Totaal aantal pageviews

vrijdag 9 september 2016

Langs de borsten van Moeder Aarde via Montpellier en Parijs naar onze bestemming

Donderdag 8 september, Yellow Stone – Bear Lake
Vanmorgen rollen we op ons gemak Yellow Stone uit, het Tetons Parc binnen. Een veel minder groot park, maar toch ook al weer met die status sinds 1900, toen een zekere president Cleveland dit gebied, net zoals Yellow Stone, als nationaal natuurpark aanwees. John Rockefeller kocht in de jaren daarna zo’n 150 vierkante kilometer op en schonk die in 1920 aan de staat. Geen wonder dat we nu over de John Rockefeller Memorial Drive door het Teton Parc rijden. De naam “Tetons” werd door een Franse kolonist aan de twee naast elkaar oprijzende pieken gegeven. En inderdaad, als je vlakbij deze twee enorme naast elkaar oprijzende bergen rijdt kan men zich bij de gedachtegang van de Fransman iets voorstellen.
We proberen nog aan te leggen bij een volgens de reisgids bijzonder meertje, maar de parkeerplaatsen rondom staan werkelijk helemaal vol, dus we rijden maar door, zo de Tetons weer uit. In Jackson slaag ik er in de door H. feillooas gevonden bibliotheek (als bibliothecaris heeft zij een fijne neus voor bibliotheken elders, dat bleek ook al in Seattle) eindelijk weer eens in mijn verhalen cyberspace in te krijgen, in Yellowstone blijft de moderne mensch volledig verstoken van de digitale geneugten, geheel passend bij het spartaanse karakter van de campings ter plekke. Daar evenmin douches of toiletten, hooguit een poepdoos boven op een gat in de grond met een huisje er om heen. Per camping is er een waterkraan met de mededeling daar beslist niet te wassen of af te wassen want beren komen ook op de lucht van zeep, afwasmiddel en tandpasta af naar het schijnt.
Toch is het bij onze tent vannacht rustig gebleven ondanks het feit dat ik deuren van de berenlocker blijkbaar niet goed had dicht gedaan. Die stonden nl vanmorgen bij het wakker worden wijd open waarbij onze etenswaren als het ware in een etalage voor de grijp lagen. Geen berenpoot heeft zich in de kast gewaagd, zelfs geen eekhoorntje keurden onze etenswaren een blik waardig. Blijkbaar zijn een halve ui, een paar tomaten, krekkertjes, strooikaas en broodjes te min. Zo verwend zijn die beesten in Yellow Stone inmiddels na al die horden toeristen!!
Via Jackson voert de interstate 98 ons via een prachtige weg vol bergen, valleien en canyons naar Idaho en tenslotte net over de grens van Utah, waar we in Garden City aan het Bear Lake neerstrijken bij een camping met douches, wel lekker na vier dagen zonder. Ondertussen passeren we op weg daar naar toe plaatsen die luisteren naar namen als Geneve, Montpellier en Paris. Erg veel fantasie hadden die kolonisten uit Europa ook niet.

donderdag 8 september 2016

Om het anderhalf uur een orgasme

Woensdag 7 september Yellow Stone
We plakken er nog een dag aan vast. Je raakt in dit park niet uitgekeken. Vandaag gaan we naar de superattractie van het park, The Old Faithfull, de Ouwe Trouwe, de geiser die elke anderhalf uur een enorme waterstraal met bijbehorende stoomwolk produceert. Anderhalf uur is de tijd die de geiser nodig heeft om de magmakamer met kokend water te vullen, op dat moment komt Faithfull tot een orgasme, door honderden mensen gadegeslagen, waaronder deze middag om 15.33 ( Faithfull is een man van de klok) wij dus. Voordat het zover is bezoeken we nog enkele andere ‘hotpots’, ‘mudpots’ en zeer speciaal deze keer: de ‘ painterpots’. De naam zegt het al. Door mico-organismen vormen zich in de waterstromen uit de verschillende geisers allerlei kleuren, van knal oranje via oker geel tot zacht groen. Sommige geisers zijn borrelende bronnen in een plas, sommige vormen conussen zodat je kratertjes krijgt. Die zijn meestal spierwit. Bij enkele warmwaterplaatsen zien we hoefafdrukken en afdrukken die van berenpoten afkomstig zouden kunnen zijn; ook dieren nemen soms graag een warm badje., ze komen er vanzelf wel achter in hoeverre een bad toxisch is of niet.
We blijven versteld staan van de drukte overal, we zitten toch al weer een week in september, maar overal zijn de parkeerplaatsen druk bezet en naar later blijkt, de campings vol. Ook rond The Old Fiathfull is het dus een drukte van belang, maar een gezelige drukte, dat wel, nergens is het te druk. The Old Faithofull is een gigantische blokhut van wel 6 verdiepingen rondom een enorme open haard. Alles doet me heel sterk denken aan die tekenfilmserie uit mijn jeugdjaren van Yogi Bear. De blokhutten zien er eender uit, de rangers dragen allemaal gleufhoeden en de beren, ach ja, de beren!! Die hebben we tijdens ons driedaags verblijf dus niet één keer gezien. Net zo min als elkies en elanden; terwijl van elk toch een hoop zitten hier. Gelukkig liet de bizon zich wel vaak zien en van de Waitipi’s zagen we er één, nota bene grazend midden op het grasveld van een van de visitor centers. Die zijn er ook verschillende. Niemand kan achteraf zeggen dat hij niet begrijpt hoe een geiser kan onststaan of hoe groot de krater wel niet is waarin zich het overgrote deel van het Yellow Stone bevindt.
De eerste camping die we rond een uur of vijf opzoeken i vol, maar een volgede, dichtbij de zuidelijke uitgang van Yellow Stone, bevat nog voldoende vrije plaatsen. We eten weer in de open lucht en koken op ons gasstelletje. Als de zon onder is zakt de temperatuur weer snel. Deze laatste regels tik ik op een picknicktafel met inmiddels zeer koude vingertjes. Dat wordt weer een vroegertje met slapen gaan.

Klokkende putten en bizons en een opdracht!

Dinsdag 6 september, Yellow Stone Parc

Onze dikke tweepersoons slaapzak heeft de zwaarste test met glans doorstaan. Vannacht daalde het kwik tot stevig onder het vriespunt, gezien het ijsvlies dat vanmorgen op de picknicktafel zat. Ik had wel een bijna bevroren neuspunt, maar H. die een wollen sjaal rond haar hoofd had gewikkeld had nergens last van. Vanmorgen scheen de zon, dus alle nachtelijke besognes waren gauw vergeten. Meteen de auto in en op safari in Yellow Stone.
 We gaan naar een werkelijke gigantische waterval, die de Yellow Stone River heeft uitgesleten in het door zwavelige reacties poreus geworden gesteente. Aan dat gele gesteente ontleent dit oudste natuurpark ter wereld zijn naam. Daar doorheen lopen allerlei kleuren die de lava erin heeft achtergelaten. Ook nu zijn we bepaald weer niet de enigen, op elke plek van enig belang staan de parkeerplaatsen helemaal vol. Ook nu Labor Day alweer een dag achter ons ligt. Het is hier dus gewoon altijd druk. Mijn zoon Jur zou bij zo,n aanblik onmiddellijk rechtsomkeer hebben gemaakt maar wij schikken ons naar de omstandigheden.
We rijden naar de Vulcano Mud Spot, die je al van ver kunt ruiken. Een heuvel bezaaid met omgevallen bomen omdat in 1870 een eruptie ooit alle wortels verbrandden. Uit die heuvel komen nu overal rookpluimen op. De bomen raakten daadwerkelijk ‘footloose’ en vielen bij het minste zuchtje wind om. Nu, anderhalve eeuw later, liggen al die omgevallen bomen er nog. We passeren allerlei ‘mudpots’, borrelende modderpoelen, waar je vooral geen voet in moet steken, je  haalt dan alleen nog maar wat botjes terug. Vanuit een diepe schacht, de ‘Dragon Mouth’ klinken borrelende en klokkende geluiden, er ontsnapt een permanente dikke stoomwolk uit de muil en af ten toe komt er een golf kokend water naar buiten. We bevinden ons in het midden van een enorme krater die de provincie Utrecht beslaat. Ooit zal die, net zoals 600.000 jaren geleden, weer tot uitbarsting komen. Dat zou wel eens het eind van de mensheid kunnen betekenen zegt onze ANWB reisgids, dus dan is het waar.
We rijden door de enorme vlakte die de kratermond vormt. Dat is het gebied waar zich kuddes met bizons ophouden. En jawel hoor, daar zijn ze. De enorme beesten lopen gewoon over de weg en veroorzaken een enorme file, waardoor we ze tot op een meter kunnen naderen. Al met al lijkt het wel een beetje op Safari in de Beekse Bergen natuurlijk, al is de scenery hier wel even van een andere orde dan die onder Tilburg. We zien twee enorme mannetjes een gevecht leveren waarbij flinke stofwolken opdwarrelen. Hoewel de koeien er totaal niet aantrekkelijk uit zien zijn de Bisonmannetjes bereid flink met elkaar op de horens te gaan. We slaan het tafereel met verbazing gade vanuit de veilige behuizing van onze hemelsblauwe Nissan (die we vanwege zijn sterk van alle andere auto’s afwijkende kleur op de parkeerterreinen altijd weer makkelijk terugvinden).
 En dan nu nog de volgende scene met bijbehorende opdracht:
- Man ziet bizon en wil foto maken
- Man grijpt mis en zegt dat hij al lang het gevoel heeft iets kwijt te zijn
- Man keert rugzak om maar vind fototoestel niet
- Man werpt blikken om zich heen maar toestel blijft zoek
- Man keert auto om en rijdt terug naar parkeerterrein waar is geluncht
- Man loopt alle plaatsen af om te vragen of men een camera heeft gevonden
- Vrouw mest ondertussen auto uit, tevergeefs
- Man keert terug en zegt dat vrouw de rest van de reis maar moet fotograferen
- Man werpt nog een keer blij in de auto en ziet fototoestel achter stoel vrouw liggen
- Opdracht: geef in maximaal 50 woorden het daarop volgende gesprek tussen man en vrouw weer.

For the benefit of the people maar wel koud!

Maandag 5 september (Labor Day!)l Livingstone – Yellow Stone Park
Het heeft de hele nacht geregend, maar daar hadden we in onze blokhut lekker geen last van. Vanmorgen toont de lucht allerlei heldere vlekken; het ziet er aanzienlijk vriendelijker uit dan gisteren. In de loop van de dag komen daar blauwe vlakken bij zodat ook de zon weer een kans krijgt.
In Yellow Stone Park zijn we zo. Links van ons rijzen op weg er naar toe imposante besuikerde spitsen op. We passeren de massief granieten Roosevelt Gate, met daarop de leus “for the benefit of the people”. Dat had ook op een oost Europees monument kunnen staan. De door H. voor een prikje van kennissen overgenomen parkenpas blijkt te werken. We kunnen door zonder te betalen. Of het aan de nationale vrije dag, Labor Day ligt weten we niet, maar het is zeer druk overal. De trappen naar de Mammoth Hot Springs beklimmen we met tientallen anderen. Een vergelijking met mijn bezoek aan de Chinese Muur met Jur enige jaren geleden dringt zich op. Bijzondere plekken op de aardbol bezoek je nooit in je eentje maar altijd met horden anderen. Het is niet anders. Toch zijn ze er wel, bijzondere plekken waar je de enige bent, zoals de Goose Neck in Monument Valley, ook weer met Jur vele jaren geleden op de Route 66, daar waren we toen vrijwel de enigen. Druk of niet, er is veel te zien: hagelwitte terrassen, gifgroene randen, zuurstokkleurige plassen. Kunstfotografe H. schiet de ene prachtige plaat na de andere, zo zie ik later in de overvolle burgertent waar we een bakkie koffie nemen met een plakkerige burger die voor sandwich moet doorgaan.
Een camping is zo gevonden, midden in het park. Prachtig gelegen, maar weer stervenskoud. Niet gek, want we zitten hier op  2300 meter hoogte. We  brengen de laatste uurtjes door in de auto, daarna dicht tegen elkaar aan in de dikke slaapzak.  Het kan slechter.
                                                                                                                                                                                                                                                                                           ,                                          

maandag 5 september 2016

Mot over het principe van kamperen

Zondag 4 september: Missoula – Livingstone
We rijden door het berglandschap van Montana, beschenen door een flauw zonnetje. Hoewel het zondagmorgen is rijden er toch weer tal van vrachtwagens. Terwijl de ene helft van Amerika op en top godsvruchtig is houdt de andere helft zich aan God noch gebod. Ineens beginnen op het dashboard allerlei lampjes te knipperen. Ik blijk nog maar een heel klein beetje benzine te hebben. Helemaal niet op gelet! Gelukkig staat er een bordje met een pomp langs de weg. Maar de pomp ter plekke ziet er zeer versleten uit en het pompgebouw is stil en verlaten. Wat nu? Plots komt er iemand op een klein tractortje aan. Die zegt dat deze pomp gesloten is maar dat 5 mijl verderop er nog een staat. Dat blijkt gelukkig het geval. Pfff. ‘ saved by the bell!’.
Langs de route van de interstate 90 worden de bergen langzaam lager en de dalen steeds wijder, Inmiddels begint de lucht steeds meer te betrekken. In de omgeving van Butte, een verlopen mijnstad die met zijn schachten en vervallen fabrieken her en der enigszins doet denken aan Charleroi, begint het enorm te regenen. Een bui die vandaag niet meer ophoudt. Hoe verder we doorrijden naar Yellow Stone, hoe donkerder het wordt. Om een uur of drie lijkt het al of de avond gaat vallen. We komen  terecht in Livingstone, een stadje waar sinds de jaren dertig de klok lijkt te hebben stilgestaan. Alleen de neonreclames langs de gevels zijn van iets recentere datum. In een koffietent met wifi wordt duidelijk dat dit regenweer de komende 2 dagen blijft voortduren. We rijden naar een nabij gelegen camping waar zich tussen H. en mij een discussie ontspint over “ het principe van kamperen”. Ik huldig het principe dat je onder alle omstandigheden je tentje op zet. H. is meer het type van ‘mooi weer kamperen’. Ik moet toegeven dat Amerikaanse campings, die niet zoals Europese een slecht weer accommodatie hebben, met dit weer niet erg  aantrekkelijk zijn. Gelukkig hebben ze op een tweede camping kleine houten huisjes waar het met dit weer aanzienlijk prettiger vertoeven is. En zo zitten we hier in ons compromis-plekje op een steenworp afstand van Yellow Stone te wachten op enigszins beter weer. Of we morgen verder gaan is nog te bezien. Eerst de weersberichten maar eens afwachten.

Alsof de locomotief over ons heen rijdt

Zaterdag 3 september, Republic – Missoula (40 mijl er voor)]
Om 7 uur op, dat kan ook makkelijk als je er al om 10 uur in ligt. Het is stervenskoud, maar in de slaapzak die we gisteren hebben aangeschaft is het heerlijk warm; we hebben een goede koop gedaan dus. We ontbijten in het houten keukengebouwtje dat midden op het campingterrein staat. We zijn de enigen die dat doen, de overige kampeerders halen allemaal een bordje met een pannenkoek af bij dezelfde tent. We drinken koffie in Republic, dat echt oogt als een wildweststadje, en dan zonder enig toeristisch effectbejag, want toeristen lijken er in deze uithoek van de VS niet veel te komen. We wanen ons in een film met John Wayne. Alleen de holster opzij ontbreekt. Er is ook nergens een saloon te bekennen, al zien de gebouwtjes er wel allemaal zo uit met zo’n overhangend galerij voorlangs. De route voert ons over de Shermanpas, waar blijkens de kale boomstaken met jong groen daartussen enkele jaren geleden een fikse bosbrand heeft gewoed. We rijden via de grote stad Spokane over de interstate 90 richting Missoula. Onderweg bezoeken we het oudste gebouw van Idaho, een in 1854 gebouwd kerkje door met de eerste kolonisten meegetrokken pastoor Desmet uit België. Eigenhandig sneed hij met een meegebracht zakmes al ornamenten in het plafond, evenals de kaarsenhouders. Hij wist vriendschap te smeden met een aantal indianenstammen die hij tot roodhuidige katholieken wist om te turnen. Indianen die met een kruis om hun nek rondlopen, het was allemaal te zien in Idaho eind 19e eeuw.
We besluiten tegen vijven neer te strijken op een boscamping pal langs de grote weg. Een vriendelijke kampbeheerder komt ons vertellen dat we gerust een kampvuurtje mogen bouwen en wijst ons op een berg gratis houtblokken. Dat laat deze padvinder zich geen twee keer zeggen. Bij de langzaam roodgloeiend wordende hoop houtskool schrijf ik deze woorden. Om het uur dendert een hele lange goederentrein langs de camping, af en toede van vele films bekende, droevige twee tonige hoorn blazend in de nacht. Die trein rijdt zo dicht langs onze tent dat het midden in de nacht lijkt of de lokomotief dwars over ons heen rijdt.

zaterdag 3 september 2016

Stay in your vehicle!!!

Vrijdag 2 september, Salmon Arm – Republic{VS}
We nemen hartelijk afscheid van Emilie en Warner. We vertrekken in de regen. Wolkenflarden hangen boven het Sushwap Lake dat er ineens veel minder vriendelijk bij ligt dan de afgelopen dagen. We duiken meteen de file in, vlakbij Salmon blokkeert een kapotte vrachtwagen de weg. Die verkeersdrukte zal ons de hele dag parten spelen. Zowel in Canada als in de VS is het ‘ long weekend’. Een keer maand (in de zomermaanden) zijn Amerikanen en Canadezen verplicht een extra snipperdag op te nemen. In die weekenden trekt iedereen er op uit en dat is dus te merken. De wegen zijn overvol. Ons plan om een flink stuk naar Yellow Stone op te schieten valt in duigen. We komen niet verder dan een honderd kilometer de VS in. Aan de grens bij Osoyooz is de douane vrij  vriendelijk. Alleen als ik de auto uit wil om de kofferbok open te maken wordt ik terug mijn auto in geduwd. ‘ Stay in your vehicle!’. Het had inderdaad nog zo duidelijk op het bord enkele meters terug gestaan. Maar verder zijn er geen problemen en rollen we het met kale heuvels gestoffeerde noordelijke deel van de VS in.We wanen on al snel in een cowboyfilm. Het landschap wordt wijdser, kaler en stiller. We zwenken af naar het oosten en rijden in een helle zon een inktzwarte lucht tegemoet. De door de avondzon beschenen kale heuvels steken er felgeel tegen af, een prachtig gezicht. De regenbui die we elke moment verwachten waait ons echter vooruit. Als we het wildwestdorpje Republic binnen rijden zijn de wegen nat, maar ligt de zwarte lucht nog steeds voor ons. Net als we de hoop voor zessen nog een camping te vinden opgeven, staat pal buiten Republic een bordje: camping. We zetten voor het eerst onze splinternieuwe tent op; een gigantisch ding aangeschaft voor een habbekrats bij een soort Blokker: Canadian Tire. Tussen alle reuzen RV’s (Recreation Vehicles} misstaat ie niet. Iemand komt vriendelijk informeren welk taaltje wij spreken. Als we zeggen dat we uit Holland komen horen we: ‘ Wow, awesome!’ We vallen met onze neus in de boter want juist dit weekend wordt er in een klein stadion een rodeo (paardenracewedstrijden, bullriding en lassowerpen georganiseerd. We nemen plaats op een tribune vol met cowboyhoeden en slaan met verbazing de capriolen van de bullriders) aan. Maar vooral de manier waarop vervolgens cowboys met lasso’s de stieren vastleggen en terug de arena uit leiden dwingt bewondering af. Hier zijn echte mannen aan het werk. Ik schat zo maar in dat Trump hier hoog scoort.