Totaal aantal pageviews

donderdag 30 april 2015

Prent van de dag 15

                                                   Peppi en Kokki na twee weken Marokko.

Wie zijn eigenlijk het ergst, de jongens in de souk of de autoverhuurbedrijven?

En potverdomme, op de aller, allerlaatste dag overkomt het mij, de hopman, de altijddewegweter, de grote roerganger het toch nog: ik raak met Pierre volkomen de weg kwijt in Marrakech. Een eenvoudige wandeling door de souk naar het centrale plein van Marrakech gaat me al slecht af, we doen er meer dan een half uur over om er te komen, op de terugweg lopen we helemaal vast in het oerwoud van steegjes en soukjes.
Maar voordat het zover is brengen we een allerlaatste bezoekje aan een bezienswaardigheid in Marrakech, die zeer de moeite waard blijkt, het Bahiapalace. Een relatief jonge paleis van de grootvizier van Marrakesh, dat vlak na de eeuwwisselling de plek werd waar de Fransen huisden tijdens de periode dat Marokko een Frans protectoraat  was. Nergens in Marokko zagen we zulke prachtig gedecoreerde plafonds. In twee kamers treffen we zelfs twee mooie open haarden, de enige die we in heel Marokko hebben gezien. De grootvizier was een koukleum blijkbaar.
Daarna moeten we snel terug om op tijd op het vliegveld te geraken. Haast is een slechte compagnon van hen die de weg moeten vinden. We worden steeds verder opgeslokt door de medina. Overal dringen zich hinderlijke types aan ons op. Ik hou ze bars van me af, maar elke keer als ik mijn gigantische plattegrond uitklap, dus elke 5 minuten, storten ze zich weer als hongerige wolven op hun prooi. Ik geef het op, vraag de weg en weer loopt een tros Marokkanen ons vooruit naar ons hotel. Aldaar ontspint zich weer hetzelfde tafereel. Ik ben nu slechts bereid om nog 50 dirham ( 5 euro) weg te geven. Als een van jongens het biljet uit mijn hand grist, roept hij gelijk om meer, Ik duw hem weg. Iemand langs de kant van de souk roept dat hij honderd dirham moet vragen. Hij roept dat zijn broertjes nog niks gehad hebben. Ik been er stevig van door, Pierre komt achter me aan. Op de een of andere manier laten ze Pierre oftewel de eerbiedwaardige Ali Baba, eigenlijk ook een beetje een grootvizier, met rust. Maar ik als beheerder van de beurs van de grootvizier krijg telkens de volle laag.. Ik heb het stadium bereikt waarin ik aan dat al dat gepluk en gezeur om geld, om méér geld wel te verstaan, een teringhekel heb gekregen. We gaan precies op tijd weg uit deze kokende ketel (het is vandaag weer een graad of 35). Bij de geparkeerde auto komt de maffiabaas die volgens mij deze hele hoek regeert nog even vragen of de man die bij de auto staat nog wat kan krijgen. ‘Betaal hem maar van datgene wat ik je enkele dagen heb gegeven’ roep ik hem na en rij weg.  
Dan met de auto naar het vliegveld, nergens staat dat aangegeven. Pierre weet niet hou hij een 'Airport' op zijn tom tom moet vinden, dus we proberen het maar zonder. Een grote uitvalsweg lijkt ons de juiste, een agent bevestigt dat we goed zitten. Maar even later wijzen twee jongens ons de tegenovergestelde richting. Nergens, maar dan ook nergens een bord. Bij een benzinepomp wijzen ze ons weer terug. Via een onbegrijpelijke binnenweg komen we terug in Marrakech toch eindelijk bij het vliegveld aan. Het parkeren en wegbrengen van de sleutels van de huurwagen gaat dan eigenlijk heel vlotjes, al blijkt onze groene kaart verdwenen. Ergens heel vaag in mijn achterhoofd  heeft de agent die ons een bekeuring gaf dat ding uit het hoesje gehaald en er blijkbaar niet meer ingestoken. Dat zal dus ook wel weer afgeboekt worden op het bedrag dat ik nog terug zou krijgen. Ook het afleveren van de auto op een andere plek dan bij vertrek komt ons op een extra fee van 90 euro te staan. Wie zijn nu eigenlijk het ergst, die arme jongens in de souk die ook een centje extra willen of die zogenaamde nette autoverhuurbedrijven?
Enfin, we vullen weer eens een vertrekformulier in ten behoeve van de regering in Rabat en hebben helaas geen fooi meer voor de toiletjuf op de airport. Al onze dirhams zijn nu echt op.


woensdag 29 april 2015

Prent van dag 14: Peppi en Kokki brengen ambiance in Marokko!

                                                                 O li o li o la

O li o li o la


Goedgemutst worden we wakker in het hotelletje in de palmen langs de rivier bij Ouarzazate waar we ons steeds beter thuis zijn gaan voelen. De hotelbaas is een nog jonge Marokkaan die we gisteravond aan de hand van cartoons Hollandsche Humor hebben proberen bij te brengen, na enige twijfelachtige pogingen begon hij gaandeweg steeds schaapachtiger te grinniken. Maar hij had ook kritiek: Marokkanen dragen geen Fez, dat zijn Turken. En Pierre vergeet poppetjes telkens 5 vingers te geven. Ook moppen over bedelende mensen gingen er niet zo in als Gods woord in een ouderling. Ik heb in deze blog weinig gezegd over maaltijden, maar de maaltijd van gisteravond met kalkoen gestoofd in een mengelmoesje met o.a. olijven en een desert van versnipperde rode vruchten was ‘hors categorie.
Vandaag gaat het laatste bezoek in Ouarzazate naar de filmstudio Oscar. Al aan de entree van Ouarzazate maken levensgrote klapborden duidelijk dat dit de stad is waar talloze films zijn gemaakt, naast degene die ik al eerder genoemd heb ook “The temptation of Christ” en enkele afleveringen van “Games of Throne”.
We maken met een gids een rondtocht langs allerlei fantastische decors waarbij ik dat van de tempel van Cleopatra toch wel alles vindt slaan.

Pierre probeert een filmpje met mij in de hoofdrol te maken binnen in een Egyptische tempel, maar de belichting is zo slecht dat dit resultaat nimmer enige filmzaal zal halen. We rijden terug over de Atlas langs een andere weg en komen in de onwaarschijnlijke wereld van Ben Haddou terecht, een op een bergje langs een Nijl-achtige rivier gelegen kasbah van 600 jaar oud.

Als we na een vermoeiende tocht helemaal naar boven weer terug bij de auto komen is Pierre zijn fototoestel kwijt. In grote paniek rent hij de heuvel weer op, geen acht meer slaand op de hitte. Ondertussen wijst een jongetje mij op een plekje onder de auto waar een fototoestel ligt. Ik bedank hem uitvoerig en geef hem een fooi. Zijn vader maant hem onmiddellijk achter Pierre aan te gaan. Triomfantelijk voert het kereltje de grote Ali Baba (de naam die door werkelijk iedereen hier aan Pierre wordt gegeven) terug naar de auto waar ik het apparaat weer aan de rechtmatige, slordige eigenaar teruggeef.
De tocht gaat door een onwaarschijnlijk mooi landschap in het namiddagstrijklicht, waardoor de rode aarde nog roder en de lichtgroene berghellingen nog groener lijken. Daarachter de besneeuwde bergtoppen die in films vaak de rol van Himalaya toebedeeld krijgen. Zo werd ook een nieuwe versie van “the last emperor”  ergens opgenomen.
Onderweg lullen we honderduit, over onze jeugd, over onze angsten en dromen, over van alles. Ik herinner Pierre aan de eerste keren toen we elkaar ontmoetten, toen de muziek van de Internationale Nieuwe Scene bij Pierre voortdurend op de draaitafel lag. Ineens herinnert Pierre zich nog een lied uit Mistero Buffo, en zo zingen wij in de afdaling luidkeels gezamenlijk:
O, li o li o la, onze rijen groeien aan, het waren socialisten,  het waren sociali-isten,
O, li o li o la, onze rijen groeien aan, het waren socialisten, die hebben het verstaan
Bijna met tranen in de ogen denken we aan de jaren zeventig terug toen deze teksten nog NIET leidden tot allerlei cynische grappen, maar we nog trots met gebalde vuist op mei-bijeenkomsten de Internationale aanhieven. Hoe anders is het nu met onze rode gezindheid, toch wat fletser geworden.

Zo rollen we weer Marrakech binnen waar we met onze bolide op gezag van de tom tom hopeloos verstrikt raken in de medina. Een aantal jongeren springt op onze nek om ons naar de juiste plek te brengen. Ik onderhandel weer op barse toon, maar het kost ons toch weer 10 euro om op de juiste plek te komen. Aldaar aangekomen ontmoeten we weer de man die voor veel  geld de eerste keer de koffers naar ons hotel bracht. Ik zeg hem dat hij ons  maar onze eigen gang moet laten gaan, want anders zou hij wel eens achter de tralies kunnen komen….. De man begrijpt het en maakt zich uit de voeten.

dinsdag 28 april 2015

Prent van de dag 13

                                                        Peppi en Kokki tillen de boef!

maandag 27 april 2015

Over de reizigers die niet gingen



Gisternacht schrok in na het eerste slaapje klaarwakker. Een heel vervelend gevoel kwam over me. Ik pakte mijn portemonnee erbij en vond het afschrift van mijn betaling inzake de woestijntocht. Waar ik bang voor was bleek waar. Ik had geen 53 euro betaald voor de trip naar de woestijn maar 530. Alles leek erop te wijzen dat de boeven maar een nulletje aan de prijs hadden toegevoegd, zonder dat ik daar met mijn stomme kop acht op had geslagen, ingepakt als we waren door de vriendelijke woorden van de neef van de man langs de weg met pech. Ik heb Pierre uit zijn bed getrommeld en hem van deze nieuwe nare wending op de hoogte gebracht. Vervolgens heb ik de hele nacht liggen piekeren over een plan de campagne. Ik was er op een gegeven moment uit: ik zou naar de politie gaan en proberen de identiteit van de man van het reisbureau vast te laten stellen door een agent. Daarna zou ik hem dreigen met een rechtszaak vanuit Nederland. Zo bedacht, zo gedaan. Om zeven uur zijn we opgestaan en na het ontbijt heeft de vriendelijke, goed Engels sprekende eigenaar van ons hotelletje ons naar een politiebureau gebracht. Aldaar komen we terecht in de greep van de Marokkaanse bureaucratie. Agenten in donkerblauwe pakken lopen af en aan, geven elkaar veel handen maar doen voor ons niks. Inmiddels gaat het tijdstip van 9 uur, waarop wij zouden vertrekken naar de woestijn, voorbij. Op het politiebureau, waar men de tijd voornamelijk doorbrengt met bij elkaar in en uit te lopen zonder dat iets waarneembaars gebeurt, komt op een gegeven moment iemand tot de ontdekking dat we niet op dit bureau moeten zijn maar op dat van het derde arrondisement van Ouarzazate. Een taxi rijdt ons voor naar het bewust bureau. Daar staat een man in de inmiddels toenemende hitte uit te kijken naar iemand die zich met onze zaak zal gaan bemoeien maar niet komt. Op een gegeven moment worden we naar boven gedirigeerd in een kale wachtruimte ( de Marokkaanse politieburelen maken een zeer versleten, afgebladderde indruk).
Omdat er helemaal niets meer gebeurd steek ik op een gegeven moment mijn hoofd om de deur en vraag hoe het zit met onze zaak. Een man achter een bureau begint uitgebreid te mopperen over zoveel brutaliteit. Uit zijn moeilijk verstaanbaar Frans maak ik op dat  we beter naar weer en ander bureau kunnen gaan. De moed begint ons nu echt in de schoenen te zakken als we andermaal achter een taxi aan naar het derde bureau rijden, nu de nationale gendarmerie. Bij binnenkomst aldaar doe ik voor de derde keer mijn verhaal aan een willekeurige agent die op wacht staat bij, ik kan mijn ogen niet geloven, een enorme vogelkooi waarin een stuk op drie gevangenen zitten of liggen.  met, echt waar, een kommetje water en een homp brood er naast. Eentje wordt juist op zeer hardhandige wijze bij zijn nekvel gepakt en naar een andere ruimte gebracht. Als er nog echte, eerlijke, politiebureaus op de wereld bestaan dan is dat in Marokko. De agent in kwestie wijst ons naar de eerste verdieping. Daar treffen we een agent met iets meer strepen op zijn schouders die ons verhaal met echte belangstelling aanhoort en bezweert dat de onderste steen boven zal komen. Er gloort ineens enig licht in de zaak. Na weer een half uurtje waarin ik vele papieren moet invullen en een aanklacht in het frans moet formuleren, staat ineens de man waarom het allemaal begonnen is voor onze neus. Hij is buiten ons medeweten thuis opgepikt door de politie en naar dit bureau gebracht. Van het bravour van gisteren is bij de man niets meer te merken, hij trilt als een espenblad. Ik som tamelijk hardvochtig al mijn aanklachten tegen hem op: de truc met de wagen met pech, het gebruiken van een organisatie die in feit niet bestaat (onze hoteleigenaar heeft gisteren de telefoonnummers op onze ticket voor de reis gebeld en bot gevangen) en het goochelen met cijfers. Ik stel hem voor de keus, of mij alles terugbetalen of ik dien een aanklacht in. De man, met wie ik nu echt een beetje medelijden begin te krijgen, biedt onmiddellijk aan om mij alles terug te betalen. Hij krijgt een uurtje de tijd van een officier met een ster op zijn schouder om het geld bij elkaar te sprokkelen. Een uur later loopt diezelfde officier nog ongeveer een uur met het inmiddels bezorgde bundeltje geld het kantoor in en uit, waarbij duidelijk wordt dat het uitbetalen van de buit een gebeurtenis is, die met de nodige plechtigheid dient te worden uitgevoerd. Daarvoor moet nog heel lang worden gewacht, vele papieren worden ingevuld en onze paspoorten aan nauwgezet onderzoek worden onderworpen. De officier met het geld verdwijnt weer. Pierre staat op het punt stiekem wat foto's van rondslingerende politiepetten te maken en ik heb zelfs even de aandrang er even een op te zetten. We doen het toch maar niet. Het zou jammer zijn als in het zicht van de haven onze grappen en grollen alles weer in het honderd zouden laten lopen. Er lijkt even geen vordering meer in de zaak te komen. De boef, die alsmaar in dezelfde ruimte zit als wij, gaat steeds angstiger kijken en maakt duidelijk dat hij over een uur wel eens geboeid achter de tralies kan zitten. Maar dan komt een onderknuppel ons dan toch eindelijk de briefjes stuk voor stuk natellen. De dikke stapel van 5300 dirham kan ik met moeite in het bovenzakje van mijn hemd gepropt krijgen. De boef kijkt me smekend aan en ik versnipper met enig gevoel voor drama voor de ogen van de officier mijn aanklacht. De boef slaakt een zucht van verlichting en wij mogen na 5 uur op diverse burelen te hebben doorgebracht eindelijk vertrekken. Een triomfantelijk gevoel verbergen gaat me moeilijk af. We drinken er daarom maar eens een extra bakje thee op in de schaduw van prachtige kubistische gebouwen die in Ouarzazate staan, we zijn hier echt aan de noordkant van de Sahara terecht gekomen. De bouwstijl van steden als Timboektoe kun je hier al terug zien. We rijden door een landschap dat al als decor heeft gediend in talloze Hollywoodproducties zoals The Gladiators, Ben Hur, Cleopatra en zelfs een James Bond film. De route die we rijden gaat door een vallei die de Vallei der Dadels heet vanwege de duizenden palmen die prachtige oases vormen. In een daarvan gaat we in het broeierige klimaat rondwandelen, je waant je aan de oevers van de Nijl.
We zien een werkelijk prachtig gerestaureerd gebouw liggen, een tot hotel omgebouwd oud paleisje. Aldaar worden we, met het uitzicht op “de Nijl” met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Atlas voor het eerst deze vakantie op een biertje getrakteerd. En laat ik nou eens vinden dat we dat ook echt verdiend hebben!