Totaal aantal pageviews

donderdag 28 februari 2013

Een kroonloze Jane wacht op Tarzan


In afwachting van Tarzan die bezig is aan een track van drie uur, waarbij redelijk wat geklommen moet worden en mijn arme knieën zeker zouden hebben geprotesteerd, begin ik, na wat gelezen te hebben, aan mijn eerste eigen bijdrage aan Tjeu’s Tunnelvisie. Gewoon om te tijd te doden, want de afspraak was dat het vooral Tjeu’s ding zou zijn, dat schrijven.
Vanochtend vertrokken van een vrijwel lege camping in Mossburn, na een zeer winderige nacht. Misschien is het leuk te vertellen hoe onze dagen zoal verlopen. Natuurlijk vertelt Tjeu over wat we zoal doen in geuren en kleuren, maar over de dagelijkse relaxte routine schrijft hij niet.
We staan op wanneer we wakker worden, zonder wekker dus, dat is op zich al een superrelaxt gevoel…meestal zo rond 8 uur, half negen. Check out time op de campings is altijd 10 uur, dus na het wakker worden voltrekt zich een volkomen routinematig patroon van handelingen waarbij niet gesproken wordt. Tjeu gaat douchen, ik ruim de tent enigszins op, laat de matjes leeglopen, en ga in de meestal voor handen zijnde keuken het ontbijt klaarmaken. Overal zijn hier perfecte keukens te vinden. Daar kunnen de Europese campings een puntje aan zuigen! Alles erop en eraan, ijskast, broodrooster(sommige campings hebben wel tien exemplaren klaar staan!) kooktoestellen, magnetrons en ovens, en vaak zijn er ook nog servies en potten en pannen aanwezig om te gebruiken. We eten samen en daarna ga ik douchen, Tjeu breekt de tent af en als een mirakel zijn we telkens tegelijk klaar, auto opgeruimd en ingepakt, allebei fris en fruitig, om aan een nieuwe dag te beginnen. De route wordt besproken, en weg zijn we.
Op naar de volgende mooie plek, tussendoor wordt er veelvuldig naar JJ Cale of Mark Knopfler geluisterd, of naar Avishai Cohen….prachtige muziek die de Lord of the Rings sfeer aardig omlijst.
Tussendoor stop ik lekkere dingen zoals fruit en toffees in Tjeu’s mond (en in die van mezelf met soms rampzalige gevolgen! Zie vorige post) en stoppen we om de haverklap om hetzij te plassen, te lunchen onderweg, of zomaar om een stuk te lopen.
Het landschap is na elke bocht zo afwisselend dat de tochten geen moment vervelen en wij zijn op een prettige manier volkomen op elkaar ingespeeld. Boodschappen doen we soms onderweg, (Tjeu haat dat!). We koken af en toe op de camping, heel basic en simpel en eten ook soms ‘uit de muur’ zoals een broodje Subway o.i.d. Daarna moet er aan het blog worden gewerkt, Tjeu vindt dat erg leuk om te doen; vooral het nakijken van de statistieken die precies aangeven hoeveel keer een pagina per dag wordt opgevraagd en hoeveel pageviews er in totaal zijn. Hij is zeker van plan dit  voort te zetten als hij straks lange tochten gaat maken met de fiets. Meestal lees ik wat of klets wat met mensen die ik tegenkom op de camping.
Zoals vanochtend: in de keuken raakte ik aan de praat met een jongen uit Chicago die met zijn vriendin even vakantie vierde in Nieuw Zeeland, hij werkte hiervoor 5 maanden op Antarctica op een basecamp voor wetenschappers uit de VS. Hij was er werkstudent en verdiende er zo wat bij door te werken als manusje van alles, schoonmaker, foodsupply etc. Hij werkte daar onder barre omstandigheden maar was toch van plan er weer terug te gaan…hij vond het in de winter prettiger, want minder druk(!) zo’n 150 mensen werken er dan maar in totaal terwijl het ’s zomers wel duizend mensen kunnen zijn. Dan kan er veel meer onderzoek worden gedaan, in de winter niet. Leuke gesprekken zijn dat…deze gast was maar 1 week in Nieuw Zeeland, daarna ging hij nog even naar Zuid-Oost Azie. Moest meteen aan Bram en Kees denken, doe ik trouwens vaak merk ik.
Dat komt omdat wij voortdurend tussen de jonge gasten zitten, op campings en aanvankelijk in dat hostel in Auckland waar we straks ook weer terug komen…..wat mij betreft is dit een ideale manier van rondtrekken, lekker lowbudget, je hoeft niet te letten op hoe je erbij loopt, alles is goed.
En SLAPEN dat we hier doen……zoveel meer dan thuis! Dat zullen de indrukken zijn, en gewoon omdat er na 10 uur niks meer te doen is op de camping…

Op weg naar het mysterieuze einde van de wereld
Van Mossburn naar Milford Sound is het nog zo’n 180 kilometer te gaan. Er is ons van alle kanten verzekerd dat het laatste stuk helemaal te gek zal zijn. Maar voordat het zo ver is doe ik dus nog een trackje tussen Te Anau en Milford Sound van een uur of drie dat me tussen allerlei alpentoppen brengt. Evenals bij de Tongariro track op het Noorder Eiland valt de afdaling mij weer veel zwaarder dan de weg omhoog.  Juist in de afdeling gaan mijn voeten zeer doen. Dus ik kom na drie uur weer behoorlijk kreupel aan waar Hannelore juist de laatste hand aan het verhaal hierboven legt.
En dan komt dat laatste beroemde stuk; in de namiddagzon, het uur van de dag waarop we altijd het liefst reizen vanwege die speciale sfeer, is het inderdaad alsof we zo de film “The Lord of the Rings” binnenrijden. Enorme sneeuwmassa’s pakken zich boven in de bergen samen, half bevroren, honderden meters lange serpentine-achtige watervallen komen over de steile rotswanden naar beneden. En dan komen we aan bij de tunnel. Die zit als een muizengaatje in een granieten wand; er is onder barre omstandigheden 20 jaar aan gewerkt en is 1000 meter lang. Aan de andere kant duiken we weer een peilloos diep dal in en komen dan aan in het echte einde van de wereld. Aldaar wordt ons alvast een kijkje gegund in een diepe mysterieuze watergang met aan beide kanten twee puntige rotsen die als wachters deze poort naar geheimzinnige oorden bewaken. Het begin van een tientallen kilometers lang fjord. Morgen gaan we er in. De ober in het enige restaurant op dit eindpunt weet zeker dat alles vol is en dat we door de tunnel terug moeten als we nog een camping willen vinden. Heel stoïcijns zeg ik dat het zo’n vaart niet zal lopen en herinner me dat iemand van de camping in Hawea me wees op een plaats een kilometer voor Milford Sound. En ja hoor, daar blijken ze op een superkleine camping nog twee plaatsen over te hebben. En daarbij hoort een heel gezellig backpackershotel met een lounge waar wel zo’n 50 mensen met laptops, boeken en gitaren de avond doorbrengen. Zo wordt dit een van onze meest sfeervolle avonden. 

woensdag 27 februari 2013

Zoeken naar de Lord of the Crowns


Met moeite nemen we afscheid van onze prachtige plek aan het meer van Hawea.
Ten eerste vanwege de prachtige omgeving, ten tweede vanwege het heerlijke zwemwater, we duiken er allebei dus eerst nog eens uitgebreid in 


maar op de derde plaats ook omdat Hannah gisteravond haar kroon op het strand heeft verloren; niet het onderdeel van een koningsgewaad, maar dat ding dat men in zijn mond hoort te hebben en niet op het strand tussen de kiezels. How comes: H. koopt deze vakantie regelmatig van die heerlijke toffees van Mackintosh in de smaken mint, caramel en cocos. Van meet af aan heeft ze daarbij haar grote kind er op geattendeerd op die toffees alleen te zuigen; ga je d’r op kauwen, dan blijft gegarandeerd een van je kronen aan zo’n lekkernij vastzitten met alle gevolgen van dien. Trouwhartig als ik ben in het opvolgen van de aanwijzingen van H. zuig ik al vanaf de eerste dag ‘op de  Macktintosjes; maar wier kroon blijft er aan een toffee plakken? Die van de onderwijzeres zelf! Op het strandje haalt H. het zaakje uit haar mond en – ploink – daar valt de kroon van de toffee af. Heel slim markeert ze de plek met een stapeltje stenen, maar zelfs na een uur zoeken blijft de kroon foetsie. De volgende dag, na het zwemmen, gaat ze weer met haar neus op het strand zitten zoeken. Totdat ik toeter dat we nu echt weg gaan. Het is inmiddels half twee. Met een tochtend gat in haar kiezen aanvaardt H. de rest van de reis. Ik bied nog aan om langs een tandarts te rijden, per slot van rekening ben ik in Auckland ook al naar de dokter geweest met mijn verstopte oren, maar dat wil ze niet.
Die ochtend heeft H. vol moederlijke gevoelens naar de eenzaam op het strandje poserende rastajongen zitten kijken; “wat zou er nou toch door zo’n jongen, zo heel alleen, heengaan?”. Zo’n vraag kan alleen gesteld worden door een moeder. “Zou íe honger hebben, ik heb hem nog niks zien eten. Wacht, ik geef hem een appel en een energiereep”. Dit keer wordt het aanbod door de rastaknaap dankbaar geaccepteerd. H. blij, hij blij, iedereen blij.
De weg naar Queenstown voert langs ruige bergen maar ook vele wijngaarden. Dát vind ik toch wel een van de onverwachte kanten van deze reis: de natuur oogt veel zuidelijker dan ik had verwacht. Per slot van rekening zijn we nu in het meest zuidelijke deel van het Zuider Eiland terecht gekomen, maar nog steeds wijn, wijn en nog eens wijn. Wel vooral witte, en dat kan natuurlijk wel, want dit gedeelte van Nieuw Zeeland zal zich ergens op dezelfde breedtegraad als Zuid Duitsland bevinden schat ik zo in. Maar dat we rondom Wanaka en Hawea nog volop palmpjes zagen vond ik verassend. Ergens in de verte lonkt immers Antartica toch al. Hoe is anders te verklaren dat we onderweg langs de kust soms gewaarschuwd werden voor overstekende pinguïns? Wat ik ook zo vreemd vind is dat we in de fruitstalletjes in deze fruitschuur van Kiwiland nergens kiwi’s aantreffen. Dat zou je toch verwachten? Maar nee, een kiwi is hier zeldzamer dan in een gemiddeld fruitschap van Albert Heijn.
Onderweg passeren we de Kawarau-bridge, de plek waar het bungy jumpen zo’n beetje uitgevonden is. We zien twee waaghalzen, een jongen en een meisje, aarzelen op de rand van het platform  alvorens ze met gespreide armen de diepte in duiken. 
                                              (foto vergroten om het meisje te zien vallen)
Hoe komt het toch dat tegenwoordig zoveel jongeren dat durven terwijl ik in mijn broek zou doen als ik moest springen. Maar ja, op de kermis durfde ik ook al niet in de rondzwierder terwijl allerlei klasgenoten dat zonder blikken of blozen deden. Hanneke kijkt met des te meer ontzag omdat Bram hier op dezelfde plaats ook zo’n doodsduik heeft gemaakt.
Rond een uur of zeven komen we aan op een onverwachte camping in Mossburn,”of all places”. Zelfs de Lonely Planet maakte er geen melding van. “Of we gezellig komen kijken naar het voederen van de lammetjes, dat gaat zo beginnen”. Hannah: “Nou nee, we hebben geen kinderen bij ons”. Zelden heeft zij iemand na deze op zich juiste mededeling zo beledigd zien kijken. Op de camping zijn we het enige tentje naast een stuk of vijf campers, het seizoen loopt duidelijk ten einde.

dinsdag 26 februari 2013

And the most beautiful was yet to come

We verlaten Haast, het zuidelijkste puntje van de route langs de westkust van het Zuider Eiland. Net zoals gisteren liggen de bergen in de omgeving verpakt in een dik wolkendek. Wat een naargeestige omgeving eigenlijk en dan al die zandvliegjes die al weer aardig huis houden op dit vroege tijdstip. Hoe houdt een mens het hier aan het eind van de wereld onder dit sombere gesternte uit?
Wij in ieder geval niet; we zetten koers naar het binnenland, naar Wanaka, gelegen aan, hoe kan het ook anders: het Lake Wanaka. Al meteen vanaf het bord: National Parc Aspiring begint de zon te schijnen en komen we via de rivier de Haast in een onwaarschijnlijk mooi gebied. De Haast is een rivier met een bijzonder brede bedding die vrijwel helemaal droog staat; niet vreemd, het is zomer en er is al vier weken geen druppel regen gevallen in dit gebied. We krijgen nu ineens ook een veel beter zicht op de besneeuwde toppen van de zuidelijke Alpen; veel beter dan vanaf de route langs de Westkust. We staan op een gegeven moment op een open plek met daarachter de Alpen die ik me meen te herinneren van een veldslag uit The Lord of the Rings. Hoe we ook zoeken in de atlas die alle plaatsen vermeldt waar opnamen van The Rings zijn gemaakt, deze plek kan niet gevonden worden. Maar de plek is er een die in ieder geval zo in de film had gekund. Maar het wordt allemaal nog indrukwekkender als we in de omgeving van Lake Wanaka komen; staalblauw tussen bruin, rood en groen kleurende bergen, prachtig weerspiegeld in het stille water. Halverwege scheidt een heel smalle bergrug dit meer van een ander meer, Lake Hawea. De aanblik van dit meer met zijn hoge bergwand met daarachter nog wat besneeuwde toppen van de Alpen is, het is een cliché maar in dit geval helemaal waar: adembenemend!


We rijden helemaal langs het meer, waarbij we opvallend veel fietsers tegen komen.Deze fietsers blijken allemaal te horen bij een busje van de firma Backtours. Fietsers kunnen, als ze willen, een stukje in het busje meerijden en ergens anders weer met hun fiets afgezet worden; een stuk verder wacht, als ze dat willen, het busje ze weer op. In de bus zit een vrouw die fietsers van een drankje en goedkeurend ruggengewrijf voorziet. Dat vind ik dus een vorm van fietstoerisme waar ik niet voor zou tekenen.  Fietsen hoor je te doen van punt A naar punt B met je bagage bij je. Daarbij moet niemand je tussentijds te hulp schieten. Zweten en lijden horen er nu eenmaal bij. Al met al zie ik al weer helemaal voor me hoe ik later dit jaar (als het in Nederland zomer wordt) er andermaal op mijn ros op uit zal trekken. Wat een luxe; nadenken over je vakantieplannen als je al op vakantie bent; het kan niet op!
Het kan ook niet op met het weer. Het is vandaag zeker een graad of 25, 26 en de zon is andermaal permanent onze metgezel. We rijden door naar Wanaka, ineens een opvallend drukke plaats langs de voor de rest zo stille route. We hebben geen zin hier naar een camping te zoeken, dan leek de camping waar we langs kwamen langs het veel stillere plaatsje Hawea veel aantrekkelijker. We besluiten dus een kilometer of 15 terug te rijden. Een beter besluit hadden we niet kunnen nemen. Op de grote camping komen we helemaal alleen langs het water te staan op een plek die ik gerust de mooiste campingplek ooit zou durven noemen. Kijk maar:
We nemen meteen een duik en pakken de aangebroken fles wijn die we van gisteren nog over hebben. Een eindje verder strijkt een rastajongen met een klein tentje neer. We menen hem op de route al eens eerder gezien te hebben; hij doet alles op zijn blote voeten. Een praatje is snel gemaakt; hij heeft net zijn highschool afgemaakt en maakt nu een reis door zijn land "om zichzelf te ontdekken".  Ons aanbod van een glas wijn slaat hij af; een gezonde spartaanse jongeman dus. Als hij zijn ukelele pakt vraag ik hem om een klein concertje, maar ook dat weigert hij: "too shy" en gaat met zijn gitaartje een eindje verder in de buurt van de hierboven zichtbare boom zitten spelen. Vinden we ook goed. We vinden vandaag alles goed. Het leven is goed. Hanneke trekt een nieuwe fles open: Australische wijn, die is goedkoper en minstens zo lekker als Kiwi wijn.

maandag 25 februari 2013

de zandvliegen hebben ons eindelijk toch gevonden

Over de westkust van het Zuider Eiland wordt gezegd dat het er altijd regent en dat het er sterft van de zandvliegen. Tot vanmiddag kwam van die voorspellingen niets uit. We hebben tot en met nu nog geen druppel regen gehad en tot vanmiddag geen zandvliegen. Tot vanmiddag. Maar toen we besloten een stil stukje strand op te zoeken in de buurt van Bruce Bay brak de hel los, met honderden daalden de fruitvliegjes (je voelt je net een rotte appel in een fruitschaal) op ons neer. Ik in mijn zwembroek in de golven (ik durfde niet te diep te gaan vanwege de zuigkracht van het teruglopende water) was een heerlijk hapje voor die pestbeestjes. Dus zo snel mogelijk weer naar mijn kleren toe, met mijn handdoek wild om me heen slaand. Vanuit de verte moet het er belachelijk uit hebben gezien: “mister Bean aan het strand”.
Wat me verder van het rijden langs de westkust tegenvalt is dat je de hoge Alpen slechts zeer sporadisch te zien krijgt. Daar waar een autotocht in Italië of Zwisterland urenlang zicht biedt op talloze besneeuwde toppen, hebben we die op een afstand van meer dan 100 kilometer maar enkele minuten gezien. Alleen op onze camping vanmorgen lagen ze majesteitelijk te sudderen in de zon. Wat dat betreft zit het ons alleen maar mee. Elke dag maar weer mooi weer.
We hebben besloten de drukke Frans Josef gletsjer, die in 1865 voor een het eerst door een westerling bedwongen werd en door de Oostenrijkse ontdekkingsreiziger Wilhelm Haast  heel braaf naar zijn broodheer kaiser Frans Josef werd genoemd, links te laten liggen. We zijn meteen doorgereden naar de 20 km verderop liggende Fox Glacier. Die lag er heerlijk bij in de zon, al was hij drie eeuwen geleden wel anderhalve kilometer langer dan nu; elk jaar gaat er een metertje of vijf af (rekent u maar uit of het rekensommetje klopt). In de verte zien we klimmers de enorme gleuven in de ijsmassa induiken en er ook weer heelhuids uitkomen.
Hanneke heeft behoorlijk wat moeite met het laatste erg steile stuk; niet eens zozeer met de beklimming als wel met de afdaling; haar knieën weigeren elke medewerking. Ik geef haar steun zodat ze tegen mijn schouders kan leunen. Hetgeen er toe leidt dat een achterop komende vrouw die ons snel passeert in de lach schiet. Het moet er inderdaad een beetje maf uitzien, zoals wij afdalen. Geeft niks, we komen overal. En die knie-operatie die Hanneke al heel lang overweegt, daar is ze nog lang niet aan toe.
In Haast zijn we echt aan het eind van de wereld terecht gekomen. Op de camping staat één tentje. Met ons erbij dus nu twee.De situatie waarin ik dit bericht zit te tikken is bijna te absurd voor woorden. Stel je een ruimte met de hoogte en omvang van een vliegtuighangar voor die aan over de hele lengte aan een zijde geopend is. Buiten is alles stikdonker. binnen brandt een verlichting die in een filmstudie niet zou misstaan, ik denk, twee lichtbakken met elke 5 tl buizen met een sterkte van 150 Watt. In die helverlichte loods waar ik de enige aanwezige ben, tesamen met vele insecten van verre komaf (zie zich overigens heel rustig houden en gezellig op mijn laptomscherm komen zitten, tik ik dit bericht.

zondag 24 februari 2013

De Alpen aan het oog onttrokken

We hebben alle bijzonderheden van de camping vlak boven Greymouth van gisteren bij nader inzien nog niet eens beschreven. Zo blijkt bij de mannen van elke warmwaterkraan de knop er af gedraaid. Blijkbaar wordt er van uit gegaan dat een beetje vent in zijn toilettasje ook een baco meevoert. Laat ik die nu thuis gelaten hebben! En dan het licht. Elke tien minuten hult het overblijflokaal (dat bij nader inzien een oud schoollokaal blijkt te zijn geweest) zich in duisternis, die pas wordt opgeheven als je van je stoel opstaat en enkele wilde armbewegingen maakt. Bijgaand de foto waarop te zien is hoe smaakvol de douches in het de eetzaal zijn geplaatst.
                                     (douches in het midden achterin de eetzaal!)

Met pijn in het hart nemen we afscheid van deze toch wel unieke camping, niet nadat Hanneke nog kennis heeft gemaakt met een stel dat onze reis in een flets daglicht stelt. Twee broodmagere volwassenen maken met drie kleine kindertjes een reis van een jaar door NZ, Thailand en Indonesie
Twee kinderen rijden achterop mee op een soort tandem, de derde wordt op de rug meegedragen. Maar omdat een van de kindertjes onlangs haar armpje gebroken heeft en van de dokter 4 weken rust moet hebben, heeft het stel besloten dan maar eventjes een camper te huren. Maar als ze naar Nieuw Caledonië gaan, gaan de tandems weer mee en gaan ze weer fietsen. En dan moet je weten hoe stijl de wegen die we tegen komen soms zijn! Er bevinden zich trouwens opvallend veel fietsers op de weg; de meesten uitgerust met een vlaggetje om het verkeer te waarschuwen; erg breed zijn de Nieuw Zeelandse wegen niet.
Greymouth ligt vandaag in de zon en de "grijze" riviermond die in dit plaatsje in de Tasman Zee stroomt is voor de verandering blauw. In het plaatsje peinzen we even of we van hieruit de trein naar Christchurch, dwars over het Zuidereiland en dus over de zuidelijke Alpen heen pakken, maar als we horen dat dat twee dagen gaat kosten en een kaartje 200 dollar per persoon kost zien we er van af. Dan maar een bezoek aan de Speight brouwerij, maar dat blijkt bij binnenkomst slechts een café te zijn. Het diepdonkere choco-achtige bier smaakt er niet minder om om 11.00 's ochtends! Maar daar is het dan ook zondag voor.
We rijden daarna in één ruk door naar de omgeving van Frans Josef Glacier. Helaas is de bewolking inmiddels zo laag, dat we op één glimp na van de Alpen helemaal niets zien. We tanken bij Whataroa, bij nader inzien de enige pomp op een route van meer dan 100 kilometer. Het lijkt het eind van de wereld. De huizen staan er verveloos en sommige zelfs zeer verwaarloosd bij...(klik op de foto voor betere weergave). Het is niet overal weelde in NZ; zeker niet in deze streek waar vroeger goud zoeken de voornaamste bezigheid was.


We maken een wandeling in de lagune bij Okarito, wij rekenden op een vlakke wandeling in het getijdengebied maar  bij nader inzien blijkt het een zeer pittige klim door een prachtig stuk regenwoud me als beloning een prachtig uitzicht op de lagune.

Op de terugweg loopt een tanige kerel een eindje met ons op, het blijkt een local van zeventig jaar die deze pittige klim elke dag doet. Hij blijkt een gepensioneerde effectenhandelaar die ons op de hoogte brengt van de laatste stand van zaken van de financiële markten in Europa. Onzekerheden vanwege de komst van de Italiaanse verkiezingen, zo zegt hij. Opvallend hoe goed Kiwi's op de hoogte zijn van het nieuws in Europa. Het mag dan ver weg zijn, het is toch een beetje hun achterland. Hijzelf is van Schotse origine, maar is nog nooit in Schotland geweest. Hij doet effecten nog een beetje als hobby, "is goed voor je brains" zegt hij. "Maar slecht voor je portemonnee. althans bij mij" voeg ik er uit eigen ervaring aan toe.
We kamperen op een luxe maar weinig interessante camping aan de voet van de Frans Josef gletjser waar we morgen naar toe gaan, als het weer tenminste mee zit.


zaterdag 23 februari 2013

Douchen in de ontbijtzaal; waarom niet?


Soms sta je stil en soms moet je gaan. Vandaag was het gáán geblazen. We zijn vanaf Manahau het zuidelijk eiland overgestoken naar Westport, het Delfzijl/Den Helder/Vlissingen van Nieuw Zeeland en zijn van daaruit langs de westkust afgezakt tot bijna in Greymouth. Het eerste gedeelte voerde door een droog heuvelland met andermaal de felle zon erboven. Overal bruine weilanden met op één oppervlak vaak opvallend veel koeien bij elkaar. Ze zien er allemaal een stuk hoekiger uit dan bij ons; zeker niet ondervoed maar toch anders, taniger. Voordat we het gebied indoken heeft Hanneke, koopvrouw als zij is, voor slechts anderhalve euro twee kilo breaburns op de kop getikt, vers geplukt in de boomgaard tegenover een benzinepomp. Aan zo’n vers geplukte harde sappige, rode breaburn kan er in Nederland geen een tippen. We rijden een groot deel door het dal dat door de rivier de Buller gevormd wordt. Halverwege komen we in een gorge-achtige omgeving een enorme hangbrug tegen, waar we voor een klein bedragje overheen mogen, te voet wel te verstaan, de brug mag dan wel honderd meter lang zijn, hij is niet breder dan twee voet. 

We bevinden ons in een voormalig golddiggers gebied. Langs een uitgesleten pad aan de overkant van de rivier wordt op bordjes de geschiedenis van dit gebied uit de doeken gedaan. Veel goud heeft het nooit opgeleverd, een beetje  rond de eeuwwisseling en dan nog een kleine opleving in de jaren zeventig. Daarna was het goud klaarblijkelijk op. Op de foto’s wordt duidelijk wat een bar leven dat geweest moet zijn, goudzoeker in Nieuw Zeeland rond de eeuwwisseling. Wat hebben wij het dan toch gemakkelijk, na elk uitstapje stappen we in onze Suzuki Swift en hup, daar gaan we weer, telkens nieuwe onbekende oorden tegemoet. Newport aan de andere kant is te treurig voor woorden, alleen de voormalige bank van NZ, nu het stadhuis, is juist weer een van de mooiste gebouwen die ik in NZ ben tegengekomen; vreemd, zo’n stijlvol gebouw in zo’n  rommelige omgeving.
Na Newport ontvouwt zich een onverwacht prachtig landschap. De westkust oogt veel subtropischer dan het hele noordereiland! Overal zien we kleine palmen en harakere-struiken, planten die door Maori’s werden gebruikt om er manden van te vlechten en daken van te maken. Maar cactussen b.v., die je in zo’n omgeving ook zou verwachten zie nu juist weer helemaal niet. Tussen al die groene planten door zien we regelmatig prachtige baaien met een rotsachtige begrenzing opduiken. Tegen de bergachtige wanden aan de andere kant van de weg hangt voortdurend een zilte damp. De temperatuur is aangenaam, de zon gaat schuil achter de bewolking. Bij onze eerste strandwandeling maken we meteen kennis met de beruchte zandvliegen die ons snel hebben gevonden. Gelukkig hebben we veel anti vliegenspul bij ons en we wrijven ons nog eens stevig in.
Dan komen de pancakerocks in beeld. Een natuurfenomeen waarbij miljoenjaren oude fossielenlagen aan het oppervlak zijn gekomen en vervolgens zijn gaan eroderen: gevolg: de rotsen zien er inderdaad uit als gestapelde pannekoeken. De weg ernaar toe is prachtig aangelegd en biedt de mooist uitzichten panklaar aan. Gelukkig zijn de meeste toeristen al naar huis en is het er heerlijk rustig. In vakantietijd is het hier een heksenketel. Zoals het hoort eten we bij de pannekoekenrotsen een pannekoek. Origineel zijn we hè. Een eenvoudige camping pal aan zee vinden we vlak boven Greymouth. We zijn net op tijd om de mooiste zonsondergang van het jaar mee te maken.


De camping zelf kent enkele opvallende noviteiten; de beheerder kampeert met zijn vrouw in een caravan die in de nachtelijke uren vrolijk oplicht met aan en uitknipperende lichtsnoeren; het is hier eeuwig kerstmis/kermisl, naar eigen smaak in te vullen. De koelkast die aan de buitenkant een ronduit schurftig uiterlijk heeft kan nog slechts met een deurhaakje dicht gemaakt worden. Maar het meest opvallend van het bonte allegaartje is de uit de jaren vijftig overgebleven eetkamer waar de douches later pontificaal zijn ingebouwd. Wees niet verbaasd als je tijdens je geroosterde botermham met jam je blote buurman zijn rug ziet afdrogen. Er ligt een beduimeld gastenboek waarin we gevraagd worden een commentaar te plaatsen. Ik kom niet verder dan: “nice sunset”. Geen woord van gelogen.

vrijdag 22 februari 2013

Waarom de zee soms blauw en soms grijs is

We besluiten een dagje in Pohara, even buiten Motupipi, te blijven. Dat biedt de gelegenheid om alsnog en stukje van de Abel Tasmantrack te lopen, niet zoals bijna iedereen helemaal aan de zuidkant in Manahau, maar helemaal aan de noordkant, vlak bij het de uitstekende rotspunt die "Point of Separation" heet. Dat dat die naam niet zomaar toevallig zo luidt blijkt tijdens de wandeling. Precies  op die plek is er een scheiding tussen het weer aan de westkust van het Abel Tasmanpark waar het helemaal onbewolkt is en de Golden Bay waar het helemaal bewolkt is. Precies op die scheidslijn kijken we van een hoge heuveltop de zee in en zien de verklaring voor het blauwe water; daar waar de lucht onbewolkt is is het water staalblauw, daar waar de bewolking hangt is de zee grijsgroen, messcherp gescheiden door de lucht erboven. Maar waarom is de Noordzee met een blauwe lucht erboven dan toch nog steeds grijs; we weten het nog steeds niet.
Van Abel Tasman staat er onderweg zowaar een standbeeldje. Behalve in dit gebied eert Nieuw Zeeland nergens Tasman die het land in 1642 als eerste west Europeaan in het zicht kreeg (nou ja, een hele zee naar je genoemd krijgen is ook niet niks natuurlijk) maar verder is het overal captain Cook voor en na. Dat heeft te maken met de ervaring die Tasman en zijn bemanning in deze Golden Bay had met de "wilden" die zij in het vizier kregen. In plaats van een hartelijke begroeting werden er drie bemanningsleden door de Maori gedood en naar verluid daarna opgegeten. Tasman schrok er zo van dat hij onmiddellijk rechtsomkeer maakte en de baai "Murderers Bay" doopte. Teruggekomen in Nederland werd hij gedegradeerd omdat hij geen enkele poging had genomen om "Statenland", zoals hij het onbekende gebied had gedoopt, te veroveren. Captain Cook pakte het wat bedachtzamer aan, nam iemand mee uit Tahiti die zich enigszins verstaanbaar kon maken en legde meer belangstelling voor de inboorlingen aan de dag. Hij wordt als de echte 'founding father'  gezien hier.
De wandeling voert aanvankelijk door een dicht stukje regenwoud waarbij het smalle pad soms doorkruist wordt door echter lianen. Ik zie me nog niet als een Tarzan door het oerwoud slingeren, want ik moet goed opletten waar ik mijn voeten neerzet; het wemelt van de boomstronken. Om ons heen het luide getsjirp van de krekels (ook de drummers laten zich weer horen) en lieflijke zangvogels. Dit is echt andere koek dan een boswandeling op de Veluwe. Vanaf een rotspunt hebben we een schitterend uitzicht op de Wanui baai onder ons.
Als we in wat open gedeelte komen vind Hanneke het welletjes ("we moeten ook nog terug") en loop ik in mijn eentje nog even door, totdat ik het punt bereikt waarbij ik ook aan de andere kant kan kijken waar de zee helderblauw is.


Met vermoeide voeten ( ik voel de wandeling van enkele dagen geleden op de vulkaan nog steeds) klimmen we weer de auto in en rijden over een stoffige gravelweg (het heeft ook hier weken niet meer geregend) terug. De asfaltweg verderop is her en der met rood lint afgezet; hele stukken uit de zachte steenbodem zijn weggezakt, zodat de tweebaansweg af en toe een eenbaansweg wordt.
In een kroeg vlakbij de camping heb ik mijn volgende echte NZ ervaring; ik kijk met een aantal Kiwi's naar een rugby wedstrijd. Hoewel de Highlanders favoriet zijn en aanvankelijk voor staan, verliezen ze uiteindelijk dik van de Chiefs. Het Kiwi bier smaakt er niet minder om.