Totaal aantal pageviews

woensdag 24 september 2014

Een koepeltentje in de jaren zestig als heel klein smetje

De film "Dorsvloer vol confetti" werd in mijn lijfblad de Volkskrant met maar 3 sterren beloond. Naast het feit dat de personen, volgens het boek woonachtig in Meliskerke op Walcheren, ABN spraken 'gebeurde er eigenlijk bijna niets'.
Dat ABN merk je na enkele minuten al niet meer en is functioneel omdat men de film ook buiten Zeeland moet kunnen verstaan.
Maar vooral het feit dat er eigenlijk niks gebeurt is nou juist het sterke van de film.  De zon komt op en gaat onder en daartussen speelt het leven zich volgens voorspelbare patronen af. Het leven in een gezin 'van het kerkje' blijkt weinig inspirerend maar is nou ook weer niet echt verschrikkelijk. Terwijl in de meeste films personages en omstandigheden extra vet worden aangezet om de identificatie met de held of het slachtoffer te bevorderen wordt in deze film deze wetmatigheid heerlijk met voeten getreden. Maar juist daardoor is het lot van moeder de vrouw, die van haar man 'beter doperwten kan poten dan bloemperken onderhouden' extra schrijnend. In een prachtige eindscene rijdt het jonge meisje eindelijk in de bus naar de middelbare school in Goes haar vrijheid en tegemoet en valt spontaan de confetti naar beneden, zo ook buiten de bus, over het Zeeuwse landschap, de schapen, de dijken. Beter had de bevrijding uit de beklemmende sfeer niet verbeeld kunnen worden. Een ongewoon sterke Nederlandse film met werkelijk een glansrol voor de jonge Hendrikje Niewerf. Een jonge speelster kan alleen maar zo goed acteren als er een goede regisseur achter zit. Alle hulde aan Tallulah Schwab die de Nederlanse film hiermee weer een trapje hoger heeft getild.
De film kent enkel slordigheidjes. Tijdens deze op zich prachtige scene kijkt het gezelschap naar een aantal toeristen die naast de boerderij zijn neergestreken met ........ een koepeltentje ( in de jaren zestig???)

De kwadratuur van de cirkel bestaat echt!

'Het Nieuwe Instituut', de ietwat gewilde naam waaronder het voormalige Architectuurinstituut NAi samen met de Premselastichting voor design en e-culture zijn samengegaan, begint langzamerhand nu toch echt de weg naar het publiek terug te vinden. Na enkele warrige en onduidelijke tentoonstellingen staat er nu een prachtige expositie over het Structuralisme, de naam die gehecht is aan de architectuurstroming die het na-oorlogse aanzien van Nederland voor een belangrijk deel bepaald heeft. Het grootste deel van de expositie is helemaal gewijd aan Herman Herzberger, een van de leidende figuren van het Structuralisme. Zijn opvatting dat de binnenkant van een gebouw belangrijker is dan de buitenkant en dat de overgang tussen een gebouw en zijn omgeving vloeiend moet zijn, heeft geleid tot lelijke, rommelige gebouwen zoals bijvoorbeeld het muziekcentrum Vredenburg in Utrecht of het mierennestachtige ministerie van Sociale Zaken in Den Haag, dan wel het massale Chassé-theater in Breda, terwijl ook de bloemkoolwijken waarmee vrijwel alle gemeentes in Nederland zitten opgezadeld rechtstreeks uit het deze opvattingen voortkomen. Tegelijkertijd valt niet te ontkennen dat die bloemkoolwijken de eerste wijken waren waar kinderen zonder gevaar op straat konden spelen, terwijl de gebouwen van Herzberger van binnen zo goed functioneren dat ze, met handhaving van de binnenkant, opnieuw gebouwd worden (denk wederom aan Vredenburg in Utrecht) of alleen al vanwege de binnenkant toch veelgeprezen zijn (Chassé-theater).
Wat in de expositie helder wordt is dat Herzberger, maar bijvoorbeeld ook de grondlegger van de stroming, Aldo van Eyck en de spektakelarchitect Piet Blom (o.a. bekend van de blokwoningen in Rotterdam) zich baseren op het principe dat in elke cultuur oude vormen telkens terugkeren.  Bij Herzberger vertaalt zich dat in het ineenvlechten van de meest basale vormen als de cirkel en het vierkant in repeterende grondpatronen. Je zou bijna zeggen dat Herzberger aantoont dat de kwadratuur van de cirkel inderdaad bestaat!
De opzet van de tentoonstelling is merkwaardigerwijs een beetje on Herzbergeriaans : in parallel lopende straten worden in langwerpige stellingen achtereenvolgens de ontwerpen, de werktekeningen, de inspiratiebronnen en de toepassingsmogelijkheden voor leken gedemonstreerd. In tegenstelling tot de bloemkoolwijken of de gebouwen  van Herzberger is de opzet van de tentoonstelling daarmee glashelder. Ik vind het daarmee een extreem publieksvriendelijke tentoonstelling. Zowel de vakman als de leek vindt er alles zeer overzichtelijk gerangschikt en toegelicht. Al zou ik de volgorde van de straten anders hebben gedaan. Het lijkt voor de hand liggend om te beginnen met de uit alle tijden en culturen afkomstige inspiratiebronnen. Die staan echter pas in de derde straat! Om de tentoonstelling heen wordt aandacht besteed aan de grondlegger van de stroming, Aldo van Eyck, en aan Piet Blom, waardoor Herzberger niet als een solitair optredende architect maar een duidelijke exponent van een stroming wordt neergezet. Als het de bedoeling was om te demonstreren dat een opzet contrair aan Herzberger's ideeën tot een heldere expositie leidt is dat wel een erg sarcastisch commentaar op de getoonde stroming. Hoe dan ook, de expositie maakt de beweegredenen en de resultaten van het Structuralisme als een toonaangevende stroming in de Nederlandse architectuur helder, en maakt daarom een gang naar Het Nieuwe Instituut de moeite waard.

donderdag 18 september 2014

Hoe een man met de rug naar het publiek iconisch werd

Een tochtje naar BredaPhoto bood tevens de gelegenheid om het nieuwe station van Koen van Velsen te bekijken. Het is nog niet helemaal af, maar het front wel. Ik sta versteld van het enorme bouwvolume al je er voor staat. Het hele complex beslaat zeker een meter of 400! Aan de oostkant is er meteen maar een wooncomplex tegenaan gegooid en elders is er veel kantoorruimte. Een prachtige oplossing voor het fietskroos dat elk station ontsiert is de aankomst op min1 waardoor de fietsen aan het zicht onttrokken zijn. Bovendien kunnen de fietsers zo meteen naar de trein in plaats van de omweg die ze bijvoorbeeld in Rotterdam moeten maken. Fietsers  zijn hier terecht gepromoveerd tot de meest vooraanstaande groep gebruikers van het openbaar vervoer. Maar ook de buspassagiers komen op gelijk nivo onmiddellijk naast de treinen aan, ook nog niet eerder zo gezien. Onder de grond is het een wirwar van gangen en wegen waarvan de logica mij nog ontgaat; het overdadig gebruik van marmer(of een steensoort die daar veel op lijkt) vind ik een beetje overdadig voor een station. maar het mooiste is natuurlijk het metselwerk, het hele gebouw is opgetrokken uit baksteen met allerlei kubistische patronen; werkelijk prachtig. De raampartijen voegen zich daar naadloos in. Echt een geslaagd station al vraag ik me af hoe de Bredenaars die natuurlijk gewoon te voet vanuit het centrum blijven komen aankijken tegen een complex waarbij ze altijd via de kont van het station naar binnen moeten.
BredaPhoto is alleen al vanwege de situering op het prachtige Chassé terrein een plezier om rond te lopen. Breda was garnizoenstad en de leegkomende kazernes boden een prachtige gelegenheid om de die enorme terreinen opnieuw in te vullen. Een geslaagder voorbeeld dan het Chasséterrein is nauwelijks denkbaar. Door reeds bestaande boompartijen te sparen is met gedurfde blokkenarchitectuur een invulling ontstaan die aan de stad ontzettende veel openbare ruimte van de hoogste kwaliteit heeft toegevoegd. BredaPhoto maakt daar elk jaar op een heel goed doordachte wijze gebruik van. Je loopt uren buiten door een prachtige wijk en kunt alles op je gemak gratis en voor niks bekijken. Dat is nog eens kunst naar het volk brengen!   De kwaliteit is sterk wisselend. het feit dat foto's spectaculair groot op gespannen doeken worden geprojecteerd wil nog niet zeggen dat die foto's zelf geslaagd zijn. De serie's met circusartiesten en dieren vond ik weinig zeggend. De serie geschoten op het vliegveld van Zaventem zelfs cliché en al honderden malen eerder vertoond. Maar daar stonden schitterende andere series tegenover over bijvoorbeeld de lege staten in Midden Amerika; van berijders van oude bakken in de States, geschoten vanaf een camera op de bijrijdersstoel van de fotograaf.
Zeer geslaagd vond ik de serie foto's die gemaakt waren op het exacte geografische midden van alle Europese landen. Er is niets wat die centra met elkaar verbindt, kortom een heerlijk excuus voor een alle kanten uitwaaierende serie. De serie met Engelse pieren mocht er ook zijn, al was alleen maar vanwege haar sterk registrerende karakter, precies de manier waarop ik vakantiekiekjes maak. Maar het mooiste zat aan het eind van mijn bezoek, de foto's van Japanse uitgaanstypetjes, die allemaal weggelopen lijken uit een Mangastrip. Zo scherp, zo kleurrijk, zo prachtig geschoten (in Lokaal 01). Tot de slot de serie met afbeeldingen die allemaal afgeleid zijn van het iconische schilderij van Caspar David Friedrich. De man die met zijn rug naar de toeschouwer, leunend op een been, naar een wijds panorama voor hem kijkt en daarmee helemaal aansluit bij het romantische "Songs form the heart" thema van de tentoonstelling.

Dat beeld van Friedrich zit in ons collectieve geheugen en vrijwel wekelijks worden we, zonder dat we het bewust zijn, met een daarop geïnspireerde afbeelding geconfronteerd; met name de filmindustrie maakt er, zo laat de expositie in het Museum of The Image (MOTI, het voormalige De Beyerd) ons treffend zien, er heel vaak gebruik van, net zoals de gamingindustrie.

dinsdag 16 september 2014

Dumas raakt met enkele streken en vlekken telkens de kern

De tentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk heeft de afgelopen week in de Volkskrant de pennen losgemaakt. Zelden zijn er zo veel voors en tegens omtrent een expositie beeldende kunst ten beste gegeven. Onder aanvoering van correspondent Sander van Walsum betrokken vooral tegenstanders van 'onbegrijpelijke' en 'slecht uitgevoerde kunst' ten strijde. Een reden te meer om zelf te gaan kijken. Achteraf ben ik over de kritiek van alle kanten zeer verbaasd. Want het vakmanschap druipt van de geëxposeerde doeken af, vind ik. Waar Sander van Walsum beweert dat Dumas eigenlijk niet eens kan tekenen zie ik een kunstenaar aan het werk die met enkele vegen en ogenschijnlijk plompverloren aangebrachte waterige inktvlekken heel treffende portretten en beelden neer zet. Vergelijkbaar met hoe Picasso in zijn tekeningen met enkele lijnen figuren en karakters feilloos wist neer  te zetten. Uit de ogenschijnlijke nonchalance duikt een enorm vermogen op om de toeschouwer te boeien. Zelden heb ik meegemaakt dat beelden uit een tentoonstelling ver na het bezoek in mijn geest bleven rondspoken. Spoken is het juiste woord hier, want Dumas is geen lachebekje. Haar beelden zijn, zoals een metgezel tijdens het bezoek het verwoordde: "onrustbarend". Vaak denk je naar een gelaat van een overledene te kijken, zelden zijn portretten bleker getekend dan door Dumas. De reeks portretten die Jezus verbeelden tonen verwrongen, pijnlijk vertrokken, geschrokken en uitdrukkingsloze gelaten. Jezus is in zijn korte leven veel leed berokkend, dat zie je er aan af. Een van de weinige afbeeldingen met kleur betreft een wulpse hurkende vrouw in tegen een oranje rode gloed op de achtergrond; het blijkt een beeld dat Dumas n.a.v. de Wallen heeft gemaakt. Dumas kan dus wel kleuren zien en gebruiken maar laat dat vrijwel altijd na. En als er een kleur opdruikt ben je gewaarschuwd: rood = bloed. Nee, vrolijk kom je niet uit deze tentoonstelling, ook de vele pornografische beelden leiden niet tot een optimistisch mensbeeld; of het zouden de verleidelijk bukkende vrouwen moeten zijn, opgebouwd uit niet meer dan een fletse vlek en enkele scherp, maar wel zeer treffend getrokken lijnen. Maar onmiddellijk daarnaast hangt het gezicht van Marylin Monroe, na haar zelfmoord, ontdaan van al haar verleidelijkheid.
Dumas vertoont in haar werk misschien weinig ontwikkeling door de jaren heen, maar is telkens wel zeer gevarieerd in techniek en nuance. Ik vond het zeer de moeite waard, al werd ik er niet vrolijk van. Maar wie zegt dat dát de bedoeling van beeldende kunst zou moeten zijn?

vrijdag 5 september 2014

We komen met hetzelfde gewicht terug (of meer!)

Dag 18: Braga – Guimaraes – Aeroport Porto
Vandaag meldt zich toch weer de zon, zodat we ook deze vakantie weer afsluiten zonder één druppel regen op de tent. Dat was al zo in Canada en Nieuw Zeeland, in Schotland had ik één nachtje regen (en een met opkomend tij!), dus op droge vakanties hebben wij zo’n beetje patent om de een of andere reden.
Guimaraes heet de bakermat van het koningshuis van Portugal te zijn. In een onherbergzame burcht, die nu nog steeds aan de rand van de stad op de zogenaamde ‘heilige heuvel’ staat hadden Phillip van Bourgondie en zijn gemalin Theresa hun liefdesnestje waaruit Alphonso I uit voortkwam. Dat was de eerste koning van Portugal. Van het kasteel is nu alleen nog maar een ruïne over, dus dat liefdesnestje moet je er zelf bij bedenken. Daarnaast staat een robuust,vierkant fort zonder ook maar enige franje, dat het Paleis van de Hertogen blijkt te zijn, het eerste echte paleis in Portugal. Heel raar zijn de hele hoge schoorstenen, die overal rondom de binnenplaats staan; het geeft het paleis een ronduit industrieel uiterlijk. Binnen volgestouwd met prachtige meubels, maar alles blijkt rond 1940 te zijn gerestaureerd en de meubels komen van elders. Dus het is eigenlijk allemaal wel nep,al is het dan wel mooie nep, al die op ware grootte nagemaakte wandtapijten van Vlaamse meesters en prachtige Ming vazen enz. enz. Dat het middenplein is ontruimd voor een discoavond van een congres van jongeren doet een beetje aan als ontheiliging, maar dat is de mening van een ouwe zak, zullen die jongeren denken.
Guimaraes zelf is anders dan alle voorgaande steden. Bijgaand een impressie van de azuleja gevels die je overal aantreft met fraaie balkons.


Je ziet die elders ook, maar nergens zo mooi als hier. Ongetwijfeld speelt daarin mee dat G. enkele jaren geleden Europese Culturele Hoofdstad was, dus alles zal een beurt hebben gekregen. H. bezoekt een tentoonstelling van textiele kunst uit Japan en is daar helemaal verrukt van. Ik doe de zoveelste kathedraal en vind er deze keer niks aan, ik begin het verzadigingspunt op het gebied van religieuze bouwkunst te bereiken of ben er wellicht al overheen.
De avond brengen we, heel slim, door in een onpersoonlijk hotel pal tegenover de luchthaven. Dat bespaart ons een hoop gestress morgenochtend, als we al tegen achten moeten inchecken. Bovendien kunnen we zo ook de huurauto zo makkelijk kwijt, die we, op een verdronken electronische sleutelbos na, ongeschonden inleveren. En bovendien is het ook weer eens heerlijk om na 2,5 week op de harde vloer weer eens in een zacht bed te liggen met een prima fles wijn er naast.

We kijken andermaal op een heerlijke vakantie terug in een sympathiek land. De wegen waar perfect maar leeg, de wegbewijzering was behelpen. De campings waren vaak wat spartaans, die in Marinho do Porto was beneden alle peil. Tomar heeft echt onze harten gestolen, een onbekende plaats zo maar in in het midden van Portugal had een heel prettige sfeer. Porto is sfeervoller dan Lissabon, al vonden we de avondwandeling in Lissabon mét een fantastisch optreden van een lokale band helemaal top. Portugal is katholiek, daarover bestaat geen enkele twijfel, al zijn de kerken er tijdens een mis net zo leeg als hier. Maar wat hebben we een brandende kaarsen, knielende mensen, jong en oud, voor een tsunami aan mariabeelden gezien; sommigen verplaatsten zich kruipend of liggend, zichzelf voorttrekkend op de ellebogen. De bakkeljauw was lekker, maar Nederlandse kabeljauw vind ik toch een slagje lekkerder. Dat wij in de Nederlandse schappen nooit Portugese wijn aantreffen is merkwaardig, die is net zo lekker als die uit alle andere landen. Maar absoluut kampioen zijn de Portugezen in het maken van kleine taartjes en alle soorten gebakjes, we hebben er tientallen van verslonden en ze waren allemaal even vers, knapperig en lekker. We komen dus weer met hetzelfde als toen we vertrokken terug!

Jezus aan het kruis: een dagje uit voor het hele gezin

Dag 17: Braga
Braga is een erg katholieke stad! Deze mededeling van de Nederlandse reisleider die we gisteravond tegen kwamen klonk als een waarschuwing. En hij had gelijk. Braga oogt als een klein Vaticaan, nergens ter wereld staan op enkele vierkante kilometers zo veel grote katholieke kerken bij elkaar. Om elke straathoek duikt weer een kloeke barokke toren met klokken erin op. De stijl is altijd barok, alleen de kathedraal stamt uit de 12e eeuw. Van binnen oogt deze kerk verrassend kaal, als de gigantisch barokke orgelpartij, bestaande uit niet één maar twee enorme pijpenverzamelingen met talloze gouden tierlantijnen er omheen, niet wordt meegerekend. Dictator Salazar had niet zoveel met dat barokke verleden en beval dat, op het orgel en enkele altaren in de zijnissen na, alles van de barokke overdaad gestript zou worden. Aldus geschiedde, over blijft een lege, wat tijdloze kerk met alleen aan de uiteinden die overdaad.
Als we buitenkomen begint het klokkenspel op een oorverdovende manier kenbaar te maken dat de kerk dan wel gestript mag zijn maar de klepels het nog heel goed doen. My god, wat een herrie. Zelfs het snerpende geluid van een anerexoïde vioolspeelster op een nabij gelegen pleintje wordt er volledig door overstemt. En toch weet Braga al snel onze harten te veroveren, al was het maar vanwege de bibliotheek alwaar we even gaan internetten om onze terugvlucht af te handelen. We komen terecht in een leeszaaltje dat zo weggewandeld lijkt uit de 18e eeuw. Alleen de elektrieke leeslampjes stammen ergens uit de jaren vijftig. Een tearoom bij een centraal plein lijkt zo uit de jaren dertig te zijn geplukt en de panden langs de centrale winkelstraat zijn prachtige voorbeelden van art deco.
En ach, onder al die kerken zijn er best een aantal die het aanzien meer dan waard ziin, van buiten dan, want behalve de reeds genoemde kathedraal zijn alle kerken op slot.
’s Middags na een verkwikkend middagdutje (ons eerste deze vakantie!) gaan we naar nog een katholiek fenomeen, de Bom Jesus Igreria, de Goede Jezus kerk, die volgens goed Portugees gebruik alleen benaderd kan worden als men een traptree of 500 wenst te nemen. Krakkemikkige H. neemt het liftje voor de bejaarden, ik struin weer met de benenwagen naar de tempel. De weg naar omhoog is prachtig, brede trappen leiden naar telkens een kapel  waar alle denkbare martelingen waaraan heiligen werden onderworpen treffend worden uitgebeeld, radbraken, roosteren boven zacht brandend vuur, geseling, optakelen aan het kruis. Als de puffende katholiek mocht denken dat hij het zwaar had wordt hij van die misvatting gauw afgeholpen bij elke 100 treden. Ook de humor wordt niet uit het oog verloren. De bovenste trappen leiden langs fonteintjes, waar water vloeit uit alle menselijke lichaamsopeningen, behalve die waaruit normaal gesproken water komt, dus wel uit ogen, oren, neus en mond, maar een manneke pis ontbreekt. Wel weer een kruisbeeld waar water komt uit de uiteinden van het kruis. Eenmaal boven is er een renaissance kerk met een enorm fel realistisch drie dimensionale opstelling van de calvarieberg, waarbij Jezus aan het kruis flink bloedt  en de twee andere gehangenen met duidelijk zichtbaar gebroken armen hun ellendige lot ondergaan. De katholieke kerk zou zichzelf niet zijn als ze de gelovigen daarna niet zou onthalen op een genoeglijke middag voor het gehele gezin met eetgelegenheden,  terrassen, tuinen, kunstig nepdruipsteengrotten, een roeivijver, een draaimolen en enkele hunnebedden. Het geheel oogt eigenlijk als een Efteling uit de jaren 20 waar je, afgezien van enkele gruwelijke feiten, voor het plezier met hele gezin naar toe ging.


woensdag 3 september 2014

picnikken midden op de autoweg zou hebben gekund

Dag 16: Sao Martinho do Porto - Braga

In de morgen lopen we vanuit de zandbak waarin onze tent staat zo de zee aan de overkant achter een smal rijtje duinen in. Dat dan weer wel op deze flutcamping waar we de nacht in gingen met een flauwe rioollucht in de neus. Dat kon er daar ook nog wel bij. Maar de zee is heerlijk, zachtjes laat ik me wiegen in de golven die tamelijk rustig naar het mooie strand komen rollen door de opening die de baai van de oceaan afsluit. Voor het eerst deze vakantie is de lucht helemaal grijs en zal dat verder de hele dag blijven. Niet eens zo vervelend, na al dat gebrand van de afgelopen dagen.
We rijden over de zesbaans tolwegen, waar werkelijk niemand op rijdt. Ik kan makkelijk een paar minuten op de binnenste baan, een paar minuten op de middelste en een paar minuten op de buitenste baan rijden zonder een wagen te passeren of gepasseerd te worden.
Later op de dag kom ik een Nederlander tegen die in Portugal wandelreizen organiseert en het land goed kent. Hij zegt dat de Portugezen het vertikken om de hoge tol te betalen die de regering heeft ingevoerd, daartoe gedwongen door Brussel die vindt dat er allerlei maatregelen genomen moet worden om het begrotingstekort terug te dringen. Zo kan Brussel wel van alles afdwingen, de Portugezen laten op deze manier duidelijk merken dat ze dit niet pikken. De wegen liggen er nu volkomen verlaten bij, wel fijn voor zo'n huurautobezitter die het rijden op tolwegen met een vignet van 20 euro voor de hele periode heeft kunnen afkopen. De Nederlander rekent uit dat een ritje met een middenklasser van Porto naar Lissabon 60 euro kost. Dat is te vergelijken met Middelburg - Amsterdam. Logisch dat dat systeem niet werkt! Eerder averechts, want het personeel van de benzinepompen en de wegrestaurants kan binnenkort ook de ww in.
Onderweg proberen we een door een vriendin van een zus van H. aangeprezen vissershaven van Mira te vinden vanwege de schilderachtige visvangst aldaar. Maar Mira ligt 20 km landinwaarts en het daarbij gelegen badplaatsje kent alleen maar stranden. Schilderachtige taferelen, ho maar dus. Ik heb van al dat zoeken zo;n zin in een geroosterd stel sardientjes gekregen dat we het eerste het beste eethuisje in Praia de Mira aandoen. Hartstikke goedkoop en misschien wel de lekkerste maaltijd van de hele vakantie!
We knallen weer door over nog steeds lege wegen die pas rond Porto ineens druk worden, daar geldt het tolsysteem niet. We trekken door naar Braga, een stad die men volgens de gidsen niet mag missen. Het centrum bewaren we voor morgen. Laat in de middag komen we op een mooie camping, dicht tegen het centrum aan.
We kopen brood, kaas en wijn en brengen voor het eerst de avond geheel voor de tent door. Aldaar ontmoeten we de Nederlanders die alles over de tax in Portugal weet. Hij blijkt organisator van wandelvakanties in Portugal te zijn. Ik neem zijn kaartje mee. Wellicht voor een volgende reis deze kant uit.

dinsdag 2 september 2014

"Wie wil pieken moet ook door dalen" (citaat socioloog K. de Nijs)

Dag 15: Cascais – Sao Martinho de Porto
Op ons gemakje vertrokken. We gaan langs de kust omhoog naar Ericeira; een leuk badplaatsje met hoge kliffen en enkele in baaien gelegen stranden, waar we wat langs slenteren. Op de kliffen spatten de golven spectaculair uiteen. Sommige rotspartijen lijken gisteren afgebroken maar liggen er waarschijnlijk al eeuwen. Op de een of andere manier drukt de hitte vandaag zwaarder dan alle vorige dagen; het is in de zon bijna niet uit te houden. Maar misschien ligt dat ook wel aan onze overgevoeligheid als gevolg van het veel te lang verblijf op het strand gisteren waardoor ik er onder mijn bloesje uitzie als een kreeft na een kookbeurt. We zijn blij met een terrasje op het dorpsplein onder de platanen. We vervolgen onze weg langs de kust met links en rechts naast oude dorpjes veel nieuwe villa’s op de hoge rotskusten met zicht op zee.
Onze volgende bestemming is Peniche, een schiereilandje wederom hoog op de rotsen gebouwd. De camping aldaar oogt zo kaal en ongezellig dat we snel besluiten door te rijden naar Obidos; het in alle reisgidsen aangeprezen witte dorp. Dat van al die gidsen leidt tot een zeer toeristische bezienswaardigheid, enkele parallel lopende ‘schattige’ straatjes met ‘vrolijke’ winkeltjes omgeven door dikke muren met uitkijktorens. Niet helemaal duidelijk wordt waarom dat al in de 12e eeuw besloten werd dit onaanzienlijk dorp van dergelijke verdedigingswerken te voorzien; een belangrijke plaats lijkt het toch niet te zijn geweest, geen kastelen, geen grote huizen, geen specifieke economische functies, geen strategische ligging. Ik heb wel zin om naar het gemeentelijk museum te gaan om dat eens uit te zoeken, maar H. niet, dus doen we het niet, volgzaam als ik soms ben. Na een uurtje slenteren hebben we het ook in Obidos wel gezien. Met een weer veel kuren vertonend GPS apparaat vinden we uiteindelijk toch een, wederom kale, camping, nu in de baai van Sao Martinho de Porto, die veel weg heeft van een vluchtelingenkamp in het midden oosten, alwaar ik in het rulle zand mijn Fiat Punta volkomen klem rij. Met behulp van een aantal vluchtelingen en wat merkwaardig ruikend koppelingsplaten krijg ik mijn Punto weer uit de zandbak.

De wandeling in de late avonduurtjes langs de fraaie boulevard van het dorpje maakt weer veel goed, maar echt geslaagd konden we deze dag toch niet noemen (understatement).

maandag 1 september 2014

touwtjes tussen de billen zo ver het oog reikt

dag 14: Cascais

Nu eens een dag met niks: om een uur of twaalf afgezakt naar het strand van Cascais, dat verder weg ligt dan we dachten. De camping grenst dan wel aan een duinenrand, die blijkt echter een kilometer breed. Na de duinen gaan we door een rotsachtig plateau begroeid met de meest verschillende vetplantjes en andere soorten groen en geel. Dan weer een duinrand en dan staan we aan de rand van een rots met aan beide zijden een enorm strand waar de golven met ontzagwekkende hoogte op af rollen. Op het strand louter mooie 'dudes' met surfplanken en meisjes in de meest (of moet ik hier zeggen; minst) miniscule bikini's. Dat de Brazilianen niet alleen de taal en het Jezusbeeld van de Portugezen, maar ook de touwtjes tussen de billen hebben overgenomen wordt deze oude man hier duidelijk. Tussen al dat schone jonge volk zijn wij een beetje heel erg oud. We laten er ons niet door mismoedigen en brengen de hele dag in de tropische zon en golven door. Aan het eind van de dag voelen onze lijven een beetje aangebrand aan. Goedgemutst trekken we het oude stadje van Cascais in dat ontzettend veel leuke restaurantjes blijkt te herbergen. Op een ervan zitten we heerlijk te wijnen en te deinen in de lauwe nacht. Wat een land!

Puddingbroodjes eten met zijn honderden

Dag 13: Lissabon II
Weer op dezelfde manier naar Lissabon. Andermaal een stralende dag, de 13e in successie. Houdt het dan nooit op. Opvallend is dat alle gazons knalgroen zijn, alle struiken en bomen staan in bloei of zijn groen; niets van aanhoudende droogte te merken. Alsof het hier om de twee dagen hard regent. Blijkbaar houdt de grond hier het vocht lang vast. Aan de andere kant horen we van verschillende kanten dat het voorjaar nat was, dus dat zal de verklaring zijn.
Met een omweg gaan we op ons doel af, het Jeronimosklooster in Bethlehem ( op zijn Portugees: Belem) in het westelijk deel van Lissabon. Die omweg is de op de hoogste verdieping van het pal daarnaast opgetrokken museum voor hedendaagse kunst. Aldaar treffen we een ultramoderne bar met een prachtig uitzicht op de Taag en het wereldberoemde monument gewijd aan alle beroemde Portugezen, gezellig bij elkaar op de boeg van een schip dat de Taag wil opvaren; voorop natuurlijk de Vader des Vaderlands: Hendrik de Zeevaarder, we beginnen hem te herkennen. Dit pompeuze, ultrarealistische monument dateert uit de tijd van dictator Salazar, die alle Portugezen wilde doordesemen met de nationale identiteit. Daar waar wij in Nederland pas een paar jaar nadenken over onze canon hamerde Salazar er die bij de Portugezen al  vijftig jaar geleden stevig in.
Dan naar een van de gebouwen die absoluut tot die Portugese Canon behoort, de met pepergeld betaalde, in Manuelstijl opgetrokken kerk en Jeronimusklooster. Er kan geen misverstand over bestaan als je binnen rondloopt, het geld klotste in de 16e eeuw tegen de Portugese klippen op. Niet voor niets is in de kerk een praalgraf opgetrokken voor Vasco Da Gama die de weg naar India ontdekte en daarmee de weg opende voor de Portugezen  en, even later de Nederlanders om al dan niet eendrachtig alle rijkdommen uit Azië naar West Europa te sluizen. Kunstenaars uit de toenmalige hele wereld (dus West Europa) trokken op naar deze plek om hun kunsten te vertonen, beeldhouwers, schilders, schrijnwerkers. Dat alles is samengebald in deze daarom toch wel prachtige omgeving. Temidden van die al die luister ontmoeten we een Australische vrouw die mij vraagt haar even te filmen terwijl ze nonchalant onze kant oploopt. Dat moet 4 keer over, omdat ik het ‘aan’ knopje van haar fototoestel niet kan vinden. Resultaat is een gezellige kout die een halve middag duurt. Over werkelijk alle onderwerpen worden meningen uitgedeeld: de recent bekend geworden vrouwenhandel van Isis in naam van de Islam, de slavenhandel van Portugezen én Middelburgers in naam van het Christendom, de Anjerrevolutie in Portugal, het verschil en de overeenkomst tussen Australië en Nieuw Zeeland en… aan het eind laat ze ons haar prachtige aquarellen zien die ze overal maakt van de plekken waar ze is geweesst. Ze blijkt half Europa al te hebben aangedaan, inclusief Amsterdam, en overal kleine tekeningetjes van te hebben gemaakt.
Daarna gaan we het verplichte nummer doen: Pasteitjes van Belem eten. In een ongelooflijk grote patisserie met wel 10 zalen zitten honderden mensen stug puddingbroodjes met harde, knapperige bodem, te eten. Wij dus ook. Afgezien van die knapperige bodem vind ik het gewoon een bescheiden versie van de veel grotere Nederlandse puddingbroodjes. Die eet ik al jaren niet meer, dus ik voel me hier enigszins belachelijk. Maar och, ze zijn best lekker.
Ons tweede, geplande bezoek aan een museum voor hedendaagse kunst gaat niet door omdat H. vandaag genoeg heeft van kunst en cultuur. Geen museumbezoek derhalve maar andermaal een rit met de hop on hop off. Die pakt onverwacht leuk uit nu we helemaal naar het oostelijke deel van Lissabon gaan alwaar we terecht komen op het Expoterrein uit 1998 met onverwacht veel mooie architectuur met als hoogtepunt een station met palmachtige, glazen overkapping van Calatrava. Spectaculair. Opvallend is dat al die gebouwen van inmiddels 16 jaar geleden er nog steeds heel eigentijds uit zien. Een Nederlandse stad( laten we zeggen Rotterdam) zou er wat voor over hebben dergelijke gebouwen in huis te hebben.
Aan het eind van de middag lopen we over een van de grote boulevards beneden naar de Taag terug en lopen daar op tegen een op straat spelende band die werkelijk prachtige blues en rock staat te spelen. We maken het hele concert mee en spraken na afloop met de nog maar 19 jarige gitarist die ik uitvoerig complimenteer met zijn kennis van de hele hard rock geschiedenis, Alvin Lee, Frank Zappa, Fleetwood Mac, James Brown, je kunt het zo gek niet bedenken of hij speelde het, en hoe!

Leuk om te merken dat de jongen er zelfs een beetje verlegen van werd.  A new guitar prince is born, he-s from Lisboa!