dag 28 St. Romain de Jolinas - Meyrieu des Etangs (50 km)
De storm waar we gisteren tegen optornden was de aankondiging van de weersverandering van
vandaag: een wolkendek, waaruit in de loop van de middag een stevig onweer met regen zullen
voortkomen. Maar tegen die tijd zitten we al weer veilig op een camping. Het is met die
bewolking redelijk koel; dat komt ons heden goed van pas. De tocht voert ons
naar de uitlopers van de Dauphiné, dus dat is weer stevig klimmen. Vandaag zelfs 8 hellingen
van 8 procent! Nina pakt ze allemaal zonder morren.Van ver af zie je een tamelijk recht op
zittende dame die met dansende trapbewegingen haar fiets omhoog duwt; niet snel maar wel
effectief. Nooit stapt ze af. En zo zitten we aan het eind van precies vier weken al stevig
onder Lyon met 1850 km op de teller! Als ik mezelf in de spiegel zie, zie ik een magere man
met een witgrijze baard. Hoe zou het met het gewicht van Nina zijn? We zijn nergens een
weegschaal tegen gekomen. En ze wil alleen op die van haar moeder gaan staan, dus dat wordt
nog weken wachten als ze haar plannen om door te rijden naar Santiago door zet.de onverzet-
telijkheid waarmee ze de hellingen neemt overtuigt me er steeds meer van dat ze het ook echt
gaat doen!
dag 29 Meyrieu - Hauterives ( 51 km)
De hele nacht regent en onweert het. Volgens de gids zijn we in het gebied gekomen waar
het zomers bijna niet regent. Maar niet heus dus.
Wat is het enige dat je kunt doen als het regent als je wakker wordt? Juist, in je slaapzak
blijven liggen totdat het met regenen opgehouden is. Om half tien was het zover. Inmiddels
was alles in mijn tent vochtig en hing er een miserabele meurende meuk geur. Op mijn vraag
of dat in Nina's tent ook zo was kreeg ik als antwoord dat het bij haar naar viooltjes rook.
Is dat dan toch het verschil tussen mannen en vrouwen. Hoe dan ook, ik pleurde alle klamme
zooi weer in mijn Ortlieb's die van buiten inmiddels droger zijn dan van binnen. Bijkomend
voordeel is wel dat de temperatuur tot Nederlandse waarden is gedaald; rond een graad of
20. Dat is heerlijk koel fietsen. Dat komt goed uit als je bijna 8 km klimmen achter elkaar
voor de boeg hebt in een overigens schitterend gebied.Heel in de verte zien we af en toe
het alpenmassief rond Grenoble opdoemen.
we rijden door het Rhonedal met aan beide zijden heuvelruggen, één daarvan moeten we straks
over. Stel je bij het Rhonedal niet louter een vlakte voor. De uitlopers van de gebergten
aan weerszijden zorgen voor de nodige nijdige klimpartijen. Maar in deze temperatuur lijken
die nauwelijks vermoeienis te geven. Ik drink ook ineens veel minder water dan andere dagen
en die verpletterende dorst is ineens ook weg. In een barretje overweeg ik voor het eerst
om koffie te bestellen in plaats van kouwe cola. Maar ik doe toch weer het laatste. De Coca
Cola Company heeft aan mij toch maar een goede klant elke fietszomer.
En omdat Ice Thea volgens mij van dezelfde firma komt draagt ook Nina haar steentje bij tot
de aandelenkoers van de Coke Company.
We klimmen veel maar hebben vandaag ook kilometers lange afdalingen. Daar doe je het allemaal
voor: om soms een kwartier lang op je fiets zonder motorgeluid door bochten te zweven ter-
wijl je nauwelijks een trap doet. Dat heerlijke gevoel is slechts voorbehouden aan diegenen
die bereid zijn een half uur achtereen naar boven te zwoegen. Voeg daarbij de prachtige
landschappen (groen en geel zijn hier anders dan in Nederland, dat had Van Gogh ook door)
en je begrijpt waarom ik altijd weer aan fietsvakanties begin.
In Hauterives bezoeken we het Palais Ideal van facteur (postbesteller) Cheval. 33 jaar heeft
deze ongeletterde postbode besteed aan een bouwwerk dat een kruising is tussen de Burubur,
een hindoetempel, de Sagrada Familia van Gaudi en de Efteling. Allemaal ontsproten aan de
ongebreidelde fantasie van iemand die buiten zijn postronde van 32 km per dag nooit met eigen
ogen iets van de wereld had gezien, maar in zijn eigen bouwwerk waande hij zich in Afrika,
India en de Orient. Naïeve kunst noemt men dit. Ik noem het een ode aan de kracht van de
fantasie.
s
Totaal aantal pageviews
maandag 29 juli 2013
Wild is the wind
dag ; 27 Poncin - Saint Romain de Jolionas (52 km)
We lopen vanuit het Jura massief het Rhone-dal binnen. Op de kaart ziet dat er uit als een
makkkie. Geen hellingen, alles vlak. Dat klopt ook. Maar niet aangegeven op de kaartjes is
dat we vandaag een loeiend hete föhn uit het zuiden tegen hebben. Op geen enkel vlak stuk
gaan we harder dan 13,5 km per uur. Uit de voorafgaande dagen weetik dat dit overeenkomt
met een helling van 2 procent. Die hebben we dus de hele dag onafgebroken; het einde van
een helling
hoe stijl ook, zie je liggen; het einde van de wind is er nooit. Kortom, een helling, hoe
zwaar ook is lichter dan de hele dag felle wind tegen. Het landschap is, na de prachtige
rotshellingen van de Ain, doodsaai; alleen maar maisvelden.
Gelukkig staan de sproeiers af en toe verkeerd afgesteld. Hier en daar staat een sproeier
op het wegdek gericht. Daar gaan we dan lekker een minuut of tien onder staan, totdat ewe
helemaal nat geregend zijn. Dan kunnen we er weer een half uurtje tegen aan.
Aan het eind van de dag lijkt het alsof ik helemaal gek wordt. De wind gaat steeds harder
te keer en ik krijg in de hitte steeds meer dorst. Op een terras drink ik snel twee biertjes
achter elkaar.Ik voel me steeds beroerder. De Ondertussen beloofde camping in het
boekje is nergens te vinden. Een man die we aanschieten weet dat er een 10 kilometer verder
op een camping is. Er op af, weer tegen die verschrikkelijke wind in. In het aangegeven
plaatsje weten twee jongetjes wel waar de camping ligt. Ze rijden ons voor. Dat is maar
goed ook, want nergens, volgens goed Frans gebruik, staat iets aangegeven. Ze krijgen
allebei een euro voor de moeite.
Uitgeput storten we ons op onze luchtbedjes. Het opzetten van de tentjes komt later wel.
we vinden een beschutte plek. Hoog boven onze hoofden buigen de populieren in de verzengende
wind heen en weer. We zijn veilig en wel binnen.
We lopen vanuit het Jura massief het Rhone-dal binnen. Op de kaart ziet dat er uit als een
makkkie. Geen hellingen, alles vlak. Dat klopt ook. Maar niet aangegeven op de kaartjes is
dat we vandaag een loeiend hete föhn uit het zuiden tegen hebben. Op geen enkel vlak stuk
gaan we harder dan 13,5 km per uur. Uit de voorafgaande dagen weetik dat dit overeenkomt
met een helling van 2 procent. Die hebben we dus de hele dag onafgebroken; het einde van
een helling
hoe stijl ook, zie je liggen; het einde van de wind is er nooit. Kortom, een helling, hoe
zwaar ook is lichter dan de hele dag felle wind tegen. Het landschap is, na de prachtige
rotshellingen van de Ain, doodsaai; alleen maar maisvelden.
Gelukkig staan de sproeiers af en toe verkeerd afgesteld. Hier en daar staat een sproeier
op het wegdek gericht. Daar gaan we dan lekker een minuut of tien onder staan, totdat ewe
helemaal nat geregend zijn. Dan kunnen we er weer een half uurtje tegen aan.
Aan het eind van de dag lijkt het alsof ik helemaal gek wordt. De wind gaat steeds harder
te keer en ik krijg in de hitte steeds meer dorst. Op een terras drink ik snel twee biertjes
achter elkaar.Ik voel me steeds beroerder. De Ondertussen beloofde camping in het
boekje is nergens te vinden. Een man die we aanschieten weet dat er een 10 kilometer verder
op een camping is. Er op af, weer tegen die verschrikkelijke wind in. In het aangegeven
plaatsje weten twee jongetjes wel waar de camping ligt. Ze rijden ons voor. Dat is maar
goed ook, want nergens, volgens goed Frans gebruik, staat iets aangegeven. Ze krijgen
allebei een euro voor de moeite.
Uitgeput storten we ons op onze luchtbedjes. Het opzetten van de tentjes komt later wel.
we vinden een beschutte plek. Hoog boven onze hoofden buigen de populieren in de verzengende
wind heen en weer. We zijn veilig en wel binnen.
vrijdag 26 juli 2013
Nina wordt een klimgeit
dag 23 Scey sur Saone - Marnay (72 km)
Een dag die gladjes verloopt. We rijden deels nog langs de Saone, maar daaarna gaat het
toch weer heuveltje op, heuveltje af. Marnay markeert de helft van de
groene route. Er is op de camping een zwembad waar we meteen in plonzen. Overal zitten
hier fietsers op de camping, duidelijk een kruispunt.
dag 24 Marnay / Poligny (75 km)
In de vroeg middag bezoeken we de grotten van Osselles. Eigenlijk wel een heel goed idee
om in de middaghitte een in een grot te verdwijnen. Daarbinnen, te midden van al die
stalagmieten en stalagtieten, is het maar een graad of 8 en loop ik na een uurtje in mijn
bezwete wielerhempje behoorlijk te blauwbekken. Gelukkig daarna weer de warmte in. Wat
grotten betreft vind ik: "ïf you've seen one you've seen them all"
In de verte zien we af en toe het Jura massief opdoemen. Het landschap doet af en toe wat
Zwitsers aan met die uivormige kerktorentjes. En
vooral natuurlijk omdat de koeien bellen dragen. We
komen af en toe fietsers tegen, altijd Nederlanders, dus je kunt altijd "hallo"zeggen,
altijd goed. De temperatuur blijft onafgebroken moordend. De hele dag door glooiend landschap
wat een eufemisme is voor regelmatig stevig klimmen. Degene die beweert dat de groene
route een eitje is heeft het duidelijk niet aan het rechte eind; het is gewoon een heel
zwaar traject. Nina klimt overigens wel steeds beter, een keer blijft ze me op een top zelfs
duidelijk voor door heel slim tijdig te versnellen als de volgende klim zich aan kondigt.
Poligny kondigt zich aan als een stadje waarbij je al kilometers van de te voren via "vals
plat" op een helling van 5 procent terecht komt. De laatste kilometers zijn daarmee slopend
vandaag. De stad ligt pal tegen de helling van de Jura. Morgen zal het meteen raak zijn
Vlak bij de camping staat een rijdende wagentje waarin ze voortreffelijke pizza's staan te
bakken. Voor één keer dus maar eens niet zelf koken. Terug gekomen op de ca mping blijkt mijn
laptopje dat ik aan de stroom heb gelegd in de douche gelegenheid verdwenen. Nina en ik
lopen alle tenten af maar een dief toont zich niet in het openbaar. Ik snel meteen naar het
plaatselijke gendarmerie-kantoor, maar dat blijkt 's avonds gesloten . Volgns mij zijn
politiebureaus in Nederland altijd wel bezet. Hier dus niet. Fransen houden van normale
kantoortijden! Daarbuiten geen flauwekul!
dan komt een mannetje die me eerder ook al heeft aangeschoten me vertellen dat de
campingbazin alle tenten is afgeweest met mijn laptop.
de volgende morgen ligt het ding áchter mijn tent en komt de dienstdoende campingbaas me
vertellen dat ik nooit dingen onbeheerd mag achterlaten. Ik blijf het vreemd vinden dat
mensen zo maar apparaten uit het stopcontact trekken en er mee gaan lopen leuren.
dit is nu al de tweede keer deze vakantie dat dit ons overkomt.Maar enfin, ik heb het ding
weer terug. We kunnen ons relaas vervolgen.
Dag 25 Poligny - Pont de Poitte d(46 km)
Het is inderdaad meteen prijs. We krijgen een klim voor onze kiezen van 7 procent
gedurende vier kilometer. Het zag er van veraf al uit als een muur en dat blijkt het ook.
Zwetend en stoempend doen we ons werk. "en dit is dan leuk" dreunt voortdurend in mijn hoofd
maar ik betwijfel het ten zeerste. Ik stop even als het hellend vlak wat minder wordt om
op Nina te wachten. Maar als die er aan komt rijdt ze zonder een woord te zeggen door tot
de echte top. Ik er achter aan, maar ik haal haar niet meer in. Uitslag op de langste helling
derhalve: 1 Nina, 2 Tjeu.
We rijden langs 2 zogenaamde "cirques" ofwel "keteldalen" gevormd door ronddraaiend
gletsjerijs. We spreken weer een fietsend stel de tocht al een keer eerder gemaakt heeft
en zeer enthousiast is over het dal van de Ain dat we morgen in gaan. Door de hitte slaat
deze middag bij mij de loomheid toe. Ik xit er tijdens een pauze op een muurtje zo
geknakt bij dat Nien medelijden met me krijgt. "Wat is er toch met pappie?"Pappie heeft pijn
aan zijn kont, zo erg dat hij vanmorgen twee wielrenbroeken over elkaar heeft aangetrokken.
Twee zemen over elkaar vormen een zacht kussen, zo is mijn redenering. En het blijkt inderdaad
nog een beetje zo te werken ook. We besluiten er een korte etvappe van te maken en komen al rond
een uur of vier op de camping aan. Daar liggen we vervolgens een paar uur te pitten op onze
luchtbedjes in de schaduw; wat een goed besluit!
Daarna raak in een gesprek met een 68 jarige fietser, dieor bij nadere kennismaking bij een biertje
in de bar op de camping ambtenaar bij de Voedsel en Waren Autoriteit te zijn geweest. Binnen de
kortste keren wordt ik overdonderd met verordeningen, uiteenzetting over de verwerking van
dierlijke vetten, uitbraak van mond en klauwzeer en vogelpest en de onzin van het terughalen van
partijen rundvlees waarin Roemeense paarden waren verwerkt. Ik probeer nog iets over mijn
cultuur advieswerk, maar daar heeft de man helemaal geen oren naar. Het valt mij op dat hij om
de haverklap de zin "de mensen weten helemaal niet hoe het zit" om daarmee voortdurend zijn eigen
deskundigheid te accentueren. Ik vind het maar vermoeiend en kap het gesprek op een gegeven
moment af: "ik moet nu echt gaan eten met mijn dochter..."
Dag 26 Pont de Poitte - Poncin (78 km)
Een dag helemaal volgens het boekje. Vroeg op, voor ons doen vroeg op pad (kwart over negen!). Pauze
bij een prachtig stuwmeer van de Ain van een tot vier. Lekker zwemmen en luieren. Weer om vier uur
pad en dan doorgaan tot negen uur 's avonds door een schitterende landschap, eerst de verschillende
stuwmeren, gevormd door telkens andere barrages, dan de Gorge-achtige kloof waar de Ain zich doorheen
slingert in het strijklicht van de avond. Nina fietst als nooit te voren, haalt fietsende oudjes in,
en zelfs ik begin moeite te krijgen haar op de vlakke delen te volgen. ze heeft duidelijk veel
nieuwe kracht opgedaan. Aan het eind tracteer ik haar op een coupe met ijs, terecht verdiend! Hoewel:
getracteer: we leven inmiddels van onze gezamenlijke spaarpot, dus mede door haar zelf betaald moet
ik eigenlijk zeggen.
Een dag die gladjes verloopt. We rijden deels nog langs de Saone, maar daaarna gaat het
toch weer heuveltje op, heuveltje af. Marnay markeert de helft van de
groene route. Er is op de camping een zwembad waar we meteen in plonzen. Overal zitten
hier fietsers op de camping, duidelijk een kruispunt.
dag 24 Marnay / Poligny (75 km)
In de vroeg middag bezoeken we de grotten van Osselles. Eigenlijk wel een heel goed idee
om in de middaghitte een in een grot te verdwijnen. Daarbinnen, te midden van al die
stalagmieten en stalagtieten, is het maar een graad of 8 en loop ik na een uurtje in mijn
bezwete wielerhempje behoorlijk te blauwbekken. Gelukkig daarna weer de warmte in. Wat
grotten betreft vind ik: "ïf you've seen one you've seen them all"
In de verte zien we af en toe het Jura massief opdoemen. Het landschap doet af en toe wat
Zwitsers aan met die uivormige kerktorentjes. En
vooral natuurlijk omdat de koeien bellen dragen. We
komen af en toe fietsers tegen, altijd Nederlanders, dus je kunt altijd "hallo"zeggen,
altijd goed. De temperatuur blijft onafgebroken moordend. De hele dag door glooiend landschap
wat een eufemisme is voor regelmatig stevig klimmen. Degene die beweert dat de groene
route een eitje is heeft het duidelijk niet aan het rechte eind; het is gewoon een heel
zwaar traject. Nina klimt overigens wel steeds beter, een keer blijft ze me op een top zelfs
duidelijk voor door heel slim tijdig te versnellen als de volgende klim zich aan kondigt.
Poligny kondigt zich aan als een stadje waarbij je al kilometers van de te voren via "vals
plat" op een helling van 5 procent terecht komt. De laatste kilometers zijn daarmee slopend
vandaag. De stad ligt pal tegen de helling van de Jura. Morgen zal het meteen raak zijn
Vlak bij de camping staat een rijdende wagentje waarin ze voortreffelijke pizza's staan te
bakken. Voor één keer dus maar eens niet zelf koken. Terug gekomen op de ca mping blijkt mijn
laptopje dat ik aan de stroom heb gelegd in de douche gelegenheid verdwenen. Nina en ik
lopen alle tenten af maar een dief toont zich niet in het openbaar. Ik snel meteen naar het
plaatselijke gendarmerie-kantoor, maar dat blijkt 's avonds gesloten . Volgns mij zijn
politiebureaus in Nederland altijd wel bezet. Hier dus niet. Fransen houden van normale
kantoortijden! Daarbuiten geen flauwekul!
dan komt een mannetje die me eerder ook al heeft aangeschoten me vertellen dat de
campingbazin alle tenten is afgeweest met mijn laptop.
de volgende morgen ligt het ding áchter mijn tent en komt de dienstdoende campingbaas me
vertellen dat ik nooit dingen onbeheerd mag achterlaten. Ik blijf het vreemd vinden dat
mensen zo maar apparaten uit het stopcontact trekken en er mee gaan lopen leuren.
dit is nu al de tweede keer deze vakantie dat dit ons overkomt.Maar enfin, ik heb het ding
weer terug. We kunnen ons relaas vervolgen.
Dag 25 Poligny - Pont de Poitte d(46 km)
Het is inderdaad meteen prijs. We krijgen een klim voor onze kiezen van 7 procent
gedurende vier kilometer. Het zag er van veraf al uit als een muur en dat blijkt het ook.
Zwetend en stoempend doen we ons werk. "en dit is dan leuk" dreunt voortdurend in mijn hoofd
maar ik betwijfel het ten zeerste. Ik stop even als het hellend vlak wat minder wordt om
op Nina te wachten. Maar als die er aan komt rijdt ze zonder een woord te zeggen door tot
de echte top. Ik er achter aan, maar ik haal haar niet meer in. Uitslag op de langste helling
derhalve: 1 Nina, 2 Tjeu.
We rijden langs 2 zogenaamde "cirques" ofwel "keteldalen" gevormd door ronddraaiend
gletsjerijs. We spreken weer een fietsend stel de tocht al een keer eerder gemaakt heeft
en zeer enthousiast is over het dal van de Ain dat we morgen in gaan. Door de hitte slaat
deze middag bij mij de loomheid toe. Ik xit er tijdens een pauze op een muurtje zo
geknakt bij dat Nien medelijden met me krijgt. "Wat is er toch met pappie?"Pappie heeft pijn
aan zijn kont, zo erg dat hij vanmorgen twee wielrenbroeken over elkaar heeft aangetrokken.
Twee zemen over elkaar vormen een zacht kussen, zo is mijn redenering. En het blijkt inderdaad
nog een beetje zo te werken ook. We besluiten er een korte etvappe van te maken en komen al rond
een uur of vier op de camping aan. Daar liggen we vervolgens een paar uur te pitten op onze
luchtbedjes in de schaduw; wat een goed besluit!
Daarna raak in een gesprek met een 68 jarige fietser, dieor bij nadere kennismaking bij een biertje
in de bar op de camping ambtenaar bij de Voedsel en Waren Autoriteit te zijn geweest. Binnen de
kortste keren wordt ik overdonderd met verordeningen, uiteenzetting over de verwerking van
dierlijke vetten, uitbraak van mond en klauwzeer en vogelpest en de onzin van het terughalen van
partijen rundvlees waarin Roemeense paarden waren verwerkt. Ik probeer nog iets over mijn
cultuur advieswerk, maar daar heeft de man helemaal geen oren naar. Het valt mij op dat hij om
de haverklap de zin "de mensen weten helemaal niet hoe het zit" om daarmee voortdurend zijn eigen
deskundigheid te accentueren. Ik vind het maar vermoeiend en kap het gesprek op een gegeven
moment af: "ik moet nu echt gaan eten met mijn dochter..."
Dag 26 Pont de Poitte - Poncin (78 km)
Een dag helemaal volgens het boekje. Vroeg op, voor ons doen vroeg op pad (kwart over negen!). Pauze
bij een prachtig stuwmeer van de Ain van een tot vier. Lekker zwemmen en luieren. Weer om vier uur
pad en dan doorgaan tot negen uur 's avonds door een schitterende landschap, eerst de verschillende
stuwmeren, gevormd door telkens andere barrages, dan de Gorge-achtige kloof waar de Ain zich doorheen
slingert in het strijklicht van de avond. Nina fietst als nooit te voren, haalt fietsende oudjes in,
en zelfs ik begin moeite te krijgen haar op de vlakke delen te volgen. ze heeft duidelijk veel
nieuwe kracht opgedaan. Aan het eind tracteer ik haar op een coupe met ijs, terecht verdiend! Hoewel:
getracteer: we leven inmiddels van onze gezamenlijke spaarpot, dus mede door haar zelf betaald moet
ik eigenlijk zeggen.
dinsdag 23 juli 2013
Op de helft van de groene route
dag 22 Hurecourt - Scey sur Saone (55 km)e
De bandenmisere duurt onverminderd voort. Aanvagnkelijk rijden we een heel gemakkelijk tracé,
langs de Saone, eindelijk eens een tijdje geen klimmetjes. In de middag zitten we gezellig op
een terras met nog twee andere fietsende koppels. Sterke verhalen over fietsen in Azië. Ik noteer
alvast de adressen; wie weet voor het volgende jaar. Alles lijkt "smooth" te gaan totdat
Nina toch weer roept: "band loopt leeg". Inspectie levert op dat nu haar buitenband is gescheurd.
Waarschijnlijk precies op de plek waar eergisteren het remblokuije zich in de binnenband boorde.
we balen nu echt heel erg, want wat moet je met een buitenband meteen scheur ionn de zijkant?
Maar onze inventiviteit wordt met de dag groter.Wat is buigzaam en sterk? Laten we het proberen
met een pleister stelt Nina voor. Niet zo'n gek idee vind ik. Een pleister is flexibel en sterk;
eigenlijk een stukje binnenband! Zo gezegd,l zo gedaan, De band houdt het inderdaad tot de volgende
camping, 10 km verder in Scey. Natuurlijk is ook daar weer geen fietsenmaker. Die zijzeldzaam
in La France. Dus maar een taxi geregeld naar de dichtst bij zijnde grote plaats: Vesoul. Zo komen
we uditeindelijk toch aan weer een nieuwe buitenband en meteen nog wat binnenbanden.
's Avnnds eten we heerlijk gebakken champignons met kip aan de oever van de Saone. Het leven is toch zo
slecht nog niet.
Dag 23 Scey - Marney (70 km)
Deze dag lijkt nog heter dan alle voorgaande. Gisteren zagen we ergens 38 graden staan! We gal an daarom
extra vroeg van start; al om 7 uur! Voor Nina een "hell of a job!"Ondanks dit vroege hopsta-uur en het voor
ons doen vroege vertrek. We komen een Nederlandse fietser tegen die heen en terug rijdt naar en van WSantiago.
Hij heeft er inmiddels meer dan 5000 kilometer opzitten. Wij ongeveer 1500 ekenen we snel uit. Je
hebt nu eenmaal baas boven baas.Er komen twee Belgen bij staan die de route Naar Barcelona rijden.
Ze klagen er over dat ze hun terugreis al hebben vastgelegd en nu eigenlijk voortdurend haasti moeten
maken. Dat is ook de ervaring van de Santiago-ganger: Nederlanders hebben oaltijd haast, want ze moeten
trein of vliegtuig nog hralen. Toch een goed idee van ons om de terugreis nog niet te boeken.
De rest van de dag skchiet het niet op. De omgeving is saai, de hitte loeiend en we rijden ook nog
een keer goed fout. Ik zal maar niet herhalen wat Nina naar mijn kop slingert.Enkele Duitse fietsers
die me op dat moment de weg willen vragen nverstaan het dan wel niet maar schrikken zich toch een
hoedje.
Eindelijk is dan daar toch Marnay; het eerste deel van dGroene Route kan worden opgeborgen.er We nemen
een verkwikkende plons in het kleine zwembadje. We halen
boodschappen in het pittoreske stadje, waar je nog voor elke boodschap naar een andere winkel moet.
De bandenmisere duurt onverminderd voort. Aanvagnkelijk rijden we een heel gemakkelijk tracé,
langs de Saone, eindelijk eens een tijdje geen klimmetjes. In de middag zitten we gezellig op
een terras met nog twee andere fietsende koppels. Sterke verhalen over fietsen in Azië. Ik noteer
alvast de adressen; wie weet voor het volgende jaar. Alles lijkt "smooth" te gaan totdat
Nina toch weer roept: "band loopt leeg". Inspectie levert op dat nu haar buitenband is gescheurd.
Waarschijnlijk precies op de plek waar eergisteren het remblokuije zich in de binnenband boorde.
we balen nu echt heel erg, want wat moet je met een buitenband meteen scheur ionn de zijkant?
Maar onze inventiviteit wordt met de dag groter.Wat is buigzaam en sterk? Laten we het proberen
met een pleister stelt Nina voor. Niet zo'n gek idee vind ik. Een pleister is flexibel en sterk;
eigenlijk een stukje binnenband! Zo gezegd,l zo gedaan, De band houdt het inderdaad tot de volgende
camping, 10 km verder in Scey. Natuurlijk is ook daar weer geen fietsenmaker. Die zijzeldzaam
in La France. Dus maar een taxi geregeld naar de dichtst bij zijnde grote plaats: Vesoul. Zo komen
we uditeindelijk toch aan weer een nieuwe buitenband en meteen nog wat binnenbanden.
's Avnnds eten we heerlijk gebakken champignons met kip aan de oever van de Saone. Het leven is toch zo
slecht nog niet.
Dag 23 Scey - Marney (70 km)
Deze dag lijkt nog heter dan alle voorgaande. Gisteren zagen we ergens 38 graden staan! We gal an daarom
extra vroeg van start; al om 7 uur! Voor Nina een "hell of a job!"Ondanks dit vroege hopsta-uur en het voor
ons doen vroege vertrek. We komen een Nederlandse fietser tegen die heen en terug rijdt naar en van WSantiago.
Hij heeft er inmiddels meer dan 5000 kilometer opzitten. Wij ongeveer 1500 ekenen we snel uit. Je
hebt nu eenmaal baas boven baas.Er komen twee Belgen bij staan die de route Naar Barcelona rijden.
Ze klagen er over dat ze hun terugreis al hebben vastgelegd en nu eigenlijk voortdurend haasti moeten
maken. Dat is ook de ervaring van de Santiago-ganger: Nederlanders hebben oaltijd haast, want ze moeten
trein of vliegtuig nog hralen. Toch een goed idee van ons om de terugreis nog niet te boeken.
De rest van de dag skchiet het niet op. De omgeving is saai, de hitte loeiend en we rijden ook nog
een keer goed fout. Ik zal maar niet herhalen wat Nina naar mijn kop slingert.Enkele Duitse fietsers
die me op dat moment de weg willen vragen nverstaan het dan wel niet maar schrikken zich toch een
hoedje.
Eindelijk is dan daar toch Marnay; het eerste deel van dGroene Route kan worden opgeborgen.er We nemen
een verkwikkende plons in het kleine zwembadje. We halen
boodschappen in het pittoreske stadje, waar je nog voor elke boodschap naar een andere winkel moet.
bandenpech zonder weerga
Dag 17 Nonsard - Nancy (62 km)
De route langs de slagvelden begint ons de keel uit te hangen. De etappes zijn telkens vreselijk zwaar omdat de samensteller
de gevechten zeer precies langs loopt. Soms kom je uit een dal naar een heuvelrug, rij je er na veel gezwoeg aan de
andere kant weer af om een tijdje later doodleuk diezelfde heuvelrug weer op te fietsen. Dat wordt ons soms echt te veel.
Maar zoals gezegd nadert het eind van deze route. Het laatste stuk voert ons naar het dal van de Meurthe dat ons uiteindelijk
naar Nancy brengt. Maar we moeten heel wat vooréteden door voordat het zo ver is. Maar daar ligt dan het Place Stanislas, met
aan het eind de prachtig gerestaureerde Porte Heré. Nancy was het thuisoord van de Poolse troonpretendent Koning Stanislas,
de schoonvader van Louis XV. Toen Stanislas de Poolse troon misliep, trooste Louis zijn schoonpapa en schonk hem Nancy.
Vandaar,Nancy was er vet mee want kreeg er een aantal prachtige paleizen en tuinen en pleinen mee; bovenal Place Stanislas
met de beroemde vergulde hekken. In 2000 is het allemaal gerestaureerd en het ligt er inderdaad prachtig bij.
We denken de camping om de hoek van een van de tuinen aan te treffen, wat rijkevlijk naïef blijkt. De camping ligt 7
kilometer buiten de stad op een hoogte van 200 meter. Er naar toe leidt een kaarsrechte weg met een stijgingspercentage van
10. Dat is te veelvoor mij en ik stap af. Maar Nina niet. Ze stoempt en stoempt maar door zonder ook maar één keer te stoppen.
Aplaus,aplaus, ze is zelfs boos als ik weer opstap en haar passeer. Maar ik kan ook niks anders dan alleen maar mijn eigen
tempo volgen; een van de wetten van de klimsport.
Dag 18 Nancy -Boyan (73 km)
Vandaag kwamen we rond op 14.15 uur Le Route Verte. Meteen zien we al wat bepakte
Nederlanders passeren. De eerste indruk die ik krijg is dat de Groene Weg minder zwaar is dan het parcours dat we acter
ons gelaten hebben. Dat vinden we allebei prima, want we zaten er af en toe behoorlijk doorheen de afgelopen dagen.Ik krijg
weer plezier in het fietsen. Dat was ik zowaar een beetje kwijt geraakt met al dat geploeter op die hellingen in de hitte.
Nu zwieren we langs fraaie wegen langs heuvelruggen in plaats er voortdurend tegen aan.
Het duurt te lang voordat we middageten
vinden (rond 17,00 uur). Nina zit helemaal doorheen en dan zijn 10 kilometer berg op, berg af, erg lang. 's avonds op de
camping ontmoeten we twee vrouwen die een deel van de route naar Venetië rijden. Opvallend hoeveel uitgeschreven routes er
toch zijn! Het blijken allebei conservatoriummusici te zijn uit Maastricht. Volgt een gesprek over het verschil tussen
Nederandlandse en buitenlandse muziekstudenten (valt niet in het voordeel van Nederlanders uit, Belgen bijvoorbeeld zijn
veel beter in solfege); we praten over geïmproviseerde muziek, jazz en rock op de academie (deze klassiek geschoolde types
vinden dat maar zo,zo, krijg ik de indruk. Enfin, een gezellige avond waarin iedereen vertelt wat zij gedaan heeft. aan mij
wordt niets gevraagd dus ik vertel niets. Ik speel tweede viool om in de stijl te blijven.
Dag 19 Boyan - Darney (71 km)
De dag begint weer kalm, maar het parcours wordt zwaarder en zwaarder, en de temperatuur hoger en hoger. Als we ergens in
de schaduw van een kerkje zitten begint spontaan de achterband van Nien leeg te lopen.Het ventiel blijkt gescheurd, en dat
terwijl deze binnenband er nog maar enkele dagen op zit en we in Nancy Nina voorzien hebben van een splinternieuwe
anti-lekband.
Enfin. Tijdens het bandenwisselen staan er meteen twee Nederlandse fietsers belangstellend mee te kijken. Die gaan de andere
kant op en hebben dus al twee en een halve week de wind tegen (en wij mee, wat dat betreft zwijnen we voortdurend).
De
geschiedenis van de vorige dag herhaalt zich: We missen een eetplaats en Nina zit er weer doorheen. Ze begint een partijtje
te mopperen en ik ben het beu. Ik geef haar de kaart en zeg dat ze het verder zelf maar uitzoekt. Boos zet ik er flink de
vaart,in en kom drie kwartier later aan in Darney. Tot mijn verbazing staat Nina een half uur daarna er ook al. inmiddels
heb ik al wel
eten gehaald en kunnen we het voor de zoveelste keer bijleggen. Nee, het is niet altijd makkelijk, vader en
dochter samen op stap.
Dag 20 Darney - Hurecourt (15 km)
Dit is een rampdag. Al na 5 km rijdt Nina plat. Kan gebeuren. Maar elke keer als ik de band plak rijdt ze een km verder
opnieuw lek. Eerst zijn het oude plakkertjes die (onder invloed van de hitte?) spontaan loslaten; even later blijkt het
ventiel gescheurd. Zo'band kun je weggooien. Dat laatste herhaalt zich vervolgens drie keer binnen een afstand van 5 kilometer:
gevolg: we hebben geen banden meer. Met behulp van een koppel voorbijfietsende Hollanders, waarvan de man ooit fietsenmaker
was fabriceren we een noodverbandje rondom het ventiel. Het lijkt even te werken maar na 5 minuten loopt ook die band leeg.
Zij fietsen door, wij bezinnen ons op de situatie. Een blik op de kaart leert dat in een plaats 9 km verderop een fietsenmaker
zit. Op hoop van zegen rijdt ik er naar toe, het is inmiddels zaterdagmiddag 5 uur! zou er nog een zaak open zijn? De tocht
er naar toe is zwaar, de temperatuur nog steeds moordend en elk dorp lijkt op een heuvel te liggen. In Vauvillers beweer
men dat er helemaal geen fietsenzaak is. Als ik in wanhoop de handen ten hemel hef komt er een mannetje op me af die me mee
wenkt. Achter hem aan hobbelend kom ik uit bij een reparateur in landbouwappatuur. Die heeft toevallig 2 26 inch bandenrf; ze
lijken me breed maar ik ben al lang blij. Gelukkig geen 10 kilomter terug zonder oplossing. De nieuwe band lijkt veel beter
te passen als de oude als ik ga pompen. Dan gaat me een lampje branden. Zou het zo kunnen zijn dat de oude binnenbanden
in verhouding met de nieuwe buitenband uit Nancy te klein waren, waardoor ze als het ware te sterk opgeblazen op de velg
met als gevolg wrijving bij het ventiel.
De band houdt het nu en we rijden nog een kilometer of 10 naareen afgelegen camping bij Hurecourt. Dat blijkt een Nederlandse
kolonie te zijn. De eigenaren en alle campinggasten zijn Hollander; toch wel gezellig en heel wat te bepraten; iedereen
wil van onze wederwaardigheden weten.
Dag 21 noodstop in Hurecourt 0 km
Welgemoed stappen we rond half elf weer op de fiets. Maar na 2 km rijdt Nien alweer lek. Ik heb het nu helemaal gehad en
ga niet opnieuw het wiel er af halen. Ik vermoed dat het probleem toch niet opgelost is. Ik rijd terug en de eigenaren komen
Nina onderweg lopend tegen en laden haar fiets in, terug naar de camping. Aldaar blijkt er nu toch iets anders aan de hand.
Door hte vele wisselen van de band is één remblokje wat scheef komen staan, die heeft zich in de zijband geboord met als
gevolg: een lek, maar nu dus wel op een "goede" plaats. Het lek is snel gerepareerd en de remblokjes goed afgesteld. ik heb
echter geen zin meer nog een keer te vertrekken. en ik krijg zowaar een koud biertje aangereikt van een van de camping=
gasten; mij krijgen ze vandaag hier niet meer weg!
De route langs de slagvelden begint ons de keel uit te hangen. De etappes zijn telkens vreselijk zwaar omdat de samensteller
de gevechten zeer precies langs loopt. Soms kom je uit een dal naar een heuvelrug, rij je er na veel gezwoeg aan de
andere kant weer af om een tijdje later doodleuk diezelfde heuvelrug weer op te fietsen. Dat wordt ons soms echt te veel.
Maar zoals gezegd nadert het eind van deze route. Het laatste stuk voert ons naar het dal van de Meurthe dat ons uiteindelijk
naar Nancy brengt. Maar we moeten heel wat vooréteden door voordat het zo ver is. Maar daar ligt dan het Place Stanislas, met
aan het eind de prachtig gerestaureerde Porte Heré. Nancy was het thuisoord van de Poolse troonpretendent Koning Stanislas,
de schoonvader van Louis XV. Toen Stanislas de Poolse troon misliep, trooste Louis zijn schoonpapa en schonk hem Nancy.
Vandaar,Nancy was er vet mee want kreeg er een aantal prachtige paleizen en tuinen en pleinen mee; bovenal Place Stanislas
met de beroemde vergulde hekken. In 2000 is het allemaal gerestaureerd en het ligt er inderdaad prachtig bij.
We denken de camping om de hoek van een van de tuinen aan te treffen, wat rijkevlijk naïef blijkt. De camping ligt 7
kilometer buiten de stad op een hoogte van 200 meter. Er naar toe leidt een kaarsrechte weg met een stijgingspercentage van
10. Dat is te veelvoor mij en ik stap af. Maar Nina niet. Ze stoempt en stoempt maar door zonder ook maar één keer te stoppen.
Aplaus,aplaus, ze is zelfs boos als ik weer opstap en haar passeer. Maar ik kan ook niks anders dan alleen maar mijn eigen
tempo volgen; een van de wetten van de klimsport.
Dag 18 Nancy -Boyan (73 km)
Vandaag kwamen we rond op 14.15 uur Le Route Verte. Meteen zien we al wat bepakte
Nederlanders passeren. De eerste indruk die ik krijg is dat de Groene Weg minder zwaar is dan het parcours dat we acter
ons gelaten hebben. Dat vinden we allebei prima, want we zaten er af en toe behoorlijk doorheen de afgelopen dagen.Ik krijg
weer plezier in het fietsen. Dat was ik zowaar een beetje kwijt geraakt met al dat geploeter op die hellingen in de hitte.
Nu zwieren we langs fraaie wegen langs heuvelruggen in plaats er voortdurend tegen aan.
Het duurt te lang voordat we middageten
vinden (rond 17,00 uur). Nina zit helemaal doorheen en dan zijn 10 kilometer berg op, berg af, erg lang. 's avonds op de
camping ontmoeten we twee vrouwen die een deel van de route naar Venetië rijden. Opvallend hoeveel uitgeschreven routes er
toch zijn! Het blijken allebei conservatoriummusici te zijn uit Maastricht. Volgt een gesprek over het verschil tussen
Nederandlandse en buitenlandse muziekstudenten (valt niet in het voordeel van Nederlanders uit, Belgen bijvoorbeeld zijn
veel beter in solfege); we praten over geïmproviseerde muziek, jazz en rock op de academie (deze klassiek geschoolde types
vinden dat maar zo,zo, krijg ik de indruk. Enfin, een gezellige avond waarin iedereen vertelt wat zij gedaan heeft. aan mij
wordt niets gevraagd dus ik vertel niets. Ik speel tweede viool om in de stijl te blijven.
Dag 19 Boyan - Darney (71 km)
De dag begint weer kalm, maar het parcours wordt zwaarder en zwaarder, en de temperatuur hoger en hoger. Als we ergens in
de schaduw van een kerkje zitten begint spontaan de achterband van Nien leeg te lopen.Het ventiel blijkt gescheurd, en dat
terwijl deze binnenband er nog maar enkele dagen op zit en we in Nancy Nina voorzien hebben van een splinternieuwe
anti-lekband.
Enfin. Tijdens het bandenwisselen staan er meteen twee Nederlandse fietsers belangstellend mee te kijken. Die gaan de andere
kant op en hebben dus al twee en een halve week de wind tegen (en wij mee, wat dat betreft zwijnen we voortdurend).
De
geschiedenis van de vorige dag herhaalt zich: We missen een eetplaats en Nina zit er weer doorheen. Ze begint een partijtje
te mopperen en ik ben het beu. Ik geef haar de kaart en zeg dat ze het verder zelf maar uitzoekt. Boos zet ik er flink de
vaart,in en kom drie kwartier later aan in Darney. Tot mijn verbazing staat Nina een half uur daarna er ook al. inmiddels
heb ik al wel
eten gehaald en kunnen we het voor de zoveelste keer bijleggen. Nee, het is niet altijd makkelijk, vader en
dochter samen op stap.
Dag 20 Darney - Hurecourt (15 km)
Dit is een rampdag. Al na 5 km rijdt Nina plat. Kan gebeuren. Maar elke keer als ik de band plak rijdt ze een km verder
opnieuw lek. Eerst zijn het oude plakkertjes die (onder invloed van de hitte?) spontaan loslaten; even later blijkt het
ventiel gescheurd. Zo'band kun je weggooien. Dat laatste herhaalt zich vervolgens drie keer binnen een afstand van 5 kilometer:
gevolg: we hebben geen banden meer. Met behulp van een koppel voorbijfietsende Hollanders, waarvan de man ooit fietsenmaker
was fabriceren we een noodverbandje rondom het ventiel. Het lijkt even te werken maar na 5 minuten loopt ook die band leeg.
Zij fietsen door, wij bezinnen ons op de situatie. Een blik op de kaart leert dat in een plaats 9 km verderop een fietsenmaker
zit. Op hoop van zegen rijdt ik er naar toe, het is inmiddels zaterdagmiddag 5 uur! zou er nog een zaak open zijn? De tocht
er naar toe is zwaar, de temperatuur nog steeds moordend en elk dorp lijkt op een heuvel te liggen. In Vauvillers beweer
men dat er helemaal geen fietsenzaak is. Als ik in wanhoop de handen ten hemel hef komt er een mannetje op me af die me mee
wenkt. Achter hem aan hobbelend kom ik uit bij een reparateur in landbouwappatuur. Die heeft toevallig 2 26 inch bandenrf; ze
lijken me breed maar ik ben al lang blij. Gelukkig geen 10 kilomter terug zonder oplossing. De nieuwe band lijkt veel beter
te passen als de oude als ik ga pompen. Dan gaat me een lampje branden. Zou het zo kunnen zijn dat de oude binnenbanden
in verhouding met de nieuwe buitenband uit Nancy te klein waren, waardoor ze als het ware te sterk opgeblazen op de velg
met als gevolg wrijving bij het ventiel.
De band houdt het nu en we rijden nog een kilometer of 10 naareen afgelegen camping bij Hurecourt. Dat blijkt een Nederlandse
kolonie te zijn. De eigenaren en alle campinggasten zijn Hollander; toch wel gezellig en heel wat te bepraten; iedereen
wil van onze wederwaardigheden weten.
Dag 21 noodstop in Hurecourt 0 km
Welgemoed stappen we rond half elf weer op de fiets. Maar na 2 km rijdt Nien alweer lek. Ik heb het nu helemaal gehad en
ga niet opnieuw het wiel er af halen. Ik vermoed dat het probleem toch niet opgelost is. Ik rijd terug en de eigenaren komen
Nina onderweg lopend tegen en laden haar fiets in, terug naar de camping. Aldaar blijkt er nu toch iets anders aan de hand.
Door hte vele wisselen van de band is één remblokje wat scheef komen staan, die heeft zich in de zijband geboord met als
gevolg: een lek, maar nu dus wel op een "goede" plaats. Het lek is snel gerepareerd en de remblokjes goed afgesteld. ik heb
echter geen zin meer nog een keer te vertrekken. en ik krijg zowaar een koud biertje aangereikt van een van de camping=
gasten; mij krijgen ze vandaag hier niet meer weg!
maandag 15 juli 2013
We motten naar de botten
Dag 15 rustdag Verdun.
Nou ja, rustdag? We bezoeken in de middaguren (na het doen
van de enorme was, dankzij Nina’s garderobe die volledig de wasmachine in gaat
(en van mij een racebroek, 2 sokken en 2 racehemdjes) de slagvelden ten noorden
van Verdun, die zich niet toevallig afspeelden op de hoogste heuvelruggen langs
de Meuse. Dat wordt dus bij een temperatuur van boven de 30 graden het
overwinnen van een hoogteverschil van meer dan 200 meter. De langste klim tot nu toe! Helemaal bovenin rijgen de gedenktekens en monumenten
zich aaneen. Eén voor minister Maginot, de uitvinder van de (nutteloos g ebleken)
Maginot-linie (De Duitsers marcheerden er via België eenvoudig omheen); een
voor het dorp Fleury dat van de aardbodem werd weggevaagd, één voor het
Ossuarium, een gedenknaald als een geweldige fallus met een kruis er op, als je
door de kleine raampjes kijkt zie je wat het werkelijk is; een enorme
knekelopslagplaats. Huizenhoog liggen de schedels en botten van de ex strijders
opgetast. Als je al die botten en schedels ziet liggen is die Great War ineens weer
heel dichtbij.
We gaan ook nog naar het grootste fort, Fort Doueaumont, het
grootste van de ongeveer 70 forten die in de 19e eeuw rondom Verdun
werden aangelegd. Als je dan bedenkt dat Verdun zelf ook nog eens beschermd
wordt door maar liefst 3 hele dikke verdedigingswallen, dan wordt duidelijk
waarom de Duitsers er nimmer in slaagden Verdun te pakken te krijgen. De rest
van noord Frankrijk wel. Dus wat bepaalt nu het belang van Verdun als zodanig,
is een vraag waarop ik nog steeds geen
antwoord heb.
We dwalen in de vochtige kelders van Doueaumont en zijn blij
dat we die tijd niet hebben hoeven meemaken. We dalen heel gemakkelijk in één
lange glijvlucht terug naar Verdun en genieten op de Quai langs de Meuse van
een welverdiende Leffe/Ice Tea. Ra, ra, wie wat drinkt.
Een erehaag van echte renners voor de klimmer uit Heerjansdam
Dag 14: Autry – Verdun (70 km)
Al meteen na he
Verdun t vertrek staat het tracé als een muur recht overeind. Dat zal de
hele dag zo blijven; alleen maar op en neer. Dodelijk vermoeiend; wat dat
betreft kun je beter één lange helling
hebben, dan een tijd tamelijk vlak parcours en dan een lange afdaling. Maar
hier wordt de energiebron dusdanig aangesproken dat we om de haverklap
pauzeren. Zo komen we niet in ons ritme. “s middags wordt Nina (ik ben een
eindje vooruit) ingehaald door een peleton allemaal in hetzelfde shirt gestoken
Belgen die met zijn allen naar de Mont Ventoux gaan, ze hebben allemaal bewonderende
woorden voor haar en vormen, als ze allemaal bij dezelfde pleisterplaats stoppen
waar ik al in het beschaduwde prieel zit als het ware een erehaag voor onze
stoere klimmer uit Heerjansdam. Geeft
een lekker gevoel geeft Nina toe.
Het laatste stuk is vlak maar voert over een afschuwelijk
slecht onverhard pard pal langs de hier heftig slingerende Meuse. Ineens zijn
we in Verdun. Op de camping kiest Nien voor het zwembad, ik voor een koude
halve liter bier. Dat had ik beter niet kunnen doen. Nien is daarna weer fit
als een hoen en wil naar de quatorze juillet viering in het centrum. Ik ben
intussen overschakeld op de wijn (na het overheerlijke maal van pasta met zalm)
en wil niet meer van mijn plek. Nina gaat alleen en beleeft een prachtig
vuurwerk, dat ik alleen een beetje tussen de bomen kan waarnemen. Als ik de
volgende ochtend haar enthousiaste verhaal
hoor (ik sliep al bij haar thuiskomst) heb ik spijt als haren op mijn
hoofd dat ik deze unieke gelegenheid voorbij heb laten gaan.
Maar goed, de biografie over de verzetsheld Pim Boellens,
waar ik inmiddels op mijn e reader aan begonnen ben, is ook heel boeiend.een muur recht overeind.
Abonneren op:
Posts (Atom)