Totaal aantal pageviews

vrijdag 31 juli 2015

Ineens is daar de link tussen Tolstoj en Turijn!

Vandaag in Turijn, dit verdient een afzonderlijke behandeling, zijn we in een van de palazzo's gaan kijken naar een tentoonstelling van Tamara de Lempicka. Een naam die bij ons niet een onmiddellijk een lampje zou doen branden, maar als je enkele van haar schilderijen ziet, weet je meteen hoe laat het is. Hier is degene aan het werk die verantwoordelijk was voor al die voorkanten van Amerikaanse en Parijse modebladen uit de jaren dertig, waardoor zij dé stijlicoon werd voor zowel het Amerika van Scott Fitzgerald als het Parijs van de jaren dertig. Charleston, mode, decadente wuftheid volgens het calvinistische noorden. Tamara Lempicka was een waardig lid van de high society van Sint Petersburg waar zij fanatiek de aldaar georganiseerde bals bezocht (ineens is daar de link met het boek van Tolstoj waaraan ik tot de malheur met de leesplank bezig was). Als kind al ging zij met haar moeder naar Parijs en tot 1917, terwijl in Rusland de revolutie welig tiert, reist zij nog vrolijk tussen Parijs en wat toen Petrovgrad heette  heen en weer. Uiteindelijk blijft zij hangen in Parijs en wordt daar het middelpunt van de samenklonterende kunstenaars. Haar huis is te vinden op de pagina's van elke mode en societyblad. Haar voorkeur voor stalen meubels en gladde kasten vormen het begin van een een modernistische huisstijl. Overal waar zij is, is zij het centrum . Ook als zij later, gehuwd met een steenrijke baron naar de States vlucht en in Beverly Hills terecht komt. Zij bemint vrouwen even vanzelfsprekend als mannen en heeft lak aan elke conventie. Zij is schilderes, modekoningin en trendsetter.
Al deze wijsheden ontleen ik aan de tentoonstelling. Bijna buiten adem staan we weer buiten. Wat een fascinerend leven. Ze sterft steenrijk, maar toch vrij eenzaam in 1980,

Hier het een en ander gejat van google. Foto's maken was streng verboden. Enig binding met Turijn had Tamara L. overigens niet, behalve dan deze tentoonstelling.





misplaatste voorkeuren te over in Turijn

Turijn was vanaf de stichting  van de Italiaanse staat  in 1861 heel eventjes, namelijk tot 1865, hoofdstad van Italië. Die korte tijd heeft in Turijn tot een veelheid aan paleizen en imposante standbeelden geleid. Die paleizen stonden er overigens al een tijdje, want zij behoorden tot de huisvesting van de vorsten van Savoye (bekend van onze kool). Dat vorstenhuis leverde de eerste koningen van de laars, waarvan Vittorio Emanuelle II,  de bekendste en meest gebeeldhouwde werd. Deze lange aanloop heb ik nodig om iets te vertellen over mijn foute voorkeuren (guilty pleasures heten die sinds Mathijs van Nieuwkerk, maar ze bestonden al veel eerder, althans die van mij wel). Tot mijn foute voorkeuren (ik kan er geen genoeg van krijgen) behoren: gebeeldhouwde mannen, bij voorkeur op paarden, vrouwen op heel hoge hakken, muziek van Robin Schulz, bloemen zoals daar zijn: geranieu en petunieu en zelfgemaakte foto’s waarop monumenten zoveel mogelijk centraal gepositioneerd in zijn geheel worden afgebeeld.


Maar goed, om terug te komen op de gebeeldhouwde mannen, daarvan zijn er in Turijn heel veel. Heel speciaal viel mij op een enorm standbeeld ontworpen om de carabinieri te huldigen. Mijn ziet er carabinieri die mensen een wilde rivier overroeien, gezamenlijk een zware steen optillen waaronder een aantal gewonden, een kind wegtrekken van een boze man die volgens mij model staat voor de pedofiele medemens en hulpbehoevende ouderen een sterke schouder verlenen. Kijk! Naar zo’n standbeeld sta ik gerust een kwartier te kijken. Wat een spieren, wat een uniformen, wat een gestold leed. En dat in een land waarin de carabinieri werkelijk door niemand serieus worden genomen als ik de alleswetende Umberto Eco moet geloven.  Zo’enorm massieve beeldengroep dient daar wat aan te doen maar het heeft dus niet geholpen.

Turijn heeft een plattegrond die nog het meest doet denken aan New York, volstrekt loodrecht op elkaar staande straten met één (Broadway) scheve straat er door heen (de Via Po). In zo’n stad weet ik onmiddellijk de weg. Als je de naam te pakken hebt (staat op elke straathoek) weet je van noord tot zuid of van oost tot west waar je zit. Desondanks weet H. nog steeds onbekommerd alle windrichtingen uit te lopen zonder enig benul; een eigenschap die – zo kan ik uit 45 jaren ervaring putten- door alle vrouwen op aarde gedeeld wordt. Zonder mannen kwam nooit meer iemand thuis. Het zijn de mannen die onze samenleving tot zo’n geordende, voorspelbare eenheid hebben gemaakt. Nog een guilty pleasure??


Weg met de elektrolieke leesplank!

Even tussendoor: gisteravond deed mijn elektronische leesplank ineens heel  raar, de helft van het scherm bestond ineens uit strepen, alleen de onderste helft functioneerde nog normaal. Vandaag is het niet anders. Ben ik net een kwart onderweg met Tolstoj, toch al een opgaaf, gebeurt me dit! En als het nou de eerste keer was, maar vorig jaar, in Schotland, weigerde hetzelfde merk ook ineens dienst. Leuk zo'n bibliotheek mee op vakantie, maar wat heb je er aan als het sleuteltje van de boekenkastdeur ineens halverwege zoek blijkt. Opgesodemieterd dus met die electra leesplanken. Ik heb weer een gewoon, ouderwets degelijk echt boek ter hand genomen: de nieuwste van Umberto Eco. Ik ben er meteen helemaal weg van, onthou die titel: "Het nulnummer", waarin onder meer wordt geopenbaard dat Mussolini aan het eind van de tweede wereldoorlog helemaal niet ondersteboven aan een lantaarnplaal is opgehangen; dat was een dubbelganger, aldus Eco in ieder geval.

donderdag 30 juli 2015

Op naar de lijkwade!

Het was H’s idee om naar Turijn te gaan. Waarom? God mag het weten: haar katholieke achtergrond waarin de lijkwade een vaste waarde vormt in onzekere tijden, haar heimelijk voorliefde voor een Fiat Panda (haar voor vorige auto), het idee dat alle Italiaanse steden altijd mooi zijn bezien vanuit het centrale middelpunt der citta, de nabijheid van de noord Italiaanse meren? Het zal wel een combinatie van al deze factoren geweest zijn. Hoe dan ook wij zetten vanuit het Lac de Serre Poncon koers richting T. via Barcelonetta. Een plaatsje met een schitterend pleintje waar precies een week geleden Avishai Cohen (de bassist, niet de trompettist die ook zo heet)heeft opgetreden. Als we dat hadden geweten hadden we onze vakantieplannen aangepast. Sinds een optreden in Middelburg waarin deze Joodse bassist zowel zijn eigen snaren als die van ons innig beroerde volgen we hem overal (in Middelburg, in Rotterdam, in Gent). Na Barcelonette volgt de col de Larche, aan Italiaanse zijde veel mooier Colle Madallena geheten. Ik maakt een korte wandeling in de absolute stilte tussen twee enorme, kale bergen op 2000 meter hoogte maar betrap mezelf erop dat ik vanwege het hoge gras dat  tegen mijn benen slaat ineens moet denken aan de gevaren van zo’n wandeling: de ziekte van Lyme!! Daar had je vroeger toch geen last van als je eens eens flink ging stappen in de natuur!! Enfin, we rollen vanuit de Hautes Alpes de Po vlakte binnen en zijn via een weer zeer stille tolweg (die gigantische investeringen van de EU in Zuid Europese landen dienen werkelijk helemaal nergens voor) in Turijn terecht gekomen. Turijn oogt als Parijs: brede, groene boulevards met laat negentiende eeuwse bebouwing er naast. Ons hotel is van kaliber: groot bordes, gouden deurknoppen, rode lopers, marmeren vloeren. De op internet bedongen prijs valt wat hoger uit als we niet op de bloedhete zolderetage willen slapen én onze auto veilig op de binnenplaats van het hotel willen parkeren. Maar de late avondwandeling door Torino maakt alles weer goed. Magnifieke pleinen met terrassen met witte suikertaarten er langs. Overal volk, muziek en bij het pizza terras worden we streng toegesproken als we over het rode lint langs de rand heen stappen in plaats van officieel via de hoofdingang het terras betreden. Stijl heet dat. We zijn in Bella Italia. 

woensdag 29 juli 2015

God's hand of die Menschenhand

H. gaat vandaag te voet naar Savines, toch nog altijd zo’n anderhalve kilometer. Aldaar staan de regionale produkten centraal zoals daar zijn zeep, worsten ,kazen, knoflookbollen, petjes, riemen, oorbellen enz. enz. Je ziet er alleen maar Nederlanders, daar is de omgeving hier trouwens toch van vergeven, zonder Nederlanders zou de economie van het Lac Serre Poncon er aanzienlijk minder florissant uit zien. Ik ga maar weer eens met de fiets de berg op. Ik besluit nu over de top door te rijden in de zekere wetenschap dat ik daarna de haarspeldroute terug ook moet nemen. Ik rij door totdat ik bij een pikdonkere tunnel kom waar ik niet door heen durf. Begin niet te lachen, lezer, donkere tunnels zijn de schrik van elke fietser, sla er een willekeurig reisverslag waarin een donkere tunnel voorkomt er maar op na. H. weet zich nog te herinneren hoe ze ooit met René door zo’n tunnel moest, hij met een lampje achter haar, zij voorop. Naast druppels die op haar gezicht vielen fladderden er vleermuizen rond haar hoofd. Die vliegen dan wel niet tegen je aan, maar je voelt de wind van hun vlezige vleugels wel degelijk. Enfin ik ben daar omgedraaid en ben aan de klim terug begonnen. Daar waar ik gisteren permanent zat te lijden had ik vandaag vleugels. Als een Quintana draaide ik mijn bochtjes, ondertusssen naar het indrukwekkende landschap om mij heen kijkend, bergtoppen overal. Op zulke momenten zit ik ongelooflijk te kicken en weet ik dat er niets fijner is dan fietsen in de bergen, het lijden hoort er bij. Daarna met een vaart tussen de 50 en 60 naar beneden over een strakke, gladde weg. HEERLIJK!  ’s Middags zwemmen we weer wat en ’s avonds rijden we met de car dezelfde rit van vanmiddag nog eens, tot dat we aankomen in Lauzet, een slaperig dorpje  tegen een onwaarschijnlijk decor van bergspitsen, waarvan er een een top heeft die lijkt op een middeleeuws fort. De loodrechte wanden op de top doen denken dat hier een mensenhand aan te pas is gekomen, maar het blijkt wel degelijk God’s hand.

We lezen op borden over het ontstaan van het Lac, het grootste stuwmeer van Frankrijk dat 15 % van alle door waterkracht opgewekte energie in het land voor zijn rekening neemt. Foto’s laten zien hoe rond 1955 hier een  gigantische bassin werd uitgegraven. Ja, der Mensch kan er ook wat van.

maandag 27 juli 2015

Druk, druk, druk, druk

Vandaag is het luieren en niets doen geblazen. De lucht is net als het meer staalblauw, het wordt weer zeker een graad of 32. Alhoewel, niks doen? Vanmorgen zwemmen,  daarna boodschappen doen (een grote hoeveelheid Franse kazen buitgemaakt), vanmiddag lezen (Tolstoj voor mij, Marion Pauw voor H.) en aan het eind van der middag waag ik toch nog een klimmetje op de fiets. Ik kijk na een uurtje stampen hoog uit over het Lac met water dat in het tegenlicht zilver oplicht, imposante bergen aan de overkant. Maar als ik zie hoe de weg na de beklimming overgaat in een haarspeldenfestival aan de andere kant naar beneden bedank ik feestelijk voor het genoegen. Ik ben na die klim al bekaf, als ik doorga moet ik die haarspeldbochten later weer omhoog. Ik wil alleen nog maar een pijlsnelle afdaling. Ik race derhalve terug en sta dus na een uur alweer voor een verbaasde H. Nu al terug? Ja dus, ik begin meteen aan de pils en ga lekkere kip met ratatouille maken. En dit bericht maken en versturen. Jezus, wat hadden we het eigenlijk  druk vandaag.

Ana Karenina in de Hautes Alpes

Vandaag hobbelen we over de Route Napoleon, de weg waarover de kleine keizer na zijn gevangenschap in Elba vanuit Marseille in een maand tijd weer Parijs wist te bereiken. Onderweg steeds meer overlopende troepen verzamelend; zonder slag of stoot bereikte hij met een enorm leger Parijs en greep opnieuw de macht. Helaas dacht hij dat niets hem meer kon stoppen en ging hij vrolijk door naar het noorden om in Waterloo zijn Waterloo te vinden. Op die route dus bevonden wij ons vandaag. Markante bergen duiken aan weerszijden van deze route op. Gelet op de vele malen waarop wij hellingen van 12 % nemen moet het begin negentiende eeuw een heidense klus geweest zijn om met louter paardenkracht kanonnen, proviand en de hele mieterse mikmak over deze weg gesleept te krijgen. Hoe makkelijk gaat het ons dan nu af met Mark Knopfler en J.J. Cale op de speakers. Bij “Saling to Philadelphia”, dat ongelooflijk schone nummer met Mark Knopfler en James Taylor in koor, denken we terug aan onze reis over de Icefield Park Way in Canada. De bergformaties en de wild stromende rivier langs de weg doen ons er sterk aan herinneren. Zo’n mooie reis maken we misschien nooit meer maar verder ziet alles er vandaag weer even geweldig uit. Via Gap rollen we bij Savines de brug over die het imposante Lac de Serre Poncon doorsnijdt. We zoeken eerst linksaf een camping op, die we herkennen als de plek waar we tien jaar geleden, hevig verliefd, een mooie plek langs het water vonden. Nu treffen we, ter geruststelling nog steeds even verliefd J,  slechts bloedhete, kale plekken, waar we geen zin in hebben. We rijden terug en vinden aan de andere kant van de brug een camping die me eveneens bekend voorkomt. Voor H. ist’ie nieuw. Dus moet  het een camping zijn waar ik ooit met Wilma en de kindertjes heb vertoefd; het Lac Serre Poncon stond vaker op mijn programma. We vinden een heerlijke, beschaduwde plek waar ze ons nog met geen tien trekpaarden meer van af kunnen krijgen, met aan de ene kant zicht op het staalblauwe meer en aan de andere kant op een enorme rots die in de avondzon geelwit oplicht. Ik stort me in de avonduren bij een heerlijke temperatuur op Ana Karenina van Tolstoj. Niet zozeer omdat ik het zo’n prachtig werk vind maar omdat ik meen toch eindelijk eens iets van hem gelezen te moeten hebben. Ana Karenina, Goede Tijden, Slechte Tijden op z’n negentiende eeuws, in een vooroorlogs Nederlands. En het gekke is dat ik het eigenlijk heel leuk vind om te lezen: jonge adel die op bals nieuwe liefdes ontmoet of elkaars geliefden wegkaapt.  De hoofdpersoon, Ana Karenina,  kiest snel de trein terug naar haar echtgenoot in Sint Petersburg omdat op zo’n bal in Moskou een jonge officier verliefd op haar is geworden. Ana zelf is ook niet geheel afkerig van de nieuwe vlam maar kiest voor toch maar voor de veilige aftocht huiswaarts naar Sint Petersburg. Op een tussenstation, als Ana even luchtje schept in de sneeuwstorm in del uwte van een wagon, laat Tolstoj haar ineens oog in oog staan met de jonge officier die eveneens met de trein is meegereist. Hevig laait de verboden hartstocht op in de sneeuwvlakte. Hoe zal dat aflopen: ik heb volgens mijn electronische leesplankje nog 81 % = 16 uur te gaan!