Totaal aantal pageviews

zondag 29 juni 2014

Glasgow kleurde al uren voor de match helemaal oranje

Nóg een rustdag. Niet zozeer ingegeven vanwege voortdurende moeheid maar meer vanwege de angst de achtste finale van Nederland tegen Mexico te missen. Je zult toch maar temidden van Schotse schapen staan in de wetenschap dat Nederland bezig is de volgende ronde te halen. Om duizend en één reden was dit een wijs besluit. Allereerst was de match natuurlijk het aanzien meer dan waard. Ik hem als enige Nederlander temidden van al die Schotten schor zitten schreeuwen dat laatste kwartier. Ik hield er meteen een aantal dikke vrienden aan over die me na afloop kwamen feliciteren. Maar daarnaast kon ik nu nog een aantal bezienswaardigen af gaan waar het de eerste dag niet van was gekomen.Allereerst ging in naar het Kelvingrove Art Museum. Een prachtig laat 19e eeuws museum (een beetje 'Rijks' in het klein), waar je gewoon voor niks naar binnen mag (zoals ook al in het Tate Museum het geval was. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren). In dat museum werd ik meteen de pijnlijke fout gewaar die ik gisteren of eergisteren op deze plek maakte door te stellen dat Glasgow wel geen eeuwenoude stad zou zijn. Wél dus, gesticht in 1100; de kathedraal is een van de belangrijkste bouwweken in Groot Britannië uit de Middeleeuwen. In de 19e eeuw werd Glasgow het centrum van de kolen en staalindustrie. Zowel auto's als locomotieven als stalen bruggen en tuinhekken kwamen uit Glasgow.
In het museum hebben ze naast een prachtige verzameling werken van schilders als de Glasgow Boys (begin 20ste eeuw en de Schotse coloristen (jaren dertig) op de afdeling Hollandse kunst zelfs een Rembrandt en Jacob van Ruisdael. Zo werd mij ook duidelijk dat Glasgow eigenlijk al vanaf het begin van de 20ste eeuw een echt designstad is, lang voordat dat woord in zwang kwam. Zowel op het gebied van ijzersmeedwerk als meubels zetten Glasgow niet alleen in Engeland maar zelfs mondiaal de toon. Glasgow schijnt model te hebben gestaan voor de ontwikkeling van Chicago!
Nog een fout; ik zei dat Glasgow een vlakke stad was.Nou, als je er op een dagje met je fiets doorheen crosst weet je wel beter. Alleen het gedeelte tegen de Clyde aan is plat, de rest loopt behoorlijk omhoog met soms wegen met een stijging ver boven de 10 %. Ook dat rastervormige patroon klopt niet. Dat geldt alleen voor het echte centrum. In de rest van de stad lopen de wegen alle kanten uit. Ik moest een uur zoeken voordat ik de Cathedral straat te pakken had. Zo zie je maar, aan één dag heb je niet genoeg om een stad te beoordelen (aan twee natuurlijk ook niet).

Overigens was het Oranjefeest in Glasgow al uren voor de match van het Nederlands elftal begonnen. Stom toevallig kwam ik al fietsend door Glasgow in een heuse, echte Oranje optocht terecht. Stomverbaasd vroeg ik aan een agent die het verkeer stond tegen te houden of ik hier nou in Noord Ierland of in Schotland was? "Hier zijn sommigen net zo maf" zei hij me of iets van vergelijkbare strekking. Elk jaar trekken ook hier de Protestanten erop uit om met luid tromgeroffel en gefluit nog eens duidelijk te maken dat ze afstammen van King William (nb ónze Willem IV (of III of II, daar wil ik van af wezen), die een huwelijk aanging met de prinses van het regerend Engels vorstenhuis en zo Koning van Engeland en omstreken werd. Met hem staan zij pal voor het protestantse geloof en bestrijden zij de katholieken. Voorzien van fraaie oranje sjerpen marcheerden de veelal oudere mannen en vrouwen door het centrum van Glasgow, daartussen door 15 pijpercorpsen. Mijn aloude grote wens om ooit nog eens als tambour maitre te mogen meelopen kreeg een nieuwe impuls. Ik heb er 15 voorbij zien komen; waaronder deze hiernaast.
Wat moet het toch heerlijk zijn om in een fraai uniform voorop te mogen lopen.Voor een echte fotograaf zoals mijn jongste broertje Frans zou smullen zijn om hier plaatjes te schieten. De ene figuur zag en nog prachtiger uit dan de andere. Later kwam ik terecht in de opvallend buiten het centrum gelegen eeuwenoude kathedraal van Glasgow; de stad is in de loop der eeuwen blijkbaar een mijltje of wat opgeschoven naar het westen. Er was net een (ook weer protestantse) dienst aan de gang met, eerlijk waar, ongelooflijk mooi zangwerk van een Benjamin Britten. Aan een van dienstdoende ordebewakers vroeg ik of ze niet eigenlijk mee moesten doen met de processie een eind verderop. Dat zijn de gereformeerden, zei hij in bijna vlekkeloos Nederlands, wij zijn vergelijkbaar met de Nederlands Hervormden. Wij doen niet mee aan die flauwekul. Waarmee maar weer duidelijk is dat de godsdiensttwisten in Schotland net zo hevig binnen de protestantse kerk woeden als tussen prots en caths. Overigens wist mijn gespreksgenoot werkelijk alles van Nederland, zelfs dat Sloes in Zoeuws Vlaanderen protestant was en Aardenburg katholiek. Hij bleek er een paar jaar stage te hebben gelopen bij een of andere dominee. En Voelendam is Katholiek, wist hij ook nog.

zaterdag 28 juni 2014

Lekker gluren naar lelijke Schotten

Rustdag in Glasgow

Terwijl iedereen in de stad nog op één oor ligt, het is per slot zaterdag, trek ik met een flauw zonnetje (het schijnt overal te regenen in Britannië, een popfestival is helemaal weggehoost, maar waar ik ben is het droog en schijnt nogal eens de zon) langs de oevers van de Clyde. Zelfs nu op zaterdagmorgen zijn ze druk bezig de bestrating aan te leggen. In de buurt van de splinternieuwe boogbrug zijn ze de verkeerslichten aan het instellen; ik ben dus een van de eerste bezoekers van dit nieuwe gebied, ontwikkeld op de plaats waar vroeger de docks waren. Alleen de gigantische bouwkraan die er blijft staan, passend de Titanicgenaamd, doet er nog aan denken. Het ding was in staat om kant en klaar gebouwde schepen zo van de oever in de Clyde te tillen. Verder liggen rondom deze kraan en de brug allerlei splinternieuwe bouwsels die ook Glasgow moeten meenemen naar de 21ste eeuw. Ik vind het niet allemaal even fraai, soms erg tijdsbepaald. Over 20 jaar vinden ze aan die bouwsels niks meer aan vrees ik. Enfin, hier wat indrukken:


Dit ligt allemaal in het westelijk deel van Glasgow. Ik loop in de nog steeds stille stad terug naar het centrum en ga op zoek naar het gebouw van de Glasgow School of Arts. Daar zijn alle architecten opgeleid die het aanzien van Glasgow in de afgelopen anderhalve eeuw bepaald hebben. Ik blijf staan bij een heel bijzonder gebouw dat van Charles Rennie Mackintosch blijkt te zijn. Ik heb nog nooit van die man gehoord maar een stel uit Nederland praten me snel bij. De vrouw van het echtpaar blijkt te werken bij de stedenbouwkundige dienst van de gemeente Noord Holland en weet het een en ander. Mackintosch is een aanhanger van de Arts and Crafts Movement, de stroming die zoveel organische lijnen en natuurlijke motieven in haar ontwerpen stopt. Gaudi en Berlage hebben er ook wel wat weg van. Opvallend aan alle deze architecten is dat ze niet alleen het uiterlijk van een gebouw maar ook alles in het interieur ontwierpen, tot de stoelen en de lampekapjes toe. Helaas is het door Mackintosch ontworpen gebouw juist vorige maand uitgebrand. Dat verklaart waarom dat het er zo desolaat en uitgewoond uit ziet en er een groot hek omheen staat. Maar de hand van de meester is in nog steeds zichtbaar.


Gelukkig heeft de school ook nog een nieuwe gebouw dat er pal tegenover staat. Daarin wordt ik verder ingelicht aan de hand van een tentoonstelling over de invloed van deze school op de stad.
In ga vervolgens naar de Gallery voor Modern Art, waar werkelijk prachtige dingen te zien zijn. Vooral een aantal schilderijen met gestyleerde vrouwenbeelden van een zekere Moyna Flannigan blijven me bij. Het is kortom een esthetisch dagje in het alsmaar bewolkter wordende G. Ik bezoek het enorme station, ook al zo'n overblijfsel uit het eind van de 19e eeuw (ziehier de buitenkant). Ik vind dit gedrocht uitgesproken Duits ogen. Zouden ze dat ook op die school ontwikkeld hebben?

Terwijl ik een baguette zit te happen ga ik eens lekker naar al die mensen zitten kijken. Laat ik het maar eerlijk toegeven, de Schotten zijn lelijker dan de gemiddelde sterveling; het is helaas niet anders. Zonder uitzondering bleek en veel zijn er nogal dik.
Op mijn wandeling door de stad kom ik naast allerlei hypermoderne giganische warenhuizen ook een rommelig winkeltje in electronica tegen waar ik eindelijk het kleine dingetje aantref dat het mogelijk maakt foto's aan mijn relaas toe te voegen. Omdat te vieren heb ik er bij deze aflevering extra veel bij gedaan.


vrijdag 27 juni 2014

De eerste onzekere stapjes in Glasgow

Etappe 14: Moffat - Glasgow, 90 kilometer, gemiddelde en hoogtemeters (nog even opzoeken)

In het vriendelijke Moffat op het marktplein ontbeten. Daarna onmiddellijk de hoogte in om al heel snel daarmee het hoogste punt van de dag te halen, ergens boven de 300 meter. De rest van de dag bestaat dan eigenlijk alleen maar uit dalen, zo'n 70 kilometer lang. De weg die gisteren zo saai was, kronkelt nog net zo als gisteren rond de Motorway naar Glasgow, maar het is toch totaal anders. Die Motorway is door bossages voortdurend verstopt, je hoort hem alleen maar, maar ziet hem niet of nauwelijks. Het landschap is wijds, doet me soms denken aan de verten die je ook in de States of in Nieuw Zeeland hebt. Het verschil is dat alle heuvels bedekt lijken met een groen biljartlaken, bespikkelt met vuilwitte vlekjes, schapen.

Bossen en bomen (behalve dan direct rond de verstopte M way) zie je nauwelijks. Wie zou dat schapenvlees eigenlijk eten vraag ik me af. Zou dat verwerkt zitten in die onappetijtelijke vleespasteitjes die overal kunt krijgen?

Tegen een uur of 3 kondigen zich de voorsteden van Glasgow aan. Het zal nog zo'n 2 uur duren, voordat ik aan de River Clyde aan kom, die pal naast het centrum loopt. Na een lekkere douche in het zeer eigentijds ogende hostel (met een enorm drukke en gezellige pub) ga ik mijn eerste verkenning door Glasgow maken. Dat vind ik altijd een mooi moment, voor het eerst een stad in gaan die je op geen enkele manier kent. Elke straathoek kan weer een verrassing opleveren. Die blijven hier eigenlijk uit. De stad is zo vlak als een Nederlandse stad. Ik had een heel ander beeld voor ogen. Als ik later de gemeenschappelijke stadsgids van Edinburgh en Glasgow open sla, zie ik dat ik voortdurend Edinburgh voor ogen heb gehad. Dát is een mooie stad, daar had ik moeten zijn. Enfin. Ik zal het met Glasgow doen en er morgen een hele dag voor uittrekken.
Opvallend vind ik nu al het Amerikaans ogende rastervormige stratenplan. Dit lijkt geen eeuwenoude stad. De pompeuze gebouwen in de binnenstad zijn opgetrokken in neo klassieke stijl, zoals de Modern Art Gallery waar ik morgen naar toe ga.
Echt heel bijzonder oogt de stad niet. Wel sterft het van de pubs die op deze vrijdagavond goed gevuld zijn. Tegen een uur of 10 's avonds heeft de jeugd het centrum in bezit genomen, maar waar is dat niet het geval? Deze ouwe lul neemt nog een afzakker in de pub van het hostel, schrijft zijn verhaal en gaat om een uur of elf zijn oogjes toe doen. De stad komt nu echt tot leven lijkt het.

de bruid van Shrek gezien in Gretna Green

Het was gisteravond zo bitter koud, dat ik met een trui en daarover een windjack voor mijn tentje mijn tekst zat te tikken. Daardoor ging het wat slordig en ben ik het belangrijkste wapenfeit van gisteren vergeten te vermelden: de knellende fietsbroek kan uit en worden vervangen door een ruigruiten rok met natuurlijk niks eronder aan: ik ben immers de grens met Schotland gepasseerd in Gretna!
Zowat het eerste plaatsje dat je tegenkomt in Scotia is Gretna Green. Waar kennen we die naam ook al weer van: o ja, dat was net als Las Vegas een plek waar je heel snel zonder formaliteiten kon trouwen en weer scheiden; heel bekend in de jaren 50 en 60, maar nu hoor je nooit meer iets over. En laat nu net als ik het dorpje voorbij rij vlak voor het bord Gretna Green een bruid en een bruidegom staan. Een heel lelijke bruid trouwens, ze leek zo weggelopen van de zijde van Shrek en snel in Gretna Green een ander aan de haak geslagen te hebben. En ik was de getuige want ik heb het tafereel inclusief het bordje Gretna Green vastgelegd.

donderdag 26 juni 2014

Ramptoerist vist achter het net

etappe 13: Dalston - Moffa (50 mijl onder Glasgow); 85 km, gemiddelde 17,5 km, geklommen meters: 606

Een heel makkelijk dagje; milde temperatuur, zonnetje, de wind in de rug en een vrij vlak parcours. En toch was het retesaai. Vanaf Carlisle slingert de oude weg van C. naar Glasgow voortdurend rond de nieuwe Motorway. Dat betekent zo'n 50 km lang naast het voortrazende verkeer op een verlaten weg fietsen; nauwelijks een bocht te bekennen. Omdat het voor fietsers bedoelde randje belegd is met slecht asfalt voel ik na 80 km mijn kont meer dan ooit!

Ik kom daarbij door het plaatsje Lockerbie, ooit een dag wereldnieuws toen daar een door kapers in dienst van Khadaffi in de lucht geëxplodeerd vliegtuig neerplofte. Behalve alle passagiers stierven er ook nog een aantal mensen in het Schotse plaatsje. Als echte ramptoerist ben ik nog op zoek gegaan naar een aandenken aan deze ramp. En ja hoor, ik dacht beet te hebben met het bord: 'Garden of Rememberence'. Ik moest er nog behoorlijk voor omrijden en nog een nijdige heuveltje op. Op de plaats van aankomst bleek het om een doodgewoon kerkhof te gaan. Zo komt rampentoeristenboontje zo'n 25 jaar na dato om zijn loontje. Niks geen verwijzingen naar dit idiote ongeluk. De Schotten hebben de draad in hun kleine stadje gewoon weer opgepakt en op de open plek een enorme supermakt gebouwd (althans dat is mijn interpretatie van de tegenover de kerk neergeplante supermoderne keet).

's avonds op de camping spreekt een jonge Franse vrouw me aan (Nee, weer niet meteen van alles er bij gaan fantaseren!)  die in d'r eentje op de fiets vanuit Toulouse zo maar in het wilde weg in Engeland aan het fietsen is. Ze heeft een grote kaart van Schotland bij zich. Die ga ik morgen in Glasgow toch ook eens aanschaffen. Zo'n GPS is wel gemakkelijk, maar je verliest elk gevoel voor richting en de plek waar je bent. Er gaat toch niets boven een gedetailleerde kaart.




Eenzaam op de camping, maar wel met een geniale douche

Etappe 12: Ambleside - Dalston (vlak onder Carlisle): 89,3 km, gemiddelde 15,5 km per uur, hoogtemeters: 1214 (een record tot nu toe)
Voor het eerst schrijf ik dit verhaal in mijn tentje met het zachte getik van een druilerig regenbuitje van een paar uur op mijn tentdak. Voor het eerst in 14 dagen; het werd tijd, we zitten toch in Engeland nietwaar.
De aantal geklommen meters tonen het al aan, vandaag ruim een kilometer de hoogte in gegaan (dat wil dus niet zeggen dat ik nu op een kilometer hoogte zit; volgens deze methode worden alle geklommen meters loodrecht omhoog bij elkaar opgeteld. Je kunt dus ook op zeeniveau eindigen en toch een kilometer  geklommen hebben onderweg). Daaronder een aantal heel steile jongens van 12 en 14 procent. Maar ik heb ze allemaal kunnen nemen. Wat is dát een goed besluit geweest om nog net voor het vertrek een kleinste voorblad van 22 tandjes op te laten zetten. Dat tandwiel heb ik vandaag permanent nodig gehad. Maar het laatste stuk , richting Carlisle, ging zoevend naar beneden met het grote voorblad van 52 tandjes. Overigens ga ik nooit harder dan maximaal 45 km per uur naar beneden. Ik zie nog steeds Rob voor me, de fietser waarmee ik twee jaar geleden naar Italië ging. Bij hem kwam in een afdaling een van zijn voortassen tussen zijn spaken. Met één luide knal lagen alle spaken uit zijn wiel. Hijzelf kon met een jukbeenfractuur naar het ziekenhuis in Verona. Dat beeld laat me nooit los en zorgt ervoor dat ik behoedzaam blijf tijdens de afdaling, ook al heb ik een veel steviger set met voortassen dan hij indertijd op zijn fietsje had.
In de ochtend ging het vanuit Ambleside al meteen 200 meter bergopwaarts. Toch heb ik van die lange beklimmingen liever dan voortdurend op en af. Op een lange klim kun je lekker in een bepaalde cadans komen en hoef je niet voortdurend te schakelen. Helaas was het zicht slecht, het was de hele dag nevelig, dus van het beloofde uitzicht op het meer van Windermere heb ik niks gezien. Het tweede meer, het door een stuwdam gevormde Thirlmeer, dat ik vandaag langs kwam, was heel stil. Het is ooit aangelegd om de stad Manchester, 100 mijl verder naar het zuiden gelegen, van vers drinkwater te voorzien. Ondanks protesten indertijd van de lokale bevolking is het plan toch doorgegaan en is de eerste steen van de dam gelegd in 1860.
Voordat ik uit Ambleside vertrok draaide ze daar in een koffieshop het nummer: "The same old scene" van Roxy Music. Zoek dat nummer eens op op Spotify en luister er met je ogen dicht naar. Denk dan aan de steile rotsen waarlangs ik glij met aan de ander kant het doodstille grijze meer omgeven met allerlei soorten varens; de toppen van de heuvels omhangen met nevels. Dit is prachtig, daarvoor ben ik naar Britannië gekomen. En dan is het helemaal niet erg dat het grijs weer is. nee dat is juist het meest passende weer bij deze 'old scene'.
Later, als ik van een veel te drukke en daardoor gevaarlijke weg af wil, moet ik behoorlijk bergopwaarts om een alternatieve weg naar Carlisle te vinden. Mijn GPS geeft aan dat het alleen nog maar bergafwaarts gaat, maar ziet dan wel even een lange  helling van 12 % over het hoofd. Ook een GPS blijkt niet onfeilbaar. Maar zoals gezegd, ik neem ze allemaal; in een slakkegangetje, dat wel.
De mensen die ik spreek hebben allemaal al een behoorlijk Schotse tongval (voorzover ik daar kijk op heb) maar zijn allemaal heel vriendelijk. Als je even stil staat wil iedereen je de weg wijzen. Maar dat hoeft niet , want ik heb een GPS!
In Dalston staat er, net als ik denk om te gaan stoppen, een bordje caravancamp. Maar een tentje mag ook. Met nog wat bouwvakkers die hier een tijdelijk onderkomen hebben ben ik  de enige campeerder. Maar de douches die ze hier hebben, zijn wel heel modern. Je moet één keer met je arm langs de muur zwaaien en dan begint er meteen een heerlijk straal warm water te vallen, net zo lang totdat je de plaats onder douche verlaat. Dan stop het ding vanzelf. Geniaal. Nooit eerder gezien.

dinsdag 24 juni 2014

Een aha erlebnis

24 juni: Rustdag in Ambleside

Ambleside! Als ik door het centrum rij heb ik een aha erlebnis! Ik ben hier eerder geweest!! Dit is de plaats waar Jur en ik een 15 tal jaren geleden afgezet zijn met onze plastic zakken vol vakantiespullen nadat de nacht ervoor onze beide fietsen gestolen waren. De bus bracht ons tot hier. Ik zie ons weer staan voor die outdoorzaak, waar we allebei een enorme rugzak hebben gekocht, waar we alles in gepropt hebben. Ik heb nog nooit zo afgezien als toen ik die rugzak om deed. Sterke Jur deed alsof het hem niks deed en stapte vrolijk voor zijn vader uit. Wanneer zal het geweest zijn? 2003, 2004? Jur, help je oude, vergeetachtige vader eens een handje! (via de Reply hieronder). Volgens mij was je 17, dus het zal 2004 geweest zijn. Ik weet nog goed dat Jur het heel diep in zijn hart helemaal niet zo erg vond dat de fietsen gestolen waren; hij vond, met bepakking, de heuvels veel te stijl. Welnu, Jur, dan zijn ze nog steeds hier! En ik heb nu nog veel meer rotzooi bij me dan toen. Eigenlijk onverantwoord om als 64-jarige dit allemaal nog aan te gaan. Wanneer zal het omslagpunt komen waarop het oudje zijn fiets definitief aan de wilgen hangt?

Enfin, vandaag dus een kontbesparende rustdag. Maar ik ben wel aan het wandelen geslagen en ben, aan de hand van die toch wel verdraaid handige GPS een bergje opgelopen. Zelfs de hekjes die je als wandelaar door moet staan er zo nu en dan op! 's middags met een geweldig uitzicht op het Windermere Lake en een imposante omgeving van grillige bergen een tukje gedaan in de flauwe zon.

Het leven is toch eigenlijk verschrikkelijk goed. In de verte zie ik beneden een heus 19e eeuws kasteel liggen waar ik straks langs ga om mijn laatste pond aan een consumptie uit te geven. Bij het omhoog gaan zag ik nl. dat er een terras aan het kitschkasteel vast zat. Nu ben ik helemaal blut. Vandaar dat ik toch eventjes met de fiets naar Ambleside moet om de bank te beroven. Ambelside is een  echte vakantieplaats met van die in grijze rotsstenen opgetrokken huizen. Heel gezellig hier, overal al toeristen.