met een zweem van tomatensaus, feta en een ijzeren beker zure, rode wijn erbij. De perzik vergeet ik mee te nemen omdat we ineens allemaal moeten gaan staan als de voorlezer met zijn gevolg de eetzaal verlaat.
Dan na het eten onmiddellijk weer de kerk in
Hoewel die officieel "katholikon" heet staan katholieken klaarblijkelijk niet goed aangeschreven. Als ik besluit om toch maar aan te schuivesn in de rij die de uitgestalde relekwien gaat kussen, wordt ik door een monnik ruw uit de groep weggestuurd. Orthodox? Fluistert hij in mijn oor. Nee, katholiek, lieg ik. Eruit! De monnik achter de tafel met relekwieen is echter een meer eoecumenische gedachte toegedaan en gebaart dat ik toch mag aanschuiven. Ik kus alle relekwieen. Zogenaamd, want ik zorg dat ik met mijn lippen al door duizenden bezoekers besmette voorwerpen niet aanrak. ik zou eens orthodoxitis kunnen krijgen! Misschien hoor ik als heiden eigenlijk wel in de hel. Die staat treffend overal afgebeeld. Een fanatiekeling heeft de vrijheid genomen om in de eeuwenoude fresco's overal de ogen van heidenen in de hel weg te krassen
Of ik als katholiek daarbij hoor weet ik niet zeker, maar denk van wel. Benieuwd of Satan mij vannacht op mijn brits met rust laat.
3
Niet dus! 's nachts blijken er nog meer Russen op de slaapzaal bij te zijn gekomen, die allemaal vrij rumoerig zijn; een van hen heeft een spuitbus bij waarbij hij zijn matras en dat van zijn companen uitvoerig gaat ontsmetten
. Ook de onderkant van de matrassen wordt ter hand genomen. Met een zaklamp wordt de vloer minitueus onderzocht. Blijkbaar wemelt het van het ongdierte aan het geroezemoes te horen. Opeens lig ik helemaal niet meer zo lekker op mijn matrasje. Wordt deze via slechts een deurtje te bereiken zaal ooit wel eens gelucht en worden de lakens regelmatig verschoond? Op een eiland zonder poetsvrouwen heb ik daar zo mijn twijfels bij. De paters hier in hun lange zwarte stoffige soepjurken lijken me niet heel erg frisse jongens. Op een gegeven moment wordt al het gedoe om me heen te gortig en roep ik de Russen via mijn buurman George, met wie ik eerder die dag heb kennis gemaakt, tot de orde. Daarna wordt het stil en kan ik een paar uur slapen voordat ik om 3 uur in de nacht een monnik op een ijzeren plaat hoor rammelen. Dat zal het teken zijn dat de mis gaat beginnen.Maar als ik over de binnenplaats loop is het overal stil. De kerkdeur is dicht. In de lauwe nachtlucht hoor ik slechts de roep van een uil. Onverrichterzake keer ik weer terug naar de slaapzaal. Als ik weer wakker word is het inmiddels half zes en is de dienst al een uur aan de gang. Ik kleed me snel aan en ga eerbiedig op de drempel van de kerkdeur staan. Binnen valt een flauw kaarslicht waar te nemen en dreunen twee stemmen een eindeloos lange litanie af. Al snel vind ik het helemaal niet erg dat ik een uur van deze sessie gemist heb. Het gemurmel gaat eindeloos voort. Af en toe fladdert een zwarte schim voorbij Blijkbaar mag men tijdens de verspers (of metten of wat dan ook) gewoon heen en weer lopen. Ik blijf echter keurig op de drempel. In de verte prevelt een monnik bij kaarslicht vanuit een boek zijn eigen gebed. Dan komen er een aantal schimmen uit het eerste deel van de kerk en gaan tegen de klapstoeltjes in het tweede gedeelte staan. Ik voeg me maar bij hen. Het gebed gaat eindeloos door, waarbij het me opvalt dat zo nu en dan een zinnetje wordt overgenomen door een stem uit een ander gedeelte van de kerk. Een prima manier om te kijken of iedereen wel bij de les blijft. Aan het eind begint buiten weer iemand op een houten bord te slaan. Hoewel de dienst nog niet afgelopen lijkt, dwingt de vroege vertrektijd van ons busje ons gezelschap leken de kerk uit. Tegen het ochtendkrieken stappen we in de bus om aan de hobbelige terugreis te beginnen. Op de radio gaan de gebeden vgewoon door. Ik hoor kyrie eleison
wel twintig keer achter elkaar.
Al met al vind ik het bizar dat al meer dan duizend jaar een groep monikken, jong en oud, ver van de bewoonde wereld, meent op deze manier de zondige aarde een stukje dichter richting God te duwen. En dat alles zonder enig overtuigend bewijs dat al hun inspanningen ergens toe hebben geleid; sterker nog, Satan regeert nog steeds of misschien zelfs steeds meer, aldus de enige monnik die ik gesproken heb..
Vandaag dus naar de Griekse versie van Monnikendam; het onafhankelijke mannenstaatje op de
berg Athos. Er mag geen vrouw naar binnen, ook vrouwelijke dieren niet. Alleen kippen zijn toegestaan vanwege de eieren die nodig zijn bij het maken van verf voor de iconen. De weg naar Athos blijkt bezaaid met hindernissen, formaliteiten en misverstanden. Bij de boot in Ierissos sta ik niet genoteerd, dus krijg ik daar vanuit de auto die aan de haven staat geparkeerd, geen permit uitgereikt. Dus maar door naar het een kwartier verder gelegen Ouranoupolis. Daar wemelt het van de pelgrims, dus ik lijk goed te zitten . Op het permitbureau sta ik wel ingeschreven maar pas voor volgende week zondag. Het loket klap dicht. Goede raad is duur; ik probeer het nog eens na telefonisch overleg met H.. De ambtenaar, die duidelijk geen woord Engels spreekt verwijst me door naar de collega naast hem. Na enig aandringen begrijpt deze de situatie en geeft de andere ambtenaar het teken dat het alsnog akkoord is. Zijn collega sloft naar het kopieerapparaat en presenteert alsnog het fel begeerde document. Als ik beleefd vraag of er nog een boot gaat (die boot die ik moest hebben is al lang vertrokken) wordt er geërgerd " JAHAA" geschreeuwd .Ik ren naar een boot die klaar ligt, maar daar blijkt dat ik een kaartje moet kopen op het bureau waar ik net vandaan kom. Dus weer terug.. Met veel armgezwaai maakt men daar duidelijk dat ik verderop moet zijn voor en ticket. Maar de man daar haalt zijn schouders op en zegt dat ik toch echt op de boot moet zijn. Zuchtend en vloekend ren ik weer naar de boot.,die precies voor mijn neus wegvaart. Ik ben nu in alle staten en bereid alle kloosters in Griekenland plat te branden! Terug naar het bureau waar ik met mezelf afspreek heel rustig en beleefd te blijven. Dat blijkt te werken. De enige Engels sprekende beambte legt me nu pas ui9t dat je op de ene boot het kaartje moet kopen bij een ticket office en op de andere boot op de boot zelf. Wie het nog snapt mag het zeggen. Enfin, uiteindelijk verkrijg ik toch een permit en een kaartje en kan ik anderhalf uur later dan gepland alsnog naar het Griekse Monnikendam.
Op de boot valt mij op dat een monnik als maar selfies staat te maken.
Wat zou God er van vinden dat een van zijn discipelen zijn eigen beeltenis misschien wel even belangrijk vindt als die van Hem. Maar er daalt geen bliksemschicht uit de staalblauwe hemel en het schip wordt niet door een huizehoge golf verzwolgen. Laten we dus aannemen dat de barmhartige God het allemaal wel best vindt.
Ik ga met een minibusje vanaf een haventje naar het verdeelcentrum midden op het eiland waar busjes de pelgrims naar de verschillende kloosters rijden. Ik zie veel jonge paters en menigeen heeft een mobiel. Men gaat hier toch enigszins met zijn tijd mee. Alle busjes zijn van het merk Mercedes; ook niet slecht! Sommige paters verplaatsen zich in een Range Rover of een Jeep; kan minder. De wegen zijn echter erbarmelijk; we moeten, met zijn twaalven opgepropt in een busje, soms stapvoets rijden om een beetje om de kuilen en keien heen te zeilen. Na een uur sta ik voor het oudste en grootste klooster op het eiland, Mengiris Lavras. Ik loop door een middeleeuwse poort waarna ik aanbeland lijk in een boerendorp uit de 18e eeuw. We worden ontvangen met een klont turks fruit en - inderdaad - een glaasje brandewijn. Dat vind ik nou echt aardig. Na wat toespraakjes in het Grieks wordt ik met de enige andere buitenlander, een Rus, op een aparte laapzaal gelegd waar op een bed na, alle overige leeg zijn. Weinig buitenlanders vandaag dus.
Voorlopig kan ik aan het fotograferen slaan en dit verhaaltje schrijven., voortdurend lastig gevallen door heel veel vliegen.
2.
Voor de avondmaaltijd ga ik al meteen in de fout. Ik heb uit de Griekse inleiding die bij aankomst van de groep is afgestoken, niet begrepen dat er a) een avondmaaltijd was en b) dat die vooraf wordt gegaan door een dienst. Ik hoor vanuit de kerk gezang en weet dus dat ik te laat ben Ik zet mij voor de kerk neder naast de duizendjarige cipres
en krijg gezelschap van een oude monnik. Hij vraagt waar ik vandaan kom. Holland? Ah, Rotterdam en Terneuzen, zegt 'ie. Het moet niet veel gekker worden. Dat zijn precies de plaatsen waar zich mijn beide boeken afspelen! Hij blijkt een zeeman te zijn geweest die in genoemde plaatsen heeft vertoefd. Ik vergeet van pure verbazing te vragen of hij ooit in Porgy en Bess is geweest. Maar goed ook, want hij zegt na zijn pensioneirng de zondige wereld de rug te hebben toegkeerd en monnik zijn gewordenl De mens kan kiezen voor God of Satan, maar het lijkt er op dat men steeds weer voor het laatste kiest, aldus mijn buurman. Hier proberen wij proberen wat daaraan te doen door dichter tot God te komen. Plotseling tikt hij op mijn knie. Of ik mijn beide voeten op de grond wil zetten. Blijkbaar zijn over elkaar geslagen benen niet passend als op een afstandje de voorganger uit de kerk voorbij komt.
Dan de eetzaal in.
Een langwerpige zaal, van onder tot boven vol met freso's. Gedurende de maaltijd staat een oude monnik voortdurend uit een dik boek voor te lezen. Met elkaar praten aan tafel lijkt niet de bedoeling. De monniken zijn allen getooid met een fez met een zwarte sluier en wisselen geen woord met elkaar. Eens gezellig met elkaar het nieuws doornemen is het hier niet bij. De maaltijd zelf is sober maar best lekker, rijst met een zweem van tomatensaus, feta en een ijzeren beker zure, rode wijn erbij. De perzik vergeet ik mee te nemen omdat we ineens allemaal moeten gaan staan als de voorlezer met zijn gevolg de eetzaal verlaat.
Dan na het eten onmiddellijk weer de kerk in
Hoewel die officieel "katholikon" heet staan katholieken klaarblijkelijk niet goed aangeschreven. Als ik besluit om toch maar aan te schuivesn in de rij die de uitgestalde relekwien gaat kussen, wordt ik door een monnik ruw uit de groep weggestuurd. Orthodox? Fluistert hij in mijn oor. Nee, katholiek, lieg ik. Eruit! De monnik achter de tafel met relekwieen is echter een meer eoecumenische gedachte toegedaan en gebaart dat ik toch mag aanschuiven. Ik kus alle relekwieen. Zogenaamd, want ik zorg dat ik met mijn lippen al door duizenden bezoekers besmette voorwerpen niet aanrak. ik zou eens orthodoxitis kunnen krijgen! Misschien hoor ik als heiden eigenlijk wel in de hel. Die staat treffend overal afgebeeld. Een fanatiekeling heeft de vrijheid genomen om in de eeuwenoude fresco's overal de ogen van heidenen in de hel weg te krassen
Of ik als katholiek daarbij hoor weet ik niet zeker, maar denk van wel. Benieuwd of Satan mij vannacht op mijn brits met rust laat.
3
Niet dus! 's nachts blijken er nog meer Russen op de slaapzaal bij te zijn gekomen, die allemaal vrij rumoerig zijn; een van hen heeft een spuitbus bij waarbij hij zijn matras en dat van zijn companen uitvoerig gaat ontsmetten
. Ook de onderkant van de matrassen wordt ter hand genomen. Met een zaklamp wordt de vloer minitueus onderzocht. Blijkbaar wemelt het van het ongdierte aan het geroezemoes te horen. Opeens lig ik helemaal niet meer zo lekker op mijn matrasje. Wordt deze via slechts een deurtje te bereiken zaal ooit wel eens gelucht en worden de lakens regelmatig verschoond? Op een eiland zonder poetsvrouwen heb ik daar zo mijn twijfels bij. De paters hier in hun lange zwarte stoffige soepjurken lijken me niet heel erg frisse jongens. Op een gegeven moment wordt al het gedoe om me heen te gortig en roep ik de Russen via mijn buurman George, met wie ik eerder die dag heb kennis gemaakt, tot de orde. Daarna wordt het stil en kan ik een paar uur slapen voordat ik om 3 uur in de nacht een monnik op een ijzeren plaat hoor rammelen. Dat zal het teken zijn dat de mis gaat beginnen.Maar als ik over de binnenplaats loop is het overal stil. De kerkdeur is dicht. In de lauwe nachtlucht hoor ik slechts de roep van een uil. Onverrichterzake keer ik weer terug naar de slaapzaal. Als ik weer wakker word is het inmiddels half zes en is de dienst al een uur aan de gang. Ik kleed me snel aan en ga eerbiedig op de drempel van de kerkdeur staan. Binnen valt een flauw kaarslicht waar te nemen en dreunen twee stemmen een eindeloos lange litanie af. Al snel vind ik het helemaal niet erg dat ik een uur van deze sessie gemist heb. Het gemurmel gaat eindeloos voort. Af en toe fladdert een zwarte schim voorbij Blijkbaar mag men tijdens de verspers (of metten of wat dan ook) gewoon heen en weer lopen. Ik blijf echter keurig op de drempel. In de verte prevelt een monnik bij kaarslicht vanuit een boek zijn eigen gebed. Dan komen er een aantal schimmen uit het eerste deel van de kerk en gaan tegen de klapstoeltjes in het tweede gedeelte staan. Ik voeg me maar bij hen. Het gebed gaat eindeloos door, waarbij het me opvalt dat zo nu en dan een zinnetje wordt overgenomen door een stem uit een ander gedeelte van de kerk. Een prima manier om te kijken of iedereen wel bij de les blijft. Aan het eind begint buiten weer iemand op een houten bord te slaan. Hoewel de dienst nog niet afgelopen lijkt, dwingt de vroege vertrektijd van ons busje ons gezelschap leken de kerk uit. Tegen het ochtendkrieken stappen we in de bus om aan de hobbelige terugreis te beginnen. Op de radio gaan de gebeden vgewoon door. Ik hoor kyrie eleison
wel twintig keer achter elkaar.
Al met al vind ik het bizar dat al meer dan duizend jaar een groep monikken, jong en oud, ver van de bewoonde wereld, meent op deze manier de zondige aarde een stukje dichter richting God te duwen. En dat alles zonder enig overtuigend bewijs dat al hun inspanningen ergens toe hebben geleid; sterker nog, Satan regeert nog steeds of misschien zelfs steeds meer, aldus de enige monnik die ik gesproken heb..
zaterdag 15 september 2018
Een zwaar leven
De hele dag on der deze olijfboom zitten lezen, luieren , luisteren naar de nieuwste langspeler van Paul McCartney en de grappa geproefd van de vader van de hotelbaas. 47 procent !Dat was het wel zo'n beetje.
vrijdag 14 september 2018
Op weg naar kloosterland
De reis voert ons naar Gerakini, in de oksel van Chalkidiki.
Dat is tussen de eerste en tweede van de drie vingertjes die ten zuid oosten van Thessaloniki de Egeische Zee insteken. Dat derde vingertje is belangrijk. Daarop bevindt zich namelijk een onafhankelijk republiekje, Mount Athos geheten, dat louter mannelijke bewoners heeft; allen monniken die de ongeveer 20 kloosters aldaar bewonen. Gisteren heb ik in Thessaloniki een permit bemachtigd die ik zondagmorgen in alle vroegte moet ophalen in Ouranoupolis, van waaruit een bootje vertrekt naar het eiland (eigenlijk een schiereiland, maar over land kun je er blijkbaar niet komen). H. laat ik achter in Gerakini, waar ik onmiddellijk aan moet toevoegen, dat zij de grote promotor van deze mannentrip is. Het leek haar een leuk idee, dat ik me daar bij een van de kloosterpoorten vervoeg om vervolgens een nachtelijke mis bij te wonen. Dat stellen de monniken namelijk verplicht: wie naar Athos wil komen moeten snachts naar de kerk. De monniken houden er een merkwaardige dagindeling op na. Slapen doen ze overdag. Ze worden wakker om middernacht en gaan in de vroege ochtend kerken bij kaarslicht. Dat idee sprak mij ook wel aan; een herkerstening op late leeftijd, desnoods op orthodox Griekse grondslag , brengt mij wellicht dichter tot de kern van het bestaan. Het houdt me in ieder geval een dag weg van Griekse wijn en andere verleidingen. Hoewel, ik lees ergens dat bezoekers van de kloosters soms ontvangen worden met een glas brandewijn. We zullen het zien.
Maar nu eerst nog anderhalve dag doorbrengen in een tuin met olijf- en citroenbomen, pal aan zee. Daar ben ik inmiddels bijna in aanraking gekomen met een grote oranjekleurige kwal. Gods hand voorkwam nog net een aanvaring; mijn goede voornemens werpen inmiddels hun heilzame werking vooruit.
Dat is tussen de eerste en tweede van de drie vingertjes die ten zuid oosten van Thessaloniki de Egeische Zee insteken. Dat derde vingertje is belangrijk. Daarop bevindt zich namelijk een onafhankelijk republiekje, Mount Athos geheten, dat louter mannelijke bewoners heeft; allen monniken die de ongeveer 20 kloosters aldaar bewonen. Gisteren heb ik in Thessaloniki een permit bemachtigd die ik zondagmorgen in alle vroegte moet ophalen in Ouranoupolis, van waaruit een bootje vertrekt naar het eiland (eigenlijk een schiereiland, maar over land kun je er blijkbaar niet komen). H. laat ik achter in Gerakini, waar ik onmiddellijk aan moet toevoegen, dat zij de grote promotor van deze mannentrip is. Het leek haar een leuk idee, dat ik me daar bij een van de kloosterpoorten vervoeg om vervolgens een nachtelijke mis bij te wonen. Dat stellen de monniken namelijk verplicht: wie naar Athos wil komen moeten snachts naar de kerk. De monniken houden er een merkwaardige dagindeling op na. Slapen doen ze overdag. Ze worden wakker om middernacht en gaan in de vroege ochtend kerken bij kaarslicht. Dat idee sprak mij ook wel aan; een herkerstening op late leeftijd, desnoods op orthodox Griekse grondslag , brengt mij wellicht dichter tot de kern van het bestaan. Het houdt me in ieder geval een dag weg van Griekse wijn en andere verleidingen. Hoewel, ik lees ergens dat bezoekers van de kloosters soms ontvangen worden met een glas brandewijn. We zullen het zien.
Maar nu eerst nog anderhalve dag doorbrengen in een tuin met olijf- en citroenbomen, pal aan zee. Daar ben ik inmiddels bijna in aanraking gekomen met een grote oranjekleurige kwal. Gods hand voorkwam nog net een aanvaring; mijn goede voornemens werpen inmiddels hun heilzame werking vooruit.
Abonneren op:
Posts (Atom)
