Totaal aantal pageviews

zondag 23 december 2012


De Machinist

10-3-2011

gezien: marketing voor jongeren in de Machinist

Een uitermate leerzame dag in de Machinist (wat is dat eigenlijk toch een mooi complex daar aan de Coolhaven, ik was daar deze week al voor de tweede keer. Dinsdagavond nog in een uitverkochte voorstelling van Oblomov van Gontsjarov. Nu was het er ook weer zeer levendig).
Tussen publiek van merendeels jonge vrouwen werd de manier besproken waarop met sociale media jongeren kunnen worden “gevangen” voor het aanbod van Rotterdamse instellingen. Wat duidelijk werd is dat er dan vooral ook wat aan het aanbod zelf gedaan moet worden. Ro b.v. plande een voorstelling van Hondsdagen tussen een party voor en na met bekende dj’s. Daarnaast werd op een ingenieuze wijze via facebook allerlei personen aan elkaar gekoppeld, zodat een steeds groter netwerk ontstond. Dat spoort met de bevindingen van “merkenprofessor” Henk Beerda die wetenschappelijk aantoonde dat de beste vraag om te achterhalen welk merk sterk is luidt: “aan hoeveel personen zou jij deze voorstelling of presentatie aan anderen aanbevelen?” En aan hoeveel mensen? Met die simpele vragen kan hij precies uitrekenen (ja, ook die Beerda is een mannetje van de meetbare respons!) welke promotiefactor een instelling of voorstelling heeft. Moeten we maar onmiddellijk in Rotterdam gaan uitproberen vind ik. Als Hugo een budget ter beschikking stelt treedt ik wel in contact met Beerda. (Marc: dit is het meten van cultureel ondernemerschap in optima forma!)
Maar er werd veel meer verteld. Utrecht over een niet zo geslaagde manier om met de merknaam en site “Suus” studenten naar allerlei culturele activiteiten te lokken. Les; maak een site niet zo ingewikkeld (b.v. met flash) zodat je er later nauwelijks nog iets aan kan veranderen als onderdelen niet blijken te werken. Danceworks is duidelijk bezig met een imagocampagne nu Gingras de artistieke lakens uitdeelt en op een heel andere groep mikt (geheimpje: op 2 april voltrekt zich op het schouwburgplein een heuse massale flashmob met op het net doorgegegeven dansmoves). Er is een club bij Rotterdam Festivals met een behoorlijk budget die dit soort vormen van marketing voor nieuw publiek aanmoedigt. Op de site van RF is daarover een database beschikbaar. De SKVR probeert voor haar producties van Young Stage via ambassadeurs op schoolplein jongeren rechtstreeks ertoe te bewegen de schoolleiding tot een keus voor Young Stage te verleiden. Conclusie: een te omslachtige en dus eigenlijk mislukte aanpak. Young Dock festival in de schouwburg werft op het net met zogenaamde buddies: rolmodellen voor verschillende te onderscheiden doelgroepen. Bleek ook te ingewikkeld. (inside information: Young Dock verschuift volgend jaar naar maart omdat januari voor een festival een rotmaand is gebleken). Ontnuchterende conclusie van het COS: weliswaar is het zo dat sociale media als benaderingsmethode sterk in opmars is maar het mijlenver aflegt tegenover mond op mond reclame, ouders en familie en de televisie. Zo heel erg experimenteel zijn jongeren nu ook weer niet. Marketeer Michele Wilderom van het Ro is volgens mij het verst met uitgewerkte ideeën en cijfers over effectiviteit. Ik heb haar gegevens meegekregen. Daarover binnenkort meer.

Tjeu 

De Pont en  Textielmuseum (Tilburg)

do 10-12-2009 22:29


gezien: textielmuseum en bill viola in de pont


Bill Viola heeft inmiddels een sterstatus met zijn videokunst op lcd-schermen. Meestal haarscherpe taferelen, zorgvuldig geënsceneerd die heel vertraagd veranderen. Echter tableaux vivantes. De Pont in Tilburg toont ze prachtig in de voor het museum zo kenmerkende cellen  waarin vroeger de wol werd bewaard. De beelden spreken zo voor zich dat verdere tekst en uitleg overbodig is. Hugo heeft ze in zijn recensie van 5 november al mooi beschreven. In het museum verder een schitterende zwart-wit geschilderde portrettenreeks van bekende Europeanen  van de hand van Gerhard Richter, vergezeld van wat ander werk van hem. De portretten zijn keurig gerangschikt naar de manier naar de kijkrichting van de geportretteerde. Het rangschikken van werken is toch een specialiteit van De Pont, nergens doet men dat zo  trefzeker als daar. De ruime hallen van de De Pont zijn er ook uitermate voor geschikt, alsof ze voor het expositiedoel gebouwd zijn. Hoe schril de werkelijkheid er vroeger uit zag tonen foto’s in het al even fraaie café-gedeelte. De getoonde films in de expositie van films noires ‘ waren al op verschillende plaatsen in Rotterdam te zien (Witte de With en de galerie van Wilfried Lentz) maar mooi om nog eens terug te zien, vooral de op breedbeeld getoonde film van Jesper Just waarin een vrouw, die op een intrigerende manier “NIghts in White Satin” fluit; eerst botvangt bij een jonge man, dan bij een jonge vrouw en vervolgens veelbetekenend in de nacht een hoge toren beklimt.

Dan door naar het Textielmuseum. Veel over gehoord maar nog niet eerder geweest. Een prachtig complex van een van de oudste Tilburgse wolfabrieken, veel ouder dan de hal van De Pont. Heel bijzonder is dat tussen de oude en ultra moderne spinmachines mensen rondlopen die er zelf nog aan gewerkt hebben. De ultramoderne machines vind je verder alleen nog maar in zuid oost Azie en India terug, niet meer in Tilburg of Enschedé. Daar is de arbeid te duur geworden. Zo’n enthousiast authentiek verhaal over de geschiedenis van Tilburg doet meer dan een geschreven verhaal. Maar ook het verleden is in film perfect weergegeven.. Op een speciale verdieping over de geschiedenis van de wolindustrie in Tilburg wordt aan de hand van fraaie filmcollages op een doek van zeker twintig meter lang in rap tempo een helder beeld geschetst van de snelle opkomst en ondergang van een industrie. Eigenlijk heeft het alles bij elkaar maar zo’n 70 jaar geduurd. Wist ik niet. Dit museum is een absolute aanrader, zelfs voor diegenen (net als ik) die niets speciaals met textiel hebben.

Tjeu

De Pont (Tilburg)

ma 19-7-2010 11:06

gezien: Penone in De Pont

De Pont toont andermaal zijn kracht met de presentatie van het werk van Giuseppe Penone, die we in Rotterdam kennen vanwege zijn “boom op stokken” langs de Westersingel, een werk  waar ik nooit bij stil heb gestaan, totdat ik het werk van Penone in De Pont had gezien; Hugo bezocht en beschreef deze tentoonstelling ook al een keer.
De kracht van De Pont is dat het museum zowel klein, intiem werk als grote stukken kan vertonen door de combinatie van de kleine “wolhokken” aan de rand van de enorme centrale zaal. Bij Penone is dat erg functioneel want deze veelzijdige kunstenaar zoekt het zowel in enorme doeken en sculpturen als in kleine tekeningetjes.  In dat kleine en het grote werk blijkt de verbindende factor de verbluffende overeenkomst in organische structuur tussen mens en plant. Waar precies het verschil tussen het ene en het andere organisme zit  wordt vager naarmate men meer op het object/subject inzoemt. Dan blijkt er in structuur nauwelijks nog een verschil tussen de nerven van een blad en de gerimpelde lippenhuid van een mond (zoals ook de affichemaker van de Parade onlangs vaststelde: een blad en een mond: eigenlijk varianten van hetzelfde gegeven). Onder de gladde oppervlakte van de huid schuilt een chaos van vormen; dat geldt zowel voor gladde oogleden waarachter een heel eigen wereld schuil gaat (prachtig in beeld gebracht door de bloedvatenstructuur van oogleden enorm op te blazen tot gigantische “bladeren”, als voor de abstracte glad gepolijst bronzen of strakke metalen vormen waarachter een vleselijke, zachte structuur verborgen lijkt te gaan als voor de vierkante balk die van binnen een tak blijkt te zijn. Hard is zacht en glad is ruw. Tegenstellingen heffen elkaar op.
Zeer bijzonder zijn de enorme grafieten schilderijen, ook weer voorzien van een huidachtige structuur. In eerste waarneming zijn ze pikzwart, maar vanwege de zacht licht weerkaatsende werking van grafiet lijken ze dichterbij bijna van paarlemoer en honderden kleuren uit te zenden. Zwart is licht!  En dan heb ik nog niet gehad over de uit acaciadoornen opgebouwde doeken die veraf de structuur van rimpels in het voorhoofd of het de levenslijnen in de hand weergeven. Acaciadoornen: droeg Christus geen doornenkroon van acaciatakken gemaakt? Wat het niet Christus die zei: beseft dat gij uit celstof zijt opgebouwd en tot celstof zult wederkeren. Eigenlijk is die Penone heel spiritueel. Als katholieke jongen weer terug in Brabant voelde dat goed.


Tjeu 

De Unie

do 6-9-2012 11:06

scenario's voor de cultuur in De Unie


Vooraf had ik geen enkele enkele fiducie in een discussie aan de hand van scenario’s, aangedragen door het Rotterdamse directeurenoverleg. Die staan ver van de werkelijkheid af, zijn academisch en bieden geen concrete handvatten. Zo werd mij ooit verteld.
Hoe anders dacht ik er over na twee uur stoeien over het “Gabber”scenario, het “Hema” scenario en het “Future is now” scenario. Het was eigenlijk allemaal heel tastbaar, voorstelbaar en beredeneerbaar. Volgens kwam het door een gedegen voorbereiding , waaronder de opdracht aan de drie goed gebekte inleiders om consequent in een van de drie scenario’s te klimmen, tot een boeiende confrotatie van opvattingen, zowel tussen de forumleden als de zaal, waarbij vooral Bert van Meggelen weer eens ouderwets bezig was. Gevoegd bij de werkelijk uitstekend leiding van Ruben Maes werd het een boeiende avond waaruit ik in ieder geval overgehouden heb dat we niet alleen de gabbers aan het woord moeten laten, zeker niet alleen Hema worst willen maar eigenlijk toch kiezen voor een breed palet van zowel humus als topkunst. Laat dat nou net goed overeenkomen met een van de twee scenarios’s die ik precies twaalf jaar geleden voor datzelfde directeurenoverleg schreef: het “mozaïekmodel” in tegenstelling tot het “fusiemodel”(dat inderdaad een kruising was van gabber en Hema). Omdat niemand van de directeuren (die er toen bijna ook allemaal al  bij waren) daar naar verwees doe ik het nu maar hier.  

Tjeu

De Unie

wo 30-11-2011 11:52

gezien: Rotterdam Elixer

Ga er maar aan staan, jongeren zien te interesseren voor zoiets saais als kunst- en cultuurbeleid. Toch was dat de opdracht van de wethouder aan de RRKC omdat de politiek zo’n prijs stelt op burgerparticipatie. Een debattenreeks over dit onderwerp werd gisteravond afgerond met een avond tussen 18.00 uur (!) en 22.00 uur in het Ro-theater. Met heel veel voorbereiding slaagde de afdeling Debat er in een grote groep jongeren over dit onderwerp in gesprek te krijgen. Was het voor de pauze voor de toch in dit metier beknijsde Ernest van de Kwast een hele toer om jongeren hierover aan de praat te krijgen, na de pauze lukt dat ineens wel toen het onderwerp ‘diversiteit’ aan de orde kwam in de stelling: ‘representatie van verschillende multiculturele groepen van jongeren in de kunst en cultuur is niet gelukt’. Ineens was daar die Afghaanse jongen die duidelijk maakt hoe ingewikkeld is het is om vanuit de Islamitische cultuur überhaupt geïnteresseerd te raken in de seculiere cultuur van het westen en de zwarte jongen die Einstein begon te citeren: “Creativiteit is een belangrijke eigenschap dan intellect”. Daarna werd het debat zeer levendig en bleek eigenlijk elke aanwezige wel een heel duidelijke mening te hebben over het al dan niet volkse karakter van Rotterdam en het al dan niet zichtbaar zijn van jongeren in de stad. Waarbij een vertegenwoordiger van het architectenbureau ZUS glashelder uitlegde welke functie de door hen bedachte brug over het Hofplein heen naar het Zadkinecollege  kan hebben in het zichtbaar maken van jongeren in de stad. Ik besloot onmiddellijk een plank voor die brug aan te schaffen. Kortom een geslaagde afronding (of wellicht zelfs doorstart naar ik van Liesbeth begreep) van een bepaald niet makkelijk project.

Tjeu    

De Unie

wo 16-12-2009 12:02

gezien: venus en mars met Abraham de Swaan

Wat een leuke formule is dat Venus en Mars toch. Met tot nu toe een gelukkige greep van interviewers (overigens herinner ik me alleen maar vrouwen die mannen ondervragen, andersom heb ik ze blijkbaar gemist). Nu was het voor de tweede keer Mieke van der Linden die dit keer de erudiete en geestige Abraham de Swaan ondervroeg. Die was zeer eerlijk (ik ben een vieze oude man die af en toe op pornosites vertoef) en zeer straight (ik blijf vallen op vrouwen die ongeveer 8 jaar jonger zijn dan ikzelf, niet jonger). Aan de hand van zeer goed gekozen filmfragmenten (Hillary die woendend reageert op een vraag wat mister Clinton van buitenlandse kwesties vindt, Patricia Paay in de clinch met Theo Maassen over haar blootfoto’s in de Playboy, domme blondjes in “Lekker Slim”) ontspon zich een vlot en boeiend gesprek waarin de Swaan en passent ook nog zijn theorieën over “langs elkaar heen schuivende aardschollen van de geslachten” uiteenzette. Overal waar vrouwen in beweging komen ontstaat fundamentalisme. Zo helder en indringend had ik het nog niet geformuleerd gezien. Maar hoe het dan komt dat in de westerse samenleving de door de introductie van de pil volkomen overhoop gegooide verhoudingen tussen de genders niet tot totale anarchie hebben geleid heb ik hem niet horen uitleggen. Enfin, ik zat de hele avond op het puntje van mijn stoel (wat een hele prestatie is op die voor langbeners onmogelijke tribune) en vindt dat met deze formule onverdroten doorgegaan moet worden, net zo lang tot de zaal vanwege het “hoort zegt het voort” helemaal uitpuilt.

Tjeu

De Unie

wo 24-3-2010 11:49

gezien: populair populisme

Een boeiend debat gisteravond in de opnieuw overlangs ingerichte Unie-zaal. Met zo’n 50 deelnemers zag het er op die manier gezellig druk uit. Hoogleraar Henri Beunders zag veel populisme in het verleden (te beginnen met de volkstribunen) en schakelde zelfs de provo-beweging eronder. Onderzoeker Oudenampsen straftte dit onmiddellijk af door erop te wijzen dat de provo-beweging door zich tegen het “klootjesvolk” te verzetten juist afstand nam van het “het volk” en dus juist helemaal geen populisme was. Even zat Beunders met zijn mond vol tanden. Een opvallend goed gebekte Nathan Bouscher van “M&N Gezellig Joods”(helaas geen enkele vraag van discussieleider Willem Post over deze vreemde benaming) besprak de heilzame invloed die de PVV op de PvdA had gehad (was ontwaakt uit haar politiekcorrecte sluimer en had veiligheid inmiddels tot een van de belangrijkse uitgangspunten benoemd). Tina Rahimy (filosoof en onderzoeker) wilde eigenlijk helemaal niet meer aangesproken worden op haar ethnische komaf maar besteedde het overgrote deel van haar inbreng wel aan de manier waarop zij zich door de omgeving op haar “zwarte haar” beoordeeld voelde. Ebru Umar (auteur en columniste) maakt vooral ruimte vrij om haar ongenoegen over politici in het algemeen te spuien. Zou het misschien zo kunnen zijn dat de door columinsten zo ruim uitgesproken weerzin tegen het politieke bedrijf in het algemeen een van de belangrijkste voedingsbodems voor het populisme is? Ik stak enkele keren mijn vingertje omhoog om deze vraag te stellen maar Post negeerde deze babyboomer volkomen. Wat mij op mijn laatste vraag brengt: wat deed die Willem Post (journalist, Amerika-deskundige) daar eigenlijk? Zijn eigen inbreng in het debat was 0.

Tjeu

De Unie

vr 26-3-2010 12:18

gezien: debat over 'activistische' kunst

Om met Olie B. Bommel te spreken: een ‘buitengemeen boeiend’ debat gisteravond in Arminius nav de tentoonstelling “The People United Will Never Be Defeated” in Tent. Boeiend omdat drie heel verschillende representanten van de maatschappelijk bewogen kunst waren uitgenodigd, Kamiel Verschuren van de stichting Nieuwe Ateliers Charlois, Gideon Boie van het collectier BAVO en Jonas Staal. Alle drie staan ze model voor de kunstenaar die nadrukkelijk positie wil innemen ten opzichte van maatschappelijke ontwikkelingen om hem heen; daarmee afstand nemend van de autonome kunst van de jaren ’80 en ’90. Alle drie zijn ze er ook van doordrongen dat juist in Rotterdam een voedingsbodem heeft waarin die ‘geengageerde’ kunst wortel kan schieten. Kamiel Verschuren had daarvoor een mooie verklaring die door de anderen niet bestreden werd. Rotterdam is na de oorlog een ‘gemaakte stad’ waarvan grote delen moeizaam zijn ingevuld. Zo’n gemaakte stad zoekt naar een identiteit en kunst kan daarbij een belangrijke rol spelen. Maar daarna hield de overeenstemming ook onmiddellijk weer op. Verschuren is de “operateur”. Hij constateert problemen in zijn buurt en gooit kunst in de strijd om die problemen het hoofd te bieden. Dat heeft te maken met (gebrek aan) cohesie, (gebrek aan) werkgelegenheid, (gebrek aan) onderwijs, (onvoldoende kwaliteit van) speelplekken, (te hoge) huurprijzen, etc. Dat kunstenaars door samenwerking met woningcorporaties ook zelf aan goede woon- en atelierruimte en opdrachten is een voordeel. Het mes snijdt voor kunstenaars aan twee kanten.
Gideon Boie van BAVO is een ingewikkeld geval. Met het collectief BAVO (overigens maar twee kunstenaars) drijft hij het Bureau voor Kunstparticipatie. Hij streeft – helemaal in overeenstemming met de politieke doelstelling van de gemeente om kunst in te zetten bij het vergroten van burgerparticipatie – naar een kunstmarinier in de wijken en wil een Kunstuitzendbureau gaan runnen. Op de expositie – met de ‘geleende ‘ huisstijl van de gemeente Rotterdam, zet hij zijn ideeën uiteen. Moeten we dit nou echt serieus nemen of hebben we hier te maken met een ‘wolf in schaapskleren’, een ‘persiflage’, een tot in het absurde doorgevoerde ironie. Zelfs in een lang gesprek met Boie prikte ik er niet doorheen. Laten we hem daarom de ‘poseur’ noemen; activistische kunst is bij hem als een perfect zitten kostuum geworden.
Dan is er nog Jonas Staal die op dreigende toon liet weten slechts te willen praten over twee kunstwerken: de omgevallen ambulance in Venlo en het toneelstuk door Wunderbaum van de hand van de Koreaanse ‘campusshooter’ Kho. Dus bijvoorbeeld nadrukkelijk niet over zijn monument voor de gevluchte witte arbeider. Zou Jonas andermaal weglopen? Het scheelde niet veel maar hij bleef zitten. Jonas gedraagt zich arrogant en nukkig en smaalt om zijn collega’s die zich dienstbaar willen opstellen ten opzichte van de politiek. “Systeembevestiging”, zo stelde hij hautain vast. Jonas gebruikt zijn kunst om het publiek te dwingen zelf na te denken en zelf stelling te nemen. Laten we hem de ‘provocateur’ noemen.
Met dit debat werd aangetoond dat activistische kunst in Rotterdam beslist niet leidt tot een eenheidsworst maar juist tot een heel levendig debat waarvan het eind nog lang niet in zicht is. De enige Amsterdammer in het gezelschap, babyboomer Joep Bertrams viel duidelijk uit de toon. Zijn beroep op een eigen, autonome kunsttaal deed opeens denken aan lang vervlogen tijden. Het brandpunt van het huidige kunstdiscours ligt duidelijk in Rotterdam.

Tjeu

De Unie

wo 19-1-2011 12:08

gezien: cultureel activisme in De Unie

Een helemaal gevulde Unie herbeleefde de geest van de jaren zestig. Althans die meende discussieleider Chris Keulemans te bespeuren. Ik ben echt een oude man geworden als ik merk dat van de leden van het panel bijna niemand die jaren bewust heeft meegemaakt. "Jij was toch nog niet geboren toen?" zei Chris richting de stokoude Anne Tilroe die hem daarop een kushand toewierp. Dat schoot niet op zo, want zij was de enige die daar uit eigen ervaring over had kunnen spreken. Deed ze nu niet.
Dat een boek van het kunstenaarscollectief BAVO als vertrekpunt was genomen stond garant voor veel vragen van postmarxist Chris Keulemans als: " hoe komt het dat BAVO ondanks zijn kritiek op het systeem niet met een pasklaar alternatief komt?" " Hoe moeten we omgaan met diegenen die heel cynisch marginale verbeteringen in het systeem toestaan zonder de werkelijke macht aan te willen tasten". " Komt het streven naar systeemverandering bij kunstenaars voort uit een streven naar macht" enzovoorts. Het werd zo een loodzwaar, van elke humor ontdaan, eindeloos voortslepend debat. Gelukkig had de enige sociaal-realist in het gezelschap, Stef Oosterloo onthouden dat Kamiel Verschuren voorafgaand aan het debat had gezegd dat lezing van de helft van het boek van BAVO voldoende was, "en dan deed het er niet toe welke helft".
BAVO lijkt me een gezelschap van vooral Vlaamse kunstenaars die maar niet de taal van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw maar niet zijn afgeleerd. Al zijn ze al wel zo ver opgeschoten dat ze ook wel weten dat het marxisme ook geen oplossing is voor ons systeem. Dan maar het radicaal pragmatisme. " Zoiets als een loodgieter". Maar dan klaarblijkerlijk wel een loodgieter die en passant meent bij een lekkende kraan de hele waterleiding te moeten omleggen. Jammer dat Kamiel Verschuren als voorbeeld van een echt in de samenleving ploeterende kunstenaar er maar niet in slaagde zijn aanpak helder over het voetlicht te krijgen. Waarschijnlijk moet hij gewoon ' doen' . En Stef bracht alles terug tot de even heldere als simpele constatering dat elke analyse neerkomt op een politieke keuze. En daarmee moet je nu eenmaal polderen om vooruit te komen. Van Tilroe van wie ik veel verwacht had hoorde je in deze discussie niets. De schuld van Keulemans die in haar opvatting totaal niet ge"interesseerd leek.

Tjeu

De Unie

14-4-2011

gezien:  Pools-Japanse sciencefiction-film in de Unie
Nou, daar zat ik dan, als énige van buiten af komende toeschouwer. Afgekomen op de term “Militainment”. Onbegrijpelijk, dat net na de gebeurtenissen in Alphen aan de Rijn niemand komt naar een lezing en een film over “militainment”, het fenomeen van het oorlogvoeren en schieten in games. Behalve ik dan. Ik keek naar een toch wel intrigerende film van Japans-Poolse makelijk waarin een heel prachtige mevrouw met overigens de uitstraling van een ijskast niet meer uit haar verschillende spellevels weet te komen. Ze is zogezegd helemaal verslaafd aan ingewikkelde oorlogsgames. Als ze er achter komt dat er een niveau is waar nog niemand is geweest en waar je bijna ook niet meer uitkomst is ze niet te houden. Op een voor een eenvoudige sterveling niet te volgen manier komt ze er toch in. Als het eenmaal zo ver is verdwijnt de wat wazige zwart wit fotografie en de bijbehorende avatars. Ineens lopen er in kleur gewone mensen in beeld, we zijn in het level “reallife”. En daar komt je nooit van z’n leven meer uit ontdekt ook onze fraaie heldin. Een eenvoudige levensles met veel omhaal gebracht. En met prachtige muziek van een mij onbekend Poolse componist. Als enige gast werd ik wel enorm verwend: drie gratis pilsjes. Proost.

Tjeu

De Unie

13-5-2011

gezien: debat over peer-review in De Unie

Natuurlijk ging het helemaal niet over peer review. Dat is een saai onderwerp waarover Jan en alleman het gauw eens is. Wég met de kunstmaffia. Maar ja, de kunstmaffia zat gisteravond in de Unie rond de tafel, dus daarvan hoefde je een negatief oordeel niet te verwachten. Zelfs Jonas Staal, die – zo bleek ook deze avond weer – op alles een afwijzende reactie heeft, stelde de peer review niet ter discussie. Hij kijkt wel uit: kunstenaars als hij zouden het eerst buiten liggen. Maar dat zou hem niet raken. Jonas gaat voor de intrinsieke waarde van kunst, vindt dat het debat alleen daarover moet gaan: tot ‘ontmaskering’ van de “mannen met de bijl” komt het dan vanzelf wel. Het volk zal uiteindelijk de open opengaan en het anti-democratische bewind ten val brengen. Ach ja, zo is er toch nog iemand die met kleine variaties het communistische jargon van de jaren zeventig overeind houdt.
Waarmee Jonas zich in de discussie volkomen buiten de orde plaatste. Want daar zaten Thije Adams(hoge ambtenaar OCW), Bert Holvast van de “Tafel van Zes” (De Bende van Vier aldus Bas Heijne) en popprofessor alias RvC lid René Boomkens op een heel ander spoor: hoe kunnen we het institutionele gebouw van de cultuur nog enigszins veilig door de naderende storm loodsen. Voor alle drie stond vast dat het draagvlak voor subsidiëring van allerlei vormen van kunst tot een historische dieptepunt was gedaald en dat het dus weinig zin meer heeft op de manier van Staal door te gaan. En René Boomkens voelde zich allerminst een burgemeester in oorlogstijd al had hij niet veel weerwoord op de scherpe verwijten van voormalig wethouder en voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad Jan Riezenkamp  dat de RvC een streep had moeten trekken: ‘tot dit bedrag zijn zij bereid te gaan en verder zoek je het zelf maar uit’. Daarbij vergetend dat als hij als oud voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad een zelfde houding zou hebben aangenomen dat tot een snel eind van dat adviesorgaan zou hebben geleid.
Mijn suggestie om toch een serieus de door de VVD geopperde mogelijkheid van een cultuurloterij te overwegen bezorgde Jonas Staal bijna een hartstilstand. Hoe ver kon een mens zinken.

Enfin, een al met al zeer boeiende avond onder leiding van de als gespreksleider werkelijk onovertroffen Bas Heijne.

Tjeu

De Unie

23-11-2011

gezien: debat in de Unie over "De Verdeelde Stad"


Een geanimeerd debat voor een goed gevulde Uniezaal onder vakkundige leiding van “Artikel Een” Rineke Kraaij. Oud wethouder Herman Meijer bekritiseerde in zijn inleiding de sombere toonzetting in het rapport Deetman/Mans over Rotterdam Zuid en gaf daarmee een duidelijke voorzet voor de avond. Eigenlijk wisten alle aanwezigen wel goede voorbeelden van betrokkenheid en intensieve participatie van bewoners op Zuid. De op de achtergrond afgedraaide bekende foto-serie van Joop Reijngoud  “Zuiderlingen” onderstreepte het beeld van betrokken, goed georganiseerde bewoners. Waarom moest er dan zo nodig een nieuw plan komen in de plaats van het al weer enkele jaren niet onverdienstelijk draaiende “Pact op Zuid”?  Het duurde heel lang voordat deze prangende vraag eindelijk aan de orde kwam. Charloisbestuurder Theo Coskun wist het wel: als gevolg van politieke perikelen moest het Pact op Zuid ten Grave gedragen worden en vervangen worden door een nieuw plan, niet omdat er niets gebeurde. Maar dat nieuwe rijksplan levert vooralsnog geen cent meer op en de wooncorporaties geven ook geen extra middelen weg. Marja de Bruijn, bestuurder van Woonstad Rotterdam, wist misschien wel de échte reden. Doordat voor de nieuwe aanpak rijkssteun is verkregen wordt voorkomen dat op termijn nieuwe vinexlocaties in het landelijk gebied rondom Rotterdam worden ontwikkeld. Op termijn zal het accent daardoor niet komen te liggen op uitbreiding maar op inbreiding; toekomstig geld voor stadsontwikkeling komt straks ten goede aan de stadsdelen op Zuid in plaats van aan weer een makkelijk te ontwikkelen groene polder. Het was overigens helemaal niet de bedoeling geweest dat Rotterdam Zuid hierdoor weer eens te kijk werd gezet als “afvoerputje” van Nederland. Dat was de schuld van die dekselse pers die alleen de passage van “on-nederlandse problemen in Rotterdam Zuid” wisten te koppen. Kijk, zo leer je weer iets bij. Gewoon verkeerd PR van Deetman en Mans!
Aan het eind sprak ik nog met Herman van Wamelen die zich sinds kort directeur mag noemen van de Stichting Zuidzij, die culturele initiatieven gaat ontwikkelen op Zuid. Voorzitter is iemand afkomstig uit de Dura bouworganisatie, terwijl ook Fleur Groenewegen in het bestuur zit. In de zomermaanden was hij wel van de ene op de andere dag van zijn functie ontheven als programmamanager Cultuur op Zuid. “Zonder enig voorbericht kreeg ik van de Dienst JOS de mededeling dat mijn account was gesloten”, aldus Herman. Dat was een van de minder prettige kanten van het rapport Deetman-Mans. Het kan dus vriezen en dooien op Zuid.

Tjeu

De Unie

30-11-2011

gezien: Rotterdam Elixer

Ga er maar aan staan, jongeren zien te interesseren voor zoiets saais als kunst- en cultuurbeleid. Toch was dat de opdracht van de wethouder aan de RRKC omdat de politiek zo’n prijs stelt op burgerparticipatie. Een debattenreeks over dit onderwerp werd gisteravond afgerond met een avond tussen 18.00 uur (!) en 22.00 uur in het Ro-theater. Met heel veel voorbereiding slaagde de afdeling Debat er in een grote groep jongeren over dit onderwerp in gesprek te krijgen. Was het voor de pauze voor de toch in dit metier beknijsde Ernest van de Kwast een hele toer om jongeren hierover aan de praat te krijgen, na de pauze lukt dat ineens wel toen het onderwerp ‘diversiteit’ aan de orde kwam in de stelling: ‘representatie van verschillende multiculturele groepen van jongeren in de kunst en cultuur is niet gelukt’. Ineens was daar die Afghaanse jongen die duidelijk maakt hoe ingewikkeld is het is om vanuit de Islamitische cultuur überhaupt geïnteresseerd te raken in de seculiere cultuur van het westen en de zwarte jongen die Einstein begon te citeren: “Creativiteit is een belangrijke eigenschap dan intellect”. Daarna werd het debat zeer levendig en bleek eigenlijk elke aanwezige wel een heel duidelijke mening te hebben over het al dan niet volkse karakter van Rotterdam en het al dan niet zichtbaar zijn van jongeren in de stad. Waarbij een vertegenwoordiger van het architectenbureau ZUS glashelder uitlegde welke functie de door hen bedachte brug over het Hofplein heen naar het Zadkinecollege voor functie kan hebben in het zichtbaar maken van jongeren in de stad. Ik besloot onmiddellijk een plank voor die brug aan te schaffen. Kortom een geslaagde afronding (of wellicht zelfs doorstart naar ik van Liesbeth begreep) van een bepaald niet makkelijk project.

Tjeu    

De Unie

31-5-2012

debat: ecosofie en het einde van de linkse kerk in De Unie

Aangetrokken door de wat mystieke titel van dit debat en de altijd inspirerende Henk Oosterling met zijn wonderlijke mengelmoes van hoogdravende filosofie en alledaagse Zuid Rotterdamse werkelijkheid kwam ik van een hele kouwe kermis thuis. Zelden hebben ik met zo te pletter zitten ergeren aan een discussie die vanwege de volstrekte onkunde van ene Belgische hoogleraar om haar complexe gedachten in het redelijk Engels te formuleren volledig spaak liep. Een beetje moderator had deze belabberde non discussie snel een andere wending gegeven, maar nee, het publiek moest zwijgend haar koeterwaals twee uur aanhoren. Hoe Henk ook zijn best deed de discussie telkens weer terug te voeren naar praktijkvoorbeelden, per slot van rekening moest men van de linkse uit richting naar de ecosofie bewogen worden, telkens weer wist mevrouw Isabelle Stengers (zou een Belg met zo'n hollandse naam niet gewoon Vlaams kunnen spreken?) de discussie weer volledig de soep in te helpen door omstandig en krakkemikkkig niet uit te leggen wat meso politiek was. Na anderhalf uur was nog niemand iets wijzer en ben ik heel onbeleefd opgestaan en zuchtend weggegaan. Tot de ecosofie ben ik vooralsnog niet bekeerd.

Tjeu

Dialoogacademie

ma 16-11-2009 11:08

gezien: discussie in Dialoogacademie over 'dienend leiderschap'

De dialoogacademie kende ik nog niet. Het blijkt een door progressieve Turken opgezet debatcentrum in een voormalig gebouw van de Hogeschool Rotterdam aan de Rochussenstraat. Aldaar bezocht ik een discussie over dienend leiderschap, een intrigerende paradox. Volgens moderator Henk Oosterling is de paradox de motor van vele hedendaagse discussies (denk aan: liberale jihad, verlichtingsfundamentalisme of in zijn eigen woorden: radicale middelmatigheid). Dienend leiderschap is de eigenschap van echte leiders om bij hun onderdanen potentiële krachten te faciliteren en mobiliseren. Kees Noordzij, voormalig  topman van NS, Schiphol en talloze andere ondernemingen kwam een en ander toelichten. Veel verder dan cliche’s die ik uit vele managermonden heb opgetekend kwam hij echter niet. Proberen uit iedereen het beste te halen etc. En toch werd het een geanimeerde discussie met het betrokken publiek van opvallende diverse pluimage; niet in de laatste plaats door de altijd geestige en gevatte maar bovenal razendslimme Oosterling.

Tjeu


Douane

wo 17-6-2009 13:18

gezien: Dichter Aan de Maas, uitgeverij Douane

Gelezen de dichtbundel: dichter aan de Maas van uitgeverij Douane.
13 Rotterdamse dichters zijn geselecteerd, waaronder stadsdichter Jana Beranova die in deze bundel haar officiële derde stadsgedicht publiceert, zoals zij dat maakte ter gelegenheid van het 40 jarige bestaan van Poetry, een gedicht waarin zij allerlei verwijzingen naar werk van andere, waaronder een aantal Rotterdamse, dichters verwerkt.
Dichters uit de lichting “jong en urban” zoals Daniel Dee en Jeroen Naaktgeboren  sluiten aan bij de meer gevestigde namen als Hester Knibbe, Henk Houthoff en Anne Vegter. Ook een levende legende als Frans Vogel komt tot nieuw leven, zoals hij ook al demonstreerde op de Rotterdamse dichtersavond vorige week, de laatste van de generatie Vaandrager. Anne Vegter wordt steeds raadselachtiger,  Peter Swanborn daarentegen steeds toegankelijker. Jeroen Naaktgeboren komt los van zijn voortdenderende stadsgedichten. Naomi Perquin, nog jong, lever werk dat zo in de rij van de groten kan. Uitstekend werk van uitgeverij Douane om alle grenzen kloven te overbruggen en iedereen uit Rotterdam bijeen te brengen.

Tjeu

Douane

18-11-2011

Ik was nog nooit bij boekhandel Snoek binnengeweest op de Meent. Toch wel een aardige shop al denk je bij binnenkomst aanvankelijk met een soort Bruna van doen te hebben, maar het is meer dan dat. En gisteren werd daar door de zeer actieve Rotterdamse uitgeverij Douane van Arie van der Ent (vorige week presenteerde hij nog een werkelijk voortreffelijk dichtbundel van Lodewijk Ouwens) een boek gepresenteerd van de bekende ‘poëet-filosoof-jurist-politicus’ Manuel Kneepkens. Hoofdpersoon in zijn boek is Bo Foutu in wie we al vanaf de eerste pagina Pim Fortuyn herkennen. Maar volgens Arie zit er in de hoofdpersoon ook voor 1/3 Boudewijn Büch en voor 1/3 Gert Wilders in. “Aardig gevonden maar dat zijn niet mijn woorden” riposteerde de schrijver onmiddellijk. Maar dat Bo Pim is en Servaas Knoops Manuel, dat leidt geen twijfel. Wie de burgemeesters Manderlouw en Zout zijn ook niet. Een boek vol anekdotes, toespelingen op alles en iedereen en gespychologiseer over de figuur Fortuyn, pardon Foutu, die Knoops al sinds zijn jeugdjaren telkens tegenkomt, op de middelbare school, op de universiteit (dat zou wel eens echt het geval hebben kunnen zijn)en in de politiek (dat was zeker echt, zij het voor slechts drie weken). Foutu vraagt aan de poëet Knoops of deze staatssecretaris voor cultuur wil worden in zijn rechtse kabinet. Voor de zichzelf ‘links populistisch’ noemende Knoops brengt dat een innerlijke strijd te weeg waaraan een groot deel van het boek is gewijd. Een boek in een onhandig, stoeptegelachtige formaat met bladzijden waaraan maar geen eind komt, zoveel staat er op. Maar tot nu toe het lezen meer dan waard. Kneepkens heeft overal een mening over, is zeer belezen, net zoals Foutu/Fortuyn een absolute kenner van de Bommel en Tom Poes strips, taalvirtuoos, latinist, poëet (hij merkt op dat niemand in de necrologieën omtrent Fortuyn inging op de door hem aanbeden dichter d’Annunzio, Manuel dus wel) en anekdotist van boeiende Rotterdamse roddel en achterklap. Het taltijjk opgekomen publiek bestond uit louter zestig plussers. Herkent de jonge generatie zich nog in deze generatie wereldbestormers uit de jaren zestig, onlangs ook nog zo voortreffelijk geportretteerd in “Exit” van Gyz la R., die juist de taal als belangrijkste wapen hanteerden? Nou ja, Gyz in ieder geval wel. Voor mij als niet Rotterdammer (want je dat blijf nu eenmaal als je na de vijftigste zo’n stad binnenkomt) zijn  “het boek Foutu” en “Exit”alsnog toegangspoorten tot de achtergronden van hoe het hier allemaal gekomen is en door wie.

Tjeu

Doelen

di 24-11-2009 13:06

gezien: Repons van Boulez door Asko Ensemble

Heel bijzonder gister in een voor een maandagavond goed bezette Doelen alwaar het Asko ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw het complexe stuk “Repons” van een de hogepriesters van de hedendaagse muziek, Boulez vertolkte. Een zeer complex stuk met verspreid over de zaal twee piano’s, twee xylofoons, een harp en een voor mij onduidelijk instrument. Daarnaast nog talloze boxen aangesloten op een Apple computer. Indertijd, bij de eerste opvoering in de jaren ’50 kwam daar een computer ter grote van een klaslokaal aan te pas.
Moderne electronica, dat was de tovernaam waarmee componisten als Varese, Xenakis en Stockhausen experimenteerden in vaak enorme bezettingen. Alles werd uit de kast gehaald om de luisteraars een ‘totaalbeleving’ te bezorgen lang voordat het begrip uitgevonden was. Niet alleen het instrumentarium en de geluidsinstallatie, zelfs de behuizing werd er speciaal voor opgetrokken. Beroemd is het Philipspaviljoen op de wereldtentoonstelling in 1958 in Brussel waarvoor plannen bestaan het opnieuw in Eindhoven op te bouwen.
Zo’n stuk was het dus gisteravond. Het was niets te veel gezegd. De geluidsmogelijkheden van de vernieuwde grote zaal werd op al zijn mogelijkheden en  kleuren uitgetest in dit wijdse klankenlandschap van Boulez. Ik had midden in de zaal positie gekozen zodat ik de superstereofonische kwaliteiten helemaal tot me kon laten doordringen. Het werd al met al een intense ervaring. Niet voor niets zei de inleider bij aanvang dat de toeschouwers toch maar mooi konden gaan rondvertellen “dat ze erbij geweest waren toen Respons van Boulez werd opgevoerd”.   
De  vertolking door pianist Ralph van Raat van andermaal twee stukken van Boulez en een stuk van Beethoven (waarvan de samenhang met het atonale werk van Boulez ondanks de uitvoerige toelichting in het programmaboekje door Van Raat zelf me volledig ontging) maakte het geheel tot een zeer bijzondere avond. En dat op maandagavond, zowat onder mijn woning! (dit is de laatste keer dat ik daar melding van maak!).

Tjeu.

Doelen

ma 22-3-2010 11:08

gezien: Laurie Anderson met Basel Sinfonietta en Doelen Kwartet

En zo stond op zondagavond ineens de beroemde Laurie Anderson (áh-áh-áh-áh-áh) op de planken van de Doelen, tesamen met het Doelen Kwartet en de Basel Sinfoniette, een symphonieorkest van wel 80 man die zich specialiseert in Amerikaanse hedendaagse muziek. Het werd, voor een gelukkig goed gevulde zaal, een fantastisch concert. En zeer afwisselend. Begonnen werd met een stuk van John Zorn, vorig jaar nog artist in residence op het North Sea Jazz Festival. Van deze alleskunner werd een mini-symphonie ten gehore gebracht waarin in razend tempo alle denkbare muziekvormen over elkaar buitelden. Flarden Strawinksy, jazz, filmmuziek, samba, alles hotste en dwarrelde op deconstructivistische manier over en onder elkaar heen zonder één seconde te vervelen of in chaos te ontaarden. Zorn liet zich bij dit stuk inspireren door cartoons en de composities van Carl Stalling, een van de componisten onder de vroege Micky Mouse films.
Daarna een uiterst traag, in het begin heel lang op één toon balancerende compositie van Julia Wolfe naar aanleiding van nine eleven. Het Doelenkwartet in gevecht met het om hen heen gedrapeerde orkest uit Basel. Heel intens en heel dreigend.
Dan het heel bekend en dramatische Fratres van Pärt. Waarom dat moest worden opgevoerd als ondergrond van een lang gedicht van Laurie Anderson (die haar stem met een vervormer tot een octaaf lagere mannenstem vervormde) was onduidelijk. Het stuk is van zichzelf al zo prachtig, daar hoeft nix meer bij.  Daarentegen was haar verhaal over de eerste vrouwelijke vliegenier die met haar toestel verongelukt op weg naar een miniscuul eilandje in de Pacific weer wonderschoon. Als ondergrond een heel filmische compositie van Russell Davies. Tot slot het dramatische, naar een geweldige stampende climax toewerkende compositie van ene Michael Gordon die hier en daar wel een beetje had gestolen van Tubular Bells van Mike Oldfield. Maar goed, daarmee was het niet minder kippevel. Geen wonder dat de zaal in een ovatie uitbarste..
Een prachtige avond met hedendaagse Amerikaanse muziek die toch veel toegankelijk klinkt dan de Europese equivalenten, al had Andriessen ertussen op zo’n avond niet misstaan. (Pärt overigens is een Est, dus een vleug Europees zat er al in).

Tjeu

Doelen

14-2-2011

gezien: Class Ensemble in Flipse zaal


De  Volkskrant beloofde een ensemble dat op een unieke wijze klassieke muziek weet te combineren met jazz. Daar zijn niet zoveel voorbeelden van, dus ik ben in plaats van naar het RO, waar ik aanvankelijk plannen toe had, naar de Flipsezaal in de Doelen gegaan. Daar heb ik geen spijt van gehad, al speelde de band onder leiding van de Rotterdamse Codartsdocent Dick de Graaf, bestaande uit 10 blazers en een begeleidingscombo deze avond alleen maar jazz. Maar een deel van de blazers moest de volgende dag, aldus de Graaf, alweer met het RPh de vijfde van Mahler spelen, dus het betreft deels wel degelijk klassiek geschoolde musici. Daar was niets van te merken (nou ja, toch wel, de "klassieken" speelden niet of nauwelijks solo's. Maar met de uitgeschreven muziek van de fins amerikaanse composite Carlberg konden ze uitstekend overweg.
Carlbergs muziek deed soms erg denken aan de muziek die Nina Rota schreef voor de films van Fellini. Veel circus- en marsachtige deuntjes die plotseling wegfladderen en een uitgesproken jazzy karkater krijgen. Allemaal glashelder gearrangeerd met prachtige solo's. Daar waar zo'n bigbandachtige opzet altijd het risico loopt dichtgemetseld te raken lukt dat met een cast die gewend is met heel velen te spelen uitstekend. En het combo kon er in zijn eentje ook wat van en op zulke momenten liepen de tien blazers gewoon even van het podium weg. Dat maak je met die schreeuwlelijkerds van een blazers niet vaak mee. Ik (en slechts 50 anderen) hadden een prachtige avond.

Tjeu

Doelen

1-3-2011

gezien: RedEar Fesitval - De Doelen, 26 en 27 febuari 2011

Ook ik bezocht drie concerten, een dubbelconcert op vrijdagavond in Lantaren/Venster, een concertje in de Noorse Kerk (was ik nog nooit geweest, een werkelijk prachtig gebouwtje, zo uit van Noorse fjorden naar Rotterdam gewandeld) en een concert in de Jurriaanse zaal. Over dat laatste concert zeg ik niet veel, behalve dat ik het heel spannend vond en prachtig uitgevoerd. Veel leeswerk, soms schril, weinig harmonieën, maar als ze er waren, waren ze functioneel Alles wat ten gehore werd gebracht speelde zich, aldus de toelichting, in het hoofd van de Belgische componist Brewaeys af, een hoofd waarin soms een flard van een melodie voorbij kwam maar verder ook heel veel chaos. Een man die regelmatig naar de psycholoog moet volgens mij of moet gaan mediteren om zijn hersenpan tot rust te laten komen.

Vrijdagavond een dubbelconcert waarin de New Yorkse en Chicago avant garde om de Nederlandse saxofonist Jorrit Dijkstra verzameld nogal freakerige jazz ten gehore bracht, telkens gewijd aan een jazzgrootheid (en Kate Bush, die geëerd  werd met langdradige snerpende klanken uit de cello, dat sloeg werkelijk nergens op). De Volkskrant sprak er hedenmorgen lyrisch over. Het leek wel of ik bij een totaal ander concert geweest was. De na de pauze optreden groep rondom de basgitarist Lux Ex voldeed volledig aan de eis van dit festival: de muziek moest voor de oren helemaal nieuw zijn. Nimmer zo’n vreemde combinatie van instrumenten (klassieke akoestische basgitaar, tenorsaxofoon, elektrische viool, piano, cello en afrikaans slagwerk) zulke prachtige gedreven muziek horen maken waarop je als vanzelf werd meegedragen de zaal uit. Na elk nummer opende ik de ogen en moest ik tot mijn grote spijt weer tot de alledaagse werkelijkheid terugkomen. Ik heb werkelijk drie kwartier zitten trippen zonder tablet of snuif. Als dat geen Red Ear Music is!
Het concert in de Noorse kerk was eigenlijk van hetzelfde laken een pak. Puur meditatieve muziek van twee krassende violen en twee vogelgeluiden wegkwakende trombones. Ik zal met mijn ogen aan een groot Noors fjord en zag voortdurend zwermen vogels dalen en weer opvliegen. Bij een ander nummer zat ik tussen mummeldende boedhistische monniken. En dat allemaal op een regenachtige Rotterdamse zaterdagmiddag aan de rand van het het Park in een helemaal vol zittend kerkje. Doe mij nóg zo’n festival!

 De belangstelling bij al deze concerten viel mij niet tegen. Op zaterdagavond zaten er bij de slagwerkgroep Den Haag (met eten van Herman Blijker vooraf) al zo’n dikke honderd man. Dat bleef zich bij elk concert herhalen. Telkens tussen de honderd en honderdvijftig mensen, dat is toch voorwaar niet slecht voor deze muziek. Wellicht was een groot sluitconcert op de zondagavond iets te veel van het goede. De programmeurs doen er wijs aan zich enige zelfbeperking op te leggen. Ik kon de rit van de Noorse Kerk naar de Jurriaanse zaal alleen op topsnelheid op mijn fiets halen (en dat is hard mensen!). Geen wonder dat er van het publiek van het kerkje verder niemand te zien was. Voor de activiteiten in de schouwburg en het luisteren naar de installatie voor de Doelen had ik eenvoudigweg nog geen minuut tijd!. Dan is er toch iets mis met de programmering zou ik zeggen.

Tjeu

Doelen

16-9-2011

gezien: Vijfde symfonie van Mahler door Israel Philharmonic Orchestra

Als ik afga op de stormachtige ovatie die het IPO olv Zubin Mehta ten deel viel, heb ik iets bijzonders meegemaakt. Van Marc hoor ik dat de programmeur van De Doelen, Neil Wallace nimmer zo’n goede uitvoering heeft gehoord. Welnu, wie ben ik dan om daar kanttekeningen bij te plaatsen. Hooguit dat ik die muzikale mausolea die Mahler neerzet niet kan doorgronden. Te ver van mijn – alledaagse – belevingswereld. Te pompeus, te groots, al geldt dat niet voor het vierde deel, het Adagietto, dat in ongeveer 9 minuten het gigantische orkest ongelooflijk verstilde muziek laat maken. Dit keer geen gekuch of gehoest in de zaal, de naar ik schat 1000 toeschouwers waren muisstil. De vijfde symfonie is een stuk waarin van alles gebeurt, alleen al diegenen die komen om naar een symfonie orkest te kijken, komen ogen te kort. Elke paar seconden nemen andere groepen in het orkest het van voorgangers over. Met de trompet en hoorn als altijd overblijvende solisten. Die kregen dan ook terecht een open doekje aan het eind. Nogmaals, ik bewoog niet emotioneel mee op de golven van geluid die het IPO voortbracht, maar ik neem op gezag van de zaal aan dat dít een van de hoogtepunten van het Gergievfestival was.

Doelen

11-10-2011

Zesde van Beethoven door Orkest van de 18e eeuw

Ik ben al jaren fan van het Orkest van de 18e eeuw van Frans Brüggen, de boomlange, breekbare bijna 80-er. Ik zag hem houterige stapjes maken naar het podium, maar eenmaal gezeten knalde het orkest met de zachte, zijde ‘sound’ los alsof er een dertigjarige zat (niet stond, dat wel) te dirigeren. Het orkest met allemaal authentieke instrumenten en violen met varkensdarmen bracht een zoetgevooisde (wat mij betreft iets te zoete) versie van de “Pastorale”, de zesde van Beethoven. Na de pauze , de vijfde (tatata taaa); de absolute moeder aller symfonieën, waarin elke klap op zijn plaats is. En die zitten er wat in. Ongelooflijk, dat zo’n stuk geschreven werd door een bijna dove componist. Maar ja, doven voelen wel de bassen en de trommels. Dat waren ook de partijen die aan het eind afzonderlijk een open doekje van de zaal kregen. Trouwens, behoorlijk vol met grijsaards, die Doelen op een maandagavond. Maar ja, voor het merendeel van dit publiek is het altijd zondag.

Tjeu

Doelen

30-5-2012

gezien: congres Audiences Insight Out in de Doelen

Zeer druk bezocht congres gedurende twee dagen, alwaar ik veel bekende tegenkwam. Voor zover directeur van een instelling stelde ik ze allemaal dezelfde vraag: in hoeverre maak je bij het opzoeken van voor jouw instelling gebruik van doelgroepenonderzoek. Daarop kreeg ik steeds hetzelfde antwoord: dat doen we zelf, we verzamelen zelf data en maken géén gebruik van landelijke onderzoek of methodiek. Dat gold ook voor de directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest die stelde dat hij met zijn product innovatie werkt volgens de methode van “informed intuition”, oftewel fingerspitzengefühl om het in goed Nederlands te zeggen. Niks geen methodiek of wetenschappelijke data. En dat voor iemand met als achtergrond socioloog en statisticus! Gewoon je gevoel volgen en daarmee aan de slag gaan. Zo onstonden de formule Philyou (had ik nog niet van gehoord trouwens) en de cyclus “In de Ban van de Ring”. Op de vraag vanuit de zaal wat nu verder met het publiek gebeurt dat op deze manier voor het eerst de concertzaal bezoekt stond de welbespraakte Vlaming ineens met zijn mond vol tanden. Er was geen vervolgstap. Hooguit dat men op deze manier de zaal en het orkest als “iets van onze stad” ging beleven en dat zou ongetwijfeld wel gevolgen hebben”.  
Ik kreeg het gevoel dat de RRKC raak heeft geschoten met de afwijzing van het subsidieverzoek van Rotterdam Festivals om opnieuw te investeren in de MOSAIC methodiek. Die, en die van Motivaction werden overigens voor de zoveelste keer met verve ten tonele gevoerd. Maak van je publiek een persoon, waar je je in kunt verplaatsen: Henk en Ingrid bijvoorbeeld. Het Scheepvaartmuseum dat haar publiek na de verbouwing heeft zien verdrievoudigen (nu naar 300.000 bezoekers per jaar), maakt het wel heel bont. Eén deel van het museum is ingericht voor de traditionele bezoeker, de object georiënteerde “maritiem geïnteresseerde kapitein Iglo”, één deel voor de belevenissen zoekende Jan, Jans en de kinderen en één deel voor de meer in algemene VOC geschiedenis geïnteresseerde Geert Mak adepten. En voor de professoren onder ons is er een aantrekkelijk vormgegeven bibliotheek. Dan zit je altijd goed, zoals de cijfers onvertuigend aantonen. Ik heb het Scheepvaatmuseum al op een mijn lijstje gezet.

Tjeu

Duitsland

ma 18-5-2009 13:39

gezien: musea in Duitsland

Tussen alle gefiets door was er tijd genoeg om her en der musea te bezoeken: een korte impressie:
In het bekende Museumviertel in Frankfurt: Het Städel; een museum dat schilderkunst uit alle tijden bij elkaar brengt. Opvallend is dat bij elk groot kunstwerk de verwervingsgeschiedenis, inclusief weldoener die aankoop mogelijk maakt (vaak met fotootje erbij) vermeldt. Het mecenaat blijkt aldaar dus op zijn waarde te worden geschat. Mijn aandacht trok de tentoonstelling: Caravaggio in Nederland. De expositie blijkt geheel te gaan over de Utrechtste navolgers van C.: Terbrugghen, Honthorst en Baburen. Er hangt slechts één echte C. Ik ben er toch een beetje ingestonken hoewel de navolgers (waarvan slechts een enkel exemplaar uit de collectie van het Centraal Museum in U. bleek te komen) de technieken van C. ten volle te beheersen. Toch mooi om al die werken van deze Nederlanders eens bij elkaar gezien te hebben, keurig gerangschikt naar thema (muzikanten, drankgelagen, etc.)
Vervolgens het MMK (Museum für Moderne Kunst) Frankfurt met een tentoonstelling uit eigen collectie. Allemaal de bekende namen: Donald Judd, Roy Lichtenstein, Walter De Maria, Claes Oldenburg, Andy Warhol. Mooi opgehangen in prachtige ruimten die in al hun witheid toch ook weer wat voorspelbaar waren, want dergelijke keurige witte gebouwen kom je overal tegen. Elke dag open tot 20.00 uur;   opvallend het grote aantal mensen dat rond een uur of 5 toen ik naar buiten ging nog binnen ging.
In Tulln an der Donau bezocht ik het Egon Schiele Museum, prachtig gevestigd in de voormalige stadsgevangenis, de plaats waar Schiele zelf wegens schending van de openbare zeden gevangen heeft gezeten. Een leuk overzicht van zijn jeugdjaren en belangrijkste werken, vanzelfsprekend allemaal in copie; op enkele orginele schetsen en beginwerken na.
Tot slot nog het MAK in Wenen. Ik dacht in een museum voor Aktuelle Kunst terecht te zijn gekomen, maar het bleek het museum voor Angewandte kunst. Ook mooi. Allerhande gebruiksvoorwerpen keurig per zaal en per stijlsoort gerangschikt. Een hele zaal bijvoorbeeld met Jugendstilglas, prachtig opgehangen in een langgerekte glazen vitrine van zeker vijftig meter lang, opgehangen aan ijzeren staven. Heel fraai. Ook vitrinekasten van zeker dezelfde lengte maakte saai biedermaierwerk ineens tot een aansprekende verzameling edelkitsch. Heel bijzonder was een door Donald Judd ingerichte Rococo stijlkamer, vooral opvallend door de streng symmetrische opstelling van de barokke meubelstukken in een van bovenaf gezien bolle cabine. Ook nog veel  ruimte voor de collectiekunst van de bekende Afrikaanse kunstenaar (o.a. Kassel 2004, Biennale Vententië 2008) Georges Adeagbo uit  Benin. Mij spreekt het niet zo aan, een lange zaal vol krantenknipsels en bij elkaar geraapte zooi die vrijelijke associaties toelaat, maar goed, je ziet hem er toch overal mee terug.

Tjeu