Totaal aantal pageviews

dinsdag 31 juli 2018

Dag 18: van Skibbereen naar Ballinspittle: aan gekke namen geen gebrek!

Voordat ik vandaag kan beginnen moet ik eerst eens dringend langs de fietsenmaker in Skibbereen. Mijn remmen zijn vogens mij aardig versleten. Om snel aan de  beurt te zijn zet ik mijn fiets met volledige bepakking pontificaal voor de nog gesloten zaak. Ondertussen ga ik ergens koffie drinken. Als ik  terug kom heeft mijn taktiek inderdaad succes. Alle andere fietsen worden uit de takels getild en mijn remmen worden met voorrang vervangen Bovendien blijkt ook mijnachterband tot op de draad versleten. Nog een geluk dat ik onderweg niet met een gescheurde buitenband ben komen te staan!  Bij het uitrijden uit de stad kom ik een fietsend stel tegen uit Taiwan! Ze hebben met Frankrijk en Engeland achter de kiezen al dik duizend kilometer afgelegd. ( bij mij staat de teller inmiddels ook al op 1250).
Daarna kan ik, opgelucht en met een veilig gevoel, weer op pad.Vandaag wordt definitief de weg naar het oosten ingeslagen. Dat is goed te merken aan de wind. Die heb ik nu pal in de rug. Dat scheelt enorm in de snelheid. Sneller dan ooit dender ik over de heuvelruggen al zitten er, vooral aan het eind toch weer een aantal gemene puisten tussen waarbij de wind in derug geen enkel soelaas biedt. De tocht leidt langs een aantal inhammen die de zee in de kust heeft ingesleten. Er ziiten er enkele bij met enkele kilometers omtrek, zoals die bij Clonakily; pak Google Maps er maar eens bij. Om die baaien wordt ik met de fiets helemaal rondgeleid. Het is blijkbaar eb, want overal valt de bodem droog en liggen scheepjes op hun kant. Ook is er her en der schorbegroeiing zichbaar, het zou me niks verbazen als links en rechts zeekraal groeit. Af en toe krijg je een doorkijk op open zee; een fascinerende landschap, vooral ook vanwege de vele plaatsjes aan die baaien, vaak in de meest exotische kleuren geschilderd.Voor een paarse, naast een knalgele en groene gevel schrikt men hier niet terug.Het verhaal dat langs de zuidkust van Ierland palmen staan klopt; al zijn het kleine, wat zielig uitgevalle exemplaren. Vooral het aantal pijnboomachtigen, zoals je die in Italie en zuid Frankrijk ziet, valt op. Tussen al dat fraaien groen af en toe prachtige villa;s van kapitaalkrachtige Ieren.
De camping in Ballinspittle (zo'n naam verzin je niet) is zo stijl dat ik er met geen mogelijkheid tegenop kan. Tot mijn stomme verbazing gaat men postief in op mijn voorstel om mijn fiets met bepakking en al naar boven te rijden.De campingeigenaar stapt in zijn enorme SUV met achterbak en rijdt mij met mijn fiets omhoog. Als vervolgens deze voortreffelijke camping ook nog eens de goedkoopste tot nu blijkt(8 euro) kan mijn verbazing niet op.

Dag 17: van Kenmare naar Skibbereen; Opa roffelt met zijn wandelstok

Van de weersvoorspellingen komt niets uit, het is weer prachtig weer vandaag. Eerst ga ik weer de bergen in, nu via een weg met steile afgrond die zo in de Pyrenneen (hoe schijf je dat eigenlijk?) had kunnen liggen. Hoe desolater en kaler de bergwegen, hoe meer ik in mijn element ben. In het boekje stond het laatste stuk aangeduid met 8 %. Nou dan weet de echte klimmer wel wat dat betekent. Moeiteloos klom ik naar boven, slechts de laatste 200 meter (hetberuchte kuifje) moest ik in zijn allerkleinste verzet doen. Wat niet wil zeggen dat ik niet heb zitten stoempen al die kilometers om hoog; maar dat hoort er nu eenmaal bij.
Helemaal op de top stond een beeld met Jezus aan het kruis. Dan weet je dat niets je deze dag nog zal overkomen. Eenmaal over die berg (waar ik opvallend veel fietsers met bepakking de andere kant zie op komen; veel gezwaai naar elkaar, soms zelfs een opbeurend woord) over een erbarmelijk wegdek naar beneden. De vegetatie verandert en oogt zuidelijker, maar misschien is het ook maar een gedachte en komt het door het mooie weer.


Maar ook het gidsje zegt dat dat dit de regio is waar de gegoede Ierse klasse op vakantie ging. Ik kom aan de kust inderdaad enkele enorme hotels tegen, duidelijk uit een andere tijd. Na nog een forse klim uit het badplaatsje  Bantry begin aan de laatste twee ' vingertjes'  van de schiereilanden in het zuiden. Vroeger dan ik dacht kom ik aan in de meest zuidelijke plaats van deze hele toer, Skibbereen. De camping ligt nu eens vlak bij, dus ' s avonds kan ik weer eens naar een pub met live music, deze keer een echte bard die liederen zingt die door de hele kroeg worden meegezongen. Ook opa in de hoek brengt een aantal liederen, zichzelf tikken begeleidend met zijn wandelstok. In een fish en chipstentje moet ik de weg terug vragen; ik ben helemaal verdwaald in Skibbereen.

maandag 30 juli 2018

Dag 16: van Tralee naar Kenmare; Spierballenvertoon op bergtop

Gisteravond kwam het er niet meer van een stukkie te tikken omdat ik bij het kampvuur zat met een glas gin tonic. Op een verlaten camping langs de zeearm, de Kenmare Bay, die Kerry van Beaera scheidt, ontmoette ik een Iers echtpaar met vrienden en kinderen die me uitnodigden bij hun kampvuur. Verder was er bijna niemand op de camping, behalve enkele bewoonde huisjes verderop. Het was zo n camping zonder wc papier, waar ik dus met een handdoekje om richting douche moest vluchten. Ach, er was verder toch niemand, dus wat maakt het allemaal uit. De dag leidde via een enorme klim door het 'hooggebergte' ,(met toppen tussen de 6 en 700 meter, maar het leek alsof ik in de Alpen zat,  alleen de sneeuw ontbrak) van Kerry. Prachtig, prachtig, zeker nu het weer op alle mogelijke manieren mee hielp; veel zon en wind in de rug.


Op de top raakte ik in gesprek met een jonge Amerikaan uit San Francisco. Daar ben ik met Jur ook ooitgeweest, dus gesprekken lagen voor het oprapen. Pas aan het eind merkte ik wat voor vreemd racefiets hij bij zich had. Een accu op de buis en een grote zwarte schijf in het achterwiel. Meneer had de klim gedaan met electrische fiets. Ik heb hem toen toch even gewezen op deze 68-jarige die het elemaal op eigen kracht gedaan had, daarbij het spierballengebaar makend. Ja, dat moest toen even.
Vlak daarna live beeldverbinding gehad met mijn lief.Gratis! dat dat ook al kan met Whats App was mij tot nu toe nog niet duidelijk. Weer een contactmogelijkheid extra erbij!

zaterdag 28 juli 2018

Dag 15: van Kilrush naar Tralee: Zingend op weg naar Tralalalee

Aan alle somberte van de afgelopen dagen kwam vandaag een eind. De voorspelde regenachtige dag ging niet door; daarvoor in de plaats een prachtig schouwspel van donkere en witte wolken met veel blauw daar tussendoor. Naarmate de dag vorderde won de zon het. De tocht gaat vandaag door een tamelijk vlak landschap met af en toe een forse heuvelrug die overwonnen moet worden. Bovenop telkens een schitterende uitzicht met het steeds dichterbij komend bergmassief van het schiereiland Dingle. 's Ochtends,  op de boot van Kilimere naar Tarbert over de Shannon, kom ik een Belgische echtpaar, iets jonger dan ik, tegen. Zij doen het deel van de tocht langs de oceaan, dus vanaf Sligo, waar ik ook langs gekomen ben. Zij mopperen net als ik op die Paul Benjaminse met zijn boekje, die net doet of alle hellingen zingend genomen kunnen worden; de werkelijkheid is heel anders. Later komen we ook nog twee Hollandse vrouwen tegen uit Delft. Ik beloof ze een tijdje uit de stevige waaiende zuidwester te zetten, maar na een tijdje kop gedaan te hebben zijn ze achter me verdwenen; dat ging toch iets te hard blijkbaar; ik zie ze niet meer terug. Wel komen de Belgen me weer achterop als foto' sta te nemen van de werkelijk schitterende kathedraal van Ardfest uit de 13e eeuw! De wanden zijn prachtig gerestaureerd. Juist zo zonder dak is het gebouw veel indrukwekkender dan wanneer alles helemaal opgekalefaterd zou zijn


.Daarna twee keer fors in de beugels om vervolgens in een glijvlucht het prachtig tegen de heuvelruggen aangevlijde Tralee binnen te rijden. Er is een meer dan prachtige camping waar ik nog een tijdje kan gaan zitten zonnen in de heerlijke avondzon; wat een luxe na al die natte, grauwe dagen.

Dag 14: van Doolin naar Kilrush; in het hol van Ierland

Gerard Reve heeft ooit eens ergens de bilspleet omschreven als ' het lichaamsdeel  waar de zon nimmer schijnt'. Zo gezegd heb ik vandaag in het hol van Ierland gebivakkeerd; de omgeving van de Shannon, die - inderdaad - als een soort bilspleet in de onderkant van Ierland geparkeerd zit. Geen zonnestraal beroerde vandaag mijn huid;alles was grijs en grauw. In de badplaats met de onheilspellende naam: Kilkee, namen de bewoners blijkens deze foto zelfs niet eens de moeite hun huis een andere kleur dan grijs te geven, op een optimistje na die de kleur lichtgeel probeerde.( pas als je foto vergroot zie je het)
Een somberder badplaats heb ik nooit aanschouwd, alles was nat en winderig; de temperatuur zal niet hoger dan een graad op 16 hebben gelegen. Het landschap waar ik doorheen reed was als een op een opgefrommelde en daarna op een tafel neergegooide doek; eindeloos veel plooitjes waar ik overeen moest, maar aan het eind was ik nog steeds niet verder dan het tafelblad. IK moest denken aan het kale landschap tussen Domburg en Westkapelle; met dat verschil dat ik de Westkapelse zeedijk een keer of veertig op moest; om moedeloos van de worden. Toen het rond een uur of drie weer flink begon te regenen vond ik het echt niet leuk meer. Ter hoogte van Kilrush aan de over van de Shannon ik er geen zin meer in. Als een verzopen kat stond ik op het marktplein, totdat ik even verderop ineens het woord Hostel zag staan. Via een behulpzame buurvrouw, die duidelijk met me te doen had,werd de eigenaresse van het gesloten Hostel, die enkele huizen verder woonachtig bleek, erbij gehaald. IK bleek de enige gast, afgezien van een andere Nederlander, die ik even later leerde kennen.Die wilde net chili con carne gaan klaar maken en vroeg of ik mee wilde eten; nou, maar wat graag. Zelf sloeg ik snel een fles wijn in en zo zaten we een uurtje later gezellig te kouten, hij en ik. Hij blijkt een gesjeesde journalist die zich met al zijn publicaties over het koningshuis en hoogeplaatse Nederlanders, waaronder directeur generaal Demming, zo onmogelijk heeft gemaakt dat hij niet meer in Nederland woonachtig is. Justitie zit achter hem aan. In Ierland is hij daarom ook zonder vaste woon- of verblijfsplaats en huist nu dus voor een tijdje in dit hostel. Zijn naam laat ik dus hier maar achterwege. In anderhalf uur tijd namen we de hele wereldpolitiek en die van Nederland door. Hij  volgt alles nog op de voet en heeft overal een uitgesproken mening over (net zoals ik trouwens). De fles wijn beinvloedde de discussie danig. Na dit zeer boeiende gesprek moest hij snel nog wat gaan schrijven op zijn blog, waarop hij dagelijks zijn mening over allerlei zake geeft. En ik moest met de mijn ook aan de slag.
De komende dagen wordt hier alleen regen voorspeld. Als dit zo doorgaat stuur ik al mijn kampeerspullen terug naar Nederland en hou ik het voortaan bij hostels. Die zijn hier genoeg te vinden, blijkt. En je komt er nog eens bijzondere figuren tegen!

donderdag 26 juli 2018

Dag 13: Van Galway naar Doolin; Van de regen in de drup

Terwijl bij jullie de mussen van het dak vallen valt hier vanaf vanmiddag het water met bakken uit de hemel.Ook Ierland was toe aan een forse douche, dus het is Ierland gegund. Maar jezult er als fietser maar in zitten. De dag begon vanuit Galway met een enorme tegenwind, wat al een voorbode was van de op til zijnde weersomslag.
Vervolgens kwam er een golf warme lucht achteraan, onnatuurlijk voor de westkust van Ierland, een reden  te meer om een omslag tevrezen. Nou, die kwam dan ook. Terwijl ik bezig was de Burren, een heuvelrug ten zuidwesten van Galway, op te klauteren begon het te regenen, eerst zachtjes toen harder en harder.
Een eerste keer wist ik nog te schuilen in een restaurantje te Caldon, daaran was er geen kruid meer tegen gewassen en plensde en plonsde ik onder een semi nachtelijke hemel door een verlaten landschap richting het nergens aangegeven Doolin. Een pubeigenaar was zo aangedaan door het lot van deze eenzame fietser dat hij, zich afvragend hoe ik mijn kleren ooit nog droog zou kunnen krijgen, graag de koffie voor niks gaf. Maar dan voltrekt zich het wonder: na vier uur regen vangen werd het een kwartiertje voor Doolin, een plaatsje van niks ergens onderaan een heuvelrug tegen de oceaan, plots droog. Genoeg tijd om in ieder geval mijn fietstassen droog te waaien. En mijn tent kon ik op een minicampinkje naast een hostel in een mum van tijd droog opzetten. Wie schetst mijn verbazing als ik bij binnenkomst in de ontmoetingsruime van het hostelletje een heuse brandende open haard aantref. Een betere plek hadden mijn door- en doornatte schoenen en sokken niet kunnen dromen. Heerlijk heb ik een half uurtje zitten sudderen. Toen ik vervolgens merkte in mijn tentje dat de inhoud van al mijn tassen ondanks het noodweer droog was gebleven, onderging een hevig gevoel van voldoening ik had de elementen overwonnen! Kijk daar doe je het het nou voor!  Terwijl jullie in de avondlucht genoeglijk in de tuin zitten, zit ik bij een open haardvuur in een oergezellige ruimte met op de achtergrond een fiedelende Ierse viool op de installatie, mijn stukje te tikken. Voor morgen nog meer regen beloofd. Benieuwd of ik dat weer even bevredigend kan afronden.Da

woensdag 25 juli 2018

Dag 12: van Clifden naar Galway; van de dag naar de nacht

Het accent verleggen we eens naar de avondlijke uren. Niet dat er overdag minder gefietst wordt; maar veel nieuws kan ik daarover niet meedelen. Des te meer over het tweede deel van de dag, de avond. Gister kwam ik aan op een camping in Clifden (spreek uit als Cliften, anders weten ze niet waar je het over hebt). Hoewel op de kaart Clifden zo'n beetje het uiteinde Europa aan westelijke zijde betreft (niet overdrijven, ik kom zuidelijker in nog westelijker gelegen plaatsjes) is het daarom niet minder levendig. Het vierkant waaruit het stade bestaat is vrijwel geheel gevuld met restaurantjes en kroegen; de een nog knusser dan de ander. Op meerdere plaatsen wordt muziek gemaakt. In een pub waarvan ik de naam vergeten ben, tref ik een trio bestaand uit accordeon, fluit en viool. Urenlang maken drie hele snelle muziek, waarbij de fluit en de viool vrijwel dezelfde noten blazen.  Op een gegeven moment legt de violist zijn instrument weg en voert een soort tapdans uit met stilstaand bovenlijf. Vroeger zag je dat soort dansen vaak op tv op nieuwjaarsnacht; ik ben er de naam van vergeten, maar fascinerend blijft het. Daarna door na de Lowrys Bar, vorig jaar verkozen tot best Pub van Ierland. Daar zit wederom een trio ontzettend gelikte muziek te maken, versterkt en al, voorafgegaan door een heuse soundcheck. Toch kies ik voor het eerste akoestische trio, spontaner, echter.
Vanavond kom ik na een snelle tocht over de hoofdweg met de wind in de rug aan in Galway (spreek uit Golway); een echt studentenstad. Een hostel heb ik gauw gevonden, dit jaar uitgeroepen tot beste hostel van Ierland (ik race inderdaad van de ene beste plek naar de andere). Zo groot, schoon en professioneel geleid hostel trof ik nog nooit; als ouwe man tussen al die jongeren voel ik me ook altijd jaren jonger. Galway blijkt 's avonds nog drukker dan overdag, in de winkelstraten kun je tot een uur of tien over de hoofden lopen, overal staan muziekgroepen te spelen. In elke kroeg staat ook muziek, zoals in deze
. Ieren weten wel hoe je sfeer moet maken; buiten mag het dan vaak matig weer zijn;binnen is het des te beter. Nu begrijp ik waarom Ieren in het buitenland vaak zo naar huis verlangen, die sfeer tref je nergens.
Hoewel de termperatuur 's avonds daalt tot een graad of 16, 17 oogt de pier als die van een Zuid Franse haven.