Totaal aantal pageviews

vrijdag 25 oktober 2013

Het weigeren van betaalpassen leidt tot zere voeten maar geeft een goed beeld van de stand van zaken in Sjanghai



Donderdag 24 oktober

We begeven ons naar het People Square. Ooit was dit een door de Engelsen aangelegde paardenracebaan, ten tijde van de communisten werd het de plek waar de tegenstanders van het regime geëxecuteerd werden; nu is het een enorm park, omzoomd door de meeste frivole wolkenkrabbers. Heel in de verte doet het me een beetje denken aan Central Park in N.Y. In het park staan enkele musea, waaronder het Museum of Modern Arts van Sjanghai dat momenteel een tentoonstelling heeft gewijd aan het modehuis van Dior. Jur heeft een hekel aan museumbezoek en dit onderwerp trekt mij nou ook niet onmiddellijk, dus we sluiten niet aan in de lange rij van vooral modieuze vrouwen.
We worden aangeschoten door een groepje uitstekend Engels sprekende studenten die we op de foto moeten zetten. Ze blijken allen studenten Engels en dat is goed te horen. Of we geen zin hebben om mee te gaan naar een thee ceremonie. Omdat ik in mijn gids heb gelezen dat je niet moet ingaan op dat soort verzoeken omdat je dan als westerling geld uit de zak wordt geklopt doen we het ondanks de overstelpende uitnodigingen niet. Maar achteraf  heb ik toch wel spijt op deze manier een heel specifiek stukje Chinese cultuur te zijn misgelopen.
We gaan op zoek naar de Franse Concessie; de wijk waar de Fransen tot de communistische machtsovername het voor het zeggen hadden. De straten, zonder uitzondering schuil gaand onder een bladerdak van platanen, hebben veel Europees aandoende villa’s. Ergens treffen we het Jinjiang Hotel waar in 1972 president Nixon dankzij de succesvolle ‘pingpongdiplomatie’ het Sjanghai verdrag sloot met Zhou En Lai, waarmee de eerste voorzichtige toenaderingspogingen tussen China en de V.S. werden bekrachtigd.  Tegenover ligt de Franse Club waar voor het eerst ook vrouwen én Chinezen tot de ambiance van handel drijvende zakenlieden werden toegelaten. In het Jinjianghotel mogen we onbekommerd rond lopen en foto’s schieten (en naar de W.C. gaan). Maar van enige aanduiding van de hier plaats gevonden hebbende historische gebeurtenissen vinden we niets. Net zo min als bij het gebouw waar in 1921 in het geheim de communistische partij werd opgericht door 13 afgevaardigden waaronder ene Mao Ze Dong, die toen al onmiddellijk opviel door zijn gloedvolle betoog en snel leider werd van de beweging. Het pand is nu onderdeel van een project waarbij de uitwerpselen van het kapitalisme de geesten van de arbeidende Sjanhainezen af brengt van het bewustzijn van de werkelijke klasse tegenstellingen. Zo zou voorzitter Mao het gezegd hebben. Aan de andere  kant van het complex prijkt in een etalage een horloge van 1.700.00 Yuan RMB. Toch altijd nog ongeveer 2 ton! De winkels in het centrum van Shanghai zijn ontzettend luxe en kennen hun gelijke in Nederland niet. Het is duidelijk; dit is de plek waar de nieuwe rijken van de wereld samenklitten.  Je hoeft alleen maar te kijken naar de Bentleys en Rolls Royces die af en aan rijden. In de metro gaat het merendeel van de mannen gekleed in stemmig zwart en dure hemden; vrouwen in strakke zwarte pakjes en pumps, duidelijk employés  in de financiële centra.  En toch zien we hier ook de eerste bedelaars in China, vrijwel allemaal ontzettend zielige stokoude vrouwtjes. Jur wordt er helemaal week van en maant me telkens de beurs te trekken.
In de late avonduren gaan we naar, aldus de gids, dé jazzclub van Sjanghai, de JZ club. Op weg daar naar toe worden mijn beide geldpassen weer geweigerd. Dat wordt zuinig aan doen met nog 25 euro op zak aan Chinees geld. Het enige restaurant in de buurt van de JZ club dat nog open is (na 22.00 uur eten in Sjanghai is een beetje raar, blijkt nu) is een Italiaans restaurant. En zo zitten we tot onze stomme verbazing voor de tweede avond achter elkaar alweer pizza te eten. Ik blijk te weinig geld te hebben om naast de wijn ook de pizza’s te kunnen betalen en een creditcard wordt niet geaccepteerd. De bazin wordt erbij gehaald. Die zegt dat we dan maar alleen de wijn hoeven te betalen, de pizza’s krijgen we gratis. Je hoort ons nooit meer een kwaad woord over Chinezen zeggen.....
In de jazzclub speelt een prima, Europese jazzband. De biertjes zijn duur, maar de entree was gratis. We hebben geen geld meer voor een  taxi en doen er anderhalf uur over om terug naar het hotel te wandelen. Dat doen we over de grootste winkelboulevard van Sjanghai. Het geeft ons ruim de gelegenheid om een beeld te krijgen van het luxueuze winkelaanbod. Alle wereldmerken hebben enorme winkels aan deze avenue. Van Prada tot Mediamarkt en alles daartussen. Opvallend is dat een groot aantal zaken juist vanavond wordt ingericht. Bij een van de winkels is zelfs een openingsceremonie met wierookstokjes en een altaartje aan de gang. Een bewijs dat de welvaart van Sjanghai nog alsmaar groeit. Totdat misschien ook hier eens een crisis uitbreekt. Maar dat is misschien een opmerking van een jaloerse Europeaan die ziet dat het in een ander werelddeel inmiddels veel beter gaat dan in zijn eigen land.

woensdag 23 oktober 2013

Lichtvoetige Chinezen


Tjeu meldt (via Hanneke):

Vanmorgen om een uur of 11 aangekomen op het enorme station in Sjanghai. Heel modern, maar om de een of andere reden is er bespaard op het licht, het is vrijwel overal stikkedonker. Ook op het eveneens giga station van Hangzhou, 50 km eerder, ook een miljoenenstad, was het al niet veel beter.
Maar eenmaal in de metro branden de lampjes weer vrolijk boven al die duizenden zwarte koppies.  Eenmaal in de metro hebben we de tijd de Sjanghainezen eens goed te bekijken. We zien een behoorlijk verschil met de Hongkong chinezen. Ze zijn groter, grover in het gezicht, hebben steviger jukbeenderen en schevere ogen, eigenlijk meer de Chinezen zoals wij ze (willen) kennen.  De vrouwen vind ik mooier hier, ze zijn groter en kijken brutaler. Maar dat kan mijn verwrongen waarneming  zijn natuurlijk.(....inderdaad Tjeu, zegt Hanneke)
Het hotel is vergeleken met dat kastje in Hongkong superdeluxe, al vind Jur het minder geslaagd dat het toilet niet voorzien is van een deur. Hij besluit om te gaan poepen in het luxe West Inn hotel, 100 meter verderop. Ach ja, luxe ventje.
We gaan de stad in en stellen vast dat Sjanghai veel Europeser oogt dan Hongkong, ondanks  die 150 jaar Britse overheersing in die laatste stad. De straten zijn breder, de gebouwen onmiskenbaar Europeser, het zou op sommige plekken Londen kunnen zijn. De “Bund”, de bocht van de grote rivier door Sjanghai, de Huangpu, staat vol met neo-klassieke bouwwerken van het architectenduo Palmer & Turner die rond de eeuwwisseling hier een soort bouwmonopolie hadden verworven.  Het ene gebouw is nog protseriger dan het andere. Op elk gebouw wapperde vroeger de Britse, Amerikaanse of Franse vlag. Wie weet ook nog wel een Nederlandse. Nu wappert op al die gebouwen zonder uitzondering dezelfde vlag, de Chinese.  Daarmee aangevend dat ze er nog steeds trots op zijn na 1945 iedereen te hebben buiten geflikkerd.  Maar de reclames aan de overkant  op de enorme wolkenkrabbers maken duidelijk dat ook hier het kapitalisme honderd procent om zich heen gegrepen heeft. Elke Chinees heeft een I phone of een Samsung Galaxy. Het KIA automerk van buurland Zuid Korea zie je overal. En verder Canon, Kodak, Philips etc. etc. De gebouwen in de wijk Pudong aan de overkant zijn na het invallen van de duisternis een bonte kermis. Overdag trekt de architectuur de aandacht, in het donker is het vooral een lichtshow zonder weerga. De promenade wordt, net zoals in Honkong, op deze doordeweekse woensdagavond door duizenden Chinezen bewandeld.
In een barretje raken we zowaar in gesprek met twee Chinese meiden achter de tap. We  krijgen allebei lichtgevende Halloween hoorntjes op ons hoofd gezet en zij tooien zich met Minny Mouse strikken.We kletsen honderduit over die grappige Chinese tekentjes die we inmiddels menen te kunnen thuisbrengen. Als we genoeg op hebben kijken we op onze neus als al onze flesjes Heineken 5 euro per stuk blijken te hebben gekost. Zo heeft elke lol zijn prijs.
We moeten daarna allebei zo verschrikkelijk pissen dat we het eerste het beste restaurant invluchten dat we na de Bund tegenkomen. Het blijkt de Pizza Hut te zijn, toch niet een plek waarvoor je kiest als je helemaal naar Sjanghai bent gereisd. Maar ja, nu eens een keer geen Chinese hap is ook niet verkeerd.
Daarna trekt lawaai in het nabij gelegen donkere park onze aandacht. Aldaar blijkt om de tien meter iemand achter een beeldschermpje karaoke te staan gillen, gadegeslagen door tientallen belangstellenden per schermpje. Niet om aan te horen en allemaal door elkaar. Beter toeven is het dan verderop in het park waar honderden Chinezen aan het stijldansen zijn op een soort Chinese hiphop. Het ziet er vreselijk leuk uit; Chinezen blijken erg goed te kunnen dansen. Verderop raakt Jur helemaal in trance bij een soort massale rei-dans, waarbij vooral onze aandacht gaat naar een man die sprekend op wijlen voorzitter Mao lijkt. Het ziet er niet charmant uit, maar elk danspasje is bij hem raak. De menigte begint spontaan op elke nieuw deuntje uniform andere danspasjes te doen. We herkennen de massale dansen op de massabijeenkomsten van de communistische partij. Maar hier doen de mensen het echt helemaal uit vrije wil en met zichtbaar plezier. Eigenlijk zijn die Chinezen ontzettend gezellige mensen die graag allerlei dingen met zijn allen doen. Niet verkeerd toch? Onze sympathie voor de Chinees groeit met de dag.

de bloedstollende race tegen de klok



Tjeu heeft momenteel geen toegang tot Facebook en hij kan ook niet inloggen op dit blog.
Vandaar dat hij mij (Hanneke) vroeg zijn nieuwe berichten te posten.
Zie hier dus:


Niet geweten dat ik zo’n ongelooflijk stresser kan zijn. Die situatie deed zich vandaag twee keer voor. Want dit is de enige dag op onze vakantie met onverbiddelijke deadlines, de vertrektijd van de trein van Hongkong naar Ghuangzhou en die van de trein van Ghuangzhou naar Shanghai. Jur wil niet eerder dan 9 uur opstaan. Dus  vertrekken we pas om ongeveer kwart voor 10 en komen dus om ongeveer om kwart over 10 aan op het vertrekstation. Onze trein gaat om 10.56. Aldaar blijkt datgene waarvoor ik hem al enkele malen heb gewaarschuwd de harde Chinese werkelijkheid: paspoortcontrole en bagageonderzoek, alsof we het land weer verlaten; eigenlijk dezelfde procedure als bij een vliegtuig. Daar komt een normaal mens ongeveer anderhalf uur van de tevoren aan. Hier hebben we dus nog een kwartier. Voordeel van te laat komen is dat je niet meer in de rij hoeft te staan; dat dan weer wel; we schieten zo langs de  douane. Maar als we vervolgens de menigte zien die al staat te wachten weten we hoezeer we weer eens door het oog van de naald gekropen zijn.  De rit zelf gaat zonder problemen. We zien dat er zich tussen Hongkong/Kowloon en het vasteland wel degelijk een echte muur van prikkeldraad en wachttorens bevindt. Ook hier  mogen de Chinezen de heilstaat dus niet zonder meer inwisselen voor een verblijf in het kapitalistische Hongkong.; dat zouden er misschien wel eens te veel kunnen worden!
Al tijdens de rit wordt ons duidelijk dat het station in Ghuangzhou van waaruit de trein naar Sjanghai vertrekt een heel ander station is dan waar we aankomen. Opnieuw neemt mijn bloeddruk toe, want tussen aankomst op het station en vertrek op het andere zitten niet meer dan ongeveer 50 minuten. We rennen het station uit en pakken de eerste de beste taxi die natuurlijk meteen misbruik maakt van onze zichtbare haast. We doneren hem alle 220 Hongkongdollars die we nog over hebben. 10 minuten voor het vertrek komen we aan op een stationsplein dat nog het meest weg heeft van een mierennest. Op goed geluk stormen we een poort binnen. Aldaar is er weer een paspoortcontrole, weer een minuut  verloren. Ergens zien we het nummer van onze trein staan en hollen daarheen. Op onze beknopte vraag: “Train to Shanghai” wordt door tientallen Chinese hoofden “nee” geknikt. We zien een bordje waarop ons treinnummer met een pijl de andere kant uit prijkt. Nu weten we het niet meer. Een Chinees begrijpt onze desolate toestand en wenkt dat we  hem moeten volgen. Een kruier ruikt zijn kans en begint ongevraagd  onze koffers op te laden. Ik protesteer en ren, als de Chinees het teken drie maakt, met mijn koffer de roltrap op die naar spoor 3 leidt. Onmiddellijk beginnen de kruier, de man en Jur te gillen dat ik verkeerd zit. Dan pas merk je hoe moeilijk het is om op een naar boven rollende roltrap naar beneden te rennen. Ik doe een kostbare minuut over enkele meters. Het moet een dolkomische aanblik geweest zijn om zo’n weinig atletische 63-er de moonwalk naar beneden te zien imiteren. De kruier neemt ons mee naar een aantal geüniformeerde figuren achter een loket. Die willen voor het gekrui geld zien. Ik geef de laatste Hongkongdollars die ik nog los mijn portemonnee heb, maar die willen ze niet. Ze willen echte Yuen Renminibi. Maar die hebben we in alle haast nog helemaal niet! We grissen onze koffers terug en rennen de richting in die de nog immer behulpzame Chinees ons aangeeft. Drommen mensen versperren ons de weg en ik sluit niet uit dat ik menige Chinees wat onheus bejegend heb op weg naar de allerlaatste trap. Daar sjezen we omhoog. Op het moment dat we boven komen klinkt de schrille vertrekfluit van de Shanghai-express. De conducteur houdt nog net het portier open voor de allerlaatste passagiers die de trein in willen: wij.
Als we eenmaal gezeten zijn op ons softsleepbed blijkt Jur de gehele stress-situatie op het station met zijn I Phone gefilmd te hebben. Voor diegenen die houden van experimentele, snel bewegende, van dichtbij gefilmde beelden met veel achtergrondruis is dit materiaal om van te smullen.

maandag 21 oktober 2013

Van de metropool naar het rustieke eilandleven

Wat me in Nieuw Zeeland na een week overkwam, gebeurt me hier al na twee dagen. Ik laat de Rough Guide ergens liggen. Ik kom er vloekend  pas vanmorgen achter. Blijkbaar wil ik toch zo snel mogelijk van die dikke reisgidsen af. Maar ja, dit was een cadeautje aan Jurriaan, dus ik voel me verplicht er weer een aan te schaffen. Maar waar vind je in HongKong een boekwinkel met engelse boeken? Dan blijkt 'het net' toch weer het medium waarop je nimmer vergeefs een beroep doet! We traceren een boekwinkel ergens in noord Kowloon, die we zonder al te veel moeite na een half uurtje gevonden hebben. Weggeparkeerd in een giga winkelcentrum dat qua bling bling zijns gelijke niet heeft; zelfs de roltrappen zijn helemaal ingepakt in fonkelend metaal. Nergens een papiertje of een kauwgumpje, alleen maar sjieke winkels, die zelfs op maandagmorgen vol zijn.
En op het metrostation in de buurt vinden we zelfs een broodjeszaak! Twee vliegen in één klap. We kunnen aan onze boottocht vanaf Honkong naar het "schilderachtige" eilandje Cheung Chau beginnen. Als we het bewolkte Hong Kong verlaten begint al spoedig de zon flauwtjes te schijnen; als we achter ons kijken zien we Hong Kong in een dikke vieze mist verdwijnen. Het gezochte eilandje biedt inderdaad het beloofde schilderachtige tafereel: allerhande vissersbootjes langs een baai omzoomd met heel eenvoudige, schots en scheef weggekwakte huisjes. Elk huisje oogt als een uitdragerij. Elke inwoner slaagt er hier in rond zijn huis een collectie van buizen, stenen, doeken en plastic te verzamelen. Daarboven hangt vrolijk de was. Daartussen door scharrelen fietskarren en gemotoriseerde driewielers (auto's zijn hier niet welkom) heen en weer. We maken een ommetje en staan spoedig oog in oog met een uit de 18e eeuw daterende boeddha-tempel (of iets van een godsdienst die daar op lijkt, het zijn geen boeddha's die daar in de wierook staan). Opvallend zijn de jeugdige mensen die daar met wierookstokjes staan te zwaaien. Godsdienst is hier geen aangelegenheid van oude besjes. We lopen dwars door het dorp dat in alles tegengesteld is aan de stedelijke omgeving waarin we de afgelopen dagen verkeerden. Hier heeft de tijd echt stil gestaan. Na drie straatjes staan we alweer oog in oog met de zee, maar nu aan de andere kant. Het eiland blijkt hier erg smal. We dalen af naar het strand, waar de huisjes hoog op een blauw geschilderde betonnen muur tegenaan staan. Ik doe mijn schoenen uit, laveer tussen de talloze glasscherfjes door en sta voor het eerst met mijn voeten in de Chinese Zee.
Het is te plakkerig warm om al een toch over de rest van het eiland te maken, dus we strijken neer op een terras met plastic tuinmeubilair; hier overal gebruikelijk. Het bord met kleine mosselen in sterke sojasaus smaakt heerlijk, maar die kleine glibberige dingen krijg ik er met stokjes onmogelijk uitgepeuterd. Toch maar weer met de handen eten. Glimlachend ziet de dame die ons bedient het aan en zet met een klaterende lach een doos tissues op tafel. Lacht ze ons nu uit of toe? Het blijft gissen me die Chinezen.
Daarna gaan we in de late middagzon toch de heuvel op en maken een prachtige, mysterieuze wandeling die ons naar een pagode boven op een heuvel voert waar we een prachtig uitzicht hebben op het vissersdorpje dat inderdaad gebouwd blijkt op een smalle verbinding tussen drie hoge heuvels, waarmee het eiland het vreemde uiterlijk van een Chinees karakter heeft. Het is hier muisstil, afgezien van een enkel tropisch aandoend vogelgeluid.
Terug in het dorp slurpen we elke een drie kwart literfles Tao Tsing op (een kleinere maat hebben ze zo te  zien niet) en eten wat. Daarna besluiten we, inmiddels in het donker, het andere deel van het dorp te verkennen. Dat wordt een tocht door donkere straatjes en pleintjes, gadegeslagen door vooral kattenogen. We zijn toch wel heel erg ver weg van huis hier; zo in het donker in het Chinese duizend eilandenrijk.

zondag 20 oktober 2013

Zijn de vrouwen in China zoveel vrolijker dan in Europa?

Nee, dumplings als ontbijt is het toch niet echt. Vanmiddag om vijf uur proefde ik ze nog en dat wil je niet van een ontbijtje. Het waren overigens heerlijk gestoomde garnaalballen, omlijst met gezellige loempiaatjes en een bakje thee. Wel zeer kruidige kost op de nuchtere maag, dus of we het morgen ook weer doen weet ik niet. Misschien wordt het dan een rijstepapje of noodles in een oestersaus. Brood (buns) zie je hier niet of nauwelijks; zelfs niet in de wereldstad Hong Kong.
We zijn vandaag naar het échte Hong Kong gegaan, de concentratie van de meest fantastische ontworpen wolkenkrabbers op het eiland tegenover Kowloon. Tussen de hoogbouw ligt her en der verbrokkeld de oude stad; de plek waar bijvoorbeeld door dr. Sun Yat Sen en zijn "bende van vier" vlak na 1900 de plannen voor de omverwerping van de Qing dynastie werden gesmeed. Later kwam daar de Guamindag (Kwo Min Tang) uit te voorschijn die de eerste republiek in China oprichtten. Ook werd hier de communistische partij opgericht. Dat speelde zich allemaal in de wijk af waar wij een kort stuk van de dr. Sun Yat Sen trail lopen; langs de plaatsen waar Sun naar school ging (bij de baptisten), college liep en samenzweringen smeedde. Een wijk ook met enkele gebouwen die nog doen herinneren aan de Britse overheersing, die hier tot enkele jaren geleden duurde.
Voordat we daar allemaal komen wandelen we langs de pieren die tegenover Kowloon liggen. Wat ons op weg daar naar toe opvalt (eigenlijk al aan de overkant in 'onze' straat, Nathan Road), is dat er overal groepjes vrouwen bij elkaar zitten op kleden of stukken karton. Onder hen opvallend veel moslima's, terwijl wij dachten dat die er in China nauwelijks zijn. Elders zien we groepjes vrouwen samen dansjes uitvoeren, sommigen zelfs op Spaanse muziek; en dat in China!? We stellen vast dat de Chinese vrouw zich een stuk vrolijker en geëmancipeerder gedraagt dan haar seksegenoten in Europa. Kom daar op een zondagmiddag in de stad is om zoveel uitbundige vrolijkheid onder louter vrouwen, mannen zijn in geen velden of wegen te zien. En we mochten gerust fotograferen of filmen, we hebben zelfs de indruk dat er nog iets fanatieker met de heupen gedraaid wordt. Een agent die we op dit verschijnsel aanspreken ( zo maar naar die vrouwen toestappen durven we nou ook niet echt) helpt ons snel uit de droom. We zien hier geen Chinese vrouwen massaal feestvieren maar contractors uit andere landen rond China die hier een jaar of twee verblijven en dan teruggaan. Ineens is de herkomst van moslima's en die Spaanse muziek duidelijk, het zijn Indonesische en Filipijnse vrouwen; diegenen die de mindere baantjes in het welvarende China komen inpikken. Maar van enige achtergesteldheid of neerslachtigheid is dus geen sprake; zelden een gezelliger zondagmiddag aanschouwd dan deze straatwandeldag in Hongkong. Dat het zich allemaal op straat afspeelt is nu ook zo onlogische meer, waarschijnlijk hebben al deze vrouwen geen behoorlijk thuis en zoeken ze elkaar liever buiten op.
De tocht gaat vandaag vooral naar boven, achter de flats van Hongkong rijzen onmiddellijk de bergen op. We bezoeken een dierentuin waar apen de meest bizarre geluiden produceren. Een tocht met de tram helemaal naar "The Peak", het hoogste punt van Hong Kong lukt niet omdat er een wachtende rij van anderhalf stond. Jur wil daarvoor in de plaats weer eens een oude hobby van hem beoefenen, met bus naar een onbestemde plek rijden. Zo gezegd, zo gedaan. Als we ergens lichten rondom een stadium zagen branden stelde Jur om daar maar eens naar toe te gaan; het blijkt een paardenracebaan met enorme tribunes waar we ongeveer een half uur omheen moeten sjokken voordat we een blik op de baan kunnen werpen. De lampen brandden alleen omdat alles van het weekend wordt opgeruimd, geen paard meer te zien. Evenmin als een bus terug vanaf deze plek. Na lang zoeken vinden we toch een bus die ons natuurlijk weer naar een andere volkomen onbekende plek brengt, het eindstation. Gelukkig weet men ons daar met de juiste lijn naar het dichtst bijzijnde metrostation te brengen. De moeie voeten van vader liet zich goed combineren met de eindeloze lol van zijn zoon, die niets liever doet dan zijn oude vader van hot naar her te laten sjouwen. En nu wil ik bier, gelukkig is er een soort van café onder ons hotel; café's die je echt moet zoeken, ogenschijnlijk ontbreken ze in het straatbeeld.

zaterdag 19 oktober 2013

Alles aan Hong Kong is mega

Zoals te doen  gebruikelijk was het weer een vreselijke nacht in het vliegtuig. Die stoelen staan te dicht bij elkaar voor ons lange mensen. Bovendien konden onze stoelen niet naar achteren klappen zodat we de hele nacht opgevouwen overeind zaten. En toch, toen vanmorgen het chinese licht door de vliegtuigraampjes naar binnen piepte had ik er wel zin in en schudde ik de vermoeidheid makkelijk van me af.
Het eerste probleem meldde zich al meteen aan de ATM. Zowel Jur als ik krijgen geen biljet uit het apparaat. Twee Nederlanders na ons wel. Bij een ander apparaat vangen we eveneens bot. Gelukkig overkomt daar een andere Nederlander hetzelfde. Gezoek op de ING site brengt aan het licht dat we onze rekening van "Europees" op "Wereld" hadden moeten zetten. Een nieuwigheidje dat de ING begin dit jaar heeft ge:introduceerd om illegale handelingen all over the world tegen te gaan. Maar wij hebben er geen seconde aan gedacht onze rekeningen over te zetten. Het is niet uitgesloten dat we, behalve nog wat euro's die we snel omwisselen, we tot  maandag zonder geld zitten.
Hong Kong overweldigt ons. De woonkazernes zijn hoger dan we ooit gezien hebben, de bussen voller, de winkelpleiner groter, de fonteinen spuiten er hoger. Bij de metro kom ik met mijn kofferbeugel klem te zitten in het poortje, waardoor Jur er vervolgens niet meer door komt. Zulke stommiteiten hebben niks met het buitenland maar alles met mij te maken. Een  behulpzame beambte loodst Jur door een zijportiertje alsnog het perron op. De hotelkamer voldoet volledig aan de verwachtingen: de grootte van een postzegel, dichtgeplakte ramen en uitzicht op een soort stortkoker; zo op het eerste gezicht achterkanten van volledig uitgewoonde flats. Bedden bestaan uit een flinterdun matrasje op een hardboard plaat en zijn ongeveer 50 centimeter breed. Dat wordt weinig bewegen vannacht.
We duiken de stad in en worden helemaal opgeslokt in de dichtbevolkte Nathan Road; een lang lint van dubbeldeksbussen, aan beide zijden afgebiesd met oneindige slierten lichtreclame. De lucht is om te snijden, veel Hongkongers lopen met een mondlapje voor. We komen terecht in Temple street, een aaneenschakeling van stalletjes waar alle prullaria die in China worden geproduceerd staan uitgestald met daartussen open luchtrestaurantjes. Ze zien we dat we zojuist in een veel te duur restaurant hebben gegeten. Morgen komen we hier zeker terug.
We lopen het hele eind naar de zee arm die Kowloon van het Hong Kong eiland scheidt. Het uitzicht is adembenemend. Een muur van wolkenkrabbers gehuld in de alle kleuren van de regenboog doemt aan de overkant voor ons op. Aan onze kant staat een zanger van een rockgroep onbedaarlijk vals te zingen. Een eindje verder staat aan onze kant het culturele centrum dat als een moderne versie van de Chinese muur naast de waterkant oprijst, een geheel gesloten gevel, geen raampje of opening in te bekennen. Daarvoor staat de toren die als enige is overgebleven van het voormalige station dat Hong Kong via Mongolië en Rusland verbond met Europa.

vrijdag 18 oktober 2013

Een kille ontvangst in Suomi

Zoals afgesproken zit ik vanaf 10.00 uur te wachten bij de Burger King op Schiphol. Jur bericht dat hij een kwartiertje later is. Na een kwartier bericht hij dat het nog wel een kwartier zal duren. Om half elf bel ik hem op. Hij staat bij het station bij de RAI, de trein komt er aan, er was een tram uitgevallen. Om kwart voor elf is Jur er nog niet. We moeten uiterlijk om 10 over elf onze bagage ingeleverd hebben. Ik bel hem opnieuw op en ben langzamerhand in alle staten. Nog vijf minuten zegt hij kortaf en hangt op. Mijn bloeddruk stijgt naar een overantwoord niveau. Om drie voor elf steekt hij zijn hoofd uit het trapgat van de trein. Ik ren meteen naar de vertrekhal. Nog net op tijd leveren we onze koffers in. Pas dan spreek ik de eerste woorden met hem, die zijn niet echt vriendelijk.Hij was zijn I pod vergeten en daarna was er een tram uitgevallen. Jaja, het ontbrak er nog maar aan dat de brug open stond!
Onze reis is begonnen.
Na een wel zeer wilde landing  (het toestel lag de laatste kilometer daling alsmaar te bibberen en te trillen en vlak voor de landing gingen we onder luid gegil van de vrouwelijke passagiers door een enorme luchtzak) zetten we toch veilig voet aan de grond in de hoofdstad van Suomi, Helsinki. Het is er ongelooflijk koud, een strakke wind en een graad of 2 boven nul. Onze dassen en dikke truien zitten in de koffers; handig. Bij de ingang van het vliegveld doet een dame ons een aanbod, als we meteen weer willen vertrekken naar Hong Kong mogen we business class vliegen, ons toestel dat pas vanavond laat vertrekt is overboekt. Ik heb er wel oren naar maar Jur wil naar de stad. Hij is deze reis de man die het mag zeggen, dus we gaan naar de hoofdstad van Finland. We lopen door stille buurten en parken en blijken op een gegeven moment in de ambassadewijk verzeild. Na een kille wandeling langs de oude haven strijken we neer in café Hemmingway voor een enorme pint slap bier, prijs 6,5 euro. We zijn weer in Scandinavië.
Als we op zoek gaan naar een restaurant blijken dat allemaal chinezen, terwijl we juist nu eigenlijk wel een lapje rendierenvlees in plaats van een Fu Yong Hai hadden gewild, Maar nee, we zullen en moeten chinees eten; zo gezegd, zo gedaan. Als we om 21.00 uur terug gaan naar de luchthaven blijken we in de grote bus de enige passagiers. Niemand haalt het in zijn hoofd om in zo'n koude stad een rondwandelingetje te maken op dit uur.
(geen foto's tijdens deze reis. Ik ben het snoertje dat de verbinding legt tussen mijn fototoestel en mijn laptop vergeten!!